Categorie: Niet leuk

Honderd

100 blogs, 100 mijmeringen, 100 wist-je-datjes over mijn leven en mijn oogappel Merel. Tijd om even terug te blikken…

Mijn titel Merelmama kreeg ik toen ik op een vroege ochtend aan het einde van mijn zwangerschap vroeg aan mijn bolle buik: “Kom je nu bij mama, lieve Merel?” En daar was ze, slechts enkele uren na mijn vraagje, op 13 december 2014. Een moment dat ik niet hier beschreef maar dat tastbaar staat gebrand in mijn geheugen. Een moment van opperst geluk.

Beginnen met mijn schrijvend verhaal deed ik op 7 augustus 2015, vandaag exact 45 maanden geleden, met een onhandig eerste blogje over mezelf als (toen) ongewild alleenstaande mama met een prachtige baby van 8 maand oud. Het werd een website over ons, zij en ik, over hoe wij het deden alle dagen, over hoe zij het deed in de grote wereld.
Haar eerste verhaaltjes staan beschreven, haar doopsel (een geweldig fijne dag), haar eerste verjaardag, hoe ze de eerste keer met een rietje dronk en ook hoe fier ik was op mijn klein peutertje dat alles uitprobeerde.
Ik vertelde over haar woordjes, haar praatjes, haar geweldige humor in ontwikkeling of over hoe we tranen van fierheid deelden op haar eerste schooldag. Wat ben ik blij, lieve lezer, dat ik deze momenten heb beschreven en dat ik ze kan lezen en herlezen wanneer ik dat wil. Mijn dagboek, mijn geest die vloeibaar is geworden en in lettertjes omgezet.

Mijn blog werd ook een plaats waar ik vertelde over mezelf. Over hoe ik nieuwe producten leerde kennen (haha) of hoe ik voor de eerste keer een bijna-dood ervaring had op de skilatten (again haha) en ook het wonder van onze zero-waste ervaringen niet vergeten! Je kon er, tussen de regels door ook lezen over mijn eerste ontmoeting met B. mijn Merelpapa, mijn ultieme rots in de branding. De man die me overeind hielp/helpt staan. Die me toen (ook al 4 jaar geleden) uit het niets zichtbaar en onzichtbaar troostte op allerlei manieren. Zijn eigen maniertjes, waar ik zo gek van ben (en ook van word soms, maar dat hoort zo). De man die nu steen per steen (plaat per plaat in ons geval) bouwt aan ons eigen nestje. Via deze weg ook een ongelooflijke merci daarvoor en voor alle dingen gewoon, maar dat weet hij wel. ❤
Ik schreef open en bloot over moederfouten en over mijn onzekerheid als mama soms. Over hoe het soms niet altijd makkelijk is. Over de minder lollige dingen die mijn levenspad kruisten. Over mijn scheiding op 27 jaar, over de verkoop van mijn eerste huis, en de daaraan gekoppelde twijfels en gevoelens. Over dingen die mijn leven op zijn kop hebben gezet. Met uitroeptekens !!!! Over de intrede van kanker, het woord dat ik voluit schrijf omdat we niet bang moeten zijn om het te benoemen. Door het niet uit te spreken, blijven we niet gespaard. Het verlies van mijn beste vriendin D. in 2016. Een gebeurtenis die me getekend heeft voor het leven, die me liet zien (voor de eerste keer) hoe vluchtig het leven is, hoe snel onze tijd hier toch voorbij kan zijn.

Ik schreef ook over hoe de BOM viel op ons gezin op 26 december 2018 en een tweede keer 4 maanden later op 28 maart 2019. Merelmama kreeg plots een andere wending en een andere sfeer. Geen lollige weetjes over peuters, maar pure ernst. Verslagen over ziekte en kanker. Verhalen over onwetendheid en onweders die dreigend in de lucht hangen. De “leescijfers” gingen de lucht in, het aantal reacties op mijn blog steeg. Dankjewel daarvoor. Gelezen worden is voor mij hetzelfde dan gehoord worden, zij het dan in stilte. Het geeft me kracht op één of andere manier.

