Categorie: Weekendbezigheden

Orsay voor beginners

1 dag tot D-day. We proberen extra te genieten vandaag. Op posters in het dorp zagen we dat er vandaag markt is in Saint-Rémy-lès-Chevreuse, een naastgelegen dorpje. We rijden ernaartoe na een lekker zondags ontbijtje met de verplichte Franse croissant en stokbrood (van de bakker achter de hoek en eigenlijk toch niet zo super lekker…).

We komen aan in het dorpje rond 11u30. In een parkje rondom een speeltuin staan allerlei kraampjes die de kunsten van lokale pottenbakkers en -baksters tentoonstellen. We kuieren rond met de buggy (zonder is moeilijk met een dochter die amper 5 stappen wil zetten #onzeeigenkabouterlui) onder het waterzonnetje . De geur van BBQ hangt er in de lucht en we zien een gedateerd parochiecentrum met rondhossende parochianen die als kleine mieren druk in de weer zijn. Er is een kraam met zelfgemaakte (dat zie je) pizza’s en quiches die je dan ter plaatste kan warmen in de microgolf en er klinkt gezang. Als we beter kijken, zien we mensen in witte gewaden. Het is de plaatselijke pastoor en zijn dienaars. De mis, die voor de gelegenheid buiten plaatsvond, is net gedaan en we horen de laatste gebeden die lustig worden meegezongen door de onderdanen. Een heel katholiek dorpje, zo blijkt. De sfeer is idyllisch, het is eigenlijk best grappig en uniek om hier deel van uit te maken als ‘buitenstaander’. Na wat rondjes op en af de speeltuin gaan we zitten aan de tafeltjes onder de luifels. We bestellen een drankje, aperitieven mee met de parochianen en kijken naar een vrouwenclub die gehuld in lange rokken een dansje opvoert. Ze beginnen met hoela-achtige rustige dansbewegingen en gaan dan plots en geheel onverwacht over naar Beyoncé en consorten. Manlief en ik schieten in de lach. Waar zijn we nu toch weer terechtgekomen. Na het hoelahoepgedans volgt een speech van de stage-pastoor die afscheid neemt. Hij keert terug naar zijn eigen parochie versta ik uit het Frans gewauwel. Een gigantische “Zwarte Madonna” wordt cadeau gedaan aan de parochie. “C’est le monde à l’envers” giechelt weer een andere pastoor die voor vandaag zijn feestelijkste collaar uit de kast haalde. Er weerklinkt luid applaus. Stage-pastoor en collaar-pastoor nemen afscheid en de voorzitter (van iets) kondigt de plaatselijke harmonie aan. Ik heb me nog een sangria-in-plastic-beker besteld en we eten een opgewarmd, met liefde gemaakt, stuk pizza op samen.

Plots komt een man ons de hand schudden. Aan het kruisje op zijn vest gespeld te zien, is het nóg een andere pastoor (het wemelt hier!). Hij kent ons niet zegt hij en vraagt van waar we afkomstig zijn. Ja, je moet dan vertellen waarom je hier bent en ja, dan zijn er rare en ongemakkelijke blikken die uitgewisseld worden. Meneer pastoor vraagt of we hier alleen met ons 3 zijn en daarop kunnen we ook enkel ‘ja’ antwoorden. Niet dat dat voor ons een probleem is, maar voor hem blijkbaar wel. Hij neemt afscheid en manlief neemt dochter nog eens mee naar de speeltuin. Ik nip aan mijn sangria-in-plastic en geniet verder van het concert vanop mijn bankje. Ze spelen wat hoempapa maar gaan dan over naar de Harry Potter soundtrack begod (no pun intended) ! 🙂 De instrumenten zijn niet super gestemd, maar het is wel leuk en gezellig. Ik geniet van het moment en laat me meevoeren door de sfeer. Plots komt meneer pastoor (met het kruisje op de vest) weer naast mijn bankje staan: “Bonjour, ici c’est Clothilde, aussi une jeune maman et euhm… ah oui, débrouiller-vous !”. Een mama met 2 kleine kinderen rond haar rok kijkt me aan en lacht. En is het de sangria of de zondagse sfeer, maar ik voel geen enkel probleem met de situatie. OK het is een beetje ongewoon maar ik laat het op me af komen. Clothilde begint met wat vragen te stellen, meneer pastoor heeft haar wel al een beetje ingelicht hoor ik. Ik antwoord in mijn beste Frans en omdat ik zo ontspannen ben, lukt het me aardig, al zeg ik het zelf.
Ze vertelt dat ze huismoeder van 5 zonen is en dat haar man zowat hier en daar werkt in Parijs, als consultant denk ik dan bij mezelf. Ze wonen in de buurt en ze vertelt dat het feest een jaarlijkse traditie is, die altijd veel volk trekt. De zon komt door de wolken en er wordt wat verteld over koetjes en kalfjes en de reden waarom we hier zijn. Ik kan zelfs bijna de volledige voorgeschiedenis van Merel vertellen in het Frans (duh, anders verstond ze mij niet). Ik probeer uit te leggen van waar we afkomstig zijn, maar steden zoals Gent of Antwerpen lijken haar compleet onbekend. Toch bizar eigenlijk, wij als Belgen horen toch wel een belletje rinkelen bij steden als Lyon, Lille of Parijs? (En, even off topic, Fransen horen bijvoorbeeld ook niet dat wij Nederlands praten. Ze herkennen de taal van een buurland gewoon niet #wereldvreemd?).

