Categorie: Niet leuk

Onweer

We wachten de uren en dagen af… Het voelt aan als een onweer dat in de lucht hangt. Eentje dat elk moment kan uitbarsten.
Vreemde momenten, want je voelt de electriciteit letterlijk in de lucht hangen. De wolken die vol verwachting uitkijken naar verlossing van de zware regendruppels in hun buik. Als het onweer losbreekt is het elk voor zich en alles wat moet doorstaan, doorstaat.
Het begint met dikke druppels die hier en daar vallen: heel willekeurig en onverschillig. De druppels worden dikker en talrijker, de temperatuur neemt af samen met de spanning in de lucht. Daarna volgt het onweer. Wild en onstuimig maar ook met momenten van rust. Tijd om lucht te happen. Dan slaat het weer toe in al zijn hevigheid. Daarna worden de druppels weer zwaarder en minder talrijk. De rust keert weer, de natuur vindt zijn tempo terug. Zo zal het zijn voor de komende weken en laat ons hopen dat de natuur zijn rust vindt, dat er rust komt in haar hoofdje en ook zoveel mogelijk in dat van ons.

Vandaag is het pyjamadag van Bednet. De school van Mereltje doet mee, speciaal voor haar. Zo hartverwarmend. Want dat is wel haar grootste gemis: de kindjes. Ze gaat zo graag naar school, ze is zo super flink! In de grote vakantie al was het aftellen geblazen naar een nieuw schooljaar, naar de vriendjes en vriendinnetjes, naar samen boterhammetjes eten, kortom naar het hele sociale gebeuren. Een paar weken geleden nog dacht ik dat ze na de Paasvakantie wel al halve dagen zou kunnen gaan. Nu lijkt het weer allemaal zo ver weg. De operatie, de bestraling in Parijs, weer allemaal grote vraagtekens… Wachten, wachten het kan zo moeilijk zijn en toch ‘vliegt’ de tijd voorbij. Het is al half maart, het lijkt nog maar gisteren dat we met haar naar huis kwamen. Alsof we met een pasgeborene naar huis keerden, zo voelde het. Nu staan we weer aan de voet van een grote berg die we over moeten. Hopelijk is het pad erna wat kalmer. Dat kunnen we nu enkel hopen.

Met opgeheven hoofd proberen we verder te gaan, borsten vooruit! (om het met een vrouwelijke toets te zeggen). Soms lukt het me, soms niet. Dan huil ik en dat ziet ze dan, ik verstop me niet. Dan komt ze af met haar roze voetbal: “Mamatje toch, beetje met de bal spelen dan?” ze kijkt naar mij met haar felblauwe kijkers en haar hoofdje een beetje schuin. Ze knuffelt me, ze is een knuffelaar die lieve meid van mij. Ik hoop haar snel weer te zien, zonder vieze cellen in dat mooie hoofdje. Het besef dat er terug wat groeit is heel bizar. Ik streel haar hoofdje maar ik streel ook de vijand die erin groeit. Het is heel gek om te weten. Onwetendheid is soms makkelijk, als besef je dat op dat moment niet. Zalig zijn de armen van geest, was het maar zo simpel.

Kus
-X-
Merelmama

Reality Check

Onze dagelijkse rit naar het revalidatiecentrum breekt weer aan (bij mij wekelijks op maandag), gevolgd door een onderonsje met de ouders van maandag in de wachtzaal. Mama en papa van vorige week vertellen tegen een andere wachtende mama met babytje: “Ze moet terug onder het mes”…

BAM – Reality Check

Het meisje met de goedaardige tumor die in september verwijderd is, moet terug onder het mes. De tumor is terug…

Voetjes op de grond. Het spel is nog niet gespeeld… Hoe vreselijk oneerlijk is het toch dat kleine, onschuldige kindjes zo een grote last met zich mee moeten dragen. Levenslange veroordeling. Waarom? Zomaar… Foutje van Moeder Natuur… 😦 En ik weet ook wel dat elk kind en elke tumor en elk hoofdje gewoon anders is, maar toch…


De dagen die nu volgen zijn er in stijgende spanning. Deze week hebben wij ook onze eerste controlescan. Waar is Tim gebleven…? Is hij terug? Is hij toch op vakantie vertrokken? Is hij op rust? We weten het niet.

