Categorie: Bedenkingen

The Good, the Bad and the Ugly

Goed of kwaad. Een duo zoals vooruit en achteruit, je kan niet beide doen want dan blijf je staan. Zo heb je ook goedaardige en kwaadaardige tumoren, ze kunnen niet allebei zijn.
Al vind ik dat -goedaardig/kwaadaardig- een belachelijke stelling. Een tumor is NIET OK, zelfs niet als hij “goedaardig” is. Alsof het ding dan plots ‘vriendelijk’ is. Zo van: “Hoi sorry he, tis hier met de tumor. Ik ga hier gewoon een beetje groeien zo, je zult nergens last van mij ondervinden, laat mij maar gewoon doen geen erg in hebben!”. Zo is het dus niet (of ja, eigenlijk ook wel… bij nader inzien). Een goedaardige tumor groeit ook, weliswaar trager, maar hij groeit en duwt alles weg op zijn pad. In Mereltje haar geval waren dat de oogzenuwen en -hou u vast- zo goed als ALLE grote bloedvaten in de hersenen. Alles zat gespannen rond het spul, de tennisbal, de tumor.

Misschien moeten we het spul een naam geven om het goedaardige te erkennen. We zullen hem Tim noemen. Tim Tumor. Tim zat er waarschijnlijk al van bij haar conceptie. Toen Mereltje nog maar een hoopje cellen was, dat in mijn buik uitgroeide tot een prachtige meid. Tim groeide heel erg traag maar mannetjes zoals Tim geven inderdaad geen klachten. Zo zijn ze. Traag en beetje ‘goedaardig’ he. Traag groeiend op het pad van de minste weerstand. Klachten komen er pas als dat pad te smal wordt en er daadwerkelijk dingen ‘in de weg’ beginnen zitten… Geluk bij een ongeluk (en meestal ook het eerst zichtbare symptoom) waren het de oogzenuwen. Een zichtbaar teken voor ons, dat het écht niet OK was, dat dringende actie vereist was… Ook al zijn kleine kleutertjes meesters in het compenseren van dingen.

Die actie is nu 10 dagen geleden. Tim moest eruit en wel heel dringend. Chirurgen had hij verbaast met zijn grootte. “Indrukwekkend groot” hoorde ik een assistent zelfs zeggen. Hoe zo’n mottige hoop cellen ‘indruk’ kan maken… Na 10 dagen zonder Tim konden we gisteren de ‘picu’ (pediatric intensive care unit) verlaten en kwamen we op kinderoncologie terecht. Zo’n afdeling die je enkel kent van ‘Kinderziekenhuis’ waar je dan in de zetel tranen met tuiten zit te bleiten voor het leed van andere ouders en hun kleine vechtertjes. Waar je dan luidop tegen je partner zegt: “als we daar maar nooit moeten zijn”… Nu zit ik hier zelf. Hoe snel kan het leven veranderen.

Dagen zijn gevuld met dokters, verpleegsters, kinesisten, ergotherapeuten, consulenten en nog meer mensen die zomaar komen binnen en buiten gelopen. ‘Hallo, ik ben …’ Alsof ik al die namen onthoud… 101 gezichten die passeren en Mereltje moeten zien, bekijken, meten, aanspreken…’t Kind heeft daar uiteraard ook niet altijd zin in. Als iedereen komt vragen “knijp eens in mijn hand”, “kijk eens haar hier”, “doe eens zo en doe eens dat”… Je zou van minder ambetant worden. Dat is ze dan ook. Ook het feit dat woordjes soms op haar lippen blijven hangen frustreert haar. Het moet heel erg confronterend zijn. Ook al staan kinderen daar misschien minder bewust bij stil.

