Categorie: Weekendbezigheden

Komen spelen

Vorige week vrijdag is het de eerste keer “komen spelen” doorgegaan. Mijlpaal 300465 ofzo?
Een vriendinnetje van school dat komt spelen IN de vakantie bij ONS thuis, stel het u voor! De bel gaat. Met haar hoofdje schuin van schaamte en op haar teentjes draaiend doet ze de deur open (of ik, ze kan de voordeurklink nog niet draaien). Aan de andere kant van de deur staat net hetzelfde meisje, maar met blonde krulletjes en ook draaiend met haar voetjes. Daarachter staat een enthousiaste mama die duidelijk de instructies van het “komen spelen” nog eens overloopt. “M-tje, je mag hier nu met Mereltje spelen, mama gaat eventjes weg en dan kom ik straks terug om je te komen halen”. M-tje, is wel blij en besluit toch maar binnen te komen. De mama van M-tje drukt me op het hart om te bellen als er iets niet oké is. M-tje is de laatste dagen een beetje ziekjes geweest (zo gaat dat in vakanties).
De meisjes komen in de living en Merel vliegt meteen naar haar speelhoek. Fier als een gieter toont ze haar speelgoedjes. “Ja hoor M. (want échte vriendinnen hebben altijd voornamen met dezelfde letters, duh) DIT is mijn step en ze is van Peppa Pig” (stem slaat over van trots). Dan gaat ze naar haar bord: “en dit is een bord en je kan er op tekenen met krijtjes maar nu niet want dan zijn onze kleren vuil en dan is mijn mama niet blij” Haha, brainwash check :p! Ik hoor net mezelf bezig toen ik zelf klein was. Even fier en opgewonden als er iemand op mijn terrein kwam.
Ze beginnen met de popjes te spelen en ik trek me terug in de zetel, met een boek.
Waw, nice… Dit moet ik meer doen! De meiden spelen heel flink en zelfstandig. Ik luister geamuseerd vanachter mijn boek mee. Na een uurtje besluit ik een pannenkoek te bakken. Ze mogen helpen met het deeg en wachten flink tot alles klaar is. M-tje heeft er toch niet zoveel zin in, maar slurpt rustig van haar fruitsapje. Merel eet er dan wel 2 op (die is in een soort pre-winterslaap-eet/boef-modus gegaan tegenwoordig).
Ze spelen nog wat verder. Ik haal de plasticine boven en ze beginnen lustig rolletjes te rollen en pannenkoeken te bakken op het Ikea-tafeltje. Als het bijna ophaaltijd is, begint M-tje zachtjes te snikken. “Ik wil naar huis….” Ocharme, het kind is doodop. Zo drie-en-half uur spelen aan één stuk is toch wel vermoeiend blijkbaar. Ze zijn nog net geen 4 jaar. Ik zet nog even een tekenfilm op en ze ontspannen nog even in de zetel. De bel gaat. Enthousiaste mama pikt M-tje weer op en na een enthousiast uitgezwaai zakt Merel neer in de zetel. Pfff wat een vermoeiende middag denkt ze. Ik denk: het schattige begin van een mooie vriendschap…

Fiere kus
-X-
Merelmama

Tales from the crib…

Dit weekend was het alle hens aan dek ten (toekomstige) huize Merelmama. De vloerverwarming was op komst! Lees: de vloerisolatie moest gelegd worden en wel dringend. Een ‘jobke’ dat sneller uitgesproken was dan gedaan (zoals wel meer dingen dat zijn op een werf). Zaterdag ging ik meehelpen, of meekijken *ahum*. Met 4 man (waarvan 1 vrouw) aan een zelfde klusje bezig zijn, is niet bepaald handig. Dus trok ik me (op aanraden van manlief) terug op de bovenverdiepingen met een rol aluminiumtape en een bende ventilatiebuizen die vroegen om afgetapet te worden. Mijn ladderke, de buizen, de tape en ik. Aja en ook de tetterende Poolse dakwerkers op de achtergrond.

