Vakantiestress (1)

Aaah verlof. Mijn favoriete tijd (lees: 2 weken) van ’t jaar. Het feit dat het hier nu net zo heet is dan in het Zuiden van Frankrijk is zoals extra ‘icing on the cake’. Uitslapen (bij ons tot 7u in plaats van 6u), naar beneden “in de peignoir” zoals Merel dat graag doet, op ’t gemak ontbijten en daarna badje nemen en aankleden. Dat is zalig. Maar de voorbije week zaten we inderdaad wel in het Zuiden van Frankrijk. Wij gingen met het vliegtuig want 12 of 14 uur in de auto bij een verzengende hitte, dat vind ik géén ontspanning. Mensen die zeggen: “Oh, de reis begint van zodra ik in de auto stap” die liegen! Met kinderen (zonder ook) is er NIKS leuk aan om 14 uur lang, met een airco (als ge chance hebt) die véél te koude lucht in uw uitdrogende ogen en mond blaast, met uw benen in uw nek te gaan liggen (lees: auto volgepropt tot aan de nok van het dak). Er is NIKS leuk aan om broodnodig te moeten stoppen in een tankstation voor overpriced benzine, dito uitgedroogde broodjes, slappe koffie en vuile wc’s. Er is NIKS leuk, aan méér dan 1000 km met de auto rijden tout court.    Mijn bescheiden mening, that is.
Maar –> we gingen met het vliegtuig. So far so good! Dochterlief vliegt heel goed, meestal slaapt ze ook gewoon tijdens de vlucht en landing door. Dus: handig en praktisch, check. Een busritje van een half uur tot aan het dorpje van de bestemming, op voorhand opgezocht en zonder tussenstops. Check. We zijn er. Villa met zwembad en schoonfamilie. Gezellig! Vakantie, hoezee! Vijf minuten aangekomen, maakt dochterlief gebaar van buikpijn en al snel ligt haar middagmaal op de oprit van het huisje, tussen de kiezelsteentjes. Damn. Beetje misvallen? Daarna geen problemen meer, ze lijkt er vanaf. ’s Avonds eet ze nog spaghetti en gaat ze heel moe het bedje in, zonder morren. De nodige tetter met neefje die bij haar op de kamer slaapt, laten we maar passeren, kinderen hebben tijd nodig om zich aan te passen. De nacht verloopt goed.

De dag nadien volgt er nog een overgeefsessie, maar tussendoor eet ze gewoon en speelt ze lustig verder. Ze is niet zo’n held als het op hogere temperaturen aankomt (ik ook niet) en dus steken we het op de warmte. Ze is wel moe en haar vrolijke zelfje lijkt in België gebleven. Ze wil de hele dag in bedje slapen en als we haar wakker maken is ze niet te genieten. Als daarna ook al het water dat ze dronk er terug uit komt, gaan de alarmbellen in ons hoofd af. Dit is niet goed. Ze reageert te traag op vragen, heeft de bibber in de handjes en ze is plots heel slap. We (opa, mama en papa) springen de auto in en rijden naar de dichtstbijzijnde spoedafdeling (gelukkig maar 10 minuten rijden). Op de parking geeft ze nogmaals over. Gal. Het kind is op! Met haar slappe lijfje in mijn armen spurten we naar de ingang. Een tiental mensen zit te puffen op de stoeltjes zonder airco. Ik blijf staan en kijk met mijn paniekerige-moeder-ogen naar de verpleegster achter het loket. Kinderen hebben voorrang! Dat is zo! Gelukkig is het snel aan ons. Ik geef haar pasje af en we proberen in ons beste Frans uit te leggen wat er allemaal aan de hand is. Lang hoeven we niet te wachten of we kunnen naar de ‘voorsorteer-post’. Daar waar ze de zware en de minder zware (aanstelleritis) gevallen uit elkaar halen. Een grappige verpleger begint een verhaaltje over ‘son ami en Belgique’ als hij ziet dat we Belgen zijn. WHO CARES kerel! Mijn kind ligt als een zwetende en slappe vod op het ziekenbed. Hij neemt haar vitale functies en die blijken allemaal wel ok te zijn. Ze moet in een potje plassen. Het feit dat ze uitgedroogd is, lijkt ons als een paal boven water te staan en ik wil eigenlijk dat ze zo snel mogelijk aan een baxter wordt gehangen… In een potje plassen. Midstream. Geweldig, de dames onder u zullen wel weten waar het schoentje hier wringt. Een 3-jarig kind zeggen dat het IN dat potje moet en dat het eerste straaltje in het toilet moet, is onbegonnen werk. Ik krijg een doekje met zuurstofwater mee om de boel eerst even te ontsmetten en dan het potje te vullen. Als bij wonder plast ze gewoon en zonder morren in het potje (en op mijn handen maar kan mij dat schelen). Een snel testje vertelt dat ze ketonen in de urine heeft. Voor de leken onder u, wil dit zeggen dat het kind haar “vetreserves” aan het opgebruiken is om aan energie te komen. Wie dochterlief al gezien heeft, in real life, weet dat ze GEEN vetreserves heeft. Haar kleine lijfje is in overdrive. Er moet iets gebeuren. We vliegen terug naar de wachtzaal met de uitleg dat we als ‘dringend’ zijn aangeduid. De verpleger zegt dat het geen zwaar onrustwekkende toestand is, maar dat hij kinderen graag laat voorgaan omdat het snel kan verslechteren. We staan vijfde op de lijst nu in plaats van twintigste. Hoera.

