Coronaschaamte

Coronaschaamte, zou dat een woord zijn? Na 2020 waarschijnlijk wel…

Hier lig ik, in de zetel, niks waard. Opstaan is vermoeiend, mijn hoofd bonst alsof er een hele harmonie het beste van zichzelf staat in te geven en ik zweet als een rund. Dat het buiten 30 graden is (hallo global warming) laat ik even buiten beschouwing… Hierbinnen valt het nog mee van temperatuur trouwens. Waarschijnlijk nam ik de verkoudheid van dochterlief over, maar wat schaam ik me NU al dat er de mogelijkheid is dat iedereen rondom mij misschien in quarantaine moet… STEL dat ik hét heb, corona… Iets waar iedereen zo’n schrik van heeft. En eerlijk gezegd heb ik meer schrik van de sociale druk dan van het idee om zelf besmet te geraken. Ik geloof in mijn lijf, ik ben hopelijk niet degene die op de spoed beland, maar wat een ‘evil eye’ boven mij als ik schoorvoetend moet vertellen aan mijn naasten dat ik besmet ben! Het zou niet mogen dat ik daar schrik van heb, want ik ben niet met opzet besmet geraakt… Het lijkt wel alsof ik alle regels met de voeten heb getreden! Ze zal wel niet dit, ze zal wel dat… Ja, ik was mijn handen, ja ik hoest in mijn elleboog (als ik al moet hoesten uiteraard) en ja, mijn dochter weet het al beter dan ikzelf al die maatregelen “stomme coronabeesten he mama?”. De regel van 5 is soms een beetje vloeibaar, dat moet ik toegeven, maar ik sta niet te knuffelen met iedereen die ik tegenkom!

Ik hoop dat ik niet diegene ben die ons welverdiende weekendje, dat al eens uitgesteld was, moet afzeggen… Ik had het net tegen dochterlief verteld. De glundering in haar oogjes maakt me nu extra slecht… “Oh mama, wat zal dat super leuk zijn, het is zo spannend” Verheugd trippelt ze op en neer op haar teentjes. Ik kon vroeger ook zo enthousiast zijn over dingen. Nu nog, wie me kent weet dat, maar dat maakt het schuldgevoel extra groot nu…

Fingers crossed voor de corona test…. 😦

zoen vanuit de zetel,
-X-

Merelmama

Einde zomer, start routine

Deze begon ik zowat 2 weken geleden te schrijven, dus ik dateer even. Of u zou nog denken dat ik uit een ander tijdperk kom 😉 .

28 aug 2020
Ik adem uit. Wolken schuiven voorbij, het laatste lesje zomeryoga eindigt met een fleecetrui aan, op mijn matje in het park dat zich op 5 minuten van onze voordeur bevindt. Het einde van de zomervakantie komt er aan. Een zomervakantie die toch op zich een beetje raar te noemen was en die ook weer voorbij gevlogen is. Het einde van de kleutertijd heeft ons ingehaald. Het heeft me al tot tranen toe ontroerd, zomaar midden in of na een drukke dag. Ons kleutertje is een ‘madammeke’ geworden. Ik merk het aan haar maniertjes, haar (tegen)spraak *jahaaaa mamaaaa*, haar manier van spelen, het veranderen van haar interessegebied. Ze kan superlief zijn (“mama, ik ga met jou trouwen”) maar ook superboos. Ze gilt luid en stampt met de voeten of dient elke vraag die ik stel meteen van antwoord en niet altijd in de positieve zin. Soms voelt het alsof ik een echte puber in huis heb. Discussies waar geen eind aan komt en meningen die onder geen enkel beding kunnen worden aangepast.

De schoolroutine is misschien wel iets waar ik naar uitkijk en ook de lange donkere herfstavonden gezellig onder het dekentje in de zetel. Onze eerste echte winter in het nieuwe huis. Ik ben een herfstkind, geboren in november. De herfst is mijn favoriete seizoen. Wandelingen in het bos met de dorre blaadjes knisperend onder mijn voeten en de zoete geur van afgevallen bladeren in mijn neus. Daarna binnenkomen in een warm huis en genieten van een kopje koffie bij een goed boek. (we weten allemaal dat boswandelingen dikwijls meer iets zijn van “Zijn we der al? Wanneer gaan we naar huis?, ik heb honger!, ik moet pipi doeeeen”, maar dat volledig terzijde, laat ons even in deze illusie blijven)

Eerste schoolweek september 2020
Ik adem uit. We hebben haar afgezet op school met haar (grote!) bloemenboekentas inclusief (grote!) brooddoos en 7 mappen. Ze straalt, mijn kleine meid, ze is er klaar voor! Maar hey, plots heeft mijn kind mappen nodig seg, noem mij een ‘seut’, ik vind dat toch plots ‘veel’ om te slikken.
Als ’s avonds de weekagenda meekomt ook: om de 2 weken zwemmen, turnen op donderdag, leesdoosjes, letterdoosjes, huiswerk… Het is toch allemaal wennen om mijn kleutertje daar mee samen te rijmen. Nog méér dingen die ik kan vergeten ook! “Mamaaa, jij vergeet altijd alles he” is een zin die dochterlief wel meermaals naar mijn hoofd slingert en ze heeft gelijk, al een geluk dat mijn hoofd aan mijn lijf vasthangt of ik zou het ook overal vergeten. Misschien is dat iets typisch voor moeders? Ik zeg voor mezelf altijd dat wanneer je bevalt, een deel van je verstand mee richting uitgang gaat, zo voelt het voor mij alleszins toch en ik heb (nog) maar 1 kind… Ik heb er misschien wel 1 dat minstens voor 2 telt, zij het om andere redenen dan.