Afsluiten wil ik doen met een gedichtje dat ik schreef voor ‘Transparant’, een jongerenmagazine uit Gent. Ik schreef het met ons eerste verblijf in het ziekenhuis in gedachten.

Dank je lieve lezer om de voorbije 100 blogs te volgen. Ik hoop er nog véél te schrijven en hopelijk nu enkel in stijgende lijn qua sfeer 🙂 ❤

Dikke Kus
-X-
Merelmama

Verlossing

De sneeuwmannen op het raam hebben plaatsgemaakt voor schaapjes en paasbloemen. De gang op de afdeling kinderoncologie is aangepast aan het lentethema. En hier zijn we weer. We komen de avond voor D-day 2 binnen op de afdeling. Heel de dag heeft ze afgeteld naar “de dokter”. Voor haar is het weer een periode van bedliggen, kadootjes krijgen, eten à la carte en tablet kijken. Je zou kunnen zeggen dat ze het ziet als een all-in vakantie. Eigenlijk goed, want een kind tegen zijn zin laten opnemen in het ziekenhuis is al te veel hartzeer op voorhand.


De grote dag breekt aan. We hebben beiden heel goed geslapen, verbazingwekkend goed geslapen. Alles voelt al zo vertrouwd: de kamer, de ouderkeuken, de verpleegsters. Een tweede keer is alles anders. Papa is net 5 minuten binnen (enkel mama bleef slapen) en plots komen ze met 3 verpleegsters binnengestormd. Ze moet nog cortisone en die zou ze al een half uur geleden moeten gehad hebben! 3 verpleegsters kwebbelen door elkaar en beginnen met bloeddruk- en thermometers te sjouwen. Ze vindt het niet zo leuk. Hoe zou je zelf zijn? Subtiel is anders, maar kom, 10 minuten later rijden we met bed en al de gang in. De weg naar de operatiezaal. De zenuwen bekruipen ons. Hier gaan we weer. In een sas kleden we ons om (blauwe mutsen en bijpassende cape) en we rijden door naar de wachtzaal. Daar is het nog meer dan een half uur wachten, zijn ze ons vergeten?? Eindelijk mag ze verder, papa blijft achter op wachtstoeltjes met een hart dat klopt in de keel.

Ik ga mee tot in de operatiezaal. Het heldere licht verblindt me en in het midden staat (alweer) haar tafeltje klaar met het opblaasmatrasje met beertjes op. Het blaast warme lucht en verwelkomt haar kleine lijfje met open armen. Dit keer wordt ze eerst verdoofd met gas, haar kleine armpjes worden niet graag/makkelijk geprikt… Ze vecht en spartelt tegen, mijn hart bloedt en ik kan enkel een troostende “shhhhht” over mijn lippen krijgen. Ze geeft zich over en valt in een diepe slaap. Op de weg naar buiten kruisen we de chirurg die bijna verbaast lijkt over de tranen die over mijn wangen rollen. “We gaan goed voor haar zorgen mevrouw”. “Succes dokter” is wat ik nog stil over mijn lippen kan krijgen en de verpleegster wandelt me naar buiten, naar het bankje waar papa met rode ogen op me wacht.


Meer dan 7 uur later volgt het verlossende telefoontje van de chirurg. Ze zijn haar nog aan het ‘sluiten’, hij heeft net zijn handschoenen uitgetrokken zo lijkt het. Hij klinkt opgelucht en is content hoe het verlopen is. De zucht van verlossing is groot. Als hij blij is, wij ook. Zo ver zijn we weeral. We verkondigen de goednieuwsshow in de uren en dagen die volgen, maar het wringt. We zijn nog lang niet aan de eindmeet. We zijn slechts aan de wissel van de estafette. Komt er wel een ‘eindmeet?’. De bestraling is nog een zware belasting met het grote risico (zo horen we na de operatie) dat haar hypofysefunctie volledig zal uitvallen. Ik hoor mijn anatomieleerkracht nog altijd prevelen (het vingertje in de lucht inbegrepen): “De hypofyse is de dirigent van het hormonaal orkest!”. Ik weet uit ervaring dat goeie orkesten wel zonder dirigent kunnen spelen, maar met moeilijke stukken draait het meestal wel in de soep…

