Toen waren we (even) terug met 2

Een opeenvolging van bizarre zaken deze morgen: een rare groepsknuffel en kus in de keuken, manlief die door de zenuwen (ik ken mijn pappenheimer) een beetje stoïcijns en afstandelijk doet en dan moeder en dochter die staan te wuiven in het deurgat, naar de vertrekkende taxi die de oprit verlaat. Oorlogstaferelen schieten door mijn hoofd. De kroost die huilend staat te zwaaien naar vader die naar de oorlog vertrekt. Hun haren wapperen in de strakke Noordenwind en tranen biggelen langs hun wangen. Zo erg is het niet. Al pink ik wel een traantje weg. We zijn nog nooit zo lang apart van elkaar geweest. Het zal even raar doen.
Een weekje is hij weg, manlief. Een weekje op zakenreis. Een weekje clichés bevestigen, want dat moet je soms doen. Merel troost me “shhht stil maar, lieve mama”…

Ik was gisteren op zoek naar een aftelkalender voor Merel. Voor een peuter, excuseer kleuter, is het altijd handig om de zaken een beetje visueel voor te stellen. Net zoals ze zich 3 maand geleden ook geen beeld kon vormen van het begrip ‘vakantie’, zo kan ze nu evenmin het begrip ‘op reis gaan’ vatten. Ik begin te typen en google vult automatisch aan: ‘aftelkalender… tot papa terugkomt’. Mijn hart brak. Ik ben niet de enige moeder die het allemaal een beetje visueel wil voorstellen. Ik print een leuk exemplaartje af van Anna (wie kindjes heeft kent haar wel). Bovenaan staat duidelijk en in vette letters: “aftelkalender voor kindjes die hun mama of papa even moeten missen”. Je kan er dan op invullen:  “Ik, ……….moet nog ………. keer slapen en dan zie ik……… terug.  Elke dag kan je dan een kindje kleuren en het laatste kindje staat met de armen in de lucht van blijdschap.Wat een triest kalendertje eigenlijk.
We tellen samen af tot papa terug is. “Papa, heb jij ook zo’n kalender dan?” vraagt ze vol verwondering? “Ja hoor”, liegt papa een leugentje om bestwil.

Vandaag: De werkdag zit erop en ik ga mijn kleine spruit halen op school. We doen nog een paar boodschappen en thuis begin ik aan het eten. Ze vraagt niet naar papa. Ook niet als we effectief gaan eten. Want soms wil ze gewoon liever niet eten en wachten tot dat papa er is. Maar hedendaags is het wel meer dat papa later eet. Bouwen en al, you know! We gaan daarna nog samen in bad en éénmaal in bed begint ze haar mantra af te rammelen: “muziekje aan en de deur openlaten en papa nog komen”. Ze zegt het en ik hoor haar denken “oei nee, dat is niet juist”. Ik zet me naast haar en zeg duidelijk dat papa er niet is vandaag en morgen ook niet en overmorgen ook niet. Papa is met het vliegtuig in de lucht onderweg naar een ver land (nvdr Brazilië bestemming Rio de Janeiro *olé*) “Oké” zucht ze, “dan sturen we een zoen in de lucht hé mama!”
Ze gooit een kushandje boven haar hoofd met een luid smakgeluid erbij. “Maar dat is wel geen echte zoen hé mama, een echte zoen is roze en zo tussen meisjes en jongens en zo” grinnikt ze. Ik kus haar krullenbol en ze legt zich vredig neer. Dag 1 is al voorbij. So far, so good. (manlief hangt momenteel nog altijd boven de oceaan in de lucht, de spanning blijft… pffff)

Kusje
-X-
tijdelijk alleenstaande Merelmama

Merelpraat (3)

Merel tegen wildvreemde op restaurant:
– Ik heb een zonnebril, voor de zon! (schuift zonnebril over en weer op haar neus)
5 minuten later
– Ik heb krulletjes, oranje krulletjes ! (kijkt ‘verleidelijk’ terwijl ze met krulletje draait)
5 minuten later
– Wij zijn met de fiets en we komen van héél ver gefietst… (zelfverzekerd gezicht)
5 minuten later
– Ik ga nu PIPI doen ! (paradeert triomfantelijk voorbij de tafel)

Komen aan na fietstochtje aan op pleintje met bomen en kapelletje
“Ooh mama, het is hier PRACHTIG” !

