Oost west…

“Wat denkt u ervan om vrijdag naar huis te gaan?” De dokter plant voorzichtig een zaadje. Goh ja, denk ik bij mezelf. Ze is eigenlijk wel het ‘minst zieke’ kindje van de gang nu. Ze wil ook steeds vaker de kamer ontglippen om te gaan fietsen op het knalroze kinder-home-trainertje. “We gaan het moeten schilderen” zei de kinesiste. “Er wil geen enkele jongen op fietsen op dat roze fietsje”…
Gisteren was het dan zover: we gingen naar huis. Al 2 dagen hadden we zakken gevuld en naar de auto gebracht. Je verzamelt wat in zo’n ziekenhuiskamer op 24 dagen tijd. Vrijdagmiddag was onze kamer zo goed als leeg en de spanning begon stilletjesaan te draaien in onze maag… Mama’s en papa’s kennen het gevoel van naar huis gaan met je eerstgeborene. Spanning, blijheid, onzekerheid. 3 gevoelens die elkaar steeds afwisselen. Gaat het wel ok zijn thuis? Gaan we dat kunnen bolwerken met al die medicatie? Wat erna? Maar ook wel een blij gevoel. Gewoon terug ons eigen ding doen, de gewone huppeldepup, terug samen slapen (ook een verademing) en gewoon terug een gezin zijn. Ook al wordt de dagelijkse rit naar Reva wel een uitdaging.

De zakken worden uit de koffer geladen en ik loop maar wat rond in huis als een kip zonder kop. Ik draai rondjes rond de tafel, neem dingen op en leg ze terug neer op een andere plek. Ik weet niet wat ik eerst moet doen, ik voel me wat verloren. Manlief is ijverig bezig, maar ik weet met mezelf geen blijf. Dochterlief groet haar speelgoedjes. Het is al een tijdje geleden. Maar al snel heeft ze ook de TV terug gevonden. Ik besluit een douche te nemen, heb ik nodig precies. Ik voel niks, een zombie… Ik draai de kraan extra heet alsof ik het nodig heb om ièts te voelen. En eigenlijk ja, hoe heter het water, hoe meer ik met mijn voeten op de grond kom. Ik staar een beetje voor me uit naar de douchedeur en voel het leven terug in mijn lijf komen. Ik was mijn haar en hoor manlief luid bonkend de trap op lopen. Dochterlief komt huilend de badkamer in: “Mamaaaa!” klinkt het droevig, alsof ik voorgoed verdwenen was. Verlatingsangst na een hele maand ELKE dag mama EN papa is natuurlijk normaal. De nacht die volgt is er eentje die ze in ons bed spendeert. Tussen ons in. Ik kan het niet weigeren als ze om 1u in onze kamer komt getrippeld na haar nachtelijk toiletbezoekje. Mijn klein engeltje is eindelijk terug. Met mijn 2 grootste schatten in 1 bed. ❤ (en papa zonder lange baard want dat had hij beloofd 😉 )

Blije Kus
-X-

Merelmama

“Ze vraagt kun jij nog dromen”

Luc De Vos neemt de boxen over. De bijna dagelijkse rit naar UZ. Alleen in de auto. En ik vraag me plots af: kán je nog dromen als je in zo´n situatie als de onze terechtkomt?
Misschien wel, denk ik bij mezelf. Dromen kán nog en alles lijkt misschien zelfs nog dichterbij dan anders. Geen moment meer te verspillen met onbenulligheden. Geen ´uitstelleritis´ voor leuke dingen. Gewoon doen.

Maar dan denk ik ook aan al die ´onbenulligheden´ waar ik me nu mee moet bezig houden: uitkeringen, verzekeringen. Hoe die in de weg staan momenteel van het ´gewoon doen´. Nu lukt het beter maar in de eerste dagen denk je daar zelfs niet aan, aan die papierwinkel! En toch is het wel belangrijk. Niemand wil na zo´n ongeluk ook nog een dikke factuur in de bus krijgen… 😦 En nog meer vragen gaan door mijn autorijdend hoofd: hoe zit dat met revalidatie? Hoe gaan we die opvang regelen? Wanneer kunnen/mogen/willen we naar huis? Gaan we dat op tijd weten? Hoe gaan we onze job regelen de eerste weken/maanden? Kan ze terug (dit jaar of gewoon ooit) naar haar gewone klasje? Waar is mijn spraakwaterval naartoe? Ga ik haar ooit nog terug horen?