De uitleg van de endocrinoloog zet ons wel weer met de voeten op de grond. Craniopharyngeoom (Tim zijn officiële naam) is ook een chronische aandoening, dat wisten we al. De hele hormoonhuishouding is naar alle waarschijnlijkheid naar de haaien. De bestraling zal hier ook een grote rol in spelen. Daar hebben we nog zo weinig info over gekregen… Dat maakt het hele proces om ermee om te gaan nog moeilijker. Ik ben het gewoon al beu. De hele rimram er rond. “Pas op met dit…”, en “we moeten nog zien dat…”, “opletten met eten”, “bijhouden wat ze drinkt en plast”,… Ik wil GEWOON een GEWOON leven met mijn kind, voor mijn kind. Niet zo’n g*dverdomme ingewikkeld vol met regeltjes 😦 …

Kus
-X-
Merelmama

Onweer

We wachten de uren en dagen af… Het voelt aan als een onweer dat in de lucht hangt. Eentje dat elk moment kan uitbarsten.
Vreemde momenten, want je voelt de electriciteit letterlijk in de lucht hangen. De wolken die vol verwachting uitkijken naar verlossing van de zware regendruppels in hun buik. Als het onweer losbreekt is het elk voor zich en alles wat moet doorstaan, doorstaat.
Het begint met dikke druppels die hier en daar vallen: heel willekeurig en onverschillig. De druppels worden dikker en talrijker, de temperatuur neemt af samen met de spanning in de lucht. Daarna volgt het onweer. Wild en onstuimig maar ook met momenten van rust. Tijd om lucht te happen. Dan slaat het weer toe in al zijn hevigheid. Daarna worden de druppels weer zwaarder en minder talrijk. De rust keert weer, de natuur vindt zijn tempo terug. Zo zal het zijn voor de komende weken en laat ons hopen dat de natuur zijn rust vindt, dat er rust komt in haar hoofdje en ook zoveel mogelijk in dat van ons.

Vandaag is het pyjamadag van Bednet. De school van Mereltje doet mee, speciaal voor haar. Zo hartverwarmend. Want dat is wel haar grootste gemis: de kindjes. Ze gaat zo graag naar school, ze is zo super flink! In de grote vakantie al was het aftellen geblazen naar een nieuw schooljaar, naar de vriendjes en vriendinnetjes, naar samen boterhammetjes eten, kortom naar het hele sociale gebeuren. Een paar weken geleden nog dacht ik dat ze na de Paasvakantie wel al halve dagen zou kunnen gaan. Nu lijkt het weer allemaal zo ver weg. De operatie, de bestraling in Parijs, weer allemaal grote vraagtekens… Wachten, wachten het kan zo moeilijk zijn en toch ‘vliegt’ de tijd voorbij. Het is al half maart, het lijkt nog maar gisteren dat we met haar naar huis kwamen. Alsof we met een pasgeborene naar huis keerden, zo voelde het. Nu staan we weer aan de voet van een grote berg die we over moeten. Hopelijk is het pad erna wat kalmer. Dat kunnen we nu enkel hopen.

Met opgeheven hoofd proberen we verder te gaan, borsten vooruit! (om het met een vrouwelijke toets te zeggen). Soms lukt het me, soms niet. Dan huil ik en dat ziet ze dan, ik verstop me niet. Dan komt ze af met haar roze voetbal: “Mamatje toch, beetje met de bal spelen dan?” ze kijkt naar mij met haar felblauwe kijkers en haar hoofdje een beetje schuin. Ze knuffelt me, ze is een knuffelaar die lieve meid van mij. Ik hoop haar snel weer te zien, zonder vieze cellen in dat mooie hoofdje. Het besef dat er terug wat groeit is heel bizar. Ik streel haar hoofdje maar ik streel ook de vijand die erin groeit. Het is heel gek om te weten. Onwetendheid is soms makkelijk, als besef je dat op dat moment niet. Zalig zijn de armen van geest, was het maar zo simpel.

