Categorie: Niet leuk

Van vloed naar eb

Een dikke week zijn we nu thuis. De vlucht heeft een goede landing gekend. Een zachte en aangename landing. Dat mocht ook al eens. Ze recupereert razendsnel en dat hoort ook zo. Kindjes moeten snel “adequaat” zijn na een hersenoperatie (lees: alert en goed bij bewustzijn) zo niet, wacht er meestal een lang(er) herstel. Dat zagen we bij onze eerste operatie, toen stond menig dokter zenuwachtig naast haar bed te schuifelen omdat ze nog niets gegeten had op dag 3 ‘post-op’ (post-operatief). Het herseninfarct kwam toen kort daarna…
Nu: niks van dat. Flink boterhammen met choco eten op dag 1, rondhuppelen in de gang op dag 4 en naar huis op dag 5 post-op.

Sferen veranderen, zo is het ook buiten vind ik. Naar de winkel gaan is al iets meer ‘chill’. Mensen schuiven mooi aan met hun karretje bij de ontsmet-doekjes-jobstudent en jawel, er kan al eens een lachske af bij sommige mensen. Het hoeft niet meer zo met een begrafenisgezicht op dat winkelen. Al vind ik het allemaal een beetje ‘fake-netheid’ soms…
Vergelijk het met het schoonmaken van je keukenaanrecht met hetzelfde vodje als waar je zonet de toiletbril mee hebt afgeveegd. Kar na kar met datzelfde doekje… Dit weekend ging ik -effe chill- met dochterlief nog wat cupcake-benodigdheden halen (again!) in de lokale, doch Nederlandse- supermarkt in het dorp. Een ‘afgelikt’ (lees: strak in het pak) en véél te jong ventje stond de klanten te ‘besprayen’ met een vloeistof (het rook verdacht veel naar azijn…) alvorens de winkeldeurtjes te passeren. Met een gigantische flair stond hij te sprayen naar de klanten met zijn bus. Meneer Proper avant la lettre was hij. Ik vond het een onnozel zicht. Alsof dat kleine wolkje spray (wat het ook mogen geweest zijn, het rook geenszins naar ontsmettingsalcohol) alles weer Van-Ranst-proof maakt…

Maar ik ga er niet over zagen: het is wat het is, zo ook ons leven, part ik-ben-de-tel-kwijt. Ik kan het niet uitleggen maar AL de situaties waar manlief en ik al inzaten de laatste 2 jaar hebben aan ons gevreten als een vieze schimmel. Onze veerkracht is soms ver te zoeken in tegenstelling tot die van onze dochter. We staan met (veel) moeite op om 7u of 7u30 en dat terwijl ik in mijn vorige job soms om 6u in Antwerpen stond te blinken! Ik kan het mij echt niet meer voorstellen. We zijn moe, dood- en doodmoe. En “het gaat wel hoor”, is het antwoord op “hoe ist ermee” dan, maar vanbinnen gaat het maar net.

Ik hoop toch dat mijn (onze) emmer een beetje kan leeglopen nu. Dat hij niet meer overloopt van die 2 extra druppels, van die ene ‘rare’ opmerking of die ene mini-tegenslag op de baan of in de winkel. Het hele coronagebeuren heeft er ook niet veel toe bijgedragen, aan dat leeglopen van die emmer… Misschien verdampt er bij dit mooie weer wel weer een beetje of mogen er toch nog kleine dingen zijn die lukken van de eerste keer of gewoon mooi zijn zonder meer. Mogen we toch bij elkaar de rust blijven vinden zoals nu en elkaar verstaan met soms maar 1 woord. Mogen we even terug naar eb gaan? En rustig mee kabbelen? Mijn potje met hoop hiervoor raakt ook bijna leeg…

Vermoeide Kus
-X-
Merelmama

Iets van verhuizen en thuisblijven en zo…

3 weken geleden:
‘T is gebeurd! V-day, verhuisdag! Zo geprikt zodat we nog een krokusvakantie hadden om ons aan te passen. Het was een koude en winderige dag maar gelukkig geen regen. En ja, het is nu pas dat ik even de tijd -en een ietsiepietsie inspiratie- heb gevonden om wat te schrijven. Alles staat hier nog door elkaar en het is eigenlijk alles behalve een ‘rustgevende’ omgeving momenteel, maar we zitten er in en dat is op zich wél rustgevend. Ik probeer de rommel en de stofboel (want dat is een nieuwbouw, veel stof) wat over me te laten waaien en gewoon te genieten van de luxe die we wél al hebben. Onze splinternieuwe keuken, de fijne badkamer met groot ligbad, de vloerverwarming (check, warme voetjes). Ik geniet (lees: probeer te) van elk momentje dat we samen hebben.