Dan denk ik nóg verder over het dilemma opvoeden-verwennen-verzorgen. Wat kan nog en wat niet? In het ziekenhuis moet ze maar piepen en ik lig bij haar in bed. Thuis kan ik dat niet doen of ik heb zelf geen leven meer. Hier moet ze maar vragen naar iets van eten en een hele resem wordt opgesomd: pannenkoek? ijsje? komkommer? koek?… Thuis is het geen hotel… Hier kan ik heel de dag bij haar zitten, naast haar zitten, met haar bezig zijn. Thuis wacht alweer het huishouden, de kuis, de strijk…

Ja, gisteren was een moeilijke dag. Gewoon, bij mij in mijn hoofd. Een beetje een verstopping van al die vragen. Sommige waarvan ik nooit het antwoord ga weten… Misschien staan we hier binnen 5 jaar terug, nieuwe cellen, nieuwe schade… Die schrik gaat voor altijd in ons hoofd hangen en ik ben niet het type dat van ´hangende´ zaken houd…

Los van mijn verzadigde hoofd, doet Merel het eigenlijk (heel) goed. Angstaanjagend goed. Ze loopt door de gang en trapt zich verloren op het roze fietsje op rolletjes dat achteraan staat. Haar rechterarm neemt ze mee, ook al is hij nog veel zwakker dan de linker. Ze is soms gewoon heel erg vies gezind om die woordjes die maar niet komen. Zal ze hen ooit terug vinden? Wijzen met het vingertje en dan boos worden omdat ik niet begrijp wat ze wil zeggen. Een scenario dat zich ook thuis nog vele malen zal afspelen… Mijn rubriekje ”Merelpraat” krijgt plots een nieuwe bestemming. Net zoals mijn blog eigenlijk. Het is wel hartverwarmend hoeveel comments ik dezer dagen mag lezen op mijn site. Dankjewel daarvoor. Vergeef me dat ik niet elke comment persoonlijk beantwoord, maar ook dat gaat mijn petje te boven soms… Ik lees ze allemaal en ben er heel dankbaar voor. Ons muisje komt er wel. En we kunnen alleen vurig hopen dat ze er blijft komen en dat we toch snel aan ´ons´ 2019 kunnen beginnen.

Kus

-X-
Merelmama

The Good, the Bad and the Ugly

Goed of kwaad. Een duo zoals vooruit en achteruit, je kan niet beide doen want dan blijf je staan. Zo heb je ook goedaardige en kwaadaardige tumoren, ze kunnen niet allebei zijn.
Al vind ik dat -goedaardig/kwaadaardig- een belachelijke stelling. Een tumor is NIET OK, zelfs niet als hij “goedaardig” is. Alsof het ding dan plots ‘vriendelijk’ is. Zo van: “Hoi sorry he, tis hier met de tumor. Ik ga hier gewoon een beetje groeien zo, je zult nergens last van mij ondervinden, laat mij maar gewoon doen geen erg in hebben!”. Zo is het dus niet (of ja, eigenlijk ook wel… bij nader inzien). Een goedaardige tumor groeit ook, weliswaar trager, maar hij groeit en duwt alles weg op zijn pad. In Mereltje haar geval waren dat de oogzenuwen en -hou u vast- zo goed als ALLE grote bloedvaten in de hersenen. Alles zat gespannen rond het spul, de tennisbal, de tumor.