De volgende 4 (!) uur vertoeven we in de wachtzaal wat verderop. Daar is airco en een automaat met drank. Een dagje verlof is een dagje spoed aan het worden en we houden ondertussen het ongeruste thuisfront op de hoogte via WhatsApp.

wordt vervolgd….

 

 

Vrouwenlogica

Gisterenavond had ik weer zo’n avond. Zo’n avond dat mijn humeur omslaat als een donderslag bij een heldere BBQ-hemel. En eigenlijk was het een beetje mijn eigen schuld. Woensdagavond is zumba-avond.
Al het hele (school)jaar eigenlijk, op een paar stopweken na.
Het was de laatste les en ik was al de hele dag van plan om te gaan. Of eigenlijk zo’n 90% van mij was dat van plan laat ons zeggen. De andere 10% was uitvluchten aan het zoeken. Ik had een redelijk stressvolle dag op het werk gehad, maar het was positieve stress en alles was goed verlopen dus dat was geen geldig excuus. Het was de laatste les en er zou toch niet veel volk zijn. Het was 30°C geweest vandaag. Ik had manlief al enkele avonden niet thuis geweten. Alle gekheid op een stokje: ik wou wel gaan, maar ik wou niet meer buiten. Een contradictie in terminis! Dus ik zei dat ik wel thuis wat oefeningen ging doen zo met een ‘goe muziekske’.
Manlief stemde toe (hij zou eens moeten tegenspreken).
Dus ik legde dochterlief in bed en deed alvast mijn sportbeha aan. In sportbeha en pyjamashort (lekker casual) kwam ik naar beneden en begon nog wat op te rommelen in het washok. “Ga je nu sporten of niet?” “Jawel, voor de TV he”.
Ik legde mijn matje klaar en zette youtube op, via de chromecast op TV. (hip hoi voor Google technologie). Ik begon met de buikspieren, gevolgd door de bilspieren. Oefeningetjes die ik nog wist van de postnatale lessen, haha!
Muziek was een beetje flauwtjes, een ander youtube-ke dan. Zoek eens op: ‘workout motivation music’. Wat je dan te zien krijgt is een hoop gespierde vrouwen die aan het “workouten” zijn in één of andere fitness. Zéér motiverend is het om halfnaakte, zwetende dames met maatje 0, in een hotpants te zien rondhopsen in een fitness, met een dubbelgespierde ‘personal trainer’ naast hen die nét dat tikkeltje te dicht staat.
Daar krijgt een mens vooral zin van om te sporten! Moest ik een (heteroseksuele) man zijn met een broek vol goesting, dan zou ik zeker gemotiveerd zijn *ahum*.
Maar dat ben ik niet.
Ik ben een moeder van 30 die probeert van een beetje aan haar fysiek te werken, op een woensdagavond, op een matteke uit de ikea en in haar pyjamashort met bollekes…