Voorts is ze eigenlijk wel superflink! Ik zou haar opeten, mijn flinke vrolijke meid ❤ 🙂 . Haar driftbuien lijken zelfs minder (ofwel is het gewenning langs onze kant dan?) omdat ze zich steeds beter kan uitdrukken. Driftbuien horen dan ook wel bij de leeftijd denk ik. Het is soms moeilijk om het onderscheid te maken. Hoort het bij Tim en operatie of is het gewoon lekker ´kleuteren´ wat ze doet?

Voor de rest gaat het leventje de (aangepaste) gewone gang, al zou ik soms een bordje willen hebben dat zegt: HALLO! TUMOR! Gewoon omdat mensen zo snel vergeten en zo snel gewoon terug naar het oude willen. Alsof er niets gebeurde… Alsof het nu maar moet gedaan zijn met ´rusten´ en onthaasten. Vorige week viel er een bon van Landal in de bus, misschien moet ik daar toch maar eens gebruik van maken, bouwwerf of niet. Gewoon weer even met ons 3 en even gewoon niets doen en wandelen. Na de scan dan, die nu de zon blokkeert met zijn sluierwolken…

Kus
-X-
Merelmama

The Good, the Bad and the Ugly

Goed of kwaad. Een duo zoals vooruit en achteruit, je kan niet beide doen want dan blijf je staan. Zo heb je ook goedaardige en kwaadaardige tumoren, ze kunnen niet allebei zijn.
Al vind ik dat -goedaardig/kwaadaardig- een belachelijke stelling. Een tumor is NIET OK, zelfs niet als hij “goedaardig” is. Alsof het ding dan plots ‘vriendelijk’ is. Zo van: “Hoi sorry he, tis hier met de tumor. Ik ga hier gewoon een beetje groeien zo, je zult nergens last van mij ondervinden, laat mij maar gewoon doen geen erg in hebben!”. Zo is het dus niet (of ja, eigenlijk ook wel… bij nader inzien). Een goedaardige tumor groeit ook, weliswaar trager, maar hij groeit en duwt alles weg op zijn pad. In Mereltje haar geval waren dat de oogzenuwen en -hou u vast- zo goed als ALLE grote bloedvaten in de hersenen. Alles zat gespannen rond het spul, de tennisbal, de tumor.

Misschien moeten we het spul een naam geven om het goedaardige te erkennen. We zullen hem Tim noemen. Tim Tumor. Tim zat er waarschijnlijk al van bij haar conceptie. Toen Mereltje nog maar een hoopje cellen was, dat in mijn buik uitgroeide tot een prachtige meid. Tim groeide heel erg traag maar mannetjes zoals Tim geven inderdaad geen klachten. Zo zijn ze. Traag en beetje ‘goedaardig’ he. Traag groeiend op het pad van de minste weerstand. Klachten komen er pas als dat pad te smal wordt en er daadwerkelijk dingen ‘in de weg’ beginnen zitten… Geluk bij een ongeluk (en meestal ook het eerst zichtbare symptoom) waren het de oogzenuwen. Een zichtbaar teken voor ons, dat het écht niet OK was, dat dringende actie vereist was… Ook al zijn kleine kleutertjes meesters in het compenseren van dingen.

Die actie is nu 10 dagen geleden. Tim moest eruit en wel heel dringend. Chirurgen had hij verbaast met zijn grootte. “Indrukwekkend groot” hoorde ik een assistent zelfs zeggen. Hoe zo’n mottige hoop cellen ‘indruk’ kan maken… Na 10 dagen zonder Tim konden we gisteren de ‘picu’ (pediatric intensive care unit) verlaten en kwamen we op kinderoncologie terecht. Zo’n afdeling die je enkel kent van ‘Kinderziekenhuis’ waar je dan in de zetel tranen met tuiten zit te bleiten voor het leed van andere ouders en hun kleine vechtertjes. Waar je dan luidop tegen je partner zegt: “als we daar maar nooit moeten zijn”… Nu zit ik hier zelf. Hoe snel kan het leven veranderen.