Honger!
“Mama gaan we witte broccoli eten??” (bloemkool, jup, ik moest ook even nadenken)

Talenknobbel, check! 
We fietsen in de winkelstraat en rijden voorbij een Frans pratend koppel:
“Mama, die mevrouw spreekt Frans eh!” *mond mama en papa valt open van verbazing!*

Praktische problemen…
Merel: “Mama waar ga ik vandaag naartoe?” (kleutertje met routineloze vakantiestress)
Mama: “Mama en papa gaan werken en jij gaat naar Opa he Mereltje”
Merel paniekerig: “Mah, mama ik kan toch niet RIJDEN!!!”

 

Tales from the crib…

Dit weekend was het alle hens aan dek ten (toekomstige) huize Merelmama. De vloerverwarming was op komst! Lees: de vloerisolatie moest gelegd worden en wel dringend. Een ‘jobke’ dat sneller uitgesproken was dan gedaan (zoals wel meer dingen dat zijn op een werf). Zaterdag ging ik meehelpen, of meekijken *ahum*. Met 4 man (waarvan 1 vrouw) aan een zelfde klusje bezig zijn, is niet bepaald handig. Dus trok ik me (op aanraden van manlief) terug op de bovenverdiepingen met een rol aluminiumtape en een bende ventilatiebuizen die vroegen om afgetapet te worden. Mijn ladderke, de buizen, de tape en ik. Aja en ook de tetterende Poolse dakwerkers op de achtergrond.

Eigenlijk vind ik dat wel ontspannend, zo werken op de werf. Fysiek niet echt, maar wel mentaal. Ik ben compleet gefocust op mijn taakje. In mijn geval: de buizen afplakken. Mezelf in bochten wringen en kijken hoe ik het gedaan kon krijgen, dat vind ik wel tof zo. Mijn (overdaad aan) lichamelijk testosteron krijgt dan ook telkens een boost als ik me in die werkbroek hijs. Een zwarte werkbroek, ge weet wel, zo één met véél zakken en verfvlekken op. Een erfenis die ik kreeg van mijn zus, toen zij op haar beurt vrouwelijk testosteron rondstrooide op haar bouwwerf. Als ik die broek aanheb, kan niemand mij iets maken. Dan heb ik ook in mijn hoofd de ‘ge-gaat-vuil-worden-schakelaar’ omgezet. Mijn steeds zwarter wordende vingers (van de tape) kunnen me dan ook niet deren en dat alleen is al een overwinning, al zeg ik het zelf 😀 . Als het echt te bont (vuil) wordt, heb ik wel altijd mijn paarse tuinhandschoentjes in mijn zakken zitten.

De dag schuift verder en het gaat allemaal maar traag vooruit. Gelukkig heb ik zo’n mama die de catering en de kinderopvang doet, waarvoor eeuwige dankbaarheid trouwens. Toen we klaar waren (toch voor die dag) had ze heerlijk stoofvlees en pudding voorzien om de innerlijke mens te sterken. Dat manlief de dag nadien ook nog tot 22u30 zou bezig zijn, was niet voorzien. Maar hey, het is afgeraakt (danku stiefpapa en vriend des huizes voor de extra handen)! Vandaag komt dan de voetjesverwarming en eind van de week de chape (‘de chape’, dat klinkt écht zo bouw-achtig he 😉 ) .

Het komt wel snor met ons huisje. Nog een héél druk half jaartje schat ik en dan is het tijd om nogmaals de verhuiswagen te reserveren. Ik kijk er naar uit om niet altijd over hetzelfde onderwerp te moeten babbelen. Met manlief, met collega’s, met familie, met jan en alleman. Ik kijk er ook naar uit om gewoon naar mijn zicht- en spaarrekening te kunnen kijken, zonder verrassingseffecten. Of om gewoon onze weekendjes samen te kunnen doorbrengen en niet meer te hoeven zeggen dat ‘papa nog aan het werken is’. Om op een zondagmorgen weer gezellig samen te kunnen ontbijten in onze pyjama en na te denken wat we die dag zullen doen. Ik wil terug mijn huishouden kunnen beteugelen, nuttige (!) weekmenu’s maken, ons zero-wasten op punt stellen en dan nog tijd hebben om iets leuks te doen voor mezelf. Nog even doorbijten. Voor manlief, on the frontstage en voor mij en Mereltje, behind the scenes.