Beetje gefrustreerd zet ik een ander youtubeke op want mijn inspiratie voor oefeningen is ver te zoeken ondertussen…
Zumba 20-minute workout. Aha, ideaal en niet te lang, toppie!
Een wederom gespierde deerne begint met de warm-up. Ok, so far so good, deze oefeningen ken ik. Ik doe al jaren zumba, I kid you not! Dan gaat ze verder met de andere oefeningen. Ze doet elke oefening welgeteld 10 seconden. Daarna doet ze alweer iets anders. Ik mag dan nog een geoefend zumba-er (of hoe noem je dat zoiets?) zijn, maar het ging mijn petje te boven. Ik probeerde nog, maar ik stond eigenlijk over en weer te springen als een kip zonder kop. Je had het moeten filmen en versneld afspelen, je zou u dood gelachen hebben, gene zwans. Dus foert! Dat was het dan. Ik geef op!
Ik heb welgeteld 15 minuten bewogen.
Ik zweet wel, dus ik stap duidelijk gefrustreerd naar de keuken om wat te drinken. Daarna ga ik zonder een woord te zeggen in de zetel zitten en staar voor me uit.
Stomme youtube fitnesswijven.
De gewone vrouw met zo’n complexen opzadelen. Ik zucht nog wat en onder het verbaasde oog van een man die het helemaal niet snapt, ga ik naar boven om me te wassen. Ik scheer mijn benen en laat daarna een badje vollopen.
Ik zak nog wat onderuit in een halfvol bad en staar naar het plafond met de spin op.
En ik denk aan de was die nog beneden in de wasmachine zit, de strijk in de mand en hoe vuil ik mijn voeten eigenlijk vind na zo over en weer springen op de livingvloer.

-Zucht- was ik ook maar zo’n zwetende fitness deerne met een sixpack.

kus
-X-
Merelmama

 

Merelpraat (1)

Haartjes wassen… het ergste moment van het hele badgebeuren. (’t kind doucht ook niet graag, dus meestal bad) Ik spuit wat shampoo in haar handje, maar verder dan het bovenste van haar hoofdje wordt er niet gewassen.
Ik wrijf een beetje mee want haar rossige krulletjes zijn echt al lang geworden 🙂 .
Ik wrijf een beetje snel want als het allemaal te lang duurt, komt het ook meestal niet goed voor mevrouwtje. Tot plots: “Mamaaaa, niet zo hard wrijven! Straks komt mijn hoofd los en dan moet ik naar de dokter !”… *zucht* 

Merel kwam vorige week iets vertellen:
– Mamaa, L. (haar boezemvriendje uit het 1e leerjaar) was een beetje verdrietig vandaag.
– Oei? Heb je hem dan een beetje getroost? Waarom was hij triest?
– Ja, hij had mij gemist *fake zuchtje en pruillip* (weekends are tough!)
– Oh Mereltje dat kan wel gebeuren he.
– Ja, maar mama ik heb dan gezegd dat het OK was en dat we een koppel zijn.
– Een koppel!? *verbouwereerd en licht in shock*
– Ja, want jij bent ook een koppel hé mama en papa ook! Iedereen is een koppel.
–> ’t Spel begint al ! 

Merel gaat naar toilet en heeft ‘nummer 2’ gedaan. Ze staat recht en gaat handjes wassen. Ze verzet haar trapje tot aan de handenwasser. “Oh mama, is dat nieuwe zeep? Was die andere op dan? Heb je nieuwe gaan halen?”
Het kind denkt (heel geëmancipeerd…) mee met het huishouden en vraagt geregeld of er iets op is en of we naar de winkel moeten.
Ze gaat verder “Oh mama, de nieuwe zeep ruikt lekker he! Er staat een blaadje op het flesje, het is zeker blaadjeszeep” en ze wast gezellig verder.*smelt* 🙂
Ze is nogal huiselijk aangelegd en “very into details”… Soms een zegen, soms niet.