Kus
-X-
Merelmama

Reality Check

Onze dagelijkse rit naar het revalidatiecentrum breekt weer aan (bij mij wekelijks op maandag), gevolgd door een onderonsje met de ouders van maandag in de wachtzaal. Mama en papa van vorige week vertellen tegen een andere wachtende mama met babytje: “Ze moet terug onder het mes”…

BAM – Reality Check

Het meisje met de goedaardige tumor die in september verwijderd is, moet terug onder het mes. De tumor is terug…

Voetjes op de grond. Het spel is nog niet gespeeld… Hoe vreselijk oneerlijk is het toch dat kleine, onschuldige kindjes zo een grote last met zich mee moeten dragen. Levenslange veroordeling. Waarom? Zomaar… Foutje van Moeder Natuur… 😦 En ik weet ook wel dat elk kind en elke tumor en elk hoofdje gewoon anders is, maar toch…


De dagen die nu volgen zijn er in stijgende spanning. Deze week hebben wij ook onze eerste controlescan. Waar is Tim gebleven…? Is hij terug? Is hij toch op vakantie vertrokken? Is hij op rust? We weten het niet.

Voorts is ze eigenlijk wel superflink! Ik zou haar opeten, mijn flinke vrolijke meid ❤ 🙂 . Haar driftbuien lijken zelfs minder (ofwel is het gewenning langs onze kant dan?) omdat ze zich steeds beter kan uitdrukken. Driftbuien horen dan ook wel bij de leeftijd denk ik. Het is soms moeilijk om het onderscheid te maken. Hoort het bij Tim en operatie of is het gewoon lekker ´kleuteren´ wat ze doet?

Voor de rest gaat het leventje de (aangepaste) gewone gang, al zou ik soms een bordje willen hebben dat zegt: HALLO! TUMOR! Gewoon omdat mensen zo snel vergeten en zo snel gewoon terug naar het oude willen. Alsof er niets gebeurde… Alsof het nu maar moet gedaan zijn met ´rusten´ en onthaasten. Vorige week viel er een bon van Landal in de bus, misschien moet ik daar toch maar eens gebruik van maken, bouwwerf of niet. Gewoon weer even met ons 3 en even gewoon niets doen en wandelen. Na de scan dan, die nu de zon blokkeert met zijn sluierwolken…

Kus
-X-
Merelmama

The Good, the Bad and the Ugly

Goed of kwaad. Een duo zoals vooruit en achteruit, je kan niet beide doen want dan blijf je staan. Zo heb je ook goedaardige en kwaadaardige tumoren, ze kunnen niet allebei zijn.
Al vind ik dat -goedaardig/kwaadaardig- een belachelijke stelling. Een tumor is NIET OK, zelfs niet als hij “goedaardig” is. Alsof het ding dan plots ‘vriendelijk’ is. Zo van: “Hoi sorry he, tis hier met de tumor. Ik ga hier gewoon een beetje groeien zo, je zult nergens last van mij ondervinden, laat mij maar gewoon doen geen erg in hebben!”. Zo is het dus niet (of ja, eigenlijk ook wel… bij nader inzien). Een goedaardige tumor groeit ook, weliswaar trager, maar hij groeit en duwt alles weg op zijn pad. In Mereltje haar geval waren dat de oogzenuwen en -hou u vast- zo goed als ALLE grote bloedvaten in de hersenen. Alles zat gespannen rond het spul, de tennisbal, de tumor.

Misschien moeten we het spul een naam geven om het goedaardige te erkennen. We zullen hem Tim noemen. Tim Tumor. Tim zat er waarschijnlijk al van bij haar conceptie. Toen Mereltje nog maar een hoopje cellen was, dat in mijn buik uitgroeide tot een prachtige meid. Tim groeide heel erg traag maar mannetjes zoals Tim geven inderdaad geen klachten. Zo zijn ze. Traag en beetje ‘goedaardig’ he. Traag groeiend op het pad van de minste weerstand. Klachten komen er pas als dat pad te smal wordt en er daadwerkelijk dingen ‘in de weg’ beginnen zitten… Geluk bij een ongeluk (en meestal ook het eerst zichtbare symptoom) waren het de oogzenuwen. Een zichtbaar teken voor ons, dat het écht niet OK was, dat dringende actie vereist was… Ook al zijn kleine kleutertjes meesters in het compenseren van dingen.