Kus
-X-
Merelmama

 

Lezen lezen en nog eens lezen

Soms overlees ik mijn blogs. Dan verbeter ik schrijffouten (ja, altijd te laat) of dan mijmer ik een beetje. Voor mij is het alsof ik door een fotoboek blader. Herinneringen aan mooie en minder mooie momenten. Ik gooi ze allemaal te grabbel op het wereldwijde web zou je denken. En ja, in zeker zin is dat zo. Maar in een andere zin hoop ik dat lezers zich herkennen in mijn verhalen. Jonge moeders/vaders of oma’s en opa’s of iedereen eigenlijk die het wil lezen. Universeel schrijven. Online ja, want het tijdperk van de gazet en de rest van de geschreven dagbladen is tanend…

Even tijd voor reclame! *ahum*
Wie meer van mij wil lezen kan terecht in het jongerenmagazine ‘Transparant’ van vzw Graffiti.
Je kan via deze link elke 3 maand een nieuwe uitgave volledig online lezen. Mijn eerste artikel staat in nummer 73 trouwens 😉 .

Ik wil ook even een woordje placeren voor de Kinder- en Jeugdjury, waar ik nu mijn vierde jaar als begeleidster ‘werk’. Op www.kjv.be vind je meer informatie over de werking. Het is een stimulans creëeren, voor kinderen van de derde kleuterklas tot en met het vierde middelbaar, om te lezen. Het is samen met hen boeken lezen en beoordelen, leuke opdrachtjes en bijeenkomsten doen rond verschillende thema’s. Ik begeleid met veel plezier het eerste en het tweede leerjaar in de plaatselijke bibliotheek. Vragen staat vrij!

Genoeg reclame. En genoeg gelezen eigenlijk, er was eergisteren ook al een blog, niewaar?

kus
-X-
Merelmama

Merelpraat (2)

K3 zingt: “Steek je hoofd niet in het zand…”
Merel grinnikt: “Mama, je mag je hoofd niet in het zand steken hé? Nee, want dan komt er zand in je ogen!!”

K3 cd speelt in de auto (hoera):
Merel vraagt verbaast en een beetje droog: “Mama, waarom zingt K3 altijd over Amerika?” –> Zeer goeie vraag, ik zou het ook niet weten wat ze daar verloren zijn… !

Mega Mindy parodie op TV (door meneer de Burgemeester van Samson):
“Ik ben een gewone meid…”
Merel verontwaardigd: “Mama, jongens kunnen geen meiden zijn hé?”

Merel fier bij de opvang tegen een andere mama in de gang (zonder dat ik er was):
“Hallo, ik ben Merel en ik ben op het vliegtuig geweest met mijn mama en papa”.
Die mama kende mij dan toevallig en liet het mij weten achteraf  *uberschattig!!*

Merel als ze boos is en iets niet krijgt:
“Mama als je dat niet geeft, ben je niet meer mijn beste vriendin!”
–> 5 minuten later komt ze meestal knuffelen “Jawel hoor mama…”

Merel slaapt soms zonder pyjama in deze temperaturen:
“Mag ik nog eens in mijn spleetje slapen dan?”

Merel begint een hele uitleg tegen de osteopate:
“Mijn papa is nog niet thuis, want die is aan het werken in ons huisje. In mijn kamer, want ik heb een groooote kamer (beeldt uit met haar beide handjes in de lucht)”.

We rijden voorbij de werf en Merel kijkt in de achteruitkijkspiegel naar mij:
“Wie woont er hier mama?” Ze kijkt me aan met deugnieten oogjes en opgetrokken schoudertjes. “Wiiijjjj !!!” roept ze meteen erna.

Merel na het zoveelste compliment van een wildvreemde op haar haarkleur:
Vreemde: “Oh, jij hebt een mooi kleurtje he!”
Merel (droog als maar zijn kan, snapt de heisa niet rond haar haarkleur): “Ja, rood”.