Manlief komt terug van de speeltuin en Merel doet haar intrede. Ik hoor Clothilde bijna luidop denken “aan dat kind is toch niks te zien?”. Ze vraagt of we de spelletjes al gezien hebben en troont ons mee naar achteraan het parochiecentrum. Merel krijgt een bonnetje van zoon 1 en speelt een spelletje cadeautjes-vissen-in-een-ton. Zoon 2 gaat verderop met de blikken gooien. Zoon 3, 4 en 5 zijn bij de scouts, zo blijkt. Manlief gaat ondertussen meer bonnetjes kopen want dochterlief heeft natuurlijk niet genoeg aan 1 spelletje en 1 totaal-nutteloos-en-op-5-minuten-kapot-speelgoedje. Daar verschijnt de man van Clothilde, zij zelf is ondertussen met de kinderen al in het feestgejoel verdwenen. De man, Alexis, stelt ook wat vraagjes en er wordt een beetje over de buurt verteld. Ik probeer het gesprek stilletjesaan af te ronden, want we kunnen niet blijven bonnetjes voor stomme speelgoedjes blijven kopen en de zon schijnt ondertussen fel en dochterlief haar parelwitte huidje is nog niet ingesmeerd met de zonnecrème die in de auto ligt (natuurlijk). Alexis vraagt of ik zijn nummer wil hebben, voor moesten we zin hebben in een wandeling in de buurt met de kinderen. In mijn naïviteit zeg ik ja en ik geef ook mijn nummer en emailadres, you never know.

Thuisgekomen kijk ik naar het pamfletje waarop hij zijn nummer noteerde en waar ik “niet naar moest kijken” volgens hem. Een folder over “Alpha” een religieuze vereniging die infoavonden over Jezus en de zijnen organiseert. Een sessie van 12 avonden gaande van “wie is Jezus” tot “hoe kan ik bidden integreren in mijn dagelijks leven”. Onderaan de folder staan de beide namen van het koppel en dus nu ook zijn gsm-nummer. Ik voel me een beetje bekocht. Was het allemaal maar een opgezet spel tussen pastoor en parochianen om ons als “verloren gezin” naar zo een infoavond te lokken? Is Saint-Rémy-lès-Chevreuse stiekem een sekte die door middel van dorpsfeesten nieuwe leden lokt? Ik denk het niet, want ik geloof in de goedheid van de mens, maar toch voel ik me wel een beetje bedot, ook al vond ik het best een superleuke namiddag. Ik ben niet tegen religie en ik ben zeker niet tegen geloof op zich, maar wel tegen stiekeme bijbedoelingen… Ik laat het nummer voor wat het is en voel me wel gelukkig hier zo zonder pottenkijkers of medelijhebbende parochianen.