Ik schreef haar trouwens in voor dansles. Ik vond wel dat zo een eerste leerjaar samengaat met een hobby(tje) ook al blijft het altijd koorddansen tussen ‘zichzelf leren ontdekken’ en ‘te veel verwachten van mijn kind’.
Nu, het is niet dat het kind plots hele choreografieën moet vanbuiten leren, ik schreef haar in voor kleuterdansen. Gewoon om wat te wennen aan het idee van een hobby en ja ook omdat de muziek bij het alternatief (Hip Hop 6+) in mijn ogen meestal samen gaat met ‘f*ck, p*ssy’-woorden en dat was toch niet wat ik wou voor mijn (nu nog) 5-jarige, haha.
De reactie na de eerste les was: “Mama, het was suuuuuperleuk!” Dus ik denk dat we deze zaterdag nog eens tot daar rijden 🙂 .

Kus
-X-
Merelmama

Kampeermaagd

Zoals ik in mijn vorige blog al aanhaalde: verlof tijdens een pandemie het is toch anders qua aanpak. Met andere woorden: we reserveerden NIETS op voorhand. We gingen wel zien op het moment zelf…(zoals dat met alles is tegenwoordig). Awel, dat moment was dus vorige week tijdens nog een snipperweekje verlof en het weer was goed, dus gingen we een nachtje kamperen. Ons klein mevrouwtje had hier al lang achter gevraagd dus: zo doende.

Het viel me toch in de eerste plaats al op dat kamperen evenveel ‘gesleur’ met zich meebrengt dan een hele week (of 2) naar Frankrijk gaan zonder tent en we waren dan nog ‘profijtig’ geweest: enkel de basisdingen. Géén tafels en kookvuren, géén half theeservies of halve kleerkasten (moeilijk voor mij) en maar 1 ‘2 seconds’-tentje voor ons drie. Al surfend op het internet vond ik slechts de avond voordien nog snel een plekje voor dat tentje, op een lieflijke camping tegen Durbuy. De ochtend zelf stampten we de auto vol en weg waren we. Na een goeie 2 uur rijden en 2 dikke dutten van mezelf en dochterlief (de chauffeur gelukkig niet) sloegen we af op een klein bosweggetje. Geen tenten te zien tot plots van achter een heuvel toch een camping zichtbaar werd. Tenten, campers, caravans en lodges, alles kon je er vinden en eigenlijk was het best nog een grote camping. Een groot deel van de Nederlandse bevolking had er ook zijn intrek genomen, misschien was het een soort trekplaats, zoals dat bij vogels is… Maar best handig, het inchecken kon dus lekker in het Nederlands. “Plaatsje 418 is voor jullie hoor, veel plezier” wuifde de receptioniste ons nog toe vanachter haar plexiglazen desk.

We reden de bareel door en tuften tot aan ons plaatsje dat zich in een gang bevond die al druk bezet was. Recht tegenover ons stond een gezin dat goed voorzien was en duidelijk alles uit de bekende ‘blauwe winkel’ was gaan halen. Maar liefst 4 tenten hadden ze en ook kookvuren, kasten en barbecues werden tentoon gesteld. Een beetje beschaamd haalden we ons kleine rode tentje uit de koffer en lieten het openvallen. Ondertussen wou dochterlief alvast de speeltuin verkennen en manlief ging ‘den opzet’ wel doen. Hij pompte onze 2 matrasjes op en propte ze in het tentje. Bedden opmaken mocht ik dan doen en een goed half uur later was onze opstelling compleet. Een mini-opklaptafeltje, picknickdeken en 2 klapstoeltjes hadden we wel bij en ook onze picknick met BBQ-restjes van de dag ervoor smaakte.