Misschien moeten we het spul een naam geven om het goedaardige te erkennen. We zullen hem Tim noemen. Tim Tumor. Tim zat er waarschijnlijk al van bij haar conceptie. Toen Mereltje nog maar een hoopje cellen was, dat in mijn buik uitgroeide tot een prachtige meid. Tim groeide heel erg traag maar mannetjes zoals Tim geven inderdaad geen klachten. Zo zijn ze. Traag en beetje ‘goedaardig’ he. Traag groeiend op het pad van de minste weerstand. Klachten komen er pas als dat pad te smal wordt en er daadwerkelijk dingen ‘in de weg’ beginnen zitten… Geluk bij een ongeluk (en meestal ook het eerst zichtbare symptoom) waren het de oogzenuwen. Een zichtbaar teken voor ons, dat het écht niet OK was, dat dringende actie vereist was… Ook al zijn kleine kleutertjes meesters in het compenseren van dingen.

Die actie is nu 10 dagen geleden. Tim moest eruit en wel heel dringend. Chirurgen had hij verbaast met zijn grootte. “Indrukwekkend groot” hoorde ik een assistent zelfs zeggen. Hoe zo’n mottige hoop cellen ‘indruk’ kan maken… Na 10 dagen zonder Tim konden we gisteren de ‘picu’ (pediatric intensive care unit) verlaten en kwamen we op kinderoncologie terecht. Zo’n afdeling die je enkel kent van ‘Kinderziekenhuis’ waar je dan in de zetel tranen met tuiten zit te bleiten voor het leed van andere ouders en hun kleine vechtertjes. Waar je dan luidop tegen je partner zegt: “als we daar maar nooit moeten zijn”… Nu zit ik hier zelf. Hoe snel kan het leven veranderen.

Dagen zijn gevuld met dokters, verpleegsters, kinesisten, ergotherapeuten, consulenten en nog meer mensen die zomaar komen binnen en buiten gelopen. ‘Hallo, ik ben …’ Alsof ik al die namen onthoud… 101 gezichten die passeren en Mereltje moeten zien, bekijken, meten, aanspreken…’t Kind heeft daar uiteraard ook niet altijd zin in. Als iedereen komt vragen “knijp eens in mijn hand”, “kijk eens haar hier”, “doe eens zo en doe eens dat”… Je zou van minder ambetant worden. Dat is ze dan ook. Ook het feit dat woordjes soms op haar lippen blijven hangen frustreert haar. Het moet heel erg confronterend zijn. Ook al staan kinderen daar misschien minder bewust bij stil.

Het is in elk geval confronterend voor ons. Plots is je kind niet meer hetzelfde. Het is een soort rouwfase waar je als ouder in komt. Een soort afscheid van het kindje van voor de operatie. Het vrolijke gekke Mereltje die ze was. Ze komt misschien terug, misschien niet. Ik herken wel haar maniertjes maar helemaal dezelfde zal ze waarschijnlijk nooit worden. Een leven vol medicatie en scanners staat haar te wachten. Voor ons een leven aan onzekerheid en schrik voor Tim die ooit nog kan terugkomen. Ja, het had erger kunnen zijn, dat besef ik ook. Het had wél kwaadaardig en snelgroeiend of uitgezaaid kunnen zijn. Het had kanker kunnen zijn en eentje die met geen chemo ter wereld kon weggejaagd worden. Ze had verlamd kunnen zijn of niet meer zelfstandig kunnen ademen. Dat is het dus niet. En daar zijn we enorm dankbaar om. Maar het is niet van de poes, ook de opvolging en de lange weg van revalidatie niet. Het al of niet bestralen van de restjes van Tim is nog een vraagteken (er zijn er nog héél veel). Tim is niet 100% vertrokken. Dat kon hij niet. Dan zou hij teveel kapot gemaakt hebben. Hij vond het daar zo gezellig dat hij zich overal had vastgeklampt…

Morgen mogen de draadjes uit haar hoofdje. Tussen haar haartjes zit nu een ‘ritsje’ waar Tim door gepasseerd is met zijn hebben en houden, goed verborgen onder haar krulletjes (wie ze kent weet hoe ongelooflijk mooi ze zijn). Later zal je er niets meer van zien. Iedereen brandt kaarsjes voor onze kleine meid en zo bijna alle duimen in Vlaanderen (en ver daarbuiten!!) staan in dezelfde richting. Dat steunt. Ook al staan we allemaal -wij ook- met onze rug tegen de muur… Voordeel daarvan is dat je enkel vooruit kan kijken. Achteruit heeft geen zin meer.