Merel ‘slang’

  • “Babette” = een slabbetje
  • “choetoetje” = yoghurtje
  • “de patatjes knijpen he mama” = puree maken van de patatjes
  • “psht psht opdoen” = (al dan niet ingebeeld) wondje ontsmetten *roll eyes*
  • “frietjes” = synoniem voor ovenkroketjes
  • “chippekes” = cornflakes

Eigenlijk allemaal woordjes die ze wel al kan zeggen, maar we verbeteren haar gewoon niet dikwijls omdat het zo schattig is….*we’ve all done it!*

Kus
-X-
Merelmama

Vakantiestress (2)

Wat volgt waren een viertal uren van wachten, wachten en nog eens wachten… Waarom ze dat een ‘spoed’ noemen, Joost mag het weten. Maar kom, ik ken geen Joost en ook zag ons muisje er stillekes aan beter uit. We verplichtten haar ondertussen om kleine slokjes water te drinken.

Eindelijk mochten we door naar de onderzoekskamer. Daar heb we nog eens een uur moeten wachten (geen zwans). Blij dat we een laptopje en tekenfilms bij hadden waren we in elk geval. Toen kwam er uiteindelijk toch een (knappe!) dokter  binnengewandeld. Hij onderzocht dochterlief van boven naar onder. In een mooi verstaanbaar Frans vertelde hij dat ze inderdaad op het randje van uitdroging stond en dat het drinken van gewoon water nu geen soelaas meer kon bieden. Onze taak was  haar de komende tijd om de vijf à tien minuten te voorzien van een lepeltje zoutoplossing die zo haar interne balans kon herstellen. Het zou veel werk zijn, zei de knappe dokter ons. Maar het zou lonen en we zouden snel verbetering moeten zien. Eten geven kon, maar als het er terug uit zou komen, moesten we een “digestieve stop” inlassen van een 6 tal uren en dan terug beginnen met de lepeltjes zoutoplossing.

De avond en nacht die volgde lepelden we er op los met de zoutoplossing die ik in mijn beste Frans besteld had bij de apotheker. Ik zette mijn wekker om de 2 uur om haar door de nacht ook te voorzien van vocht. Ze liet het allemaal heel goed toe en alles bleef er in.
Toen ze de dagen nadien terug beter begon te eten en spelen, slaakten we een zucht van opluchting. Of hoe blij je kan zijn van een kind dat met smaak een boterhammetje naar binnen werkt.

Onze week was er wel een beetje door gebroken. Ongerustheid stak snel de kop op, alsook op de terugweg. De balans is snel verstoord en ze is nog altijd snel moe. Maar ze is weer beter en dat is wat telt.

Samengevat: een vakantieweek met ups en downs. We hebben ook wel lekker genoten van niks doen of een boek lezen of samen spetteren in het zwembad. En van het feit dat kinderen eigenlijk helemaal niet veel nodig hebben om zich te amuseren.
Wat ons nog rest van de vakantie is een weekje werken in ons huisje en verder plannen maken… Voor vanalles :).

Kus
-X-
Merelmama

Vakantiestress (1)

Aaah verlof. Mijn favoriete tijd (lees: 2 weken) van ’t jaar. Het feit dat het hier nu net zo heet is dan in het Zuiden van Frankrijk is zoals extra ‘icing on the cake’. Uitslapen (bij ons tot 7u in plaats van 6u), naar beneden “in de peignoir” zoals Merel dat graag doet, op ’t gemak ontbijten en daarna badje nemen en aankleden. Dat is zalig. Maar de voorbije week zaten we inderdaad wel in het Zuiden van Frankrijk. Wij gingen met het vliegtuig want 12 of 14 uur in de auto bij een verzengende hitte, dat vind ik géén ontspanning. Mensen die zeggen: “Oh, de reis begint van zodra ik in de auto stap” die liegen! Met kinderen (zonder ook) is er NIKS leuk aan om 14 uur lang, met een airco (als ge chance hebt) die véél te koude lucht in uw uitdrogende ogen en mond blaast, met uw benen in uw nek te gaan liggen (lees: auto volgepropt tot aan de nok van het dak). Er is NIKS leuk aan om broodnodig te moeten stoppen in een tankstation voor overpriced benzine, dito uitgedroogde broodjes, slappe koffie en vuile wc’s. Er is NIKS leuk, aan méér dan 1000 km met de auto rijden tout court.    Mijn bescheiden mening, that is.
Maar –> we gingen met het vliegtuig. So far so good! Dochterlief vliegt heel goed, meestal slaapt ze ook gewoon tijdens de vlucht en landing door. Dus: handig en praktisch, check. Een busritje van een half uur tot aan het dorpje van de bestemming, op voorhand opgezocht en zonder tussenstops. Check. We zijn er. Villa met zwembad en schoonfamilie. Gezellig! Vakantie, hoezee! Vijf minuten aangekomen, maakt dochterlief gebaar van buikpijn en al snel ligt haar middagmaal op de oprit van het huisje, tussen de kiezelsteentjes. Damn. Beetje misvallen? Daarna geen problemen meer, ze lijkt er vanaf. ’s Avonds eet ze nog spaghetti en gaat ze heel moe het bedje in, zonder morren. De nodige tetter met neefje die bij haar op de kamer slaapt, laten we maar passeren, kinderen hebben tijd nodig om zich aan te passen. De nacht verloopt goed.