Gisteren:
Mereltje stept voor me uit, we maken even een toertje naar de speeltuintjes in de wijk. Ze is blij dat we nog eens “ergens aartoe” gaan, want de komende weken worden raar, heel raar. Het is de eerste zaterdag van de gedeeltelijke ‘lock-down’ door het Coronavirus (dat weet u heus wel, maar tis maar kwestie van dat hier later nog eens terug te lezen). Ik heb er lang nogal lacherig over gedaan: het virusje dat eigenlijk maar zoals de griep was. De griep: daar deed toch ook niemand paniekerig over? Er is nog nooit melding gekomen van hoeveel Chinezen er gestorven zijn aan de griep, echt live en zo he… Dat dacht ik 1 week geleden. Nu zijn in het weekend alle winkels toe (buiten de supermarkten) en het voelt alsof er een vreemde adem in mijn nek blaast tijdens onze wandeling. Een raar gevoel van “rust” eigenlijk, want ik KAN helemaal niet gaan shoppen vandaag. Ik KAN helemaal niet uit eten gaan of iets gaan drinken, dat is allemaal gesloten en het geeft een soort van rust dat die mogelijkheden er niet zijn. Een soort keuzestress die wegvalt. Ik zou wel van alles nog willen kopen om de rommel hier wat te kanaliseren, maar het KAN niet vandaag en dat geeft eigenlijk een soort kalmte. We stappen rustig verder en er is niemand in de wijk die zich buiten begeeft.

Vandaag:
Buiten het hamsteren van gisteren (waar ik overigens niet aan meedeed) geeft de huidige situatie zoiets van een verbonden gevoel, vind ik. Dat is vreemd want eigenlijk worden samenkomsten zoveel mogelijk afgeraden. Maar toch zitten we allemaal in hetzelfde schuitje, rijk en arm, beroemd of berucht. De beelden van de Italianen die vanop hun terras luidkeels een volkslied zingen door de verlaten straat, geven me een warm gevoel. De mens keert tot zichzelf. Plots is er meer interesse in de natuur, gewoon buiten zijn, een simpel wandelingetje maken, althans zo voel ik dat aan. Netflix en consorten zullen ongetwijfeld het aantal abonnees de hoogte in zien gaan en dat is ook leuk, maar met de zonnige periode die er aankomt (volgens Frank althans) is buiten zijn ook gewoon super fijn. En dat zie ik ook aan mijn dochter: na ons kort ommetje is ze veel relaxter. Ik ook, ondanks de keelontsteking die me nu geveld heeft. Ondertussen werkt manlief zich uit de naad om onze kelder op orde te krijgen. Als ons “mini-magazijntje” op orde staat, zal dat ook een gevoel van rust geven. Zo kunnen onze 2 extra kamertjes boven ook mondjesmaat geleegd worden en zo alles krijgt zijn eigen nieuwe plekje. Ook ondertussen is het bellen naar het bungalowpark om een weekendje met vrienden, dat normaal volgende week plaatsvond, te verzetten naar september. Niet fijn maar beter zo, ergens in een park zitten waar alles gesloten is, is toch ook niet waar ik naar uitkeek (vooral niet met een kleuter van 5 *ahum*). Eigenlijk is het thuis nu hetzelfde, dus misschien kunnen de vrienden gewoon hier komen logeren ook, haha!