Eigenlijk vind ik dat wel ontspannend, zo werken op de werf. Fysiek niet echt, maar wel mentaal. Ik ben compleet gefocust op mijn taakje. In mijn geval: de buizen afplakken. Mezelf in bochten wringen en kijken hoe ik het gedaan kon krijgen, dat vind ik wel tof zo. Mijn (overdaad aan) lichamelijk testosteron krijgt dan ook telkens een boost als ik me in die werkbroek hijs. Een zwarte werkbroek, ge weet wel, zo één met véél zakken en verfvlekken op. Een erfenis die ik kreeg van mijn zus, toen zij op haar beurt vrouwelijk testosteron rondstrooide op haar bouwwerf. Als ik die broek aanheb, kan niemand mij iets maken. Dan heb ik ook in mijn hoofd de ‘ge-gaat-vuil-worden-schakelaar’ omgezet. Mijn steeds zwarter wordende vingers (van de tape) kunnen me dan ook niet deren en dat alleen is al een overwinning, al zeg ik het zelf 😀 . Als het echt te bont (vuil) wordt, heb ik wel altijd mijn paarse tuinhandschoentjes in mijn zakken zitten.

De dag schuift verder en het gaat allemaal maar traag vooruit. Gelukkig heb ik zo’n mama die de catering en de kinderopvang doet, waarvoor eeuwige dankbaarheid trouwens. Toen we klaar waren (toch voor die dag) had ze heerlijk stoofvlees en pudding voorzien om de innerlijke mens te sterken. Dat manlief de dag nadien ook nog tot 22u30 zou bezig zijn, was niet voorzien. Maar hey, het is afgeraakt (danku stiefpapa en vriend des huizes voor de extra handen)! Vandaag komt dan de voetjesverwarming en eind van de week de chape (‘de chape’, dat klinkt écht zo bouw-achtig he 😉 ) .

Het komt wel snor met ons huisje. Nog een héél druk half jaartje schat ik en dan is het tijd om nogmaals de verhuiswagen te reserveren. Ik kijk er naar uit om niet altijd over hetzelfde onderwerp te moeten babbelen. Met manlief, met collega’s, met familie, met jan en alleman. Ik kijk er ook naar uit om gewoon naar mijn zicht- en spaarrekening te kunnen kijken, zonder verrassingseffecten. Of om gewoon onze weekendjes samen te kunnen doorbrengen en niet meer te hoeven zeggen dat ‘papa nog aan het werken is’. Om op een zondagmorgen weer gezellig samen te kunnen ontbijten in onze pyjama en na te denken wat we die dag zullen doen. Ik wil terug mijn huishouden kunnen beteugelen, nuttige (!) weekmenu’s maken, ons zero-wasten op punt stellen en dan nog tijd hebben om iets leuks te doen voor mezelf. Nog even doorbijten. Voor manlief, on the frontstage en voor mij en Mereltje, behind the scenes.

Kus
-X-
Merelmama

 

Lezen lezen en nog eens lezen

Soms overlees ik mijn blogs. Dan verbeter ik schrijffouten (ja, altijd te laat) of dan mijmer ik een beetje. Voor mij is het alsof ik door een fotoboek blader. Herinneringen aan mooie en minder mooie momenten. Ik gooi ze allemaal te grabbel op het wereldwijde web zou je denken. En ja, in zeker zin is dat zo. Maar in een andere zin hoop ik dat lezers zich herkennen in mijn verhalen. Jonge moeders/vaders of oma’s en opa’s of iedereen eigenlijk die het wil lezen. Universeel schrijven. Online ja, want het tijdperk van de gazet en de rest van de geschreven dagbladen is tanend…

Even tijd voor reclame! *ahum*
Wie meer van mij wil lezen kan terecht in het jongerenmagazine ‘Transparant’ van vzw Graffiti.
Je kan via deze link elke 3 maand een nieuwe uitgave volledig online lezen. Mijn eerste artikel staat in nummer 73 trouwens 😉 .