Dagen zijn gevuld met dokters, verpleegsters, kinesisten, ergotherapeuten, consulenten en nog meer mensen die zomaar komen binnen en buiten gelopen. ‘Hallo, ik ben …’ Alsof ik al die namen onthoud… 101 gezichten die passeren en Mereltje moeten zien, bekijken, meten, aanspreken…’t Kind heeft daar uiteraard ook niet altijd zin in. Als iedereen komt vragen “knijp eens in mijn hand”, “kijk eens haar hier”, “doe eens zo en doe eens dat”… Je zou van minder ambetant worden. Dat is ze dan ook. Ook het feit dat woordjes soms op haar lippen blijven hangen frustreert haar. Het moet heel erg confronterend zijn. Ook al staan kinderen daar misschien minder bewust bij stil.

Het is in elk geval confronterend voor ons. Plots is je kind niet meer hetzelfde. Het is een soort rouwfase waar je als ouder in komt. Een soort afscheid van het kindje van voor de operatie. Het vrolijke gekke Mereltje die ze was. Ze komt misschien terug, misschien niet. Ik herken wel haar maniertjes maar helemaal dezelfde zal ze waarschijnlijk nooit worden. Een leven vol medicatie en scanners staat haar te wachten. Voor ons een leven aan onzekerheid en schrik voor Tim die ooit nog kan terugkomen. Ja, het had erger kunnen zijn, dat besef ik ook. Het had wél kwaadaardig en snelgroeiend of uitgezaaid kunnen zijn. Het had kanker kunnen zijn en eentje die met geen chemo ter wereld kon weggejaagd worden. Ze had verlamd kunnen zijn of niet meer zelfstandig kunnen ademen. Dat is het dus niet. En daar zijn we enorm dankbaar om. Maar het is niet van de poes, ook de opvolging en de lange weg van revalidatie niet. Het al of niet bestralen van de restjes van Tim is nog een vraagteken (er zijn er nog héél veel). Tim is niet 100% vertrokken. Dat kon hij niet. Dan zou hij teveel kapot gemaakt hebben. Hij vond het daar zo gezellig dat hij zich overal had vastgeklampt…

Morgen mogen de draadjes uit haar hoofdje. Tussen haar haartjes zit nu een ‘ritsje’ waar Tim door gepasseerd is met zijn hebben en houden, goed verborgen onder haar krulletjes (wie ze kent weet hoe ongelooflijk mooi ze zijn). Later zal je er niets meer van zien. Iedereen brandt kaarsjes voor onze kleine meid en zo bijna alle duimen in Vlaanderen (en ver daarbuiten!!) staan in dezelfde richting. Dat steunt. Ook al staan we allemaal -wij ook- met onze rug tegen de muur… Voordeel daarvan is dat je enkel vooruit kan kijken. Achteruit heeft geen zin meer.

Dikke zoen

-X-

Merelmama

Toegegeven: ik gaf toe

Ik deed het: ik gaf toe aan mijn kleuter… Niet dat dit wereldschokkend nieuws is. Ik deed het al vaker en geef toe, jij doet het ook.
Maar ik gaf toe: BIG TIME. Ik hield haar thuis van de zwemles omdat ze niet wou gaan… *roll eyes*. Ik voel me er heel erg slecht bij lieve lezer… Maar laat ik het even kaderen voor u.
Ik neem u mee terug naar 3 weken geleden (of eigenlijk al bijna 4). Zondagochtend: zwemles. Lees: ’30 minutes of pure joy’ in het grote zwembad samen met leeftijdsgenootjes. Pure ontspanning denkt u meteen, toch? Nee. Deze keer niet. In de auto al begint het protest. “Ik wil niet zwemmen met de juf mama…” Eerst schoorvoetend, daarna luidkeels en oorverdovend om af te sluiten met zielig en triestig gesnik… Ik vind het al niet leuk. Ik wil haar niet te veel verplichten om dingen te doen. Ze moet al zo veel eigenlijk. Maar “zomaar toegeven” dat is ook tegen mijn principes, dus ik zet door en kleed haar om in de kleedkamer samen met de andere kindjes. Het gehuil is gestopt. Ok denk ik, so far so good. Tot de juf verschijnt en ze mee moet naar binnen. Terug haar keel open alsof ik haar naar de slachtbank heb gebracht. Moeders en vaders kijken mijn richting uit (althans zo lijkt het). Een bleitend kind werkt averechts op andere kinderen…Het trekt hun motivatie naar beneden (of dat maak ik ervan voor mezelf). 
Ik geef haar mee aan de juf en die ontfermt zich over haar. Ik kijk toe vanop het balkon naar de les. Ze zit nog wat te snikken maar doet wel flink mee. Gelukkig.

