Categorie: Reizen

Orsay voor gevorderden

De laatste dagen en nachten in onze nederige stulp hier in Orsay gaan in, volgende week zijn er de laatste bestralingen, het laatste bezoek is naar huis gegaan.
En toch neemt de spanning weer toe, zij het dit keer dan in de andere richting. We gaan terug naar huis! Terug naar onze bekende plek, de bekende mensen, de bekende omgeving.

En toch is het hier ook al allemaal zo ‘gewoon’ en bekend: de gezichten in het protoncentrum, de dokters en de aanpak in het Institut Curie in Parijs, de winkels in de buurt, de Franse manier van autorijden (al went dat laatste nooit volledig, vraag het manlief).

En toch is het weer nagelbijten want: wat nu..? Wat na die dosis protonen in haar hoofdje? Wat komt er nu? Het is niet magisch gedaan met het craniofaryngeoom, dat feit staat vast, maar hoe vergaat het nu verder met die mottige hoop cellen…? Moeten we gewoon verder wachten op een seintje van Tim?

Wat wel zeker is, is dat er tussen de 3 scans die hier gemaakt zijn, geen verschil zat in tumorgroei. Hoera hoor ik u zeggen, maar we hebben nog nooit zoveel scans direct na elkaar gehad… Dus een beetje een vertekend beeld wel. Wat er ook zeker is (en dat is een beetje wrang), is dat ze wel meer interne vochtophoping zagen tussen de 2 laatste scans… Beetje vies gevoel dus, want het vocht dat er nu zit blijkt niet “weg” te kunnen. De oorzaak van de verstopping zien ze (hier) niet. Er hangt dus precies nog een bui in de lucht kortom: we hopen op géén overdruk in de hersenen…

Augustus is best nog een drukke maand: terug een resem doktersafspraken (te beginnen de week na onze terugkomst) en terug revalidatie (waar we vanaf nu niet meer zo ver voor hoeven te rijden, hip hoi!). En dan is er september: hét nieuwe schooljaar! Oh, wat kijkt ze er naar uit (en wij ook), terug de vriendjes, terug de structuur, terug boterhammetjes meedoen in de boekentas. Het zal vermoeiend zijn voor haar om terug mee te draaien met het molentje, maar wat is het nodig ook. Ik wil niemand tegen de borst stoten, alleen begrijp ik niet dat ouders hun kind bewust willen thuishouden van school. Wat missen ze dan niet allemaal? Leuke uitstapjes, fijn leren samen spelen en zoals bij Merel: ook vele knuffels en vriendjes.

Orsay was (is, nog eventjes) een tijd van gemengde gevoelens. Een smeltpot van onzekerheid, vermoeidheid, streng zijn versus loslaten, rust versus onrust en alles daartussen. Orsay was mooi en zo enorm lelijk tegelijk. Een omgeving van heuvelachtig groen in schril contrast met het waarom we hier zijn. Balanceren op de koord tussen gelukkig en ongelukkig zijn was het. We zijn echte koorddansers geworden, manlief en ik. Mereltje balanceerde zo tussen ons in, als een speelbal. Zo’n speelbal trekt zich daar niks van aan, van dat balansspel. Die botst en wiebelt mee op de handen die hem dragen. Zo deed ze dat ook. Ze spiegelde zich aan ons gemoed. Dat doen kinderen nu eenmaal en daarom was het soms extra moeilijk en soms ook niet.