Dikke zoen

-X-

Merelmama

1 januari 2019

Wie gedacht had om hier gisteren een lollige samenvatting van mijn jaar 2018 te vinden, was eraan voor de moeite. 2018 was een jaar dat ik zo snel mogelijk wil vergeten. Eén lange zoektocht was het naar vanalles. Naar een nieuwe job en vooral naar een oorzaak van al de kleine klachtjes van ons mevrouwtje. En toen op tweede Kerstdag, viel alles samen te rijmen. Al die ‘banale’ dingen waar ze soms last van had. Nu kunnen we er aan uit…
Ze waren allemaal veroorzaakt door die mottige tennisbal die in haar mooie hoofdje zijn weg zocht. Hij is nu weg de tennisbal en hij nam mijn mooie, lieve meisje met zich mee. Haar laatste woordjes aan mij waren: “mama, ben je verdrietig?”. Nog een kus en een spuit met verdoving en weg was ze naar dromenland. Ze troostte ons elk moment na de snoeiharde diagnose van woensdag.

Oudjaar werd er één in het ziekenhuis. Op de afdeling pediatrische intensieve zorgen. Mensen stuurden bemoedigende woorden. We aten samen met andere ouders die met ons in hetzelfde schuitje en op dezelfde afdeling zitten. Het was ‘gezellig’ maar met zo een bittere nasmaak. Na 2 uur (eerst ongemakkelijk) keuvelen, trokken we allen terug naar onze kamers. Naar onze minimensjes die zo hard aan het vechten zijn.

Om middernacht sta ik mijn tanden te poetsen. Het is al 2019 en ik weet het niet eens. Wat kan het mij ook schelen. Het is een dag als een ander. Manlief komt me zoeken omdat ik al zo lang weg ben. We wandelen terug naar de kamer en buiten horen we het vuurwerk knallen. Hoera! De beste wensen. Ik barst in tranen uit. Ik wil hier niet zijn. Ik wil mijn meisje terug! Manlief en ik zitten in een zombiemodus. We willen en kunnen niet gaan slapen. Waar is de fast forward knop? Waar kan ik vooruitspoelen om zo snel mogelijk verbetering te zien. Ze beweegt, ze reageert maar ze is zo boos. Boos op de wereld. Hoe zou je zelf zijn. Veel woorden komen er niet uit. Ze is kwaad voor elke aanraking. Haar oogjes zijn nog gezwollen. Ik mis haar zo. Een soort postoperatieve rouw neem me in zijn macht. We moeten door. Verbetering kan, maar het duurt zo lang. Dag 4 na een 11 uur durende operatie. Hoeveel kan je dan verwachten van een kind van 4 jaar? Wie vertelt het me… De zon ging onder in 2018. Wanneer gaat ze weer op.

Bom

Kerstavond bij de schoonouders. Gezellig maar met een ongemakkelijk randje aan. Kleine meid heeft al twee dagen wijd open pupillen en lijkt plots ook veel slechter te zien. Al een tijdje staat ze met haar neus tegen de tv, maar doet niet elk kind dat? “Mereltje, niet zo dicht bij de TV!” is een zinnetje dat we toch al enkele dagen/weken gebruiken. Maar nu is het meer dan dat. Het is niet enkel een brilletje, ik voel het aan elke vezel in mijn lijf. Ik bel naar de spoeddienst. Ze zeggen dat ik een afspraak bij de oogarts moet maken. Probeer dat nu zelf eens… Zaterdag had ik er al één gebeld, in verband met de wijde pupillen dan toch: ”Mevrouw, onze wachtlijst zit nu tot in juli vol” Juli!! Als je dan echt een bril nodig hebt, sta je daar schoon! Nee, dat is het niet. Ze geeft ons dan maar een ´dringende´ afspraak bij de kinderoogarts (specialisatie op zichzelf) op 25 januari. Ik stem toe, maar ik weet dat we niet zo lang kunnen wachten. Tijdens de Kerstavond zit ze te voelen op de tafel waar de hapjes liggen. Ik wil naar een spoedafdeling, morgen dan, we kunnen niet gaan lopen… Ik wil niet gaan lopen, ik weet eigenlijk niet waarom… Ze gaat slecht slapen, net zoals de laatste dagen/weken. Ik bel nog naar de huisarts (de schat neemt zelfs telefoon op, op Kerstavond) hij verzekerd me dat wijde pupillen die niet asymmetrisch zijn niet meteen het ergste betekenen en dat we op een reguliere spoedafdeling enkel gaan doorverwezen worden naar een oogarts. Een kleine geruststelling maar enkel een druppeltje op de hete plaat.