We zijn nu na 1 week al goed gewoon aan de woning die we huren. Ze is redelijk groot en er zijn heel veel deuren en (in het donker bijna griezelige) kamertjes maar het begint wel een klein beetje als “thuis” te voelen. Ik draaide al een eerste wasje en heb al een paar keer gestofzuigd. Dat helpt bizar genoeg ook aan dat “thuis” gevoel. De bestralingen zijn goed gestart en geloof mij vrij, dat is geen bijzaak omdat ik dat hier in ’t kort vermeld, maar we zien wel wat het geeft op dit gebied. Gelukkig is er op dit vlak nog niet veel te melden. De dagelijkse verdoving zal nog het meeste last geven denk ik. Het kan niet anders dan zo, vraag eens aan je kleuter van vierenhalf om 10 minuten muis en muisstil te liggen… als jouw kleuter dat kan, geef mij gerust een belletje!

Zo, lieve lezer, uw Merelmama-honger is weer even gestild neem ik aan. Dit is er eentje waar u even tijd voor nam denk ik, ik ook trouwens 🙂 . Tot een volgende!

een-geruste-we-zijn-eindelijk-vertrokken-met-de-trein-zoen
-X-
Merelmama

Honderd

100 blogs, 100 mijmeringen, 100 wist-je-datjes over mijn leven en mijn oogappel Merel. Tijd om even terug te blikken…

Mijn titel Merelmama kreeg ik toen ik op een vroege ochtend aan het einde van mijn zwangerschap vroeg aan mijn bolle buik: “Kom je nu bij mama, lieve Merel?” En daar was ze, slechts enkele uren na mijn vraagje, op 13 december 2014. Een moment dat ik niet hier beschreef maar dat tastbaar staat gebrand in mijn geheugen. Een moment van opperst geluk.

Beginnen met mijn schrijvend verhaal deed ik op 7 augustus 2015, vandaag exact 45 maanden geleden, met een onhandig eerste blogje over mezelf als (toen) ongewild alleenstaande mama met een prachtige baby van 8 maand oud. Het werd een website over ons, zij en ik, over hoe wij het deden alle dagen, over hoe zij het deed in de grote wereld.
Haar eerste verhaaltjes staan beschreven, haar doopsel (een geweldig fijne dag), haar eerste verjaardag, hoe ze de eerste keer met een rietje dronk en ook hoe fier ik was op mijn klein peutertje dat alles uitprobeerde.
Ik vertelde over haar woordjes, haar praatjes, haar geweldige humor in ontwikkeling of over hoe we tranen van fierheid deelden op haar eerste schooldag. Wat ben ik blij, lieve lezer, dat ik deze momenten heb beschreven en dat ik ze kan lezen en herlezen wanneer ik dat wil. Mijn dagboek, mijn geest die vloeibaar is geworden en in lettertjes omgezet.

Mijn blog werd ook een plaats waar ik vertelde over mezelf. Over hoe ik nieuwe producten leerde kennen (haha) of hoe ik voor de eerste keer een bijna-dood ervaring had op de skilatten (again haha) en ook het wonder van onze zero-waste ervaringen niet vergeten! Je kon er, tussen de regels door ook lezen over mijn eerste ontmoeting met B. mijn Merelpapa, mijn ultieme rots in de branding. De man die me overeind hielp/helpt staan. Die me toen (ook al 4 jaar geleden) uit het niets zichtbaar en onzichtbaar troostte op allerlei manieren. Zijn eigen maniertjes, waar ik zo gek van ben (en ook van word soms, maar dat hoort zo). De man die nu steen per steen (plaat per plaat in ons geval) bouwt aan ons eigen nestje. Via deze weg ook een ongelooflijke merci daarvoor en voor alle dingen gewoon, maar dat weet hij wel. ❤
Ik schreef open en bloot over moederfouten en over mijn onzekerheid als mama soms. Over hoe het soms niet altijd makkelijk is. Over de minder lollige dingen die mijn levenspad kruisten. Over mijn scheiding op 27 jaar, over de verkoop van mijn eerste huis, en de daaraan gekoppelde twijfels en gevoelens. Over dingen die mijn leven op zijn kop hebben gezet. Met uitroeptekens !!!! Over de intrede van kanker, het woord dat ik voluit schrijf omdat we niet bang moeten zijn om het te benoemen. Door het niet uit te spreken, blijven we niet gespaard. Het verlies van mijn beste vriendin D. in 2016. Een gebeurtenis die me getekend heeft voor het leven, die me liet zien (voor de eerste keer) hoe vluchtig het leven is, hoe snel onze tijd hier toch voorbij kan zijn.