Het is in elk geval confronterend voor ons. Plots is je kind niet meer hetzelfde. Het is een soort rouwfase waar je als ouder in komt. Een soort afscheid van het kindje van voor de operatie. Het vrolijke gekke Mereltje die ze was. Ze komt misschien terug, misschien niet. Ik herken wel haar maniertjes maar helemaal dezelfde zal ze waarschijnlijk nooit worden. Een leven vol medicatie en scanners staat haar te wachten. Voor ons een leven aan onzekerheid en schrik voor Tim die ooit nog kan terugkomen. Ja, het had erger kunnen zijn, dat besef ik ook. Het had wél kwaadaardig en snelgroeiend of uitgezaaid kunnen zijn. Het had kanker kunnen zijn en eentje die met geen chemo ter wereld kon weggejaagd worden. Ze had verlamd kunnen zijn of niet meer zelfstandig kunnen ademen. Dat is het dus niet. En daar zijn we enorm dankbaar om. Maar het is niet van de poes, ook de opvolging en de lange weg van revalidatie niet. Het al of niet bestralen van de restjes van Tim is nog een vraagteken (er zijn er nog héél veel). Tim is niet 100% vertrokken. Dat kon hij niet. Dan zou hij teveel kapot gemaakt hebben. Hij vond het daar zo gezellig dat hij zich overal had vastgeklampt…

Morgen mogen de draadjes uit haar hoofdje. Tussen haar haartjes zit nu een ‘ritsje’ waar Tim door gepasseerd is met zijn hebben en houden, goed verborgen onder haar krulletjes (wie ze kent weet hoe ongelooflijk mooi ze zijn). Later zal je er niets meer van zien. Iedereen brandt kaarsjes voor onze kleine meid en zo bijna alle duimen in Vlaanderen (en ver daarbuiten!!) staan in dezelfde richting. Dat steunt. Ook al staan we allemaal -wij ook- met onze rug tegen de muur… Voordeel daarvan is dat je enkel vooruit kan kijken. Achteruit heeft geen zin meer.

Dikke zoen

-X-

Merelmama

Toegegeven: ik gaf toe

Ik deed het: ik gaf toe aan mijn kleuter… Niet dat dit wereldschokkend nieuws is. Ik deed het al vaker en geef toe, jij doet het ook.
Maar ik gaf toe: BIG TIME. Ik hield haar thuis van de zwemles omdat ze niet wou gaan… *roll eyes*. Ik voel me er heel erg slecht bij lieve lezer… Maar laat ik het even kaderen voor u.
Ik neem u mee terug naar 3 weken geleden (of eigenlijk al bijna 4). Zondagochtend: zwemles. Lees: ’30 minutes of pure joy’ in het grote zwembad samen met leeftijdsgenootjes. Pure ontspanning denkt u meteen, toch? Nee. Deze keer niet. In de auto al begint het protest. “Ik wil niet zwemmen met de juf mama…” Eerst schoorvoetend, daarna luidkeels en oorverdovend om af te sluiten met zielig en triestig gesnik… Ik vind het al niet leuk. Ik wil haar niet te veel verplichten om dingen te doen. Ze moet al zo veel eigenlijk. Maar “zomaar toegeven” dat is ook tegen mijn principes, dus ik zet door en kleed haar om in de kleedkamer samen met de andere kindjes. Het gehuil is gestopt. Ok denk ik, so far so good. Tot de juf verschijnt en ze mee moet naar binnen. Terug haar keel open alsof ik haar naar de slachtbank heb gebracht. Moeders en vaders kijken mijn richting uit (althans zo lijkt het). Een bleitend kind werkt averechts op andere kinderen…Het trekt hun motivatie naar beneden (of dat maak ik ervan voor mezelf). 
Ik geef haar mee aan de juf en die ontfermt zich over haar. Ik kijk toe vanop het balkon naar de les. Ze zit nog wat te snikken maar doet wel flink mee. Gelukkig.