Onze agenda oogt plots doods: al onze weekends en avonden zijn plots leeg. Alle openbare zaken zijn afgelast of opgeschort: Grootouderfeest, Kinderjury eindfeest, e-bike event (waar ik naar hartenlust elektrische bakfietsen kon gaan testen, yeah I’m that kind of person), helaas ook een babybezoekje wegens de keelontsteking en nog andere zaken en afspraken. Plots valt alles een beetje stil. Misschien moeten we gewoon ons momentje nemen in de stilte en eens bedenken in wat een rush wij eigenlijk leven. Kopen-rondrijden-afspraken-weer kopen-…, een nooit eindigend cirkeltje.
Nu – even – niet ! Ik drink mijn tweede koffie in de zetel en kijk naar buiten, naar de wandelaars met hun hondjes en het is goed zo.

Het is gewoon. even. goed.

Geen dikke kus (want dat mag niet)

-Merelmama-

Honderd

100 blogs, 100 mijmeringen, 100 wist-je-datjes over mijn leven en mijn oogappel Merel. Tijd om even terug te blikken…

Mijn titel Merelmama kreeg ik toen ik op een vroege ochtend aan het einde van mijn zwangerschap vroeg aan mijn bolle buik: “Kom je nu bij mama, lieve Merel?” En daar was ze, slechts enkele uren na mijn vraagje, op 13 december 2014. Een moment dat ik niet hier beschreef maar dat tastbaar staat gebrand in mijn geheugen. Een moment van opperst geluk.

Beginnen met mijn schrijvend verhaal deed ik op 7 augustus 2015, vandaag exact 45 maanden geleden, met een onhandig eerste blogje over mezelf als (toen) ongewild alleenstaande mama met een prachtige baby van 8 maand oud. Het werd een website over ons, zij en ik, over hoe wij het deden alle dagen, over hoe zij het deed in de grote wereld.
Haar eerste verhaaltjes staan beschreven, haar doopsel (een geweldig fijne dag), haar eerste verjaardag, hoe ze de eerste keer met een rietje dronk en ook hoe fier ik was op mijn klein peutertje dat alles uitprobeerde.
Ik vertelde over haar woordjes, haar praatjes, haar geweldige humor in ontwikkeling of over hoe we tranen van fierheid deelden op haar eerste schooldag. Wat ben ik blij, lieve lezer, dat ik deze momenten heb beschreven en dat ik ze kan lezen en herlezen wanneer ik dat wil. Mijn dagboek, mijn geest die vloeibaar is geworden en in lettertjes omgezet.

Mijn blog werd ook een plaats waar ik vertelde over mezelf. Over hoe ik nieuwe producten leerde kennen (haha) of hoe ik voor de eerste keer een bijna-dood ervaring had op de skilatten (again haha) en ook het wonder van onze zero-waste ervaringen niet vergeten! Je kon er, tussen de regels door ook lezen over mijn eerste ontmoeting met B. mijn Merelpapa, mijn ultieme rots in de branding. De man die me overeind hielp/helpt staan. Die me toen (ook al 4 jaar geleden) uit het niets zichtbaar en onzichtbaar troostte op allerlei manieren. Zijn eigen maniertjes, waar ik zo gek van ben (en ook van word soms, maar dat hoort zo). De man die nu steen per steen (plaat per plaat in ons geval) bouwt aan ons eigen nestje. Via deze weg ook een ongelooflijke merci daarvoor en voor alle dingen gewoon, maar dat weet hij wel. ❤
Ik schreef open en bloot over moederfouten en over mijn onzekerheid als mama soms. Over hoe het soms niet altijd makkelijk is. Over de minder lollige dingen die mijn levenspad kruisten. Over mijn scheiding op 27 jaar, over de verkoop van mijn eerste huis, en de daaraan gekoppelde twijfels en gevoelens. Over dingen die mijn leven op zijn kop hebben gezet. Met uitroeptekens !!!! Over de intrede van kanker, het woord dat ik voluit schrijf omdat we niet bang moeten zijn om het te benoemen. Door het niet uit te spreken, blijven we niet gespaard. Het verlies van mijn beste vriendin D. in 2016. Een gebeurtenis die me getekend heeft voor het leven, die me liet zien (voor de eerste keer) hoe vluchtig het leven is, hoe snel onze tijd hier toch voorbij kan zijn.