Ik schreef ook over hoe de BOM viel op ons gezin op 26 december 2018 en een tweede keer 4 maanden later op 28 maart 2019. Merelmama kreeg plots een andere wending en een andere sfeer. Geen lollige weetjes over peuters, maar pure ernst. Verslagen over ziekte en kanker. Verhalen over onwetendheid en onweders die dreigend in de lucht hangen. De “leescijfers” gingen de lucht in, het aantal reacties op mijn blog steeg. Dankjewel daarvoor. Gelezen worden is voor mij hetzelfde dan gehoord worden, zij het dan in stilte. Het geeft me kracht op één of andere manier.

Afsluiten wil ik doen met een gedichtje dat ik schreef voor ‘Transparant’, een jongerenmagazine uit Gent. Ik schreef het met ons eerste verblijf in het ziekenhuis in gedachten.

Dank je lieve lezer om de voorbije 100 blogs te volgen. Ik hoop er nog véél te schrijven en hopelijk nu enkel in stijgende lijn qua sfeer 🙂 ❤

Dikke Kus
-X-
Merelmama

Toegegeven: ik gaf toe

Ik deed het: ik gaf toe aan mijn kleuter… Niet dat dit wereldschokkend nieuws is. Ik deed het al vaker en geef toe, jij doet het ook.
Maar ik gaf toe: BIG TIME. Ik hield haar thuis van de zwemles omdat ze niet wou gaan… *roll eyes*. Ik voel me er heel erg slecht bij lieve lezer… Maar laat ik het even kaderen voor u.
Ik neem u mee terug naar 3 weken geleden (of eigenlijk al bijna 4). Zondagochtend: zwemles. Lees: ’30 minutes of pure joy’ in het grote zwembad samen met leeftijdsgenootjes. Pure ontspanning denkt u meteen, toch? Nee. Deze keer niet. In de auto al begint het protest. “Ik wil niet zwemmen met de juf mama…” Eerst schoorvoetend, daarna luidkeels en oorverdovend om af te sluiten met zielig en triestig gesnik… Ik vind het al niet leuk. Ik wil haar niet te veel verplichten om dingen te doen. Ze moet al zo veel eigenlijk. Maar “zomaar toegeven” dat is ook tegen mijn principes, dus ik zet door en kleed haar om in de kleedkamer samen met de andere kindjes. Het gehuil is gestopt. Ok denk ik, so far so good. Tot de juf verschijnt en ze mee moet naar binnen. Terug haar keel open alsof ik haar naar de slachtbank heb gebracht. Moeders en vaders kijken mijn richting uit (althans zo lijkt het). Een bleitend kind werkt averechts op andere kinderen…Het trekt hun motivatie naar beneden (of dat maak ik ervan voor mezelf). 
Ik geef haar mee aan de juf en die ontfermt zich over haar. Ik kijk toe vanop het balkon naar de les. Ze zit nog wat te snikken maar doet wel flink mee. Gelukkig.

Ik besluit om de week nadien zelf met haar te gaan zwemmen. Bij wijze van oefening en ook omdat ze het al zolang vraagt. Ik ben het beu om mezelf dingen te horen beloven aan haar en die nooit tot uitvoering te brengen.
Dus de week nadien op zaterdag raap ik al mijn moed en bikini onderdelen bij elkaar en ga ik met haar naar het zwembad. Gezellige moeder-dochtertijd, zalig! In het kleedhokje bereid ik haar al voor: “Merel, we gaan eerst even oefenen in het grote bad en daarna gaan we spelen, ok?” -“Ja mama” knikt ze braaf. We gaan gezwind richting groot bad maar, ramp o ramp, we kunnen er nog niet in omdat er nog een zwemles bezig is. Nog 10 minuutjes mevrouw. Damn. Ik moet wel met haar naar het recreatiedeel want 10 minuten staan kijken naast een zwembad is ook geen optie met een popelende kleuter aan je hand. Ik herhaal nogmaals de oefenen-spelen-mantra en we gaan toch even plonsen. Na een kwartier komen we terug naar het grote bad. Zonder protest. Maar wat dan volgt is een HALF UUR aan mama die vraagt (op alle manieren, oh God, ALLE manieren) of ze wil inspringen en een koppige kleuter die halsstarrig NEE roept/bleit/zaagt/….. 