Ik wil ook even een woordje placeren voor de Kinder- en Jeugdjury, waar ik nu mijn vierde jaar als begeleidster ‘werk’. Op www.kjv.be vind je meer informatie over de werking. Het is een stimulans creëeren, voor kinderen van de derde kleuterklas tot en met het vierde middelbaar, om te lezen. Het is samen met hen boeken lezen en beoordelen, leuke opdrachtjes en bijeenkomsten doen rond verschillende thema’s. Ik begeleid met veel plezier het eerste en het tweede leerjaar in de plaatselijke bibliotheek. Vragen staat vrij!

Genoeg reclame. En genoeg gelezen eigenlijk, er was eergisteren ook al een blog, niewaar?

kus
-X-
Merelmama

Merelmama goes ECO (3)

Deze week was ‘de week van de korte keten’. Nee, niet de keten waarmee u moeder de vrouw aan de haard houdt. Wél de week van de korte ‘kringloop’ van het eten op uw bord. De tijd tussen het uit de grond/boom halen van de groente, tot aan het moment dat het, bedekt met bechamelsaus, uit uw oven komt. Die tijd kan heel wat korter meestal. Bijvoorbeeld door rechtstreeks groenten en fruit van bij de boer te kopen. Dan is de keten het kortst en is er het minste vervuild (door vervoer, koeling, distributie,….).
Maar kom, dit is geen bijles.
Ik wou alleen even kaderen dat ik deze week eindelijk eens op bezoek kon gaan bij de “zelfoogstboerderij” hier in de buurt.  Met dochter in de auto (nog moe van de zwemles) vertrok ik. Ik was nog te vroeg, dus even een omweggetje doen en daar stonden we dan. Een bruingebrande man met ‘crocs’ aan begroette ons: “zo dadelijk geef ik een rondleiding”, “prima!”. We waren nog alleen en een beetje onwennig. Ik voelde me al niet op de gelegenheid gekleed, dochter en ik in hetzelfde bloemenpatroon jurkje gehuld zijnde. Aha, daar kwamen nog mensen. En ze zagen er even doorsnee uit als wij, oef. Even had ik gedacht dat er enkel echte “geitenwollensokken-mensen” op af zouden komen. Ja ze bestaan, ik weet dat wel…