Ik schreef ook over hoe de BOM viel op ons gezin op 26 december 2018 en een tweede keer 4 maanden later op 28 maart 2019. Merelmama kreeg plots een andere wending en een andere sfeer. Geen lollige weetjes over peuters, maar pure ernst. Verslagen over ziekte en kanker. Verhalen over onwetendheid en onweders die dreigend in de lucht hangen. De “leescijfers” gingen de lucht in, het aantal reacties op mijn blog steeg. Dankjewel daarvoor. Gelezen worden is voor mij hetzelfde dan gehoord worden, zij het dan in stilte. Het geeft me kracht op één of andere manier.

Afsluiten wil ik doen met een gedichtje dat ik schreef voor ‘Transparant’, een jongerenmagazine uit Gent. Ik schreef het met ons eerste verblijf in het ziekenhuis in gedachten.

Dank je lieve lezer om de voorbije 100 blogs te volgen. Ik hoop er nog véél te schrijven en hopelijk nu enkel in stijgende lijn qua sfeer 🙂 ❤

Dikke Kus
-X-
Merelmama

Verlossing

De sneeuwmannen op het raam hebben plaatsgemaakt voor schaapjes en paasbloemen. De gang op de afdeling kinderoncologie is aangepast aan het lentethema. En hier zijn we weer. We komen de avond voor D-day 2 binnen op de afdeling. Heel de dag heeft ze afgeteld naar “de dokter”. Voor haar is het weer een periode van bedliggen, kadootjes krijgen, eten à la carte en tablet kijken. Je zou kunnen zeggen dat ze het ziet als een all-in vakantie. Eigenlijk goed, want een kind tegen zijn zin laten opnemen in het ziekenhuis is al te veel hartzeer op voorhand.


De grote dag breekt aan. We hebben beiden heel goed geslapen, verbazingwekkend goed geslapen. Alles voelt al zo vertrouwd: de kamer, de ouderkeuken, de verpleegsters. Een tweede keer is alles anders. Papa is net 5 minuten binnen (enkel mama bleef slapen) en plots komen ze met 3 verpleegsters binnengestormd. Ze moet nog cortisone en die zou ze al een half uur geleden moeten gehad hebben! 3 verpleegsters kwebbelen door elkaar en beginnen met bloeddruk- en thermometers te sjouwen. Ze vindt het niet zo leuk. Hoe zou je zelf zijn? Subtiel is anders, maar kom, 10 minuten later rijden we met bed en al de gang in. De weg naar de operatiezaal. De zenuwen bekruipen ons. Hier gaan we weer. In een sas kleden we ons om (blauwe mutsen en bijpassende cape) en we rijden door naar de wachtzaal. Daar is het nog meer dan een half uur wachten, zijn ze ons vergeten?? Eindelijk mag ze verder, papa blijft achter op wachtstoeltjes met een hart dat klopt in de keel.

Ik ga mee tot in de operatiezaal. Het heldere licht verblindt me en in het midden staat (alweer) haar tafeltje klaar met het opblaasmatrasje met beertjes op. Het blaast warme lucht en verwelkomt haar kleine lijfje met open armen. Dit keer wordt ze eerst verdoofd met gas, haar kleine armpjes worden niet graag/makkelijk geprikt… Ze vecht en spartelt tegen, mijn hart bloedt en ik kan enkel een troostende “shhhhht” over mijn lippen krijgen. Ze geeft zich over en valt in een diepe slaap. Op de weg naar buiten kruisen we de chirurg die bijna verbaast lijkt over de tranen die over mijn wangen rollen. “We gaan goed voor haar zorgen mevrouw”. “Succes dokter” is wat ik nog stil over mijn lippen kan krijgen en de verpleegster wandelt me naar buiten, naar het bankje waar papa met rode ogen op me wacht.