De spanning in mijn lijf bouwt op. Hoe kan je zo koppig zijn!! Ik voel woede opkomen en weer wegebben. Allerlei zinnen spoken door mijn hoofd, ik ben intern verscheurd door moedertwijfel. ‘Moét ze zit nu doen? Dram ik niet teveel door? Iedereen leert toch zwemmen uiteindelijk?’, ‘Nee, ze kan niet zomaar haar zin krijgen…’, ‘Zo moeilijk is dat nu toch niet, met haar seuterig gedoe’…. Ik blijf nog even staan/hangen in het bad met mevrouwtje op de rand tot ik er genoeg van heb. “Merel, we gaan naar huis!” Ik stap uit het bad en neem haar aan de hand. Ik had een groot drama verwacht, maar nee ze stapt gewoon mee! OK denkt ze bij zichzelf: missie geslaagd… Dat op zich maakte me enkel kwader. Resultaat: de dag nadien (zondag zwemdag) staat mijn hoofd absoluut niet op zwemmen of op les. Ik hou haar thuis (en maar goed ook want zo blijkt, de dag nadien staat ze vol windpokken!).

Was het de aankomende ziekte of gewoon haar extreme koppigheid die me deed overkoken? Ik weet het niet. Maar 2 weken later (lees: alle blaasjes zijn eindelijk verdwenen) liep ze weer te zagen dat ze niet wou zwemmen en ik gaf toe, lieve lezer. Ze moest niet gaan. Terwijl ze PERFECT had kunnen zwemmen… Alle gekheid op een stokje: ik voel me niet geslaagd als ouder. Ik voel me schuldig tegenover de zwemjuf. Ik voel me schuldig tegenover de medeouders, met wie het altijd gezellig praten was op zondagochtend. Ik voel me schuldig tegenover mijn innerlijke moederkloek die zegt dat het NIET ok is, om ‘zomaar’ toe te geven. Ik voel me schuldig tegenover mijn portemonnee en het weggesmeten geld (ze is nog maar 2 lessen van de 8 geweest….) Ouder zijn is niet simpel. Wie dat ooit over zijn lippen krijgt, heeft 300% géén kind(eren). 