We leerden weer eens blij zijn met de kleine dingen (o cliché, het blijft toch moeilijk). De keren dat ze vriendelijk wakker werd na de narcose of dat ze heel flink de dokter zijn onderzoek liet doen of de keren dat we blij waren met een wachtzaal mét speelgoed. De keren dat we lekker speelden in het zwembadje of de zandbak die we voor haar improviseerden en de keren dat ze smakelijk een koekje at na alweer een narcose. Die kleine lichtpuntjes maakten het dragelijk voor ons en voor haar.
We sluiten hier in Orsay een periode af die we nooit meer zullen vergeten. Een periode die niet veel ouders (gelukkig) moeten meemaken, maar die wel voor ons in de sterren stond geschreven. Het was een periode die ons als koppel weer wat dichter bracht (ook al slapen we nu al enkele weken apart, met de verhoogde druk in haar hersenen zijn we extra op onze hoede) en die ons weer wat extra aan elkaar verbonden heeft. We delen samen al wat herinneringen van opperste stress en opperste paraatheid, dat doet iets met een mens. We voelen als 1 team, we denken als 1 persoon en wat hou ik daarvan. We zijn als gezinnetje nog dichter naar elkaar toegegroeid (weet niet of dat nog kon) en dat maakt het wel mooi. Nu kunnen we enkel hopen dat onze beproeving hier de moeite waard was en dat we eindelijk verder kunnen (zij het op een blijvend andere manier dan voorheen) na een heel moeilijke tijd.

Hoopvolle kus
-X-
Merelmama

Orsay voor beginners

1 dag tot D-day. We proberen extra te genieten vandaag. Op posters in het dorp zagen we dat er vandaag markt is in Saint-Rémy-lès-Chevreuse, een naastgelegen dorpje. We rijden ernaartoe na een lekker zondags ontbijtje met de verplichte Franse croissant en stokbrood (van de bakker achter de hoek en eigenlijk toch niet zo super lekker…).

We komen aan in het dorpje rond 11u30. In een parkje rondom een speeltuin staan allerlei kraampjes die de kunsten van lokale pottenbakkers en -baksters tentoonstellen. We kuieren rond met de buggy (zonder is moeilijk met een dochter die amper 5 stappen wil zetten #onzeeigenkabouterlui) onder het waterzonnetje . De geur van BBQ hangt er in de lucht en we zien een gedateerd parochiecentrum met rondhossende parochianen die als kleine mieren druk in de weer zijn. Er is een kraam met zelfgemaakte (dat zie je) pizza’s en quiches die je dan ter plaatste kan warmen in de microgolf en er klinkt gezang. Als we beter kijken, zien we mensen in witte gewaden. Het is de plaatselijke pastoor en zijn dienaars. De mis, die voor de gelegenheid buiten plaatsvond, is net gedaan en we horen de laatste gebeden die lustig worden meegezongen door de onderdanen. Een heel katholiek dorpje, zo blijkt. De sfeer is idyllisch, het is eigenlijk best grappig en uniek om hier deel van uit te maken als ‘buitenstaander’. Na wat rondjes op en af de speeltuin gaan we zitten aan de tafeltjes onder de luifels. We bestellen een drankje, aperitieven mee met de parochianen en kijken naar een vrouwenclub die gehuld in lange rokken een dansje opvoert. Ze beginnen met hoela-achtige rustige dansbewegingen en gaan dan plots en geheel onverwacht over naar Beyoncé en consorten. Manlief en ik schieten in de lach. Waar zijn we nu toch weer terechtgekomen. Na het hoelahoepgedans volgt een speech van de stage-pastoor die afscheid neemt. Hij keert terug naar zijn eigen parochie versta ik uit het Frans gewauwel. Een gigantische “Zwarte Madonna” wordt cadeau gedaan aan de parochie. “C’est le monde à l’envers” giechelt weer een andere pastoor die voor vandaag zijn feestelijkste collaar uit de kast haalde. Er weerklinkt luid applaus. Stage-pastoor en collaar-pastoor nemen afscheid en de voorzitter (van iets) kondigt de plaatselijke harmonie aan. Ik heb me nog een sangria-in-plastic-beker besteld en we eten een opgewarmd, met liefde gemaakt, stuk pizza op samen.