Ik besluit om de week nadien zelf met haar te gaan zwemmen. Bij wijze van oefening en ook omdat ze het al zolang vraagt. Ik ben het beu om mezelf dingen te horen beloven aan haar en die nooit tot uitvoering te brengen.
Dus de week nadien op zaterdag raap ik al mijn moed en bikini onderdelen bij elkaar en ga ik met haar naar het zwembad. Gezellige moeder-dochtertijd, zalig! In het kleedhokje bereid ik haar al voor: “Merel, we gaan eerst even oefenen in het grote bad en daarna gaan we spelen, ok?” -“Ja mama” knikt ze braaf. We gaan gezwind richting groot bad maar, ramp o ramp, we kunnen er nog niet in omdat er nog een zwemles bezig is. Nog 10 minuutjes mevrouw. Damn. Ik moet wel met haar naar het recreatiedeel want 10 minuten staan kijken naast een zwembad is ook geen optie met een popelende kleuter aan je hand. Ik herhaal nogmaals de oefenen-spelen-mantra en we gaan toch even plonsen. Na een kwartier komen we terug naar het grote bad. Zonder protest. Maar wat dan volgt is een HALF UUR aan mama die vraagt (op alle manieren, oh God, ALLE manieren) of ze wil inspringen en een koppige kleuter die halsstarrig NEE roept/bleit/zaagt/….. 

De spanning in mijn lijf bouwt op. Hoe kan je zo koppig zijn!! Ik voel woede opkomen en weer wegebben. Allerlei zinnen spoken door mijn hoofd, ik ben intern verscheurd door moedertwijfel. ‘Moét ze zit nu doen? Dram ik niet teveel door? Iedereen leert toch zwemmen uiteindelijk?’, ‘Nee, ze kan niet zomaar haar zin krijgen…’, ‘Zo moeilijk is dat nu toch niet, met haar seuterig gedoe’…. Ik blijf nog even staan/hangen in het bad met mevrouwtje op de rand tot ik er genoeg van heb. “Merel, we gaan naar huis!” Ik stap uit het bad en neem haar aan de hand. Ik had een groot drama verwacht, maar nee ze stapt gewoon mee! OK denkt ze bij zichzelf: missie geslaagd… Dat op zich maakte me enkel kwader. Resultaat: de dag nadien (zondag zwemdag) staat mijn hoofd absoluut niet op zwemmen of op les. Ik hou haar thuis (en maar goed ook want zo blijkt, de dag nadien staat ze vol windpokken!).

Was het de aankomende ziekte of gewoon haar extreme koppigheid die me deed overkoken? Ik weet het niet. Maar 2 weken later (lees: alle blaasjes zijn eindelijk verdwenen) liep ze weer te zagen dat ze niet wou zwemmen en ik gaf toe, lieve lezer. Ze moest niet gaan. Terwijl ze PERFECT had kunnen zwemmen… Alle gekheid op een stokje: ik voel me niet geslaagd als ouder. Ik voel me schuldig tegenover de zwemjuf. Ik voel me schuldig tegenover de medeouders, met wie het altijd gezellig praten was op zondagochtend. Ik voel me schuldig tegenover mijn innerlijke moederkloek die zegt dat het NIET ok is, om ‘zomaar’ toe te geven. Ik voel me schuldig tegenover mijn portemonnee en het weggesmeten geld (ze is nog maar 2 lessen van de 8 geweest….) Ouder zijn is niet simpel. Wie dat ooit over zijn lippen krijgt, heeft 300% géén kind(eren). 

Gefrustreerde Kus
-X-
Merelmama

Nest

Soms is het tijd om het wollige nest te verlaten. Het nest dat je gedurende jaren hebt opgebouwd.  Dag per dag heb je, je eigen plaatsje verdedigd en ingericht. Takje per takje, babbel per babbel, project per project. Als dan de dag komt dat het nest voor jou af is, is dat best confronterend. Het is toch mooi? Het is toch goed? De medebewoners zijn wel leuk? Je wil wel gewoon verder doen, maar toch wringt er iets. Het nest is ‘ok’ maar dat is het dan ook. Jij bent niet ‘ok’ met het idee om er nog langer in te blijven zitten. Wachten op… op wat eigenlijk ? Er zijn veel dingen in het nest die zeker niet ‘ok’ zijn…