Daar zaten we dan: op een lapje platgetrapt gras tussen volk, tenten en caravans van allerlei pluimage. Kamperen heeft voor mij nog altijd iets bevreemdend. Ik moet toegeven dat ik eigenlijk nog altijd een beetje een kampeer-maagd ben. Het aantal keer kamperen in mijn leven kan ik nog altijd op mijn 2 handen tellen maar toch hou ik er wel van. Ik hou vooral van het luisteren naar de natuur, de natuurlijke wake-uplight die je ’s ochtends wakker maakt, de koelte die ’s nachts neerdaalt over de tent en het lekker induffelen in de slaapzak, in mijn geval dan altijd met mijn liefsten rondom mij. Maar dat gaat enkel over slapen in een tent op zich. Een camping doet er altijd toch een vleugje ‘awkwardness’ bij. Het opzetten van een tent tussen tenten en ‘bubbels’ die er al enkele weken geleefd hebben is altijd een beetje raar: het bekijken van elkaars spullen “oh, kijk die hebben zo’n dingske voor dinges” en vooral het beluisteren van elkaars geluiden zijn zaken die altijd een beetje aanpassingsvermogen vragen. Ik sprak over het luisteren naar de natuur, maar op een camping is dat een beetje uitgebreider natuurlijk… Zo wisten we na 1 nacht al, waarom er naast de camper van de buren ook een tentje stond opgesteld. Man- of zoonlief (of misschien was het wel moederlief!) kon naast de camping ook een heel bos platleggen ’s nachts als je begrijpt wat ik bedoel. De natuurgeluiden omvatten ook de nachtelijke “Sweeeet Caroliinneee, OH OH OOOOOH!!!” van de andere kant van de camping. Altijd geweldig om te weten dat de buren plezier hebben toch? De nacht legt eigenlijk een soort verbindend deken over een camping: het is voor iedereen gelijk, overal oogjes toe en snaveltjes dicht (toch voor de meesten dan).

Nachtelijke uitstapjes naar het sanitaire blok zijn er natuurlijk ook. Dochterlief haar interne waterhuishouding is niet altijd wat het moet zijn, ook niet ’s nachts, maar daar kan het kind natuurlijk niet aan doen. Slaapzakgeritsel gevolgd door: “mama, pipi doen” kondigt een fris wandelingetje aan. Toen het geritsel er na een halfuur alweer was, heb ik de “pipi achter de tent-truuk” toch wel toegepast, al begint dat wel te wegen met een kind van 17kg…

Zo’n sanitair blok bezorgt me wel altijd de kriebels, daarom ben ik trouwens nog nooit langer dan 2 of 3 nachten gaan kamperen op een camping. Douchen (zeker dezer tijden) met het schaamhaar van de vorige nog in het afvoerputje doet me gruwelen! Dus ik ben meestal lekker fris gewassen met een teiltje water en het washandje, maar nooit gedoucht dat gaat me een brug te ver. Je hebt op zo’n camping ook altijd mensen die zich voor niks schamen (hoeft ook niet, maar toch) en ’s ochtends op het gemakje, in hun badjas met de toiletzak onder de arm en de handdoek over de schouder, richting douches trekken. Ze zijn dikwijls omringd door een ‘roedel’ kinderen op steps of skateboards die jengelend over en weer lopen tussen verschillende caravans of tenten. In datzelfde sanitaire blok staat dan een dame de vettige mayonaise-afwas van de voorbije BBQ-avond te doen. Je hebt daar dan aparte wasbakken voor die staan aangeduid met een speciaal icoontje, ’t is maar dat je op de hoogte bent. Ook zijn er mensen die druk over en weer lopen met hun ‘port-a-potty’. Zo een chemisch toilet dat je ook moet ledigen, dat doe je dan aan de achterkant van zo’n sanitair blok. Multifunctioneel allemaal.

Maar los van die ‘klik’ die ik altijd moet maken in mijn hoofd, was het wel een geweldig weekendje eigenlijk. Wandelen langs het riviertje, steentjes gooien in het water, een ijsje eten, een onverwacht blitsbezoekje bij de neef van manlief die in de buurt woont, gewoon het zonnetje opslorpen als dochterlief de speeltuin onveilig maakt, alles mag en niks moet en dat was zalig. Bij thuiskomst leek het dan ook of we méér dan 1 nacht weggeweest waren. Ons tentje heeft weeral dienst gedaan en de kampeerspullen mogen weer in de kelder. Tot volgend jaar waarschijnlijk, want dat ene nachtje heeft mijn kampeerhonger toch weer gestild. Hoezee!

Gezellige campingkus
-X-
Merelmama

God in Frankrijk

“Reizen” waar denkt u dan aan? Bij ons staat dat gelijk aan een kind dat last heeft van de warmte, amper of heel slecht eet, moe en hangerig is, nergens heen kan zonder vervoerd te worden of in de armen gedragen en één keer zelfs met een bezoekje aan de spoedgevallen wegens uitdroging… Echt ontspannend kan je dat niet noemen en toch was het zo de voorbije 4 jaren dat we op verlof gingen met ons gezin. Vorig jaar, buiten ons verblijf in Orsay gerekend (wat nu écht niet onder de categorie “verlof” valt), gingen we nergens naartoe. Geen ontspannen vakanties maar leven van scan tot scan en tussen de doktersafspraken door.