Ik besluit om de week nadien zelf met haar te gaan zwemmen. Bij wijze van oefening en ook omdat ze het al zolang vraagt. Ik ben het beu om mezelf dingen te horen beloven aan haar en die nooit tot uitvoering te brengen.
Dus de week nadien op zaterdag raap ik al mijn moed en bikini onderdelen bij elkaar en ga ik met haar naar het zwembad. Gezellige moeder-dochtertijd, zalig! In het kleedhokje bereid ik haar al voor: “Merel, we gaan eerst even oefenen in het grote bad en daarna gaan we spelen, ok?” -“Ja mama” knikt ze braaf. We gaan gezwind richting groot bad maar, ramp o ramp, we kunnen er nog niet in omdat er nog een zwemles bezig is. Nog 10 minuutjes mevrouw. Damn. Ik moet wel met haar naar het recreatiedeel want 10 minuten staan kijken naast een zwembad is ook geen optie met een popelende kleuter aan je hand. Ik herhaal nogmaals de oefenen-spelen-mantra en we gaan toch even plonsen. Na een kwartier komen we terug naar het grote bad. Zonder protest. Maar wat dan volgt is een HALF UUR aan mama die vraagt (op alle manieren, oh God, ALLE manieren) of ze wil inspringen en een koppige kleuter die halsstarrig NEE roept/bleit/zaagt/….. 

De spanning in mijn lijf bouwt op. Hoe kan je zo koppig zijn!! Ik voel woede opkomen en weer wegebben. Allerlei zinnen spoken door mijn hoofd, ik ben intern verscheurd door moedertwijfel. ‘Moét ze zit nu doen? Dram ik niet teveel door? Iedereen leert toch zwemmen uiteindelijk?’, ‘Nee, ze kan niet zomaar haar zin krijgen…’, ‘Zo moeilijk is dat nu toch niet, met haar seuterig gedoe’…. Ik blijf nog even staan/hangen in het bad met mevrouwtje op de rand tot ik er genoeg van heb. “Merel, we gaan naar huis!” Ik stap uit het bad en neem haar aan de hand. Ik had een groot drama verwacht, maar nee ze stapt gewoon mee! OK denkt ze bij zichzelf: missie geslaagd… Dat op zich maakte me enkel kwader. Resultaat: de dag nadien (zondag zwemdag) staat mijn hoofd absoluut niet op zwemmen of op les. Ik hou haar thuis (en maar goed ook want zo blijkt, de dag nadien staat ze vol windpokken!).

Was het de aankomende ziekte of gewoon haar extreme koppigheid die me deed overkoken? Ik weet het niet. Maar 2 weken later (lees: alle blaasjes zijn eindelijk verdwenen) liep ze weer te zagen dat ze niet wou zwemmen en ik gaf toe, lieve lezer. Ze moest niet gaan. Terwijl ze PERFECT had kunnen zwemmen… Alle gekheid op een stokje: ik voel me niet geslaagd als ouder. Ik voel me schuldig tegenover de zwemjuf. Ik voel me schuldig tegenover de medeouders, met wie het altijd gezellig praten was op zondagochtend. Ik voel me schuldig tegenover mijn innerlijke moederkloek die zegt dat het NIET ok is, om ‘zomaar’ toe te geven. Ik voel me schuldig tegenover mijn portemonnee en het weggesmeten geld (ze is nog maar 2 lessen van de 8 geweest….) Ouder zijn is niet simpel. Wie dat ooit over zijn lippen krijgt, heeft 300% géén kind(eren). 