Merel doet zich pijn en bloedt een beetje aan de knie. Je moet een kenner zijn om te weten dat ze met “een beetje bruul” wil zeggen dat er een beetje bloed te zien is. Maar ik vind het zo schattig dus ik verbeter haar niet *mommyfail*

Merel gaat slapen en vraagt (elke dag) nog: “wat ga je nog doen mama?” Zoals gisteren zei ik dan: “een beetje strijken, Merel”
Merel komt beneden ’s morgens, loopt nonchalant voorbij de strijkplank en vraagt langs haar curieuzeneus weg: “Is de strijk dan gedaan mama?”
Ik kan niet zomaar doen wat ik wil hoor 😉 .

 

Kus
-X-
Merelmama

 

 

Merelmama goes ECO (3)

Deze week was ‘de week van de korte keten’. Nee, niet de keten waarmee u moeder de vrouw aan de haard houdt. Wél de week van de korte ‘kringloop’ van het eten op uw bord. De tijd tussen het uit de grond/boom halen van de groente, tot aan het moment dat het, bedekt met bechamelsaus, uit uw oven komt. Die tijd kan heel wat korter meestal. Bijvoorbeeld door rechtstreeks groenten en fruit van bij de boer te kopen. Dan is de keten het kortst en is er het minste vervuild (door vervoer, koeling, distributie,….).
Maar kom, dit is geen bijles.
Ik wou alleen even kaderen dat ik deze week eindelijk eens op bezoek kon gaan bij de “zelfoogstboerderij” hier in de buurt.  Met dochter in de auto (nog moe van de zwemles) vertrok ik. Ik was nog te vroeg, dus even een omweggetje doen en daar stonden we dan. Een bruingebrande man met ‘crocs’ aan begroette ons: “zo dadelijk geef ik een rondleiding”, “prima!”. We waren nog alleen en een beetje onwennig. Ik voelde me al niet op de gelegenheid gekleed, dochter en ik in hetzelfde bloemenpatroon jurkje gehuld zijnde. Aha, daar kwamen nog mensen. En ze zagen er even doorsnee uit als wij, oef. Even had ik gedacht dat er enkel echte “geitenwollensokken-mensen” op af zouden komen. Ja ze bestaan, ik weet dat wel…

Maar na tien minuten wortel schieten (haha) begon de bruingebrande meneer aan de “rondleiding”. We keerden de hoek om en de velden in. Wat volgde was een, meer dan drie kwartier durende, uiteenzetting over alle gewassen die er te zien waren (duh, maar what the hell zijn nachtschadeplanten…). En door het ‘staan te staan’ luisteren in de bakkende zon, viel de waarheid me als een koe op het hoofd (wat een prachtig zelf samengestelde uitdrukking). Het knarsende zand tussen mijn ‘sandalentenen’ deed er ook al niet veel goeds aan.
Ik heb géén groene vingers, lieve lezer en ik zal er ook nooit hebben of plotseling krijgen, zoals ik idyllisch gezien wel dacht in dit geval. Het woord ‘zelfoogstboerderij’ deed me dromen van een wekelijkse, geweldig groene plukervaring en super gezonde groenten op mijn bord en voor mijn gezin. Ik zag me (insert Enya muziek) tussen de velden huppelen met een sjaaltje in mijn haar en een gevlochten mand en een lading katoenen zakken in mijn handen. Daar kon ik dan de groenten plukken die ik in mijn weekmenu had opgenomen. De groenten zagen er fris en stralend uit en ook véél beter dan in de winkel. Ik plukte er ook bessen die ik dan per soort in glazen bokaaltjes naast elkaar in mijn tas zette. Thuisgekomen kon ik ze dan in mijn prachtige keuken en kelder bewaren voor de dag dat ze op ons bord zouden belanden in hun vol ornaat. (end Enya muziek).
In realiteit stond er een hoop (bio)onkruid waar ik met de beste moeite van de wereld niet het verschil zou kunnen zien tussen groenten of onkruid. Prachtig voor de kenners, dat wel, maar ik als totale leek op vlak van kweken en oogsten, stond er een beetje bij en keek ernaar. Ook woorden als ‘ons jaarlijkse oogstfeest’ en ‘samenoogstdag’ klonken me een beetje wereldvreemd in de oren. Ik zag een lange rij tafels voor me met mensen gehuld in zelfgeknipte kleren en dito kapsels die zelfklaargemaakte gerechten en verhalen over zonsondergangen deelden. De bruingebrande man ging ook verder ‘brandneteltoppen en vogelmuur zijn ook eetbare zaken, dit heb ik dan ook gemeld aan onze leden’… Alsof ik mijn gezin dan plots zaken als dat zou willen voorschotelen
*eye roll*.
Een snuggere vrouw in de groep vroeg plots uit interesse welke groenten er momenteel te oogsten waren. Bruingebrande man stak van wal: “peterselie, warmoes, lookbloemen, spinazie, 3 soorten sla,….”
“Hallo kind en man, vanavond eten we peterselie met brandneteltoppen en lookbloemen, heerlijk!”. Nee, dit was het niet.
Toen bruingebrande man nog snel de installatie met de sla wou laten zien, sloeg ik af, weg van de groep en het veld af. Mijn uitgeputte dochter in mijn armen. Ik had nog even getwijfeld of het wel beleefd was om een rondleiding halverwege te staken, maar ik zou hier toch niet snel terugkeren, dus who cares…