Kerstdag 2018 bij de ouders. Ze is heel vrolijk en speels en vooral heel flink. Zo is ze gewoon. Heel erg flink. Haar zicht lijkt niet verbeterd, ze loopt gewoon recht op de stoel die al jaren bij oma buiten aan de voordeur staat. De dag passeert weer. Nog steeds weet ik niet wat me (ons) tegenhield…
Die avond in bed slaan manlief en ik plots in paniek. Het is niet ok… het kan niet enkel een brilletje zijn, niet zo snel…

Tweede Kerstdag 2018, een dag die ik nooit meer zal vergeten.
Die ochtend komt ze bij ons in bed liggen zoals gewoonlijk ´s ochtends, ze is weer vrolijk aan het zingen en vertellen. Ze heeft goed geslapen. Ik niet. Ik sta op en ga meteen naar beneden en bel weer naar de spoeddienst. Ik MOET vandaag een oogarts zien. Een paar telefoons en doorverwijzingen zijn er nodig, maar om 12u kunnen we gaan. De oogarts van wacht, het bestaat toch blijkbaar. Beneden gekomen is ze alweer moe. De man bekijkt haar oogjes en ziet er niks aan buiten een blekere oogzenuw… Ik weet niet welke kleur een oogzenuw heeft, maar het feit dat hij meteen voor ons gaat bellen naar het UZ voorspelt niet veel goeds. We hoeven niet te wachten op de afspraak want op de weg naar huis braakt ze in de auto. Het is genoeg geweest. We spurten binnen, vullen een zak met gerief en rijden recht naar het UZ. Onderweg belt de oogarts dat ze ons verwachten in de polikliniek. De langste rit van een half uur OOIT! Weer valt ze in slaap in de auto, ze lijkt uitgeput.

Na een batterij aan oogtesten en uitleggen waarom en van waar we al komen staan we heel erg snel aan de CT scanner. We lijken iedereen te mogen voorsteken. Het aantal dokters en specialisten die we zien neemt toe en de blik in hun ogen is beangstigend en ontnuchterend. We belanden op spoed en daar komt nog een voetbalploeg aan dokters zich voorstellen. Tot er een dokteres zich plots hurkt naast het bedje waar onze heel hongerige en hangerige (en ook boze, van de mislukte bloednames) dochter op ligt. We weten de boodschap al, maar ze luidop horen is heel erg pijnlijk en heel onwerkelijk: “Er is een plaatsinnemende massa gezien op de CT scan van de hersentjes van Merel.”