De dag nadien volgt er nog een overgeefsessie, maar tussendoor eet ze gewoon en speelt ze lustig verder. Ze is niet zo’n held als het op hogere temperaturen aankomt (ik ook niet) en dus steken we het op de warmte. Ze is wel moe en haar vrolijke zelfje lijkt in België gebleven. Ze wil de hele dag in bedje slapen en als we haar wakker maken is ze niet te genieten. Als daarna ook al het water dat ze dronk er terug uit komt, gaan de alarmbellen in ons hoofd af. Dit is niet goed. Ze reageert te traag op vragen, heeft de bibber in de handjes en ze is plots heel slap. We (opa, mama en papa) springen de auto in en rijden naar de dichtstbijzijnde spoedafdeling (gelukkig maar 10 minuten rijden). Op de parking geeft ze nogmaals over. Gal. Het kind is op! Met haar slappe lijfje in mijn armen spurten we naar de ingang. Een tiental mensen zit te puffen op de stoeltjes zonder airco. Ik blijf staan en kijk met mijn paniekerige-moeder-ogen naar de verpleegster achter het loket. Kinderen hebben voorrang! Dat is zo! Gelukkig is het snel aan ons. Ik geef haar pasje af en we proberen in ons beste Frans uit te leggen wat er allemaal aan de hand is. Lang hoeven we niet te wachten of we kunnen naar de ‘voorsorteer-post’. Daar waar ze de zware en de minder zware (aanstelleritis) gevallen uit elkaar halen. Een grappige verpleger begint een verhaaltje over ‘son ami en Belgique’ als hij ziet dat we Belgen zijn. WHO CARES kerel! Mijn kind ligt als een zwetende en slappe vod op het ziekenbed. Hij neemt haar vitale functies en die blijken allemaal wel ok te zijn. Ze moet in een potje plassen. Het feit dat ze uitgedroogd is, lijkt ons als een paal boven water te staan en ik wil eigenlijk dat ze zo snel mogelijk aan een baxter wordt gehangen… In een potje plassen. Midstream. Geweldig, de dames onder u zullen wel weten waar het schoentje hier wringt. Een 3-jarig kind zeggen dat het IN dat potje moet en dat het eerste straaltje in het toilet moet, is onbegonnen werk. Ik krijg een doekje met zuurstofwater mee om de boel eerst even te ontsmetten en dan het potje te vullen. Als bij wonder plast ze gewoon en zonder morren in het potje (en op mijn handen maar kan mij dat schelen). Een snel testje vertelt dat ze ketonen in de urine heeft. Voor de leken onder u, wil dit zeggen dat het kind haar “vetreserves” aan het opgebruiken is om aan energie te komen. Wie dochterlief al gezien heeft, in real life, weet dat ze GEEN vetreserves heeft. Haar kleine lijfje is in overdrive. Er moet iets gebeuren. We vliegen terug naar de wachtzaal met de uitleg dat we als ‘dringend’ zijn aangeduid. De verpleger zegt dat het geen zwaar onrustwekkende toestand is, maar dat hij kinderen graag laat voorgaan omdat het snel kan verslechteren. We staan vijfde op de lijst nu in plaats van twintigste. Hoera.

De volgende 4 (!) uur vertoeven we in de wachtzaal wat verderop. Daar is airco en een automaat met drank. Een dagje verlof is een dagje spoed aan het worden en we houden ondertussen het ongeruste thuisfront op de hoogte via WhatsApp.

wordt vervolgd….