Gefrustreerde Kus
-X-
Merelmama

Nest

Soms is het tijd om het wollige nest te verlaten. Het nest dat je gedurende jaren hebt opgebouwd.  Dag per dag heb je, je eigen plaatsje verdedigd en ingericht. Takje per takje, babbel per babbel, project per project. Als dan de dag komt dat het nest voor jou af is, is dat best confronterend. Het is toch mooi? Het is toch goed? De medebewoners zijn wel leuk? Je wil wel gewoon verder doen, maar toch wringt er iets. Het nest is ‘ok’ maar dat is het dan ook. Jij bent niet ‘ok’ met het idee om er nog langer in te blijven zitten. Wachten op… op wat eigenlijk ? Er zijn veel dingen in het nest die zeker niet ‘ok’ zijn…

Het is een druk komen en gaan in het nest. Meer gaan dan komen meestal. En telkens er een bewoner weggaat, zie je een glimp van de buitenwereld. En telkens wordt die glimp aantrekkelijker. En telkens vraag je ook waar de andere naartoe gaan en hoe het daar is/zou zijn…
De meesten komen nooit terug van de buitenwereld. Enkele wel en die komen dan terug met het verhaal dat “het ergens anders ook altijd iets is”. Een magere troost, lijkt mij. De meesten blijven weg en zijn ook (heel) blij dat ze weggaan. Dat is toch een raar idee?

Het hoofd buiten het nest steken is al niet simpel. Het rijmt niet met vertrouwen. Het voelt alsof je het nest bedriegt. Jij, die gaat kijken hoe het ergens anders zou zijn en dan nog wel allemaal achter de rug van de medebewoners, stel je voor! Je mag er ook niks over zeggen over je tripjes naar andere nesten. Het is geheim. Het moet tussen de werken door. Met leugentjes om bestwil soms… wat vreselijk van jou om zo te doen. Het ligt niet in je aard om te bedriegen en te liegen en toch…

Dan komt de dag dat je het letterlijk moet zéggen dat je naar een ander nest gaat. Dat alles al geregeld is. Dat ze op jou staan te wachten… 
Dat je eigenlijk vals geweest bent en het nest definitief gaat verlaten. Dat doet pijn. Dat is niet simpel. Je krijgt het niet goedgepraat in je hoofd, het past niet bij samenwerken en vriendschap. Maar toch weet je dat het in het andere nest beter zal zijn. Of dat denk je toch. Of misschien ook niet? Je weet het niet en dat is het moeilijkste.

Het andere nest is veel dichterbij. Misschien té dichtbij? Er komen wel opties open om andere dingen te doen, meer tijd. Dat willen we toch allemaal? Meer tijd. Terwijl de hoeveelheid tijd voor iedereen op aarde gelijk is. Maar het idee om ‘meer tijd’ te hebben is aantrekkelijk voor bijna iedereen. Vooral voor mama’s en papa’s. Zij hebben (een) klein(e) tijdvretertje(s) in huis. Daar kijk ik naar uit. Geen gehaast meer na(ar) school, meer fietsen, meer dochter, minder auto, meer ‘tijd’. En ook naar het nieuwe nest natuurlijk met nieuwe mogelijkheden, spannende dingen, nieuwe bewoners en nieuwe vanalles eigenlijk. Even terug alles leren, terug van af nul beginnen. Focus verleggen, beeld verruimen.

Ready –  set – go! 

Kus
-X-
Merelmama

PS: aan ons eigen nest bouwen we rustig verder, dat nest snel verlaten ligt niet meteen binnen mijn/onze betrachtingen 😉 

Toen waren we (even) terug met 2

Een opeenvolging van bizarre zaken deze morgen: een rare groepsknuffel en kus in de keuken, manlief die door de zenuwen (ik ken mijn pappenheimer) een beetje stoïcijns en afstandelijk doet en dan moeder en dochter die staan te wuiven in het deurgat, naar de vertrekkende taxi die de oprit verlaat. Oorlogstaferelen schieten door mijn hoofd. De kroost die huilend staat te zwaaien naar vader die naar de oorlog vertrekt. Hun haren wapperen in de strakke Noordenwind en tranen biggelen langs hun wangen. Zo erg is het niet. Al pink ik wel een traantje weg. We zijn nog nooit zo lang apart van elkaar geweest. Het zal even raar doen.
Een weekje is hij weg, manlief. Een weekje op zakenreis. Een weekje clichés bevestigen, want dat moet je soms doen. Merel troost me “shhht stil maar, lieve mama”…