BAM

Dan staat ALLES stil

Toegegeven: ik gaf toe

Ik deed het: ik gaf toe aan mijn kleuter… Niet dat dit wereldschokkend nieuws is. Ik deed het al vaker en geef toe, jij doet het ook.
Maar ik gaf toe: BIG TIME. Ik hield haar thuis van de zwemles omdat ze niet wou gaan… *roll eyes*. Ik voel me er heel erg slecht bij lieve lezer… Maar laat ik het even kaderen voor u.
Ik neem u mee terug naar 3 weken geleden (of eigenlijk al bijna 4). Zondagochtend: zwemles. Lees: ’30 minutes of pure joy’ in het grote zwembad samen met leeftijdsgenootjes. Pure ontspanning denkt u meteen, toch? Nee. Deze keer niet. In de auto al begint het protest. “Ik wil niet zwemmen met de juf mama…” Eerst schoorvoetend, daarna luidkeels en oorverdovend om af te sluiten met zielig en triestig gesnik… Ik vind het al niet leuk. Ik wil haar niet te veel verplichten om dingen te doen. Ze moet al zo veel eigenlijk. Maar “zomaar toegeven” dat is ook tegen mijn principes, dus ik zet door en kleed haar om in de kleedkamer samen met de andere kindjes. Het gehuil is gestopt. Ok denk ik, so far so good. Tot de juf verschijnt en ze mee moet naar binnen. Terug haar keel open alsof ik haar naar de slachtbank heb gebracht. Moeders en vaders kijken mijn richting uit (althans zo lijkt het). Een bleitend kind werkt averechts op andere kinderen…Het trekt hun motivatie naar beneden (of dat maak ik ervan voor mezelf). 
Ik geef haar mee aan de juf en die ontfermt zich over haar. Ik kijk toe vanop het balkon naar de les. Ze zit nog wat te snikken maar doet wel flink mee. Gelukkig.

Ik besluit om de week nadien zelf met haar te gaan zwemmen. Bij wijze van oefening en ook omdat ze het al zolang vraagt. Ik ben het beu om mezelf dingen te horen beloven aan haar en die nooit tot uitvoering te brengen.
Dus de week nadien op zaterdag raap ik al mijn moed en bikini onderdelen bij elkaar en ga ik met haar naar het zwembad. Gezellige moeder-dochtertijd, zalig! In het kleedhokje bereid ik haar al voor: “Merel, we gaan eerst even oefenen in het grote bad en daarna gaan we spelen, ok?” -“Ja mama” knikt ze braaf. We gaan gezwind richting groot bad maar, ramp o ramp, we kunnen er nog niet in omdat er nog een zwemles bezig is. Nog 10 minuutjes mevrouw. Damn. Ik moet wel met haar naar het recreatiedeel want 10 minuten staan kijken naast een zwembad is ook geen optie met een popelende kleuter aan je hand. Ik herhaal nogmaals de oefenen-spelen-mantra en we gaan toch even plonsen. Na een kwartier komen we terug naar het grote bad. Zonder protest. Maar wat dan volgt is een HALF UUR aan mama die vraagt (op alle manieren, oh God, ALLE manieren) of ze wil inspringen en een koppige kleuter die halsstarrig NEE roept/bleit/zaagt/….. 

De spanning in mijn lijf bouwt op. Hoe kan je zo koppig zijn!! Ik voel woede opkomen en weer wegebben. Allerlei zinnen spoken door mijn hoofd, ik ben intern verscheurd door moedertwijfel. ‘Moét ze zit nu doen? Dram ik niet teveel door? Iedereen leert toch zwemmen uiteindelijk?’, ‘Nee, ze kan niet zomaar haar zin krijgen…’, ‘Zo moeilijk is dat nu toch niet, met haar seuterig gedoe’…. Ik blijf nog even staan/hangen in het bad met mevrouwtje op de rand tot ik er genoeg van heb. “Merel, we gaan naar huis!” Ik stap uit het bad en neem haar aan de hand. Ik had een groot drama verwacht, maar nee ze stapt gewoon mee! OK denkt ze bij zichzelf: missie geslaagd… Dat op zich maakte me enkel kwader. Resultaat: de dag nadien (zondag zwemdag) staat mijn hoofd absoluut niet op zwemmen of op les. Ik hou haar thuis (en maar goed ook want zo blijkt, de dag nadien staat ze vol windpokken!).

Was het de aankomende ziekte of gewoon haar extreme koppigheid die me deed overkoken? Ik weet het niet. Maar 2 weken later (lees: alle blaasjes zijn eindelijk verdwenen) liep ze weer te zagen dat ze niet wou zwemmen en ik gaf toe, lieve lezer. Ze moest niet gaan. Terwijl ze PERFECT had kunnen zwemmen… Alle gekheid op een stokje: ik voel me niet geslaagd als ouder. Ik voel me schuldig tegenover de zwemjuf. Ik voel me schuldig tegenover de medeouders, met wie het altijd gezellig praten was op zondagochtend. Ik voel me schuldig tegenover mijn innerlijke moederkloek die zegt dat het NIET ok is, om ‘zomaar’ toe te geven. Ik voel me schuldig tegenover mijn portemonnee en het weggesmeten geld (ze is nog maar 2 lessen van de 8 geweest….) Ouder zijn is niet simpel. Wie dat ooit over zijn lippen krijgt, heeft 300% géén kind(eren). 