Meer dan 7 uur later volgt het verlossende telefoontje van de chirurg. Ze zijn haar nog aan het ‘sluiten’, hij heeft net zijn handschoenen uitgetrokken zo lijkt het. Hij klinkt opgelucht en is content hoe het verlopen is. De zucht van verlossing is groot. Als hij blij is, wij ook. Zo ver zijn we weeral. We verkondigen de goednieuwsshow in de uren en dagen die volgen, maar het wringt. We zijn nog lang niet aan de eindmeet. We zijn slechts aan de wissel van de estafette. Komt er wel een ‘eindmeet?’. De bestraling is nog een zware belasting met het grote risico (zo horen we na de operatie) dat haar hypofysefunctie volledig zal uitvallen. Ik hoor mijn anatomieleerkracht nog altijd prevelen (het vingertje in de lucht inbegrepen): “De hypofyse is de dirigent van het hormonaal orkest!”. Ik weet uit ervaring dat goeie orkesten wel zonder dirigent kunnen spelen, maar met moeilijke stukken draait het meestal wel in de soep…

De uitleg van de endocrinoloog zet ons wel weer met de voeten op de grond. Craniopharyngeoom (Tim zijn officiële naam) is ook een chronische aandoening, dat wisten we al. De hele hormoonhuishouding is naar alle waarschijnlijkheid naar de haaien. De bestraling zal hier ook een grote rol in spelen. Daar hebben we nog zo weinig info over gekregen… Dat maakt het hele proces om ermee om te gaan nog moeilijker. Ik ben het gewoon al beu. De hele rimram er rond. “Pas op met dit…”, en “we moeten nog zien dat…”, “opletten met eten”, “bijhouden wat ze drinkt en plast”,… Ik wil GEWOON een GEWOON leven met mijn kind, voor mijn kind. Niet zo’n g*dverdomme ingewikkeld vol met regeltjes 😦 …

Kus
-X-
Merelmama

Onweer

We wachten de uren en dagen af… Het voelt aan als een onweer dat in de lucht hangt. Eentje dat elk moment kan uitbarsten.
Vreemde momenten, want je voelt de electriciteit letterlijk in de lucht hangen. De wolken die vol verwachting uitkijken naar verlossing van de zware regendruppels in hun buik. Als het onweer losbreekt is het elk voor zich en alles wat moet doorstaan, doorstaat.
Het begint met dikke druppels die hier en daar vallen: heel willekeurig en onverschillig. De druppels worden dikker en talrijker, de temperatuur neemt af samen met de spanning in de lucht. Daarna volgt het onweer. Wild en onstuimig maar ook met momenten van rust. Tijd om lucht te happen. Dan slaat het weer toe in al zijn hevigheid. Daarna worden de druppels weer zwaarder en minder talrijk. De rust keert weer, de natuur vindt zijn tempo terug. Zo zal het zijn voor de komende weken en laat ons hopen dat de natuur zijn rust vindt, dat er rust komt in haar hoofdje en ook zoveel mogelijk in dat van ons.

Vandaag is het pyjamadag van Bednet. De school van Mereltje doet mee, speciaal voor haar. Zo hartverwarmend. Want dat is wel haar grootste gemis: de kindjes. Ze gaat zo graag naar school, ze is zo super flink! In de grote vakantie al was het aftellen geblazen naar een nieuw schooljaar, naar de vriendjes en vriendinnetjes, naar samen boterhammetjes eten, kortom naar het hele sociale gebeuren. Een paar weken geleden nog dacht ik dat ze na de Paasvakantie wel al halve dagen zou kunnen gaan. Nu lijkt het weer allemaal zo ver weg. De operatie, de bestraling in Parijs, weer allemaal grote vraagtekens… Wachten, wachten het kan zo moeilijk zijn en toch ‘vliegt’ de tijd voorbij. Het is al half maart, het lijkt nog maar gisteren dat we met haar naar huis kwamen. Alsof we met een pasgeborene naar huis keerden, zo voelde het. Nu staan we weer aan de voet van een grote berg die we over moeten. Hopelijk is het pad erna wat kalmer. Dat kunnen we nu enkel hopen.

Met opgeheven hoofd proberen we verder te gaan, borsten vooruit! (om het met een vrouwelijke toets te zeggen). Soms lukt het me, soms niet. Dan huil ik en dat ziet ze dan, ik verstop me niet. Dan komt ze af met haar roze voetbal: “Mamatje toch, beetje met de bal spelen dan?” ze kijkt naar mij met haar felblauwe kijkers en haar hoofdje een beetje schuin. Ze knuffelt me, ze is een knuffelaar die lieve meid van mij. Ik hoop haar snel weer te zien, zonder vieze cellen in dat mooie hoofdje. Het besef dat er terug wat groeit is heel bizar. Ik streel haar hoofdje maar ik streel ook de vijand die erin groeit. Het is heel gek om te weten. Onwetendheid is soms makkelijk, als besef je dat op dat moment niet. Zalig zijn de armen van geest, was het maar zo simpel.