Gefrustreerde Kus
-X-
Merelmama

Komen spelen

Vorige week vrijdag is het de eerste keer “komen spelen” doorgegaan. Mijlpaal 300465 ofzo?
Een vriendinnetje van school dat komt spelen IN de vakantie bij ONS thuis, stel het u voor! De bel gaat. Met haar hoofdje schuin van schaamte en op haar teentjes draaiend doet ze de deur open (of ik, ze kan de voordeurklink nog niet draaien). Aan de andere kant van de deur staat net hetzelfde meisje, maar met blonde krulletjes en ook draaiend met haar voetjes. Daarachter staat een enthousiaste mama die duidelijk de instructies van het “komen spelen” nog eens overloopt. “M-tje, je mag hier nu met Mereltje spelen, mama gaat eventjes weg en dan kom ik straks terug om je te komen halen”. M-tje, is wel blij en besluit toch maar binnen te komen. De mama van M-tje drukt me op het hart om te bellen als er iets niet oké is. M-tje is de laatste dagen een beetje ziekjes geweest (zo gaat dat in vakanties).
De meisjes komen in de living en Merel vliegt meteen naar haar speelhoek. Fier als een gieter toont ze haar speelgoedjes. “Ja hoor M. (want échte vriendinnen hebben altijd voornamen met dezelfde letters, duh) DIT is mijn step en ze is van Peppa Pig” (stem slaat over van trots). Dan gaat ze naar haar bord: “en dit is een bord en je kan er op tekenen met krijtjes maar nu niet want dan zijn onze kleren vuil en dan is mijn mama niet blij” Haha, brainwash check :p! Ik hoor net mezelf bezig toen ik zelf klein was. Even fier en opgewonden als er iemand op mijn terrein kwam.
Ze beginnen met de popjes te spelen en ik trek me terug in de zetel, met een boek.
Waw, nice… Dit moet ik meer doen! De meiden spelen heel flink en zelfstandig. Ik luister geamuseerd vanachter mijn boek mee. Na een uurtje besluit ik een pannenkoek te bakken. Ze mogen helpen met het deeg en wachten flink tot alles klaar is. M-tje heeft er toch niet zoveel zin in, maar slurpt rustig van haar fruitsapje. Merel eet er dan wel 2 op (die is in een soort pre-winterslaap-eet/boef-modus gegaan tegenwoordig).
Ze spelen nog wat verder. Ik haal de plasticine boven en ze beginnen lustig rolletjes te rollen en pannenkoeken te bakken op het Ikea-tafeltje. Als het bijna ophaaltijd is, begint M-tje zachtjes te snikken. “Ik wil naar huis….” Ocharme, het kind is doodop. Zo drie-en-half uur spelen aan één stuk is toch wel vermoeiend blijkbaar. Ze zijn nog net geen 4 jaar. Ik zet nog even een tekenfilm op en ze ontspannen nog even in de zetel. De bel gaat. Enthousiaste mama pikt M-tje weer op en na een enthousiast uitgezwaai zakt Merel neer in de zetel. Pfff wat een vermoeiende middag denkt ze. Ik denk: het schattige begin van een mooie vriendschap…

Fiere kus
-X-
Merelmama

Tales from the crib…

Dit weekend was het alle hens aan dek ten (toekomstige) huize Merelmama. De vloerverwarming was op komst! Lees: de vloerisolatie moest gelegd worden en wel dringend. Een ‘jobke’ dat sneller uitgesproken was dan gedaan (zoals wel meer dingen dat zijn op een werf). Zaterdag ging ik meehelpen, of meekijken *ahum*. Met 4 man (waarvan 1 vrouw) aan een zelfde klusje bezig zijn, is niet bepaald handig. Dus trok ik me (op aanraden van manlief) terug op de bovenverdiepingen met een rol aluminiumtape en een bende ventilatiebuizen die vroegen om afgetapet te worden. Mijn ladderke, de buizen, de tape en ik. Aja en ook de tetterende Poolse dakwerkers op de achtergrond.

Eigenlijk vind ik dat wel ontspannend, zo werken op de werf. Fysiek niet echt, maar wel mentaal. Ik ben compleet gefocust op mijn taakje. In mijn geval: de buizen afplakken. Mezelf in bochten wringen en kijken hoe ik het gedaan kon krijgen, dat vind ik wel tof zo. Mijn (overdaad aan) lichamelijk testosteron krijgt dan ook telkens een boost als ik me in die werkbroek hijs. Een zwarte werkbroek, ge weet wel, zo één met véél zakken en verfvlekken op. Een erfenis die ik kreeg van mijn zus, toen zij op haar beurt vrouwelijk testosteron rondstrooide op haar bouwwerf. Als ik die broek aanheb, kan niemand mij iets maken. Dan heb ik ook in mijn hoofd de ‘ge-gaat-vuil-worden-schakelaar’ omgezet. Mijn steeds zwarter wordende vingers (van de tape) kunnen me dan ook niet deren en dat alleen is al een overwinning, al zeg ik het zelf 😀 . Als het echt te bont (vuil) wordt, heb ik wel altijd mijn paarse tuinhandschoentjes in mijn zakken zitten.

De dag schuift verder en het gaat allemaal maar traag vooruit. Gelukkig heb ik zo’n mama die de catering en de kinderopvang doet, waarvoor eeuwige dankbaarheid trouwens. Toen we klaar waren (toch voor die dag) had ze heerlijk stoofvlees en pudding voorzien om de innerlijke mens te sterken. Dat manlief de dag nadien ook nog tot 22u30 zou bezig zijn, was niet voorzien. Maar hey, het is afgeraakt (danku stiefpapa en vriend des huizes voor de extra handen)! Vandaag komt dan de voetjesverwarming en eind van de week de chape (‘de chape’, dat klinkt écht zo bouw-achtig he 😉 ) .