Thuisgekomen hing ik de was te drogen en maakte ik zelf kruimeldeeg voor onze quiche met verse prei ‘van de boerin’ gelijk wij het hier noemen. Dat zal voorlopig volstaan zo denk ik. Geen geitenwollensokken boerderijen en oogstfeesten voor mij :).
Ieder doet het op zijn manier maar deze is voor mij voorlopig een brug te ver.

Eco-kus
-X-
Merelmama

Een zonnige Pinkstermaandag

Een Pinkstermaandag met zalig zonneweer. Ik haal dochterlief af bij bompa en bomma en voel een drang om wat extra tijd met haar te spenderen. Ik heb haar gemist. En ze kan dat ook zo zalig schattig zeggen: “oh mama, wat heb ik jou gemist” zegt ze dan, met een nepzuchtje, pruillipje en puppy-oogjes erbij. *smelt*
We (Merel & Mama) springen in de auto en rijden naar een provinciaal domein in de buurt. Dacht ik toch want wat een ritje van een half uurtje moest zijn, werd er eentje van drie kwartier. -Interne GPS fail!-…
Ik zie in de verte een bui aankomen en spoed me nog meer richting de kunstmatig aangelegde vijver. Het is al bijna half 4, straks is het de moeite niet meer.
Eens aangekomen maak ik haar wakker uit haar zweterig schoonheidsslaapje. Dan besef ik dat ik geen buggy meegenomen heb en vermits het kind nogal lui en verwend is, wat stappen betreft *ahum*, kan dat wel eens een demper op de feestvreugde worden.
Maar borst vooruit en met mijn rugzak vol zomergerief en goede bedoelingen stappen we naar de ingang. Nog een beetje slaperig maar ze stapt, oef. Even oriënterend bekijk ik de wegwijzertjes die mooi opgesteld staan langs het pad. De “diertjestuin” lijkt me wel wat. En blij dat het kind nog niet kan lezen, negeer ik nog even het pijltje met ‘kinderspeeltuin’.
Uit ervaring weet ik wel dat de ‘diertjestuin’ een eindje stappen is. En ik weet ZO waar het op zal uitdraaien onderweg: dochterlief die koppig en dramatisch staat te gillen dat ze niet meer wil stappen, ik die dan geërgerd 50 meter verderop sta te zuchten en uiteindelijk toegeef, en dat alles onder het afkeurend oog van wel 150 voorbijgangers. Nee, dat gaan we niet doen. Plots valt mijn oog op een fietsenstalling met allemaal dezelfde fietsen. Wat leuk! We huren gewoon een fiets met kinderzitje. We stappen gezwind 20 meter verder naar het loket. “Een fiets met kinderzitje alsjeblief”, “dat is dan 4€ en u kan 2 uur fietsen”. Oh super! Dochterlief is blij en ik installeer haar achteraan op de fiets. Even sukkelen met de rugzak en de kinderstoel (mama ik kan niet zien!), maar we vertrekken. Zalig! Mijn hernieuwde liefde voor fietsen komt tot uiting en mijn mondhoeken krullen omhoog. Het is een bijna ultiem gevoel van vrijheid vind ik, zeker met mijn kleine krullenbol in het zitje achter mij. De wind in mijn haren, de namiddagzon die schijnt op het water van de vijver en in ons gezicht. Zalig vind ik het. Dochterlief heeft echter niet zoveel zin in fietsen (helaas, pindakaas) maar ik kan toch even rond de vijver fietsen. Natuurlijk passeren we ook de speeltuin en ik kan het niet over mijn hart krijgen om niet even te stoppen. We parkeren de fiets en ze stapt (dan kan ze het wel!) gezwind richting zandbak. Daar moet ik even mijn minimale vorm van smetvrees inslikken. Een waterpartij en zandbak in één is het. Mooi gemaakt, dat wel. Jongens en meisjes in, met modder besmeurde, onderbroekjes rennen kris kras door elkaar onder de brandende zon. Ik peil haar reactie. Ze blijft uit, haha, het kind lijkt op haar moeder. Ze ontwijkt de plassen die er liggen en negeert het modderige tafereel volledig. Het piratenschip met de glijbanen dan maar. Ze klimt er op en kijkt telkens over haar schoudertje of ik nog wel in het zicht ben. Als ze naar een ander toestel wil, kijkt ze mijn richting uit en zie ik haar mondje vragen of het mag. Tuurlijk mag ze dat,mijn flinke meid.
Ik vlei me neer op het gras onder een boom en drink eens van de drinkbus. Een ‘alleenstaande’ mama met dochter, het blijft toch een bezienswaardigheid voor sommige mannen. Terwijl ik langs de picknickdekens loop, zie ik geregeld ogen afdwalen. Ik voel me wel geëmancipeerd, moet ik toegeven. Ik kan best wel alleen met mijn kind naar de speeltuin (of eender waar naartoe) gaan. Een raar maar fier gevoel dat ik nog erfde van mijn (korte) periode als effectief alleenstaande mama. Nu ben ik uiteraard niet alleenstaand en was manlief thuis aan het dokteren en puzzelen aan de plannen voor ons huis, maar dat weten die glurende papa’s op hun picknickdekentjes niet natuurlijk. 🙂