Het is een druk komen en gaan in het nest. Meer gaan dan komen meestal. En telkens er een bewoner weggaat, zie je een glimp van de buitenwereld. En telkens wordt die glimp aantrekkelijker. En telkens vraag je ook waar de andere naartoe gaan en hoe het daar is/zou zijn…
De meesten komen nooit terug van de buitenwereld. Enkele wel en die komen dan terug met het verhaal dat “het ergens anders ook altijd iets is”. Een magere troost, lijkt mij. De meesten blijven weg en zijn ook (heel) blij dat ze weggaan. Dat is toch een raar idee?

Het hoofd buiten het nest steken is al niet simpel. Het rijmt niet met vertrouwen. Het voelt alsof je het nest bedriegt. Jij, die gaat kijken hoe het ergens anders zou zijn en dan nog wel allemaal achter de rug van de medebewoners, stel je voor! Je mag er ook niks over zeggen over je tripjes naar andere nesten. Het is geheim. Het moet tussen de werken door. Met leugentjes om bestwil soms… wat vreselijk van jou om zo te doen. Het ligt niet in je aard om te bedriegen en te liegen en toch…

Dan komt de dag dat je het letterlijk moet zéggen dat je naar een ander nest gaat. Dat alles al geregeld is. Dat ze op jou staan te wachten… 
Dat je eigenlijk vals geweest bent en het nest definitief gaat verlaten. Dat doet pijn. Dat is niet simpel. Je krijgt het niet goedgepraat in je hoofd, het past niet bij samenwerken en vriendschap. Maar toch weet je dat het in het andere nest beter zal zijn. Of dat denk je toch. Of misschien ook niet? Je weet het niet en dat is het moeilijkste.

Het andere nest is veel dichterbij. Misschien té dichtbij? Er komen wel opties open om andere dingen te doen, meer tijd. Dat willen we toch allemaal? Meer tijd. Terwijl de hoeveelheid tijd voor iedereen op aarde gelijk is. Maar het idee om ‘meer tijd’ te hebben is aantrekkelijk voor bijna iedereen. Vooral voor mama’s en papa’s. Zij hebben (een) klein(e) tijdvretertje(s) in huis. Daar kijk ik naar uit. Geen gehaast meer na(ar) school, meer fietsen, meer dochter, minder auto, meer ‘tijd’. En ook naar het nieuwe nest natuurlijk met nieuwe mogelijkheden, spannende dingen, nieuwe bewoners en nieuwe vanalles eigenlijk. Even terug alles leren, terug van af nul beginnen. Focus verleggen, beeld verruimen.

Ready –  set – go! 

Kus
-X-
Merelmama

PS: aan ons eigen nest bouwen we rustig verder, dat nest snel verlaten ligt niet meteen binnen mijn/onze betrachtingen 😉 

Geboortedag

Gisteren was het mijn geboortedag. De dag waarop ik 31 jaar geleden op deze aardbol kwam. De dag dat mijn mama en papa een extra speciale en levenslange titel kregen. ’s Ochtends werd ik al getrakteerd op een super schattige “Heppy Birthday toe joeee, in de wei staat een koeee en die koe zegt: “Aaiwovejoe” van dochterlief *smelt*. Op het werk kreeg ik verbaasde blikken die vonden dat werken op een verjaardag ‘not done’ was. En ’s avonds gingen we dan met z’n twee uit eten *eveneens smelt*. En voorbij was de dag. Vanaf vandaag antwoord ik dus 31 jaar als u mij naar mijn leeftijd vraagt. Een dag als een ander eigenlijk zo’n verjaardag.