Plots komt een man ons de hand schudden. Aan het kruisje op zijn vest gespeld te zien, is het nóg een andere pastoor (het wemelt hier!). Hij kent ons niet zegt hij en vraagt van waar we afkomstig zijn. Ja, je moet dan vertellen waarom je hier bent en ja, dan zijn er rare en ongemakkelijke blikken die uitgewisseld worden. Meneer pastoor vraagt of we hier alleen met ons 3 zijn en daarop kunnen we ook enkel ‘ja’ antwoorden. Niet dat dat voor ons een probleem is, maar voor hem blijkbaar wel. Hij neemt afscheid en manlief neemt dochter nog eens mee naar de speeltuin. Ik nip aan mijn sangria-in-plastic en geniet verder van het concert vanop mijn bankje. Ze spelen wat hoempapa maar gaan dan over naar de Harry Potter soundtrack begod (no pun intended) ! 🙂 De instrumenten zijn niet super gestemd, maar het is wel leuk en gezellig. Ik geniet van het moment en laat me meevoeren door de sfeer. Plots komt meneer pastoor (met het kruisje op de vest) weer naast mijn bankje staan: “Bonjour, ici c’est Clothilde, aussi une jeune maman et euhm… ah oui, débrouiller-vous !”. Een mama met 2 kleine kinderen rond haar rok kijkt me aan en lacht. En is het de sangria of de zondagse sfeer, maar ik voel geen enkel probleem met de situatie. OK het is een beetje ongewoon maar ik laat het op me af komen. Clothilde begint met wat vragen te stellen, meneer pastoor heeft haar wel al een beetje ingelicht hoor ik. Ik antwoord in mijn beste Frans en omdat ik zo ontspannen ben, lukt het me aardig, al zeg ik het zelf.
Ze vertelt dat ze huismoeder van 5 zonen is en dat haar man zowat hier en daar werkt in Parijs, als consultant denk ik dan bij mezelf. Ze wonen in de buurt en ze vertelt dat het feest een jaarlijkse traditie is, die altijd veel volk trekt. De zon komt door de wolken en er wordt wat verteld over koetjes en kalfjes en de reden waarom we hier zijn. Ik kan zelfs bijna de volledige voorgeschiedenis van Merel vertellen in het Frans (duh, anders verstond ze mij niet). Ik probeer uit te leggen van waar we afkomstig zijn, maar steden zoals Gent of Antwerpen lijken haar compleet onbekend. Toch bizar eigenlijk, wij als Belgen horen toch wel een belletje rinkelen bij steden als Lyon, Lille of Parijs? (En, even off topic, Fransen horen bijvoorbeeld ook niet dat wij Nederlands praten. Ze herkennen de taal van een buurland gewoon niet #wereldvreemd?).

Manlief komt terug van de speeltuin en Merel doet haar intrede. Ik hoor Clothilde bijna luidop denken “aan dat kind is toch niks te zien?”. Ze vraagt of we de spelletjes al gezien hebben en troont ons mee naar achteraan het parochiecentrum. Merel krijgt een bonnetje van zoon 1 en speelt een spelletje cadeautjes-vissen-in-een-ton. Zoon 2 gaat verderop met de blikken gooien. Zoon 3, 4 en 5 zijn bij de scouts, zo blijkt. Manlief gaat ondertussen meer bonnetjes kopen want dochterlief heeft natuurlijk niet genoeg aan 1 spelletje en 1 totaal-nutteloos-en-op-5-minuten-kapot-speelgoedje. Daar verschijnt de man van Clothilde, zij zelf is ondertussen met de kinderen al in het feestgejoel verdwenen. De man, Alexis, stelt ook wat vraagjes en er wordt een beetje over de buurt verteld. Ik probeer het gesprek stilletjesaan af te ronden, want we kunnen niet blijven bonnetjes voor stomme speelgoedjes blijven kopen en de zon schijnt ondertussen fel en dochterlief haar parelwitte huidje is nog niet ingesmeerd met de zonnecrème die in de auto ligt (natuurlijk). Alexis vraagt of ik zijn nummer wil hebben, voor moesten we zin hebben in een wandeling in de buurt met de kinderen. In mijn naïviteit zeg ik ja en ik geef ook mijn nummer en emailadres, you never know.