Die actie is nu 10 dagen geleden. Tim moest eruit en wel heel dringend. Chirurgen had hij verbaast met zijn grootte. “Indrukwekkend groot” hoorde ik een assistent zelfs zeggen. Hoe zo’n mottige hoop cellen ‘indruk’ kan maken… Na 10 dagen zonder Tim konden we gisteren de ‘picu’ (pediatric intensive care unit) verlaten en kwamen we op kinderoncologie terecht. Zo’n afdeling die je enkel kent van ‘Kinderziekenhuis’ waar je dan in de zetel tranen met tuiten zit te bleiten voor het leed van andere ouders en hun kleine vechtertjes. Waar je dan luidop tegen je partner zegt: “als we daar maar nooit moeten zijn”… Nu zit ik hier zelf. Hoe snel kan het leven veranderen.

Dagen zijn gevuld met dokters, verpleegsters, kinesisten, ergotherapeuten, consulenten en nog meer mensen die zomaar komen binnen en buiten gelopen. ‘Hallo, ik ben …’ Alsof ik al die namen onthoud… 101 gezichten die passeren en Mereltje moeten zien, bekijken, meten, aanspreken…’t Kind heeft daar uiteraard ook niet altijd zin in. Als iedereen komt vragen “knijp eens in mijn hand”, “kijk eens haar hier”, “doe eens zo en doe eens dat”… Je zou van minder ambetant worden. Dat is ze dan ook. Ook het feit dat woordjes soms op haar lippen blijven hangen frustreert haar. Het moet heel erg confronterend zijn. Ook al staan kinderen daar misschien minder bewust bij stil.

Het is in elk geval confronterend voor ons. Plots is je kind niet meer hetzelfde. Het is een soort rouwfase waar je als ouder in komt. Een soort afscheid van het kindje van voor de operatie. Het vrolijke gekke Mereltje die ze was. Ze komt misschien terug, misschien niet. Ik herken wel haar maniertjes maar helemaal dezelfde zal ze waarschijnlijk nooit worden. Een leven vol medicatie en scanners staat haar te wachten. Voor ons een leven aan onzekerheid en schrik voor Tim die ooit nog kan terugkomen. Ja, het had erger kunnen zijn, dat besef ik ook. Het had wél kwaadaardig en snelgroeiend of uitgezaaid kunnen zijn. Het had kanker kunnen zijn en eentje die met geen chemo ter wereld kon weggejaagd worden. Ze had verlamd kunnen zijn of niet meer zelfstandig kunnen ademen. Dat is het dus niet. En daar zijn we enorm dankbaar om. Maar het is niet van de poes, ook de opvolging en de lange weg van revalidatie niet. Het al of niet bestralen van de restjes van Tim is nog een vraagteken (er zijn er nog héél veel). Tim is niet 100% vertrokken. Dat kon hij niet. Dan zou hij teveel kapot gemaakt hebben. Hij vond het daar zo gezellig dat hij zich overal had vastgeklampt…

Morgen mogen de draadjes uit haar hoofdje. Tussen haar haartjes zit nu een ‘ritsje’ waar Tim door gepasseerd is met zijn hebben en houden, goed verborgen onder haar krulletjes (wie ze kent weet hoe ongelooflijk mooi ze zijn). Later zal je er niets meer van zien. Iedereen brandt kaarsjes voor onze kleine meid en zo bijna alle duimen in Vlaanderen (en ver daarbuiten!!) staan in dezelfde richting. Dat steunt. Ook al staan we allemaal -wij ook- met onze rug tegen de muur… Voordeel daarvan is dat je enkel vooruit kan kijken. Achteruit heeft geen zin meer.