Kus
-X-
Merelmama

Merelmama goes ECO (2)

Lieve lezer,een kleine 4 weken na de eerste uitspraak van het idee: reeds een kleine evaluatie.

Het is zo: we gaan deze manier van leven proberen (niemand is perfect) volgen in de toekomst. Punt. Daar zijn we uit (manlief en ik kiezen er allebei voor). Met ‘deze manier’ bedoel ik zoveel mogelijk afval- én plasticvrij maar ook energiebewuster leven. Mijn euro is ondertussen wel gevallen: dit is niet iets wat je kan doen op 1 week, 1 maand of zelfs een paar maand.
We zouden alles kunnen buiten gooien wat nog van plastiek is. Maar dat is dan ook tegen het principe van ‘geen verspilling’. Dus: gebruiken we alles op wat we in huis hebben en als er iets moet vervangen of gehaald worden, proberen we stap per stap dingen aan te passen. In vaktermen heet dit “phasing out” *ahum, ahum*.

Wat hebben we zoal gedaan in de voorbije weken bijvoorbeeld?

  • watjes vervangen door herbruikbare exemplaren (piece of cake!);
  • katoenen zakjes gemaakt voor in de supermarkt ipv plastic exemplaren;
  • flessenwater vervangen door kraantjeswater in karaf;
  • groentjes gaan kopen bij een plaatselijke boer;
  • bokes in aluminiumfolie vervangen door bokes in bijenwaspapier;
  • dochterlief leren eten uit gewoon bord en glas ipv plastic bord en bekertje;
  • restjes groenten gebruikt in omeletjes of pastaatjes;
  • eens meer de was (buiten) opgehangen ipv in de droogkast;
  • eens een biologische deodorant op basis van aluinkristallen geprobeerd (en goedgekeurd!) ;
  • geïnformeerd naar de voedselteams in de gemeente en naar een zelfoogstboerderij.

Wat hebben we niet of toch nog wel gedaan de voorbije weken?