Kus
-X-
Merelmama

Reality Check

Onze dagelijkse rit naar het revalidatiecentrum breekt weer aan (bij mij wekelijks op maandag), gevolgd door een onderonsje met de ouders van maandag in de wachtzaal. Mama en papa van vorige week vertellen tegen een andere wachtende mama met babytje: “Ze moet terug onder het mes”…

BAM – Reality Check

Het meisje met de goedaardige tumor die in september verwijderd is, moet terug onder het mes. De tumor is terug…

Voetjes op de grond. Het spel is nog niet gespeeld… Hoe vreselijk oneerlijk is het toch dat kleine, onschuldige kindjes zo een grote last met zich mee moeten dragen. Levenslange veroordeling. Waarom? Zomaar… Foutje van Moeder Natuur… 😦 En ik weet ook wel dat elk kind en elke tumor en elk hoofdje gewoon anders is, maar toch…


De dagen die nu volgen zijn er in stijgende spanning. Deze week hebben wij ook onze eerste controlescan. Waar is Tim gebleven…? Is hij terug? Is hij toch op vakantie vertrokken? Is hij op rust? We weten het niet.

Voorts is ze eigenlijk wel superflink! Ik zou haar opeten, mijn flinke vrolijke meid ❤ 🙂 . Haar driftbuien lijken zelfs minder (ofwel is het gewenning langs onze kant dan?) omdat ze zich steeds beter kan uitdrukken. Driftbuien horen dan ook wel bij de leeftijd denk ik. Het is soms moeilijk om het onderscheid te maken. Hoort het bij Tim en operatie of is het gewoon lekker ´kleuteren´ wat ze doet?

Voor de rest gaat het leventje de (aangepaste) gewone gang, al zou ik soms een bordje willen hebben dat zegt: HALLO! TUMOR! Gewoon omdat mensen zo snel vergeten en zo snel gewoon terug naar het oude willen. Alsof er niets gebeurde… Alsof het nu maar moet gedaan zijn met ´rusten´ en onthaasten. Vorige week viel er een bon van Landal in de bus, misschien moet ik daar toch maar eens gebruik van maken, bouwwerf of niet. Gewoon weer even met ons 3 en even gewoon niets doen en wandelen. Na de scan dan, die nu de zon blokkeert met zijn sluierwolken…

Kus
-X-
Merelmama

The Good, the Bad and the Ugly

Goed of kwaad. Een duo zoals vooruit en achteruit, je kan niet beide doen want dan blijf je staan. Zo heb je ook goedaardige en kwaadaardige tumoren, ze kunnen niet allebei zijn.
Al vind ik dat -goedaardig/kwaadaardig- een belachelijke stelling. Een tumor is NIET OK, zelfs niet als hij “goedaardig” is. Alsof het ding dan plots ‘vriendelijk’ is. Zo van: “Hoi sorry he, tis hier met de tumor. Ik ga hier gewoon een beetje groeien zo, je zult nergens last van mij ondervinden, laat mij maar gewoon doen geen erg in hebben!”. Zo is het dus niet (of ja, eigenlijk ook wel… bij nader inzien). Een goedaardige tumor groeit ook, weliswaar trager, maar hij groeit en duwt alles weg op zijn pad. In Mereltje haar geval waren dat de oogzenuwen en -hou u vast- zo goed als ALLE grote bloedvaten in de hersenen. Alles zat gespannen rond het spul, de tennisbal, de tumor.