Dikke zoen

-X-

Merelmama

Toegegeven: ik gaf toe

Ik deed het: ik gaf toe aan mijn kleuter… Niet dat dit wereldschokkend nieuws is. Ik deed het al vaker en geef toe, jij doet het ook.
Maar ik gaf toe: BIG TIME. Ik hield haar thuis van de zwemles omdat ze niet wou gaan… *roll eyes*. Ik voel me er heel erg slecht bij lieve lezer… Maar laat ik het even kaderen voor u.
Ik neem u mee terug naar 3 weken geleden (of eigenlijk al bijna 4). Zondagochtend: zwemles. Lees: ’30 minutes of pure joy’ in het grote zwembad samen met leeftijdsgenootjes. Pure ontspanning denkt u meteen, toch? Nee. Deze keer niet. In de auto al begint het protest. “Ik wil niet zwemmen met de juf mama…” Eerst schoorvoetend, daarna luidkeels en oorverdovend om af te sluiten met zielig en triestig gesnik… Ik vind het al niet leuk. Ik wil haar niet te veel verplichten om dingen te doen. Ze moet al zo veel eigenlijk. Maar “zomaar toegeven” dat is ook tegen mijn principes, dus ik zet door en kleed haar om in de kleedkamer samen met de andere kindjes. Het gehuil is gestopt. Ok denk ik, so far so good. Tot de juf verschijnt en ze mee moet naar binnen. Terug haar keel open alsof ik haar naar de slachtbank heb gebracht. Moeders en vaders kijken mijn richting uit (althans zo lijkt het). Een bleitend kind werkt averechts op andere kinderen…Het trekt hun motivatie naar beneden (of dat maak ik ervan voor mezelf). 
Ik geef haar mee aan de juf en die ontfermt zich over haar. Ik kijk toe vanop het balkon naar de les. Ze zit nog wat te snikken maar doet wel flink mee. Gelukkig.

Ik besluit om de week nadien zelf met haar te gaan zwemmen. Bij wijze van oefening en ook omdat ze het al zolang vraagt. Ik ben het beu om mezelf dingen te horen beloven aan haar en die nooit tot uitvoering te brengen.
Dus de week nadien op zaterdag raap ik al mijn moed en bikini onderdelen bij elkaar en ga ik met haar naar het zwembad. Gezellige moeder-dochtertijd, zalig! In het kleedhokje bereid ik haar al voor: “Merel, we gaan eerst even oefenen in het grote bad en daarna gaan we spelen, ok?” -“Ja mama” knikt ze braaf. We gaan gezwind richting groot bad maar, ramp o ramp, we kunnen er nog niet in omdat er nog een zwemles bezig is. Nog 10 minuutjes mevrouw. Damn. Ik moet wel met haar naar het recreatiedeel want 10 minuten staan kijken naast een zwembad is ook geen optie met een popelende kleuter aan je hand. Ik herhaal nogmaals de oefenen-spelen-mantra en we gaan toch even plonsen. Na een kwartier komen we terug naar het grote bad. Zonder protest. Maar wat dan volgt is een HALF UUR aan mama die vraagt (op alle manieren, oh God, ALLE manieren) of ze wil inspringen en een koppige kleuter die halsstarrig NEE roept/bleit/zaagt/….. 

De spanning in mijn lijf bouwt op. Hoe kan je zo koppig zijn!! Ik voel woede opkomen en weer wegebben. Allerlei zinnen spoken door mijn hoofd, ik ben intern verscheurd door moedertwijfel. ‘Moét ze zit nu doen? Dram ik niet teveel door? Iedereen leert toch zwemmen uiteindelijk?’, ‘Nee, ze kan niet zomaar haar zin krijgen…’, ‘Zo moeilijk is dat nu toch niet, met haar seuterig gedoe’…. Ik blijf nog even staan/hangen in het bad met mevrouwtje op de rand tot ik er genoeg van heb. “Merel, we gaan naar huis!” Ik stap uit het bad en neem haar aan de hand. Ik had een groot drama verwacht, maar nee ze stapt gewoon mee! OK denkt ze bij zichzelf: missie geslaagd… Dat op zich maakte me enkel kwader. Resultaat: de dag nadien (zondag zwemdag) staat mijn hoofd absoluut niet op zwemmen of op les. Ik hou haar thuis (en maar goed ook want zo blijkt, de dag nadien staat ze vol windpokken!).