Maar na tien minuten wortel schieten (haha) begon de bruingebrande meneer aan de “rondleiding”. We keerden de hoek om en de velden in. Wat volgde was een, meer dan drie kwartier durende, uiteenzetting over alle gewassen die er te zien waren (duh, maar what the hell zijn nachtschadeplanten…). En door het ‘staan te staan’ luisteren in de bakkende zon, viel de waarheid me als een koe op het hoofd (wat een prachtig zelf samengestelde uitdrukking). Het knarsende zand tussen mijn ‘sandalentenen’ deed er ook al niet veel goeds aan.
Ik heb géén groene vingers, lieve lezer en ik zal er ook nooit hebben of plotseling krijgen, zoals ik idyllisch gezien wel dacht in dit geval. Het woord ‘zelfoogstboerderij’ deed me dromen van een wekelijkse, geweldig groene plukervaring en super gezonde groenten op mijn bord en voor mijn gezin. Ik zag me (insert Enya muziek) tussen de velden huppelen met een sjaaltje in mijn haar en een gevlochten mand en een lading katoenen zakken in mijn handen. Daar kon ik dan de groenten plukken die ik in mijn weekmenu had opgenomen. De groenten zagen er fris en stralend uit en ook véél beter dan in de winkel. Ik plukte er ook bessen die ik dan per soort in glazen bokaaltjes naast elkaar in mijn tas zette. Thuisgekomen kon ik ze dan in mijn prachtige keuken en kelder bewaren voor de dag dat ze op ons bord zouden belanden in hun vol ornaat. (end Enya muziek).
In realiteit stond er een hoop (bio)onkruid waar ik met de beste moeite van de wereld niet het verschil zou kunnen zien tussen groenten of onkruid. Prachtig voor de kenners, dat wel, maar ik als totale leek op vlak van kweken en oogsten, stond er een beetje bij en keek ernaar. Ook woorden als ‘ons jaarlijkse oogstfeest’ en ‘samenoogstdag’ klonken me een beetje wereldvreemd in de oren. Ik zag een lange rij tafels voor me met mensen gehuld in zelfgeknipte kleren en dito kapsels die zelfklaargemaakte gerechten en verhalen over zonsondergangen deelden. De bruingebrande man ging ook verder ‘brandneteltoppen en vogelmuur zijn ook eetbare zaken, dit heb ik dan ook gemeld aan onze leden’… Alsof ik mijn gezin dan plots zaken als dat zou willen voorschotelen
*eye roll*.
Een snuggere vrouw in de groep vroeg plots uit interesse welke groenten er momenteel te oogsten waren. Bruingebrande man stak van wal: “peterselie, warmoes, lookbloemen, spinazie, 3 soorten sla,….”
“Hallo kind en man, vanavond eten we peterselie met brandneteltoppen en lookbloemen, heerlijk!”. Nee, dit was het niet.
Toen bruingebrande man nog snel de installatie met de sla wou laten zien, sloeg ik af, weg van de groep en het veld af. Mijn uitgeputte dochter in mijn armen. Ik had nog even getwijfeld of het wel beleefd was om een rondleiding halverwege te staken, maar ik zou hier toch niet snel terugkeren, dus who cares…

Thuisgekomen hing ik de was te drogen en maakte ik zelf kruimeldeeg voor onze quiche met verse prei ‘van de boerin’ gelijk wij het hier noemen. Dat zal voorlopig volstaan zo denk ik. Geen geitenwollensokken boerderijen en oogstfeesten voor mij :).
Ieder doet het op zijn manier maar deze is voor mij voorlopig een brug te ver.

Eco-kus
-X-
Merelmama

O-lijfje

Gisteren had ik de intentie om ramen te kuisen. Hiep hiep hoera!
U leest het goed: de intentie. Het wassen zelf is daadwerkelijk niet gebeurd…
Ik had me nochtans wel geprepareerd voor het hele gegeven. Lees: dikke fleece, jeans en de mentale instelling dat mijn handen gingen vuil worden. Enige tegenwerking was dat mijn super-de-luxe-karcher-ruitenkuisding (nieuw uit de doos kwam en bijgevolg) niet opgeladen was. HELAAS pindakaas… Het hele gebeuren kon niet doorgaan. Wat een afknapper ;).
Ik heb in de plaats wél, gelijk een echte, mijn olijfboom gesnoeid. Stel het u voor! Kleine geschiedenis: ik ben al een goeie 6 jaar de eigenaar van het boompje (ongeveer 1m20 groot is hij/zij) en we hebben zowaar een band gekweekt. In de winter als het koud is, zet ik hem/haar binnen als bescherming tegen de bijtende ‘vriezeman’. In de zomer mag hij/zij mij dan vergezellen bij een fris aperitief op het terras in de Vlaamse waterzon. Een soort wisselwerking of wederzijdse tegemoetkoming als het ware.
Dit jaar was mijn vriend echter niet zo tevreden. Wegens de dikke vrieskou had ik hem/haar even in de gang gezet in plaats van de gebruikelijke plaats in de garage (waar het evengoed vriest).
Nu dacht ik daar niks verkeerd mee te doen omdat de gang niet de warmste plek in het huis is én omdat olijfbomen wel wat warmte kunnen verdragen leek mij. Maar niets is minder waar. Meneertje/mevrouwtje verloor zachtjesaan de blaadjes. Alsof hij/zij stond te huilen van miserie in onze gang. Nu de vrieskou toch luwde en hopelijk het land uit was, dacht ik toch maar eens info te gaan vragen bij de plaatselijke bloemenhandelaar in verband met mijn trieste olijfboom. Die gaf me meteen een fles voeding mee (tegen betaling, duh) ‘voor als je hem water geeft’. Eerlijkheidshalve moest ik toegeven dat ik dit enkel deed als ik er aan dacht… (= niet veel). Maar van de combinatie van zijn/haar trieste takjes en de uitleg van de bloemist over snoeien en bijvoeden, kreeg ik zowaar compassie met het ding.
Thuisgekomen zette ik de schaar er in. Ik had op internet nog snel gelezen dat je een olijfboom niet verkeerd kan snoeien. Ideaal! De plant en ik lijken wel voor elkaar gemaakt en ik heb dus oprecht spijt van de tijdelijke verwaarlozing.