Ik vind de verjaardag van mijn dochter eigenlijk veel specialer. Dan loop ik een hele dag met een smile tot achter mijn oren als in: “jaja, vandaag zoveel jaar geleden heb ik het gedaan: dat prachtige wondertje op de wereld gezet!” Het kind verjaart en mijn moederschap ook. Hartverwarmend. 
Ook dit jaar vraagt ze weer naar zo’n stapel pannenkoeken (10 vind ze gelukkig al een stapel) met kaarsjes op. Meer moet dat niet zijn voor een kind. Voor mijn kind in elk geval dan toch 😀 . Wél heeft ze al 2 A4 pagina’s vol met uitgeknipt speelgoed gekleefd. Als ze dan een reclame op de TV ziet, kruist ze haar armen en roept ze luid en zelfvoldaan: “Aja, dat heb ik al voor mijn verjaardag! Mama kijk, dat heb ik al!” Terwijl ik dan telkens heel ontnuchterend moet zeggen: “Nee Mereltje, je hebt dat gevraagd, maar daarom heb je het nog niet…”. Maar daar heeft ze eigenlijk geen oren naar. 

De tijd van speelgoedreclame (of zoals dochter zegt ‘zienclame’) op de TV is weer aangebroken. Overal komt de man met de rode hoed tevoorschijn, je kan er niet meer naast kijken. En elk jaar overvalt me het gevoel van “moeten-we-dit-weer-doen?”… Sommige ouders vinden het een “magische tijd”. Maar ik eigenlijk niet. Elk jaar denk ik, zouden we haar mee betrekken in de grootste leugen op de planeet (op kinderniveau dan toch)? Of zouden we haar opvoeden in een eerlijk gegeven van kadootjes van mama en papa in plaats van één of andere fake oude man met een aftands gehuurd kostuum en een plakbaard. Ik zal wel zwichten. Als ik haar gezichtje dan zie glunderen bij ‘Dag Sinterklaas’ met die piepjonge Bart Peeters en hoe ik zelf dan vol belangstelling mee kijk naar de “echte” Sint (want ieder van ons weet dat er maar één de “echte” is 😉 ) dan zal ik wel mee volgen met de horde. Al ga ik er dan niet al té veel poespas rond verkopen. Ja, ik zal wel haar lijstje volgen (ze had echt mooie dingen uitgeknipt!), want ik weet nog hoe het was als kind om datgene te krijgen dat je gevraagd had maar dan nét niet hetzelfde… 😀 Daarna krijgen we dan wel haar verjaardag, kerst, nieuwjaar,… alles op een paar weken. Nadeel van geboren te zijn in een feestmaand. Ze overleeft het wel en wij ook :D. 

Feestkus
-X-
Merelmama

Toen waren we (even) terug met 2

Een opeenvolging van bizarre zaken deze morgen: een rare groepsknuffel en kus in de keuken, manlief die door de zenuwen (ik ken mijn pappenheimer) een beetje stoïcijns en afstandelijk doet en dan moeder en dochter die staan te wuiven in het deurgat, naar de vertrekkende taxi die de oprit verlaat. Oorlogstaferelen schieten door mijn hoofd. De kroost die huilend staat te zwaaien naar vader die naar de oorlog vertrekt. Hun haren wapperen in de strakke Noordenwind en tranen biggelen langs hun wangen. Zo erg is het niet. Al pink ik wel een traantje weg. We zijn nog nooit zo lang apart van elkaar geweest. Het zal even raar doen.
Een weekje is hij weg, manlief. Een weekje op zakenreis. Een weekje clichés bevestigen, want dat moet je soms doen. Merel troost me “shhht stil maar, lieve mama”…