Gefrustreerde Kus
-X-
Merelmama

Nest

Soms is het tijd om het wollige nest te verlaten. Het nest dat je gedurende jaren hebt opgebouwd.  Dag per dag heb je, je eigen plaatsje verdedigd en ingericht. Takje per takje, babbel per babbel, project per project. Als dan de dag komt dat het nest voor jou af is, is dat best confronterend. Het is toch mooi? Het is toch goed? De medebewoners zijn wel leuk? Je wil wel gewoon verder doen, maar toch wringt er iets. Het nest is ‘ok’ maar dat is het dan ook. Jij bent niet ‘ok’ met het idee om er nog langer in te blijven zitten. Wachten op… op wat eigenlijk ? Er zijn veel dingen in het nest die zeker niet ‘ok’ zijn…

Het is een druk komen en gaan in het nest. Meer gaan dan komen meestal. En telkens er een bewoner weggaat, zie je een glimp van de buitenwereld. En telkens wordt die glimp aantrekkelijker. En telkens vraag je ook waar de andere naartoe gaan en hoe het daar is/zou zijn…
De meesten komen nooit terug van de buitenwereld. Enkele wel en die komen dan terug met het verhaal dat “het ergens anders ook altijd iets is”. Een magere troost, lijkt mij. De meesten blijven weg en zijn ook (heel) blij dat ze weggaan. Dat is toch een raar idee?

Het hoofd buiten het nest steken is al niet simpel. Het rijmt niet met vertrouwen. Het voelt alsof je het nest bedriegt. Jij, die gaat kijken hoe het ergens anders zou zijn en dan nog wel allemaal achter de rug van de medebewoners, stel je voor! Je mag er ook niks over zeggen over je tripjes naar andere nesten. Het is geheim. Het moet tussen de werken door. Met leugentjes om bestwil soms… wat vreselijk van jou om zo te doen. Het ligt niet in je aard om te bedriegen en te liegen en toch…

Dan komt de dag dat je het letterlijk moet zéggen dat je naar een ander nest gaat. Dat alles al geregeld is. Dat ze op jou staan te wachten… 
Dat je eigenlijk vals geweest bent en het nest definitief gaat verlaten. Dat doet pijn. Dat is niet simpel. Je krijgt het niet goedgepraat in je hoofd, het past niet bij samenwerken en vriendschap. Maar toch weet je dat het in het andere nest beter zal zijn. Of dat denk je toch. Of misschien ook niet? Je weet het niet en dat is het moeilijkste.

Het andere nest is veel dichterbij. Misschien té dichtbij? Er komen wel opties open om andere dingen te doen, meer tijd. Dat willen we toch allemaal? Meer tijd. Terwijl de hoeveelheid tijd voor iedereen op aarde gelijk is. Maar het idee om ‘meer tijd’ te hebben is aantrekkelijk voor bijna iedereen. Vooral voor mama’s en papa’s. Zij hebben (een) klein(e) tijdvretertje(s) in huis. Daar kijk ik naar uit. Geen gehaast meer na(ar) school, meer fietsen, meer dochter, minder auto, meer ‘tijd’. En ook naar het nieuwe nest natuurlijk met nieuwe mogelijkheden, spannende dingen, nieuwe bewoners en nieuwe vanalles eigenlijk. Even terug alles leren, terug van af nul beginnen. Focus verleggen, beeld verruimen.

Ready –  set – go! 

Kus
-X-
Merelmama

PS: aan ons eigen nest bouwen we rustig verder, dat nest snel verlaten ligt niet meteen binnen mijn/onze betrachtingen 😉