Misschien moeten we het spul een naam geven om het goedaardige te erkennen. We zullen hem Tim noemen. Tim Tumor. Tim zat er waarschijnlijk al van bij haar conceptie. Toen Mereltje nog maar een hoopje cellen was, dat in mijn buik uitgroeide tot een prachtige meid. Tim groeide heel erg traag maar mannetjes zoals Tim geven inderdaad geen klachten. Zo zijn ze. Traag en beetje ‘goedaardig’ he. Traag groeiend op het pad van de minste weerstand. Klachten komen er pas als dat pad te smal wordt en er daadwerkelijk dingen ‘in de weg’ beginnen zitten… Geluk bij een ongeluk (en meestal ook het eerst zichtbare symptoom) waren het de oogzenuwen. Een zichtbaar teken voor ons, dat het écht niet OK was, dat dringende actie vereist was… Ook al zijn kleine kleutertjes meesters in het compenseren van dingen.

Die actie is nu 10 dagen geleden. Tim moest eruit en wel heel dringend. Chirurgen had hij verbaast met zijn grootte. “Indrukwekkend groot” hoorde ik een assistent zelfs zeggen. Hoe zo’n mottige hoop cellen ‘indruk’ kan maken… Na 10 dagen zonder Tim konden we gisteren de ‘picu’ (pediatric intensive care unit) verlaten en kwamen we op kinderoncologie terecht. Zo’n afdeling die je enkel kent van ‘Kinderziekenhuis’ waar je dan in de zetel tranen met tuiten zit te bleiten voor het leed van andere ouders en hun kleine vechtertjes. Waar je dan luidop tegen je partner zegt: “als we daar maar nooit moeten zijn”… Nu zit ik hier zelf. Hoe snel kan het leven veranderen.

Dagen zijn gevuld met dokters, verpleegsters, kinesisten, ergotherapeuten, consulenten en nog meer mensen die zomaar komen binnen en buiten gelopen. ‘Hallo, ik ben …’ Alsof ik al die namen onthoud… 101 gezichten die passeren en Mereltje moeten zien, bekijken, meten, aanspreken…’t Kind heeft daar uiteraard ook niet altijd zin in. Als iedereen komt vragen “knijp eens in mijn hand”, “kijk eens haar hier”, “doe eens zo en doe eens dat”… Je zou van minder ambetant worden. Dat is ze dan ook. Ook het feit dat woordjes soms op haar lippen blijven hangen frustreert haar. Het moet heel erg confronterend zijn. Ook al staan kinderen daar misschien minder bewust bij stil.

Het is in elk geval confronterend voor ons. Plots is je kind niet meer hetzelfde. Het is een soort rouwfase waar je als ouder in komt. Een soort afscheid van het kindje van voor de operatie. Het vrolijke gekke Mereltje die ze was. Ze komt misschien terug, misschien niet. Ik herken wel haar maniertjes maar helemaal dezelfde zal ze waarschijnlijk nooit worden. Een leven vol medicatie en scanners staat haar te wachten. Voor ons een leven aan onzekerheid en schrik voor Tim die ooit nog kan terugkomen. Ja, het had erger kunnen zijn, dat besef ik ook. Het had wél kwaadaardig en snelgroeiend of uitgezaaid kunnen zijn. Het had kanker kunnen zijn en eentje die met geen chemo ter wereld kon weggejaagd worden. Ze had verlamd kunnen zijn of niet meer zelfstandig kunnen ademen. Dat is het dus niet. En daar zijn we enorm dankbaar om. Maar het is niet van de poes, ook de opvolging en de lange weg van revalidatie niet. Het al of niet bestralen van de restjes van Tim is nog een vraagteken (er zijn er nog héél veel). Tim is niet 100% vertrokken. Dat kon hij niet. Dan zou hij teveel kapot gemaakt hebben. Hij vond het daar zo gezellig dat hij zich overal had vastgeklampt…

Morgen mogen de draadjes uit haar hoofdje. Tussen haar haartjes zit nu een ‘ritsje’ waar Tim door gepasseerd is met zijn hebben en houden, goed verborgen onder haar krulletjes (wie ze kent weet hoe ongelooflijk mooi ze zijn). Later zal je er niets meer van zien. Iedereen brandt kaarsjes voor onze kleine meid en zo bijna alle duimen in Vlaanderen (en ver daarbuiten!!) staan in dezelfde richting. Dat steunt. Ook al staan we allemaal -wij ook- met onze rug tegen de muur… Voordeel daarvan is dat je enkel vooruit kan kijken. Achteruit heeft geen zin meer.

Dikke zoen

-X-

Merelmama