Thuisgekomen kijk ik naar het pamfletje waarop hij zijn nummer noteerde en waar ik “niet naar moest kijken” volgens hem. Een folder over “Alpha” een religieuze vereniging die infoavonden over Jezus en de zijnen organiseert. Een sessie van 12 avonden gaande van “wie is Jezus” tot “hoe kan ik bidden integreren in mijn dagelijks leven”. Onderaan de folder staan de beide namen van het koppel en dus nu ook zijn gsm-nummer. Ik voel me een beetje bekocht. Was het allemaal maar een opgezet spel tussen pastoor en parochianen om ons als “verloren gezin” naar zo een infoavond te lokken? Is Saint-Rémy-lès-Chevreuse stiekem een sekte die door middel van dorpsfeesten nieuwe leden lokt? Ik denk het niet, want ik geloof in de goedheid van de mens, maar toch voel ik me wel een beetje bedot, ook al vond ik het best een superleuke namiddag. Ik ben niet tegen religie en ik ben zeker niet tegen geloof op zich, maar wel tegen stiekeme bijbedoelingen… Ik laat het nummer voor wat het is en voel me wel gelukkig hier zo zonder pottenkijkers of medelijhebbende parochianen.

We zijn nu na 1 week al goed gewoon aan de woning die we huren. Ze is redelijk groot en er zijn heel veel deuren en (in het donker bijna griezelige) kamertjes maar het begint wel een klein beetje als “thuis” te voelen. Ik draaide al een eerste wasje en heb al een paar keer gestofzuigd. Dat helpt bizar genoeg ook aan dat “thuis” gevoel. De bestralingen zijn goed gestart en geloof mij vrij, dat is geen bijzaak omdat ik dat hier in ’t kort vermeld, maar we zien wel wat het geeft op dit gebied. Gelukkig is er op dit vlak nog niet veel te melden. De dagelijkse verdoving zal nog het meeste last geven denk ik. Het kan niet anders dan zo, vraag eens aan je kleuter van vierenhalf om 10 minuten muis en muisstil te liggen… als jouw kleuter dat kan, geef mij gerust een belletje!

Zo, lieve lezer, uw Merelmama-honger is weer even gestild neem ik aan. Dit is er eentje waar u even tijd voor nam denk ik, ik ook trouwens 🙂 . Tot een volgende!

een-geruste-we-zijn-eindelijk-vertrokken-met-de-trein-zoen
-X-
Merelmama

Honderd

100 blogs, 100 mijmeringen, 100 wist-je-datjes over mijn leven en mijn oogappel Merel. Tijd om even terug te blikken…

Mijn titel Merelmama kreeg ik toen ik op een vroege ochtend aan het einde van mijn zwangerschap vroeg aan mijn bolle buik: “Kom je nu bij mama, lieve Merel?” En daar was ze, slechts enkele uren na mijn vraagje, op 13 december 2014. Een moment dat ik niet hier beschreef maar dat tastbaar staat gebrand in mijn geheugen. Een moment van opperst geluk.

Beginnen met mijn schrijvend verhaal deed ik op 7 augustus 2015, vandaag exact 45 maanden geleden, met een onhandig eerste blogje over mezelf als (toen) ongewild alleenstaande mama met een prachtige baby van 8 maand oud. Het werd een website over ons, zij en ik, over hoe wij het deden alle dagen, over hoe zij het deed in de grote wereld.
Haar eerste verhaaltjes staan beschreven, haar doopsel (een geweldig fijne dag), haar eerste verjaardag, hoe ze de eerste keer met een rietje dronk en ook hoe fier ik was op mijn klein peutertje dat alles uitprobeerde.
Ik vertelde over haar woordjes, haar praatjes, haar geweldige humor in ontwikkeling of over hoe we tranen van fierheid deelden op haar eerste schooldag. Wat ben ik blij, lieve lezer, dat ik deze momenten heb beschreven en dat ik ze kan lezen en herlezen wanneer ik dat wil. Mijn dagboek, mijn geest die vloeibaar is geworden en in lettertjes omgezet.