Ik was gisteren op zoek naar een aftelkalender voor Merel. Voor een peuter, excuseer kleuter, is het altijd handig om de zaken een beetje visueel voor te stellen. Net zoals ze zich 3 maand geleden ook geen beeld kon vormen van het begrip ‘vakantie’, zo kan ze nu evenmin het begrip ‘op reis gaan’ vatten. Ik begin te typen en google vult automatisch aan: ‘aftelkalender… tot papa terugkomt’. Mijn hart brak. Ik ben niet de enige moeder die het allemaal een beetje visueel wil voorstellen. Ik print een leuk exemplaartje af van Anna (wie kindjes heeft kent haar wel). Bovenaan staat duidelijk en in vette letters: “aftelkalender voor kindjes die hun mama of papa even moeten missen”. Je kan er dan op invullen:  “Ik, ……….moet nog ………. keer slapen en dan zie ik……… terug.  Elke dag kan je dan een kindje kleuren en het laatste kindje staat met de armen in de lucht van blijdschap.Wat een triest kalendertje eigenlijk.
We tellen samen af tot papa terug is. “Papa, heb jij ook zo’n kalender dan?” vraagt ze vol verwondering? “Ja hoor”, liegt papa een leugentje om bestwil.

Vandaag: De werkdag zit erop en ik ga mijn kleine spruit halen op school. We doen nog een paar boodschappen en thuis begin ik aan het eten. Ze vraagt niet naar papa. Ook niet als we effectief gaan eten. Want soms wil ze gewoon liever niet eten en wachten tot dat papa er is. Maar hedendaags is het wel meer dat papa later eet. Bouwen en al, you know! We gaan daarna nog samen in bad en éénmaal in bed begint ze haar mantra af te rammelen: “muziekje aan en de deur openlaten en papa nog komen”. Ze zegt het en ik hoor haar denken “oei nee, dat is niet juist”. Ik zet me naast haar en zeg duidelijk dat papa er niet is vandaag en morgen ook niet en overmorgen ook niet. Papa is met het vliegtuig in de lucht onderweg naar een ver land (nvdr Brazilië bestemming Rio de Janeiro *olé*) “Oké” zucht ze, “dan sturen we een zoen in de lucht hé mama!”
Ze gooit een kushandje boven haar hoofd met een luid smakgeluid erbij. “Maar dat is wel geen echte zoen hé mama, een echte zoen is roze en zo tussen meisjes en jongens en zo” grinnikt ze. Ik kus haar krullenbol en ze legt zich vredig neer. Dag 1 is al voorbij. So far, so good. (manlief hangt momenteel nog altijd boven de oceaan in de lucht, de spanning blijft… pffff)

Kusje
-X-
tijdelijk alleenstaande Merelmama

Vakantiestress (1)

Aaah verlof. Mijn favoriete tijd (lees: 2 weken) van ’t jaar. Het feit dat het hier nu net zo heet is dan in het Zuiden van Frankrijk is zoals extra ‘icing on the cake’. Uitslapen (bij ons tot 7u in plaats van 6u), naar beneden “in de peignoir” zoals Merel dat graag doet, op ’t gemak ontbijten en daarna badje nemen en aankleden. Dat is zalig. Maar de voorbije week zaten we inderdaad wel in het Zuiden van Frankrijk. Wij gingen met het vliegtuig want 12 of 14 uur in de auto bij een verzengende hitte, dat vind ik géén ontspanning. Mensen die zeggen: “Oh, de reis begint van zodra ik in de auto stap” die liegen! Met kinderen (zonder ook) is er NIKS leuk aan om 14 uur lang, met een airco (als ge chance hebt) die véél te koude lucht in uw uitdrogende ogen en mond blaast, met uw benen in uw nek te gaan liggen (lees: auto volgepropt tot aan de nok van het dak). Er is NIKS leuk aan om broodnodig te moeten stoppen in een tankstation voor overpriced benzine, dito uitgedroogde broodjes, slappe koffie en vuile wc’s. Er is NIKS leuk, aan méér dan 1000 km met de auto rijden tout court.    Mijn bescheiden mening, that is.
Maar –> we gingen met het vliegtuig. So far so good! Dochterlief vliegt heel goed, meestal slaapt ze ook gewoon tijdens de vlucht en landing door. Dus: handig en praktisch, check. Een busritje van een half uur tot aan het dorpje van de bestemming, op voorhand opgezocht en zonder tussenstops. Check. We zijn er. Villa met zwembad en schoonfamilie. Gezellig! Vakantie, hoezee! Vijf minuten aangekomen, maakt dochterlief gebaar van buikpijn en al snel ligt haar middagmaal op de oprit van het huisje, tussen de kiezelsteentjes. Damn. Beetje misvallen? Daarna geen problemen meer, ze lijkt er vanaf. ’s Avonds eet ze nog spaghetti en gaat ze heel moe het bedje in, zonder morren. De nodige tetter met neefje die bij haar op de kamer slaapt, laten we maar passeren, kinderen hebben tijd nodig om zich aan te passen. De nacht verloopt goed.