Dit jaar kwam er onverwachts toch een vakantie op ons pad. We hadden (nog) niks gepland (waarschijnlijk om dezelfde reden dat u ook nog niks gepland had) en we gingen wel zien “wat voor weer het was”. Mogelijks een uitje naar Nederland of Duitsland met een tentje en weinig volk om te ontmoeten, dat had er nog wel ingezeten. Maar het werd een weekje Frankrijk met de schoonfamilie. Met een bang hartje want “een goe verlof” met ons madammeke had er nog nooit ingezeten, om bovenvermelde redenen. We pakten in en hoopten op het beste en dat werd het ook.

Op de bestemming ontpopte onze kleuter zich tot een ontspannen kind met een grote, gezonde eetlust en een opgewekt speelhumeur. Geen ellenlang gemekker voor tablet of computer, geen gezeur voor een buggy (waar ze nu toch al niet meer in past), geen spoedgevallen en zalig rustige nachten (buiten ‘ik-moet-pipi-doen-momentjes gerekend dan). We klommen zelfs in het bos en deden (ongepland/ongewild, zo gaat dat met familiewandelingen) een tochtje van bijna 3 km met wel 170 hoogtemeters! Onze mond viel letterlijk open om haar inspanningsvermogen en het was opletten dat we niet overmoedig werden, maar dat was niet nodig. Ze zette door en klom aan ons handje en met groeiende zelfzekerheid verder het bos in. Haar lijfje heeft een groeispurt ingezet. De laatste paar maanden, kwamen er minstens 3 of 4 centimeters bij in lengte en 2 schoenmaten. De groeihormonen die we dagelijks spuiten ‘kicken’ letterlijk in en dat is raar om te zeggen, maar dat doet deugd.

Hetgeen ze aan groeihormonen tekort komt (lees: niet meer zelf produceert) wordt aangevuld en dat doet haar zichtbaar goed. Haar blauwe kijkertjes fonkelen meer dan ooit en zo ook die van ons. Meermaals per dag wisselen manlief en ik een blik die boekdelen spreekt. Een blik van ongelooflijke fierheid en ongeloof en hoop voor de toekomst. Haar laatste scan was prima. Veel woorden maakt de oncoloog er niet aan vuil (en soms is dat ook helemaal niet nodig) maar het was goed en zo konden we toch met een gerust hart op vakantie vertrekken.

Het werd een zalige vakantie en dat was heel lang geleden. Het mooie weer zat er natuurlijk ook voor een groot stuk mee tussen. Zalige, warme dagen met lange warme avonden en lekker lange apero’s met lieve familie. Méér moest/kon dat écht niet zijn en we keerden dan ook terug met onze valies gevuld met vuile kleren en prachtige herinneringen. ❤ ❤ ❤

Vakantiekus
-X-

Merelmama

Twee is teveel

Daar reed hij van de oprit en de straat uit: mijn allereerste autootje met zijn nieuwe eigenaar. Ik keer me om en trek de voordeur achter me toe. Enkele traantjes rollen van mijn wang en manlief ontvangt me met een “maar liefje toch”… Best emotioneel, je enige auto verkopen zo zonder een nieuwe in de plaats. We hakten de knoop door: twee auto’s is teveel. Ik werk letterlijk 800m van mijn voordeur en ook manlief kan elke dag fietsend naar zijn werk, dus waarom nog geld steken in verzekeringen en brandstof voor een auto die maar enkele keren per maand van de oprit rolt.

We beslisten om een elektrische bakfiets te kopen. Na veel wikken en wegen kozen we ons model uit en we zijn ondertussen in volle verwachting. Ja, we worden bakfietsmensen en nee, daar kan je niet enkel op rijden met geitenwollensokken aan ;). We wonen nu in het dorpscentrum en de fiets nemen om een kleine boodschap te doen of het kind naar school te doen, voelt gewoon beter met de fiets nu. Met de auto ben je zelfs langer onderweg… En ja, het is soms een beetje afspreken zo met 1 auto, maar dat lukt echt wel. En ja, we zullen soms nat zijn van de regen maar Merel dan tenminste niet, zij zit lekker in haar coconnetje op wielen. Ze kijkt er al naar uit zei ze en terecht.

Ze voelt zich goed in haar/ons coconnetje. We hebben het rond haar gesponnen: een web van zachte gevoelens en liefde, van begrip en overbezorgdheid. Een nestje van “kom maar bij mama/papa liefje”, knuffels en overdreven veel kusjes. Misschien maken we haar coconnetje iets te zacht denk ik soms. Misschien geven we toch iets te rap toe als ze (weer) zeurt om iets, uit een soort onbewust ‘medelijden’, en ik wil niet het soort mama zijn die haar kind alles toezegt. Tussen ons gezegd en gezwegen: ik kan niet goed tegen kinderen die alles toegezegd krijgen/kregen en toch laat ik me dikwijls ‘vangen’ door haar ongelooflijke charmes. Ze windt me rond haar kleine vingertjes terwijl ik er zelf bij sta. Soms besef ik dat wel en dan geef ik niet toe maar soms merk ik het ook niet, achteraf bekeken dan. Maar och, de wereld is al zo hard en er zijn zoveel dingen die ze zal “moeten” doen later. Haar ‘pamperen’ nu ze nog in mijn armen past, daar geniet ik stiekem ook wel van… Ik probeer er mijn hoofd niet teveel over te breken, al is dat sterker dan mezelf. Laat het maar lekker rijden, ons coconnetje, een fietskar gevuld met alle liefde van de wereld en het kleine centrum van mijn universum er midden in.