Dus lieve vriend: laat me niet in de steek en maak dat er tegen de zomer terug frisgroene blaadjes op je kruintje staan die mij kunnen doen dromen van verre mediterraanse reizen en sangria.
Dikke zoen van uw eigenaartje
-X-
Merelmama

De laatste, weeral…

Laatste dag van ’t jaar. Even tijd om terug te blikken, het lijkt alsof ik een oudejaarsconference voorbereid. Maar toch probeer ik dat, even mijmeren over het voorbije jaar. Ook al is het morgen gewoon een dag verder. Het is telkens als een hoofdstuk afsluiten. Een goed jaar of een slecht jaar. Op 1 januari kan je dan zeggen dat het achter je ligt, ook al is het in wezen maar een paar uur geleden. Je schuift op.

Een jaartje ouder of zoals mijn jongere zusje ooit op 2-jarige leeftijd de wijze woorden sprak op 1 januari: “Gelukkige verjaardag voor mensen!”. Gelijk had ze, op 1 januari zijn we allemaal een jaar ouder. Als je op jaartallen telt natuurlijk.
Ouder en wijzer *ahum*. 2018 al seg… Ik herinner me oudjaar 1999 alsof het gisteren was. Als kind was oudjaar HET hoogtepunt van het jaar, naast Carnaval. Dat wat ook een toppertje. Oudjaar 1999, toen reden we met de familie, in een mobilhome, naar het vuurwerk in Antwerpen. Onderweg pikten we nog een tante en nonkel op en geladen met flessen (kinder)champagne (cava, dat was toen nog niet) reden we uitgelaten, rond middernacht naar Linkeroever voor het grote spektakel. Wat een belevenis.
Vuurwerk heeft me altijd geboeid. Diep in mij zit een klein (genetisch, how obvious) pyromaantje verborgen. Met oudjaar wil het altijd even komen piepen. Ware het niet dat onze gemeente nu ook een complete vuurwerkstop heeft ingevoerd dit jaar. Boeeeh!! Meer dan kleine voetzoekers, grotere ‘sterrenschijters’, Star Wars vuurspuwende zwaarden en luide sissende minipijltjes met parachuteventjes aan, heb ik nooit aangestoken hoor. Maar als ik een vuurwerkwinkel (lees: Nederlandse Boerenbond deze periode van ’t jaar) binnenstap, dan kriebelt het wel om zo een grote rol te kopen die zichzelve afvuurt. Waaaw, de kick in het aansteken ervan. Familiale toeschouwers met bange ogen op een veilige afstand en ik die dan, triomfantelijk en in mijn kortste feestelijke minirok, het hele spul aansteek. Moehahahaha!! De lonten om dit te doen liggen wel nog ergens in een schuif, voor moest het ooit nodig zijn…