Het komt wel snor met ons huisje. Nog een héél druk half jaartje schat ik en dan is het tijd om nogmaals de verhuiswagen te reserveren. Ik kijk er naar uit om niet altijd over hetzelfde onderwerp te moeten babbelen. Met manlief, met collega’s, met familie, met jan en alleman. Ik kijk er ook naar uit om gewoon naar mijn zicht- en spaarrekening te kunnen kijken, zonder verrassingseffecten. Of om gewoon onze weekendjes samen te kunnen doorbrengen en niet meer te hoeven zeggen dat ‘papa nog aan het werken is’. Om op een zondagmorgen weer gezellig samen te kunnen ontbijten in onze pyjama en na te denken wat we die dag zullen doen. Ik wil terug mijn huishouden kunnen beteugelen, nuttige (!) weekmenu’s maken, ons zero-wasten op punt stellen en dan nog tijd hebben om iets leuks te doen voor mezelf. Nog even doorbijten. Voor manlief, on the frontstage en voor mij en Mereltje, behind the scenes.

Kus
-X-
Merelmama

 

Lezen lezen en nog eens lezen

Soms overlees ik mijn blogs. Dan verbeter ik schrijffouten (ja, altijd te laat) of dan mijmer ik een beetje. Voor mij is het alsof ik door een fotoboek blader. Herinneringen aan mooie en minder mooie momenten. Ik gooi ze allemaal te grabbel op het wereldwijde web zou je denken. En ja, in zeker zin is dat zo. Maar in een andere zin hoop ik dat lezers zich herkennen in mijn verhalen. Jonge moeders/vaders of oma’s en opa’s of iedereen eigenlijk die het wil lezen. Universeel schrijven. Online ja, want het tijdperk van de gazet en de rest van de geschreven dagbladen is tanend…

Even tijd voor reclame! *ahum*
Wie meer van mij wil lezen kan terecht in het jongerenmagazine ‘Transparant’ van vzw Graffiti.
Je kan via deze link elke 3 maand een nieuwe uitgave volledig online lezen. Mijn eerste artikel staat in nummer 73 trouwens 😉 .

Ik wil ook even een woordje placeren voor de Kinder- en Jeugdjury, waar ik nu mijn vierde jaar als begeleidster ‘werk’. Op www.kjv.be vind je meer informatie over de werking. Het is een stimulans creëeren, voor kinderen van de derde kleuterklas tot en met het vierde middelbaar, om te lezen. Het is samen met hen boeken lezen en beoordelen, leuke opdrachtjes en bijeenkomsten doen rond verschillende thema’s. Ik begeleid met veel plezier het eerste en het tweede leerjaar in de plaatselijke bibliotheek. Vragen staat vrij!

Genoeg reclame. En genoeg gelezen eigenlijk, er was eergisteren ook al een blog, niewaar?

kus
-X-
Merelmama

Merelmama goes ECO (3)

Deze week was ‘de week van de korte keten’. Nee, niet de keten waarmee u moeder de vrouw aan de haard houdt. Wél de week van de korte ‘kringloop’ van het eten op uw bord. De tijd tussen het uit de grond/boom halen van de groente, tot aan het moment dat het, bedekt met bechamelsaus, uit uw oven komt. Die tijd kan heel wat korter meestal. Bijvoorbeeld door rechtstreeks groenten en fruit van bij de boer te kopen. Dan is de keten het kortst en is er het minste vervuild (door vervoer, koeling, distributie,….).
Maar kom, dit is geen bijles.
Ik wou alleen even kaderen dat ik deze week eindelijk eens op bezoek kon gaan bij de “zelfoogstboerderij” hier in de buurt.  Met dochter in de auto (nog moe van de zwemles) vertrok ik. Ik was nog te vroeg, dus even een omweggetje doen en daar stonden we dan. Een bruingebrande man met ‘crocs’ aan begroette ons: “zo dadelijk geef ik een rondleiding”, “prima!”. We waren nog alleen en een beetje onwennig. Ik voelde me al niet op de gelegenheid gekleed, dochter en ik in hetzelfde bloemenpatroon jurkje gehuld zijnde. Aha, daar kwamen nog mensen. En ze zagen er even doorsnee uit als wij, oef. Even had ik gedacht dat er enkel echte “geitenwollensokken-mensen” op af zouden komen. Ja ze bestaan, ik weet dat wel…