❤ ❤ ❤

Kus
-X-
Merelmama

Van vloed naar eb

Een dikke week zijn we nu thuis. De vlucht heeft een goede landing gekend. Een zachte en aangename landing. Dat mocht ook al eens. Ze recupereert razendsnel en dat hoort ook zo. Kindjes moeten snel “adequaat” zijn na een hersenoperatie (lees: alert en goed bij bewustzijn) zo niet, wacht er meestal een lang(er) herstel. Dat zagen we bij onze eerste operatie, toen stond menig dokter zenuwachtig naast haar bed te schuifelen omdat ze nog niets gegeten had op dag 3 ‘post-op’ (post-operatief). Het herseninfarct kwam toen kort daarna…
Nu: niks van dat. Flink boterhammen met choco eten op dag 1, rondhuppelen in de gang op dag 4 en naar huis op dag 5 post-op.

Sferen veranderen, zo is het ook buiten vind ik. Naar de winkel gaan is al iets meer ‘chill’. Mensen schuiven mooi aan met hun karretje bij de ontsmet-doekjes-jobstudent en jawel, er kan al eens een lachske af bij sommige mensen. Het hoeft niet meer zo met een begrafenisgezicht op dat winkelen. Al vind ik het allemaal een beetje ‘fake-netheid’ soms…
Vergelijk het met het schoonmaken van je keukenaanrecht met hetzelfde vodje als waar je zonet de toiletbril mee hebt afgeveegd. Kar na kar met datzelfde doekje… Dit weekend ging ik -effe chill- met dochterlief nog wat cupcake-benodigdheden halen (again!) in de lokale, doch Nederlandse- supermarkt in het dorp. Een ‘afgelikt’ (lees: strak in het pak) en véél te jong ventje stond de klanten te ‘besprayen’ met een vloeistof (het rook verdacht veel naar azijn…) alvorens de winkeldeurtjes te passeren. Met een gigantische flair stond hij te sprayen naar de klanten met zijn bus. Meneer Proper avant la lettre was hij. Ik vond het een onnozel zicht. Alsof dat kleine wolkje spray (wat het ook mogen geweest zijn, het rook geenszins naar ontsmettingsalcohol) alles weer Van-Ranst-proof maakt…

Maar ik ga er niet over zagen: het is wat het is, zo ook ons leven, part ik-ben-de-tel-kwijt. Ik kan het niet uitleggen maar AL de situaties waar manlief en ik al inzaten de laatste 2 jaar hebben aan ons gevreten als een vieze schimmel. Onze veerkracht is soms ver te zoeken in tegenstelling tot die van onze dochter. We staan met (veel) moeite op om 7u of 7u30 en dat terwijl ik in mijn vorige job soms om 6u in Antwerpen stond te blinken! Ik kan het mij echt niet meer voorstellen. We zijn moe, dood- en doodmoe. En “het gaat wel hoor”, is het antwoord op “hoe ist ermee” dan, maar vanbinnen gaat het maar net.

Ik hoop toch dat mijn (onze) emmer een beetje kan leeglopen nu. Dat hij niet meer overloopt van die 2 extra druppels, van die ene ‘rare’ opmerking of die ene mini-tegenslag op de baan of in de winkel. Het hele coronagebeuren heeft er ook niet veel toe bijgedragen, aan dat leeglopen van die emmer… Misschien verdampt er bij dit mooie weer wel weer een beetje of mogen er toch nog kleine dingen zijn die lukken van de eerste keer of gewoon mooi zijn zonder meer. Mogen we toch bij elkaar de rust blijven vinden zoals nu en elkaar verstaan met soms maar 1 woord. Mogen we even terug naar eb gaan? En rustig mee kabbelen? Mijn potje met hoop hiervoor raakt ook bijna leeg…

Vermoeide Kus
-X-
Merelmama

Airborne

Het is zoals op een vliegtuig stappen zegt manlief. Je stapt op, de realiteit van de echte wereld verdwijnt onder je voeten en uit het zicht en je weet niet wanneer je weer zal landen. Je kan niet veel doen buiten de tijd doden met lezen of als een zombie door het internet scrollen. Zelfs het geluid van de ventilatie draagt hier bij aan de ‘beleving’. De eerste uren schieten voorbij, maar die laatste minuten tikken vreselijk traag.