Maar: mijmeren gingen we doen. Bij deze steek ik van wal. 2017 begon voor mij een beetje donker. We waren net verhuisd naar onze eigen stek (lees: huis van mijn stiefpapa) en alles viel zowat in de plooi. Buiten ik. Mijn plooi werd groter. Ik viel in een zwart gat. 2017 zou een jaar worden zonder mijn beste vriendin en zonder “grote” dingen. Geen huizen verkopen, scheidingen, ex-mannen die verhuizen naar ’t buitenland, niks van dit. Niet dat het dingen waren naar waar ik zat af te tellen, maar het was gewoon afgerond. Op papier toch. Gewoon een jaar met ons 3. Van 4 was er nog geen sprake. (nu ook nog altijd niet, pff). In januari nog maakte ik mijn eerste afspraak met de psycholoog, waar ik nu nog altijd naartoe ga. Zij hielp me er weer wat bovenop, al heb ik tranen met tuiten gehuild in haar kabinet. Vooral de eerste gesprekken, waar ik “de situatie” moest uitleggen. Ze schrok en zei dat het niet abnormaal was dat ik eronderdoor zat. Ik had een hele grote rugzak…
De rugzak is niet verkleind, maar wel ruimer geworden. Het hele boeltje is wat compacter en draaglijker nu. Soms blaast het wel nog eens op, zoals een paar maand geleden als de ex-man dan plots weer ‘live’ voor je neus staat… Of rond de periode van het overlijden van D. Bij perioden van stress op het werk, dan ook. Dan kan alles ook plots teveel zijn. En misschien moet ik hierover dit jaar maar eens een besluit nemen. Het wiel omgooien of niet. Het schrikt me af, maar toch ook niet. Ik zie het wel, ik zie wel wat 2018 brengt. Hopelijk ook een bezoek van de ooievaar, maar die is me niet zo goed gezind. Ik denk dat ik een oud exemplaar te stekken heb, eentje die regelmatig de weg kwijt is. Maar goed, hij heeft me vorige keer gevonden, dus nu misschien ook wel.
2017, het was een jaar van ups en downs. Maar is dit niet elk jaar? Ups zoals Hong F*cking Kong, Parijs, kamperen met een peuter, en The Big Three-O party niet te vergeten! Maar ook beetje downs zoals zo van die dagen en peuterpubers die grijs haar triggeren.
Maar goed, in 2018 staan er ons grootste dingen te wachten. HET HUIS! Het grote geweldige huis waar we zo naar uitkijken. In januari beginnen we eraan. De lap grond met het metershoge onkruid op, wordt onze nieuwe thuis. Waaruit we hopelijk niet meer hoeven te verhuizen. Die we kunnen inrichten naar onze goesting en waar we (hopelijk) nog veel kindjes in mogen te slapen leggen :). Stressy, dat wel. Maar hier hebben we zelf voor gekozen, of was het toch een beetje “het lot” die zo snel de goedkeuring van onze applicatie voor de grond in de brievenbus gooide?
Voor de rest gaan we genieten van onze steeds groter wordende meid. Die met haar babbel al zeker niet moet onderdoen voor een 4-jarige, al is ze net 3. Zalig hoe de kinderlogica zijn intrede doet. Of hoe “Nee mama, ik ben Merel!” telkens weer het antwoord is op mijn kleine liefkozende benamingen voor haar. Hoe ze nog luid kan schaterlachen als ik haar bij het instoppen nog kriebel of “het kusjesmonster” bovenhaal. Of hoe ze, tot vervelens toe, al van ver kan ruiken (waw, wat een gave!) dat iets NIET lekker is. En nog altijd het zich dramatisch-op-de-grond-gooien als de zin niet wordt doorgedreven, maar hier gaan we nog wel even inzitten in die fase vrees ik.
En dan ook de spannende gebeurtenis van het tante worden in januari! Hip hoi, wat kijk ik er naar uit. Een klein poppemieke om rot te verwennen. En een groot poppemieke voor Merel, die in het jongenswereldje (6 neefjes en 1 nichtje) nu al haar mannetje staat. Mijn kleine zusje, dat zal ze altijd zijn, die mama wordt. Waar is de tijd dat we samen in bad “protjes” lieten in de speelgoedemmer? :D. Ik wil je bijstaan met raad en daad, dag en nacht. Kleine prinsesjes opvoeden, het wordt ons ding zus, ik voel het aan mijn kleine teen!