De dag nadien volgt er nog een overgeefsessie, maar tussendoor eet ze gewoon en speelt ze lustig verder. Ze is niet zo’n held als het op hogere temperaturen aankomt (ik ook niet) en dus steken we het op de warmte. Ze is wel moe en haar vrolijke zelfje lijkt in België gebleven. Ze wil de hele dag in bedje slapen en als we haar wakker maken is ze niet te genieten. Als daarna ook al het water dat ze dronk er terug uit komt, gaan de alarmbellen in ons hoofd af. Dit is niet goed. Ze reageert te traag op vragen, heeft de bibber in de handjes en ze is plots heel slap. We (opa, mama en papa) springen de auto in en rijden naar de dichtstbijzijnde spoedafdeling (gelukkig maar 10 minuten rijden). Op de parking geeft ze nogmaals over. Gal. Het kind is op! Met haar slappe lijfje in mijn armen spurten we naar de ingang. Een tiental mensen zit te puffen op de stoeltjes zonder airco. Ik blijf staan en kijk met mijn paniekerige-moeder-ogen naar de verpleegster achter het loket. Kinderen hebben voorrang! Dat is zo! Gelukkig is het snel aan ons. Ik geef haar pasje af en we proberen in ons beste Frans uit te leggen wat er allemaal aan de hand is. Lang hoeven we niet te wachten of we kunnen naar de ‘voorsorteer-post’. Daar waar ze de zware en de minder zware (aanstelleritis) gevallen uit elkaar halen. Een grappige verpleger begint een verhaaltje over ‘son ami en Belgique’ als hij ziet dat we Belgen zijn. WHO CARES kerel! Mijn kind ligt als een zwetende en slappe vod op het ziekenbed. Hij neemt haar vitale functies en die blijken allemaal wel ok te zijn. Ze moet in een potje plassen. Het feit dat ze uitgedroogd is, lijkt ons als een paal boven water te staan en ik wil eigenlijk dat ze zo snel mogelijk aan een baxter wordt gehangen… In een potje plassen. Midstream. Geweldig, de dames onder u zullen wel weten waar het schoentje hier wringt. Een 3-jarig kind zeggen dat het IN dat potje moet en dat het eerste straaltje in het toilet moet, is onbegonnen werk. Ik krijg een doekje met zuurstofwater mee om de boel eerst even te ontsmetten en dan het potje te vullen. Als bij wonder plast ze gewoon en zonder morren in het potje (en op mijn handen maar kan mij dat schelen). Een snel testje vertelt dat ze ketonen in de urine heeft. Voor de leken onder u, wil dit zeggen dat het kind haar “vetreserves” aan het opgebruiken is om aan energie te komen. Wie dochterlief al gezien heeft, in real life, weet dat ze GEEN vetreserves heeft. Haar kleine lijfje is in overdrive. Er moet iets gebeuren. We vliegen terug naar de wachtzaal met de uitleg dat we als ‘dringend’ zijn aangeduid. De verpleger zegt dat het geen zwaar onrustwekkende toestand is, maar dat hij kinderen graag laat voorgaan omdat het snel kan verslechteren. We staan vijfde op de lijst nu in plaats van twintigste. Hoera.

De volgende 4 (!) uur vertoeven we in de wachtzaal wat verderop. Daar is airco en een automaat met drank. Een dagje verlof is een dagje spoed aan het worden en we houden ondertussen het ongeruste thuisfront op de hoogte via WhatsApp.

wordt vervolgd….