Ik was gisteren op zoek naar een aftelkalender voor Merel. Voor een peuter, excuseer kleuter, is het altijd handig om de zaken een beetje visueel voor te stellen. Net zoals ze zich 3 maand geleden ook geen beeld kon vormen van het begrip ‘vakantie’, zo kan ze nu evenmin het begrip ‘op reis gaan’ vatten. Ik begin te typen en google vult automatisch aan: ‘aftelkalender… tot papa terugkomt’. Mijn hart brak. Ik ben niet de enige moeder die het allemaal een beetje visueel wil voorstellen. Ik print een leuk exemplaartje af van Anna (wie kindjes heeft kent haar wel). Bovenaan staat duidelijk en in vette letters: “aftelkalender voor kindjes die hun mama of papa even moeten missen”. Je kan er dan op invullen:  “Ik, ……….moet nog ………. keer slapen en dan zie ik……… terug.  Elke dag kan je dan een kindje kleuren en het laatste kindje staat met de armen in de lucht van blijdschap.Wat een triest kalendertje eigenlijk.
We tellen samen af tot papa terug is. “Papa, heb jij ook zo’n kalender dan?” vraagt ze vol verwondering? “Ja hoor”, liegt papa een leugentje om bestwil.

Vandaag: De werkdag zit erop en ik ga mijn kleine spruit halen op school. We doen nog een paar boodschappen en thuis begin ik aan het eten. Ze vraagt niet naar papa. Ook niet als we effectief gaan eten. Want soms wil ze gewoon liever niet eten en wachten tot dat papa er is. Maar hedendaags is het wel meer dat papa later eet. Bouwen en al, you know! We gaan daarna nog samen in bad en éénmaal in bed begint ze haar mantra af te rammelen: “muziekje aan en de deur openlaten en papa nog komen”. Ze zegt het en ik hoor haar denken “oei nee, dat is niet juist”. Ik zet me naast haar en zeg duidelijk dat papa er niet is vandaag en morgen ook niet en overmorgen ook niet. Papa is met het vliegtuig in de lucht onderweg naar een ver land (nvdr Brazilië bestemming Rio de Janeiro *olé*) “Oké” zucht ze, “dan sturen we een zoen in de lucht hé mama!”
Ze gooit een kushandje boven haar hoofd met een luid smakgeluid erbij. “Maar dat is wel geen echte zoen hé mama, een echte zoen is roze en zo tussen meisjes en jongens en zo” grinnikt ze. Ik kus haar krullenbol en ze legt zich vredig neer. Dag 1 is al voorbij. So far, so good. (manlief hangt momenteel nog altijd boven de oceaan in de lucht, de spanning blijft… pffff)

Kusje
-X-
tijdelijk alleenstaande Merelmama

Vrouwenlogica

Gisterenavond had ik weer zo’n avond. Zo’n avond dat mijn humeur omslaat als een donderslag bij een heldere BBQ-hemel. En eigenlijk was het een beetje mijn eigen schuld. Woensdagavond is zumba-avond.
Al het hele (school)jaar eigenlijk, op een paar stopweken na.
Het was de laatste les en ik was al de hele dag van plan om te gaan. Of eigenlijk zo’n 90% van mij was dat van plan laat ons zeggen. De andere 10% was uitvluchten aan het zoeken. Ik had een redelijk stressvolle dag op het werk gehad, maar het was positieve stress en alles was goed verlopen dus dat was geen geldig excuus. Het was de laatste les en er zou toch niet veel volk zijn. Het was 30°C geweest vandaag. Ik had manlief al enkele avonden niet thuis geweten. Alle gekheid op een stokje: ik wou wel gaan, maar ik wou niet meer buiten. Een contradictie in terminis! Dus ik zei dat ik wel thuis wat oefeningen ging doen zo met een ‘goe muziekske’.
Manlief stemde toe (hij zou eens moeten tegenspreken).
Dus ik legde dochterlief in bed en deed alvast mijn sportbeha aan. In sportbeha en pyjamashort (lekker casual) kwam ik naar beneden en begon nog wat op te rommelen in het washok. “Ga je nu sporten of niet?” “Jawel, voor de TV he”.
Ik legde mijn matje klaar en zette youtube op, via de chromecast op TV. (hip hoi voor Google technologie). Ik begon met de buikspieren, gevolgd door de bilspieren. Oefeningetjes die ik nog wist van de postnatale lessen, haha!
Muziek was een beetje flauwtjes, een ander youtube-ke dan. Zoek eens op: ‘workout motivation music’. Wat je dan te zien krijgt is een hoop gespierde vrouwen die aan het “workouten” zijn in één of andere fitness. Zéér motiverend is het om halfnaakte, zwetende dames met maatje 0, in een hotpants te zien rondhopsen in een fitness, met een dubbelgespierde ‘personal trainer’ naast hen die nét dat tikkeltje te dicht staat.
Daar krijgt een mens vooral zin van om te sporten! Moest ik een (heteroseksuele) man zijn met een broek vol goesting, dan zou ik zeker gemotiveerd zijn *ahum*.
Maar dat ben ik niet.
Ik ben een moeder van 30 die probeert van een beetje aan haar fysiek te werken, op een woensdagavond, op een matteke uit de ikea en in haar pyjamashort met bollekes…