11 mei 2020 We hebben het ziekenhuis verlaten deze morgen. ‘Normaal’ (hey, wat doe jij tijdens een hersenoperatie van jouw kind?) verlaten we de stad niet, dat voelt gewoon beter in ’t kopke, maar in de huidige omstandigheden biedt de stad niet veel meer dan het lezen en het scrollen. Geen restaurant om de uren letterlijk op te eten of cinema om hersenloos naar een film te gapen, zelfs geen cafeetjes om de vretende spanning door te spoelen. Dus naar huis rijden is de enige zinnige optie. In een lege kamer zitten wachten tot de avond valt (zo lang duurt dat een trepanatie) dat vind ik nog zenuwslopender (als dat dan nog kan). Thuis nemen we samen een lang bad, we kijken een Tarantino film en eten pasta en een taartje in de zetel. Gewoon onder ons 2. Haar speelgoed en haar kleedjes in de wasmand maken het pijnlijk op één of andere manier. Ik pluk een t-shirtje uit de wasmand en ruik er aan. Het ruikt naar Merel, naar mijn kleine meid, naar mijn alles, mijn hartje dat nu volledig overgeleverd is aan een ander. Een team van professionele anderen.


Vanmorgen bracht ik haar tot in het OK. Ze was haar gekke zelf, ze trok haar hele trukendoos open voor de omliggende verpleegsters: “ik kan zo met mijn tong *rolt haar tong* en ook zo met mijn poep omhoog *heft haar poep van de operatietafel* en dan ben ik een ‘tafel’!” De verpleging en anesthesist verbazen zich over het plezier dat ze heeft. Ze voelt zich op haar gemak, mama is erbij en ze kijkt uit naar “het maskertje”. Op één of andere manier is ze daar gek van, mijn narcosejunkie (hopelijk geen voorbode voor later!…).
Ik zie de ‘slaapmelk’ komen in de katheter. Haar tettertje valt stil, de oogjes draaien weg, nog een dikke zoen en met betraande ogen en met de arm van de ergotherapeut rond mijn schouder verlaat ik de operatiezaal. Nu mag het wel gedaan zijn, drie keer deze scene is wel genoeg in het leven van een ouder. Manlief wacht me op en ik kijk in de bange en gespannen ogen die boven zijn mondmasker piepen. Het vliegtuig is airborne. Het is 8u30 en we weten dat het pas zal landen laat in de avond.

De dag vordert en na de middag beginnen de zenuwen te komen. Ik schuif ongemakkelijk heen en weer in de zetel. Onze film is gezien, ons eten op (letterlijk: onze koelkast is zoals je op reis zou vertrekken met een pot mayonaise en augurken, verder niet veel) en manlief is aan een opruimactie begonnen in de kelder. Ik scrol nog wat op het internet en check de gazet of er ondertussen wereldschokkend nieuws te melden is.
Het is 16u30, ik voel dat we terug moeten. Ik laat mijn gsm geen minuut onbewaakt. De chirurg heeft de goeie gewoonte om te bellen de minuut nadat hij zijn handschoenen in de vuilbak heeft geworpen. We nemen ons gerief samen (nog wat speelgoed en consorten) en stappen in de auto, de gsm op de schoot.

Aangekomen nestelen we ons op de ouderkamer, een kamertje dat we mogen ‘hebben’ om afwisselend onze slaap in te halen. Het spaart wat kilometers en tijd van een ouder die elke dag naar huis moet rijden en weerkeren maar als je de deur sluit van het kamertje, wil je zo snel mogelijk terug. Terug naast haar bed gaan staan. Gewoon omdat het beter voelt en ook uit pure ‘fomo’ die dan niks te zien heeft met sociale media.

19u05: het verlossende telefoontje. Een rustige chirurg vertelt dat het goed gegaan is maar dat het ook weer 10 voor 12 was. Het spul (geen namen deze keer) had niet veel langer moeten blijven zitten: goed doorbloed en klaar voor verdere expansie. Mooi konden ze het hele ding verwijderen en ze konden goed de rand volgen waar het zich had genesteld. Hij is 100% zeker dat het een craniopharyngeoom is en geen nieuwe indringer (ja, dat had het kunnen zijn!) maar vertelt later dat hij nog nooit gezien heeft dat het zo ver uit het oorspronkelijke centrum weer tevoorschijn komt…
We begeven ons 4 verdiepingen lager naar de ‘picu’. “Weten jullie de weg?” vraagt een verpleegster nog…

Na nog een uur wachten komt haar bedje aangerold op de kamer. Ze is nog goed versuft van pijnstilling en haar gekende naad (van linkeroor tot midden voorhoofd) is weer verstopt onder een verbandje. Ze ziet bleek en kan moeilijk zelfstandig ademen zonder extra zuurstofondersteuning. Een zakje A-positief wordt besteld. Haar vingertjes en beentjes zijn opgezwollen door het lange stilliggen en haar rechterhandje ligt er weer roerloos bij. Ik denk aan de revalidatie na de eerste operatie. Maar het kan me niet schelen, ze is er nog en het is relatief goed gegaan. Toch komen de tranen weer in mijn ogen, papa’s arm op mijn schouder. Wat is het toch zwaar en we dobberen als mama en papa weer in een zee van adrenaline. Gevoelens krijgen geen kans om erin boven te drijven. Ze verschrompelen tot kleine eilandjes en krijgen geen tijd om zich te ontvouwen. Ik maak me op voor een zware nacht. Rechtspringen in bed was nooit zo gemakkelijk, al krijg ik waarschijnlijk morgen de rekening gepresenteerd. No offence maar ik ben geen 20 meer. Rond middernacht komt ze pas goed bij en kan er al een lachje en een mopje af. Oef!! Mijn meisje, ze is er nog. Het rechterhandje heeft ook al bewogen en dat zijn weer gewichten die van onze schouders vallen, stuk voor stuk.
We kijken (weeral) vooruit. Sterke Merel is er nog en de landing is ingezet. Nog even uitbollen nu… mama en papa zijn piloten geworden met 25 jaar ervaring.