Voor de rest wens ik ieder van jullie “de beste wensen” maar omdat dat zo hol klinkt: gewoon veel plezier met elkaar, voor elke dag van ’t komend jaar (rijmen en dichten zonder mijn gat op te lichten, haha). Een lach en een traan van blijdschap en vooral een goede gezondheid, want het staat als een paal boven water dat dit de basis is van alles!

Dikke kus en tot volgend jaar met véél Merelmama, want: wie schrijft, die blijft, nem!
-X-
Merelmama

 

The big three O

Zondag is het zover. Ik verander van tram, gelijk ze zeggen.
Misschien is het dan even tijd om eens stil te staan bij hoe het leven mij behandeld heeft tot hiertoe. Allereerst wil ik wel zeggen hoe dankbaar ik wél ben dat ik, gezond en wel, tram 3 heb mogen halen. Mijn lieve D. is helaas echter nooit verder geraakt dan de laatste wagon van tram 2. Dus dat gezegd zijnde, hoe had ik mijn leven voorgesteld als ik 30 zou zijn? Geen idee eigenlijk. Misschien zat ik wel al iets “verder” dan ik nu zit, maar ik heb natuurlijk wel een paar omleidingen gehad met mijn huidige tram. Dus heel ver van mijn ‘ideaal’ idee zit ik niet. Maar dan ook ineens, hoe ‘ideaal’ is ‘ideaal’. Wat is een ‘goed’ leven? Dat het niet is van: trouwen met je jeugdliefde, huisje-tuintje-boompje-kindje, dat weet ik al ondertussen.
Ik had me inderdaad misschien wel voorgesteld om een eigen huis te hebben en minstens 2 kinders. En eerlijk gezegd zit ik daar niet ver af. Al is het huis wel dichter in de buurt dan de 2 kinders, maar soit. Daar zal ik ook wel eens over uitweiden, niet nu. Maar hey, ik word 30 for crying out loud! Wat een oude doos ben ik bijna! Vroeger als kind dacht ik iemand van 30, die heeft alles al voor elkaar. Dat was al lang een volwassene! Zo voel ik me niet echt hoor. Ik voel mij in mijn hoofd nog steeds 20. En zoals een tante mij ooit vertelde bij mijn 21e verjaardag, zo voel je je ook nog als je 70 bent. In’t koppeke blijf je even oud. Enkel de verpakking verouderd en veranderd. Van de verpakking mag ik nog niet klagen, dat wel. Goeie genen hebben ze bij ons. Ik heb op mijn 30, nog 3 van mijn grootouders. Dat kunnen ook niet veel mensen van mijn leeftijd zeggen eigenlijk. Ik mag er niet aan denken dat ik ze alle 3 nog zal moeten afgeven. Hopelijk in een nog zo ver mogelijke toekomst.

Trouwens, in een volgende blog geef ik ook wel eens een update over het hele huis-gebeuren. Al wil ik er hier geen bouwvakkersblog van maken hoor, no worries ! Veel beloven, nu moet het nog geschreven worden ook, hoor ik u denken!
November is een drukke maand. Afgezien van de week verlof die we hadden. Die is ondertussen precies al zo lang geleden! De pluizenbol in mijn hoofd was even verkleind maar is terug opgewold, door omstandigheden, laat ons zeggen.

De storm zal wel weer gaan liggen. Toch blij dat mijn psychologe terug is. Mijn hart bij haar luchten voelt toch altijd goed. En ik schaam me daar niet voor.

Ziezo, een beetje-vanalles-blogje op vrijdagavond.
Nu ga ik nog even zitten en dan onder de wol kruipen. Een dochter die 2 keer per nacht wakker wordt, is geen aanrader. Maar er zijn ook ergere dingen natuurlijk :).

Kus
-X-
Merelmama