Was het de aankomende ziekte of gewoon haar extreme koppigheid die me deed overkoken? Ik weet het niet. Maar 2 weken later (lees: alle blaasjes zijn eindelijk verdwenen) liep ze weer te zagen dat ze niet wou zwemmen en ik gaf toe, lieve lezer. Ze moest niet gaan. Terwijl ze PERFECT had kunnen zwemmen… Alle gekheid op een stokje: ik voel me niet geslaagd als ouder. Ik voel me schuldig tegenover de zwemjuf. Ik voel me schuldig tegenover de medeouders, met wie het altijd gezellig praten was op zondagochtend. Ik voel me schuldig tegenover mijn innerlijke moederkloek die zegt dat het NIET ok is, om ‘zomaar’ toe te geven. Ik voel me schuldig tegenover mijn portemonnee en het weggesmeten geld (ze is nog maar 2 lessen van de 8 geweest….) Ouder zijn is niet simpel. Wie dat ooit over zijn lippen krijgt, heeft 300% géén kind(eren). 

Gefrustreerde Kus
-X-
Merelmama

Nest

Soms is het tijd om het wollige nest te verlaten. Het nest dat je gedurende jaren hebt opgebouwd.  Dag per dag heb je, je eigen plaatsje verdedigd en ingericht. Takje per takje, babbel per babbel, project per project. Als dan de dag komt dat het nest voor jou af is, is dat best confronterend. Het is toch mooi? Het is toch goed? De medebewoners zijn wel leuk? Je wil wel gewoon verder doen, maar toch wringt er iets. Het nest is ‘ok’ maar dat is het dan ook. Jij bent niet ‘ok’ met het idee om er nog langer in te blijven zitten. Wachten op… op wat eigenlijk ? Er zijn veel dingen in het nest die zeker niet ‘ok’ zijn…

Het is een druk komen en gaan in het nest. Meer gaan dan komen meestal. En telkens er een bewoner weggaat, zie je een glimp van de buitenwereld. En telkens wordt die glimp aantrekkelijker. En telkens vraag je ook waar de andere naartoe gaan en hoe het daar is/zou zijn…
De meesten komen nooit terug van de buitenwereld. Enkele wel en die komen dan terug met het verhaal dat “het ergens anders ook altijd iets is”. Een magere troost, lijkt mij. De meesten blijven weg en zijn ook (heel) blij dat ze weggaan. Dat is toch een raar idee?

Het hoofd buiten het nest steken is al niet simpel. Het rijmt niet met vertrouwen. Het voelt alsof je het nest bedriegt. Jij, die gaat kijken hoe het ergens anders zou zijn en dan nog wel allemaal achter de rug van de medebewoners, stel je voor! Je mag er ook niks over zeggen over je tripjes naar andere nesten. Het is geheim. Het moet tussen de werken door. Met leugentjes om bestwil soms… wat vreselijk van jou om zo te doen. Het ligt niet in je aard om te bedriegen en te liegen en toch…

Dan komt de dag dat je het letterlijk moet zéggen dat je naar een ander nest gaat. Dat alles al geregeld is. Dat ze op jou staan te wachten… 
Dat je eigenlijk vals geweest bent en het nest definitief gaat verlaten. Dat doet pijn. Dat is niet simpel. Je krijgt het niet goedgepraat in je hoofd, het past niet bij samenwerken en vriendschap. Maar toch weet je dat het in het andere nest beter zal zijn. Of dat denk je toch. Of misschien ook niet? Je weet het niet en dat is het moeilijkste.

Het andere nest is veel dichterbij. Misschien té dichtbij? Er komen wel opties open om andere dingen te doen, meer tijd. Dat willen we toch allemaal? Meer tijd. Terwijl de hoeveelheid tijd voor iedereen op aarde gelijk is. Maar het idee om ‘meer tijd’ te hebben is aantrekkelijk voor bijna iedereen. Vooral voor mama’s en papa’s. Zij hebben (een) klein(e) tijdvretertje(s) in huis. Daar kijk ik naar uit. Geen gehaast meer na(ar) school, meer fietsen, meer dochter, minder auto, meer ‘tijd’. En ook naar het nieuwe nest natuurlijk met nieuwe mogelijkheden, spannende dingen, nieuwe bewoners en nieuwe vanalles eigenlijk. Even terug alles leren, terug van af nul beginnen. Focus verleggen, beeld verruimen.

Ready –  set – go! 

Kus
-X-
Merelmama

PS: aan ons eigen nest bouwen we rustig verder, dat nest snel verlaten ligt niet meteen binnen mijn/onze betrachtingen 😉