Kus
-X-
Merelmama


Aftelprocedure ingezet

Aftellen is normaal iets dat je doet naar iets leuk: een verjaardag, een reisje, een feestje met familie en vrienden. Aftellen naar een operatie doen de meeste mensen zo niet. Wij wel, al is ‘aftellen’ geen juiste woordkeuze misschien.

We weten al zo goed wat er komt en bereiden ons belachelijk goed voor. Eergisteren is manlief aan het koken geslagen. Als ouder krijg je een klein ontbijtje op de intensive care, maar op de afdeling zorg je uiteraard zelf voor je eten en drinken. We hebben al 4 of 5 maaltijden voor 2 personen ingevroren. Deze week bestelde ik nog 3 nieuwe pyjamaatjes voor Merel en ik begin te wassen wat ze allemaal moet meenemen (lees: gemakkelijke broekjes en T-shirtjes om in een ziekenhuisbed te liggen). Ook voor onszelf, een hele dag rondhangen op een kamer doe ik liever in makkelijke jogging (who cares hoe ik eruit zie dan) dan in een strakke jeans.
Samen met de pyjamaatjes bestelde ik ook nog allerlei kleine speeltjes. Een tekenschriftje (tekenen op losse A4 bladen is eigenlijk nogal verspilling), kleisetje om ‘ijsjes’ te maken, letterstempels (om het toch nog wat educatief te houden), stapel-aapjes in hout, pareltjes om armbandjes te maken en nog wat kleine spulletjes.

Elke dag (is) een klein kadootje. (eigenlijk een zinnetje om op zich al over na te denken)

Zo houden we enerzijds de ziekenhuisdagen, die er (nog meer dan deze dagen) allemaal hetzelfde uitzien, toch een beetje fijner denk ik dan. Anderzijds is het gewoon een rare vorm van ‘controle’ die we nu hebben over onze voorbereiding, want eigenlijk weten we helemaal niet wat er komt. Misschien (hopelijk) staan we na een week terug thuis, misschien staan we aan het begin van een nog langere marathon dan degene die we al meermaals gelopen hebben samen.

Manlief en ik hebben gisteren samen de schuifdeur van de badkamer opgehangen. Ik vond het fijn, echt samen werken en stiekem verliefd kijken hoe hij, in zijn iets te strakke T-shirt, de vijsmachine hanteerde. We zijn een team, hij en ik. Als ik in zijn ogen kijk zie ik de schrik die hij heeft voor de komende weken maar ook het diepe vertrouwen dat we in elkaar hebben. We staan er weer voor en we gaan er weer door: storm of onweer maakt niet uit. Volgende week zijn we 5 (!) jaar samen, wat een 5 zware jaren zijn het al geweest eigenlijk… Als je onze foto’s bekijkt zijn we op die 5 jaar minstens 10 jaar ouder geworden.

Verder is Mereltje haar vrolijke zelve, afgewisseld met een boze kleuter die alles beu is: thuiszitten, niet veel buitenkomen, geen kindjes om mee te spelen, alle spelletjes en kleurpotloden zo beu als maar zijn kan… Ze heeft gelijk, ik ben het ook allemaal beu. Vooral het niet naar familie kunnen gaan, op zondag een aperitiefje bij oma’s en opa’s of tantekes en nonkeltjes, ik mis het echt.
Nu zijn we extra voorzichtig even. Even niet naar de speeltuintjes en geen Mereltje mee naar de winkel. Nu mag ze echt niet ziek worden…

Ironisch eigenlijk want ziek is ze al… Al ziet niemand dat.

Kus
-X-
Merelmama



Ochtendgrijs

Om in termen van Frank Deboosere verder te gaan op mijn vorige post: het ochtendgrijs blijft hangen. Onze vrees is bevestigd: operatie 3 staat gepland. Nogmaals het “schedelluikje” openen, zoals de chirurg dat zo gemakkelijk zegt. De cyste is al een goeie 3 cm groot en is echt wel ‘in your face’ op zo een scan te zien.
Ik ben geen dokter, maar zelfs een leek kan zien dat dat ronde spul daar niet hoort te zitten… Het is een cyste, een blaasje met vocht, het is géén tumorweefsel, maar je hoort mij al afkomen: zo’n cyste kan daar niet komen zonder tumorweefsel dat de boel aanstuurt. Daarom besliste menig chirurg in het UZ dat het hele boeltje er toch uit moet, in 1 keer.