Maar na tien minuten wortel schieten (haha) begon de bruingebrande meneer aan de “rondleiding”. We keerden de hoek om en de velden in. Wat volgde was een, meer dan drie kwartier durende, uiteenzetting over alle gewassen die er te zien waren (duh, maar what the hell zijn nachtschadeplanten…). En door het ‘staan te staan’ luisteren in de bakkende zon, viel de waarheid me als een koe op het hoofd (wat een prachtig zelf samengestelde uitdrukking). Het knarsende zand tussen mijn ‘sandalentenen’ deed er ook al niet veel goeds aan.
Ik heb géén groene vingers, lieve lezer en ik zal er ook nooit hebben of plotseling krijgen, zoals ik idyllisch gezien wel dacht in dit geval. Het woord ‘zelfoogstboerderij’ deed me dromen van een wekelijkse, geweldig groene plukervaring en super gezonde groenten op mijn bord en voor mijn gezin. Ik zag me (insert Enya muziek) tussen de velden huppelen met een sjaaltje in mijn haar en een gevlochten mand en een lading katoenen zakken in mijn handen. Daar kon ik dan de groenten plukken die ik in mijn weekmenu had opgenomen. De groenten zagen er fris en stralend uit en ook véél beter dan in de winkel. Ik plukte er ook bessen die ik dan per soort in glazen bokaaltjes naast elkaar in mijn tas zette. Thuisgekomen kon ik ze dan in mijn prachtige keuken en kelder bewaren voor de dag dat ze op ons bord zouden belanden in hun vol ornaat. (end Enya muziek).
In realiteit stond er een hoop (bio)onkruid waar ik met de beste moeite van de wereld niet het verschil zou kunnen zien tussen groenten of onkruid. Prachtig voor de kenners, dat wel, maar ik als totale leek op vlak van kweken en oogsten, stond er een beetje bij en keek ernaar. Ook woorden als ‘ons jaarlijkse oogstfeest’ en ‘samenoogstdag’ klonken me een beetje wereldvreemd in de oren. Ik zag een lange rij tafels voor me met mensen gehuld in zelfgeknipte kleren en dito kapsels die zelfklaargemaakte gerechten en verhalen over zonsondergangen deelden. De bruingebrande man ging ook verder ‘brandneteltoppen en vogelmuur zijn ook eetbare zaken, dit heb ik dan ook gemeld aan onze leden’… Alsof ik mijn gezin dan plots zaken als dat zou willen voorschotelen
*eye roll*.
Een snuggere vrouw in de groep vroeg plots uit interesse welke groenten er momenteel te oogsten waren. Bruingebrande man stak van wal: “peterselie, warmoes, lookbloemen, spinazie, 3 soorten sla,….”
“Hallo kind en man, vanavond eten we peterselie met brandneteltoppen en lookbloemen, heerlijk!”. Nee, dit was het niet.
Toen bruingebrande man nog snel de installatie met de sla wou laten zien, sloeg ik af, weg van de groep en het veld af. Mijn uitgeputte dochter in mijn armen. Ik had nog even getwijfeld of het wel beleefd was om een rondleiding halverwege te staken, maar ik zou hier toch niet snel terugkeren, dus who cares…

Thuisgekomen hing ik de was te drogen en maakte ik zelf kruimeldeeg voor onze quiche met verse prei ‘van de boerin’ gelijk wij het hier noemen. Dat zal voorlopig volstaan zo denk ik. Geen geitenwollensokken boerderijen en oogstfeesten voor mij :).
Ieder doet het op zijn manier maar deze is voor mij voorlopig een brug te ver.

Eco-kus
-X-
Merelmama