  • onze voorraad aan watjes opgebruikt (nog 2 volledige rollen);
  • toch nog groenten en vanalles gekocht in plastic verpakking (dank u Aldi!);
  • gewoon nog veel afval gemaakt en gekocht…

Wat leren we hier uit?

—> Dat je voor dit alles tijd moet hebben. Een (bijna) afvalvrije keuken bijvoorbeeld, is een keuken die veel voorbereiding vraagt. Veel dingen moet/kan je zelf maken. Ik denk aan dessertjes, als je die wilt, koekjes, soepen, bouillons,… Het aankopen van eten tout court, kan je niet meer ‘op een rappeke’ doen. Naar de groentenboer kan je ook niet elke dag hollen… Dus moet je, je voorbereiden in alles wat je doet.

–> Dat je ballen moet hebben om dit te doen. Tegen de stroom durven ingaan. In de Colruyt het lef hebben om dat katoenen zakje in je kar te leggen, de kassier te verwarren met het feit dat er geen barcode op staat en dan vertellen wat er in het zakje zit als ware het een echte verrassing.

–> Dat het een kick geeft, een goed gevoel, een endorfineboost zo je wil, om dingen te vermijden en om zélf die keuze te maken of je al dan niet overgaat tot de aankoop van (voedsel of dingen met extra) afval. Dat is een heel fijn gevoel!

–> Dat je met kinderen ook niet 100% afvalvrij kan gaan. Zeker niet met zo’n moeilijke eter zoals die van ons… Ik kan niet plots afkomen met enkel zelfgebakken koekjes (again, tijd!), zelfgeperst appelsap en homemade smeerkaas.

–> Dat ik uitkijk naar de periode (ergens volgend jaar naar mijn idee) dat we terugkijken op het begin (nu) en dat we niet meer terug willen naar hoe het was. 🙂

Dikke kus
-X-
Merelmama

 

Fan van

Noem mij een chauvinist, maar ik woon graag in mijn dorp. Met de dochter op de fiets door de polders fietsen is dé manier om te ontspannen voor mij. De aandacht die ze heeft voor de omgeving rondom haar is ongelooflijk. Hoe ze ook onthaast en veel meer dingen opmerkt dan tijdens een autoritje langs dezelfde route. Ik geniet ervan hoe ze enthousiast meldt dat er veel koetjes in de wei staan. Of hoe ze opmerkt hoeveel witte auto’s er passeren, hoe snel ze ziet waar de straat van oma is of dat de bakker toe is. Die leuke zalige gesprekjes op de fiets, terwijl ik haar kleine handje vasthoud of over haar beentjes streel. Wat ga ik het jammer vinden dat ze met haar eigen fiets zal fietsen.
Ver voor mij uit, nog net binnen stembereik. Geen handje meer om vast te houden, geen kleine gesprekjes over koetjes en autootjes.

We rijden door de polder naar het dorp. De lentezon op ons gezicht, de wind in onze rug. Een zaligheid. We rijden naar ons huisje dat er al staat. Waar je al in kan gaan. Nog lang niet klaar, maar het is er en ik kan er naartoe gaan. Het staat dicht bij het park. Een park met een vijver en een kasteel, een fontein en eendjes die op een rijtje lopen. Je kan er ook iets drinken en een beetje verder is er de bibliotheek en het jeugdhuis. Mijn dorp waar ik groot werd, wat hou ik ervan. Het feit dat mijn lief er ook zo gek van is, gek genoeg om ter komen wonen, maakt me nog gelukkiger. Een bende fietsers passeert. Ze hebben ballonnen op hun fietsen en er speelt luide, zomerse muziek. Ze maken reclame voor de dorpsfeesten van het buurtdorp. Leuk! Mijn medepassagier ziet het meteen: “Oh mama kijk, de feesttrein!”. We rijden de hoek om en de straat in. Onze straat. De straat die ons adres wordt binnenkort. En de plek die we thuis zullen noemen. Wij: ons drietjes. Ik zie mijn lief door de opening waar later het schuifraam komt. Mijn hart smelt verder… Zijn haar is in de war en zijn kleren zijn vuil maar wat zie ik hem graag.

Zondagskus
-X-

Merelmama

PS U leest mijn 70ste blogpost! Driewerf hoera!!