Beetje gefrustreerd zet ik een ander youtubeke op want mijn inspiratie voor oefeningen is ver te zoeken ondertussen…
Zumba 20-minute workout. Aha, ideaal en niet te lang, toppie!
Een wederom gespierde deerne begint met de warm-up. Ok, so far so good, deze oefeningen ken ik. Ik doe al jaren zumba, I kid you not! Dan gaat ze verder met de andere oefeningen. Ze doet elke oefening welgeteld 10 seconden. Daarna doet ze alweer iets anders. Ik mag dan nog een geoefend zumba-er (of hoe noem je dat zoiets?) zijn, maar het ging mijn petje te boven. Ik probeerde nog, maar ik stond eigenlijk over en weer te springen als een kip zonder kop. Je had het moeten filmen en versneld afspelen, je zou u dood gelachen hebben, gene zwans. Dus foert! Dat was het dan. Ik geef op!
Ik heb welgeteld 15 minuten bewogen.
Ik zweet wel, dus ik stap duidelijk gefrustreerd naar de keuken om wat te drinken. Daarna ga ik zonder een woord te zeggen in de zetel zitten en staar voor me uit.
Stomme youtube fitnesswijven.
De gewone vrouw met zo’n complexen opzadelen. Ik zucht nog wat en onder het verbaasde oog van een man die het helemaal niet snapt, ga ik naar boven om me te wassen. Ik scheer mijn benen en laat daarna een badje vollopen.
Ik zak nog wat onderuit in een halfvol bad en staar naar het plafond met de spin op.
En ik denk aan de was die nog beneden in de wasmachine zit, de strijk in de mand en hoe vuil ik mijn voeten eigenlijk vind na zo over en weer springen op de livingvloer.

-Zucht- was ik ook maar zo’n zwetende fitness deerne met een sixpack.

kus
-X-
Merelmama

 

Merelmama goes ECO (3)

Deze week was ‘de week van de korte keten’. Nee, niet de keten waarmee u moeder de vrouw aan de haard houdt. Wél de week van de korte ‘kringloop’ van het eten op uw bord. De tijd tussen het uit de grond/boom halen van de groente, tot aan het moment dat het, bedekt met bechamelsaus, uit uw oven komt. Die tijd kan heel wat korter meestal. Bijvoorbeeld door rechtstreeks groenten en fruit van bij de boer te kopen. Dan is de keten het kortst en is er het minste vervuild (door vervoer, koeling, distributie,….).
Maar kom, dit is geen bijles.
Ik wou alleen even kaderen dat ik deze week eindelijk eens op bezoek kon gaan bij de “zelfoogstboerderij” hier in de buurt.  Met dochter in de auto (nog moe van de zwemles) vertrok ik. Ik was nog te vroeg, dus even een omweggetje doen en daar stonden we dan. Een bruingebrande man met ‘crocs’ aan begroette ons: “zo dadelijk geef ik een rondleiding”, “prima!”. We waren nog alleen en een beetje onwennig. Ik voelde me al niet op de gelegenheid gekleed, dochter en ik in hetzelfde bloemenpatroon jurkje gehuld zijnde. Aha, daar kwamen nog mensen. En ze zagen er even doorsnee uit als wij, oef. Even had ik gedacht dat er enkel echte “geitenwollensokken-mensen” op af zouden komen. Ja ze bestaan, ik weet dat wel…