Ik zou hier mijn blogje kunnen stoppen. Veel meer is er niet te zeggen eigenlijk. Ik kan er bergen woorden aan ‘vuilmaken’ maar we kennen het verhaaltje helaas al. De ‘picu’ en de 5e verdieping van het Prinses Elisabethziekenhuis zijn ons al zo bekend. Begin mei zullen we er nogmaals verblijven. Complicaties kunnen er altijd zijn dat is zo, zelfs wanneer je een onnozel wondje laat hechten.
Maar daar gaan we niet van uit.
Ik denk er niet aan en misschien ben ik een struisvogel, maar ik hoop voor één keer dat positieve gedachten positieve dingen met zich meebrengen. Hoor mij bezig… wie mij kent weet dat ik zeker niet ’s werelds grootste optimist ben, maar ik doe mijn best voor haar. Ze kan dat, die kleine sterke meid van mij. En het enige wat we kunnen hopen, is dat de distel die zo’n craniopharyngeoom eigenlijk is, nu zijn laatste wortels zal loslaten…

Wij
kunnen
dat
– nog maar eens-
*diepe zucht*

Coronakus
-X-

Merelmama

PS: voor de rest geniet ik tijdens deze (rare) dagen eigenlijk extra veel van mijn meisje, die zo heel stiekem het kleuter zijn aan het ontgroeien is.

❤ ❤ ❤

Achter de wolken…

Achter de wolken schijnt de zon. Waar is onze zon? Ze laat zich zien en ze verstopt zich onmiddellijk weer. Ze liet zich zien bij onze verhuis, het pad lag open: EINDELIJK rustige tijden. Gezin, liefde, Mereltje en misschien een nieuw broertje of zusje? Eindelijk tijd voor elkaar, geen weekendrush meer, enkel zalig samenzijn. Maar het mocht niet zijn, daar kwam tante Corona van achter de hoek. Bon, iedereen zit er mee opgezadeld, maar in onze boot was/is niet veel plaats meer.
We zijn week 2 en het voelt alsof we al een maand op elkaars gezicht zitten te kijken. Vooral met een dochter die snakt naar sociaal contact. Het voelt als Parijs all over again. Ze is boos: op zichzelf, op mij, op de wereld, op het hele gedoe (of het gebrek aan gedoe eigenlijk). Ze is diep triest als er géén kindjes op de wijkspeeltuin te bespeuren zijn en ze is diep triest als ze plots merkt dat het avond is en ze nog nergens naartoe geweest is.
Ook al schijnt buiten de zon, binnen is ze soms ver te zoeken…

Vorige week hadden we alweer onze NMR en ik had zo een vies voorgevoel… Ken je dat gevoel dat er onweer in lucht hangt? Je voelt het hangen, de lucht vult zich met negatieve en positieve energie tegelijk, het onweer moet enkel nog losbarsten. Ik beschreef dit gevoel hier al eerder. Het is er weer lieve lezer… We gaan weer een onzekere periode tegemoet. Tim is stabiel en zijn restanten waren zelfs gekrompen! Goed nieuws! Maar…. U hoort me al afkomen. De cyste(s) die altijd samengaan met een craniopharyngeoom blijven onvoorspelbare beestjes. 1 van die cystes is dus voor de tweede scan op rij gegroeid. Ik kan u geen maten en gewichten meedelen, die weet ik zelf niet, maar groei was er in die mate dat we meteen een nieuwe afspraak met de oncoloog én de neurochirurg kregen volgende week. Back to square one lijkt het wel (al zal het hopelijk en normaal gezien zo’n vaart niet lopen).


Dinsdag 24 maart: NMR dag. Ik rijd, samen met de verpleegster, met het bedje van Merel door de gangen langs de ‘picu’ (pediatric intensive care). Beelden van de periode schieten door mijn hoofd. De geur van ontsmettingsmiddel en het kuisproduct van UZ Gent maken me misselijk en geven me tegelijk een soort ‘heimwee’, al is dat zeker niet de juiste naam voor het gevoel. Binnenkort zitten we hier waarschijnlijk weer (dat wist ik dinsdag nog niet uiteraard)…

De zon die buiten schijnt maakt alles bitterzoet. Haar vooruitgang (ze kan flink klimmen door de groeihormonen lijkt mij!), haar mooie zinnetjes die ze maakt en de woorden die uit haar mondje vloeien (haar stopwoordje tegenwoordig is: ‘eigenlijk’ 🙂 ) maken me zo trots en zo ongerust tegelijk. Haar mooie gezichtje met haar stralende lach doen me smelten. Het lijkt alsof ik weeral “afscheid” moet nemen van mijn Mereltje nu en me voorbereid op een ander Mereltje NA…

Wederom een ongeruste zoen
-X-
Merelmama