Maar na tien minuten wortel schieten (haha) begon de bruingebrande meneer aan de “rondleiding”. We keerden de hoek om en de velden in. Wat volgde was een, meer dan drie kwartier durende, uiteenzetting over alle gewassen die er te zien waren (duh, maar what the hell zijn nachtschadeplanten…). En door het ‘staan te staan’ luisteren in de bakkende zon, viel de waarheid me als een koe op het hoofd (wat een prachtig zelf samengestelde uitdrukking). Het knarsende zand tussen mijn ‘sandalentenen’ deed er ook al niet veel goeds aan.
Ik heb géén groene vingers, lieve lezer en ik zal er ook nooit hebben of plotseling krijgen, zoals ik idyllisch gezien wel dacht in dit geval. Het woord ‘zelfoogstboerderij’ deed me dromen van een wekelijkse, geweldig groene plukervaring en super gezonde groenten op mijn bord en voor mijn gezin. Ik zag me (insert Enya muziek) tussen de velden huppelen met een sjaaltje in mijn haar en een gevlochten mand en een lading katoenen zakken in mijn handen. Daar kon ik dan de groenten plukken die ik in mijn weekmenu had opgenomen. De groenten zagen er fris en stralend uit en ook véél beter dan in de winkel. Ik plukte er ook bessen die ik dan per soort in glazen bokaaltjes naast elkaar in mijn tas zette. Thuisgekomen kon ik ze dan in mijn prachtige keuken en kelder bewaren voor de dag dat ze op ons bord zouden belanden in hun vol ornaat. (end Enya muziek).
In realiteit stond er een hoop (bio)onkruid waar ik met de beste moeite van de wereld niet het verschil zou kunnen zien tussen groenten of onkruid. Prachtig voor de kenners, dat wel, maar ik als totale leek op vlak van kweken en oogsten, stond er een beetje bij en keek ernaar. Ook woorden als ‘ons jaarlijkse oogstfeest’ en ‘samenoogstdag’ klonken me een beetje wereldvreemd in de oren. Ik zag een lange rij tafels voor me met mensen gehuld in zelfgeknipte kleren en dito kapsels die zelfklaargemaakte gerechten en verhalen over zonsondergangen deelden. De bruingebrande man ging ook verder ‘brandneteltoppen en vogelmuur zijn ook eetbare zaken, dit heb ik dan ook gemeld aan onze leden’… Alsof ik mijn gezin dan plots zaken als dat zou willen voorschotelen
*eye roll*.
Een snuggere vrouw in de groep vroeg plots uit interesse welke groenten er momenteel te oogsten waren. Bruingebrande man stak van wal: “peterselie, warmoes, lookbloemen, spinazie, 3 soorten sla,….”
“Hallo kind en man, vanavond eten we peterselie met brandneteltoppen en lookbloemen, heerlijk!”. Nee, dit was het niet.
Toen bruingebrande man nog snel de installatie met de sla wou laten zien, sloeg ik af, weg van de groep en het veld af. Mijn uitgeputte dochter in mijn armen. Ik had nog even getwijfeld of het wel beleefd was om een rondleiding halverwege te staken, maar ik zou hier toch niet snel terugkeren, dus who cares…

Thuisgekomen hing ik de was te drogen en maakte ik zelf kruimeldeeg voor onze quiche met verse prei ‘van de boerin’ gelijk wij het hier noemen. Dat zal voorlopig volstaan zo denk ik. Geen geitenwollensokken boerderijen en oogstfeesten voor mij :).
Ieder doet het op zijn manier maar deze is voor mij voorlopig een brug te ver.

Eco-kus
-X-
Merelmama