Mijn blog werd ook een plaats waar ik vertelde over mezelf. Over hoe ik nieuwe producten leerde kennen (haha) of hoe ik voor de eerste keer een bijna-dood ervaring had op de skilatten (again haha) en ook het wonder van onze zero-waste ervaringen niet vergeten! Je kon er, tussen de regels door ook lezen over mijn eerste ontmoeting met B. mijn Merelpapa, mijn ultieme rots in de branding. De man die me overeind hielp/helpt staan. Die me toen (ook al 4 jaar geleden) uit het niets zichtbaar en onzichtbaar troostte op allerlei manieren. Zijn eigen maniertjes, waar ik zo gek van ben (en ook van word soms, maar dat hoort zo). De man die nu steen per steen (plaat per plaat in ons geval) bouwt aan ons eigen nestje. Via deze weg ook een ongelooflijke merci daarvoor en voor alle dingen gewoon, maar dat weet hij wel. ❤
Ik schreef open en bloot over moederfouten en over mijn onzekerheid als mama soms. Over hoe het soms niet altijd makkelijk is. Over de minder lollige dingen die mijn levenspad kruisten. Over mijn scheiding op 27 jaar, over de verkoop van mijn eerste huis, en de daaraan gekoppelde twijfels en gevoelens. Over dingen die mijn leven op zijn kop hebben gezet. Met uitroeptekens !!!! Over de intrede van kanker, het woord dat ik voluit schrijf omdat we niet bang moeten zijn om het te benoemen. Door het niet uit te spreken, blijven we niet gespaard. Het verlies van mijn beste vriendin D. in 2016. Een gebeurtenis die me getekend heeft voor het leven, die me liet zien (voor de eerste keer) hoe vluchtig het leven is, hoe snel onze tijd hier toch voorbij kan zijn.

Ik schreef ook over hoe de BOM viel op ons gezin op 26 december 2018 en een tweede keer 4 maanden later op 28 maart 2019. Merelmama kreeg plots een andere wending en een andere sfeer. Geen lollige weetjes over peuters, maar pure ernst. Verslagen over ziekte en kanker. Verhalen over onwetendheid en onweders die dreigend in de lucht hangen. De “leescijfers” gingen de lucht in, het aantal reacties op mijn blog steeg. Dankjewel daarvoor. Gelezen worden is voor mij hetzelfde dan gehoord worden, zij het dan in stilte. Het geeft me kracht op één of andere manier.

Afsluiten wil ik doen met een gedichtje dat ik schreef voor ‘Transparant’, een jongerenmagazine uit Gent. Ik schreef het met ons eerste verblijf in het ziekenhuis in gedachten.

Dank je lieve lezer om de voorbije 100 blogs te volgen. Ik hoop er nog véél te schrijven en hopelijk nu enkel in stijgende lijn qua sfeer 🙂 ❤

Dikke Kus
-X-
Merelmama

Toen waren we (even) terug met 2

Een opeenvolging van bizarre zaken deze morgen: een rare groepsknuffel en kus in de keuken, manlief die door de zenuwen (ik ken mijn pappenheimer) een beetje stoïcijns en afstandelijk doet en dan moeder en dochter die staan te wuiven in het deurgat, naar de vertrekkende taxi die de oprit verlaat. Oorlogstaferelen schieten door mijn hoofd. De kroost die huilend staat te zwaaien naar vader die naar de oorlog vertrekt. Hun haren wapperen in de strakke Noordenwind en tranen biggelen langs hun wangen. Zo erg is het niet. Al pink ik wel een traantje weg. We zijn nog nooit zo lang apart van elkaar geweest. Het zal even raar doen.
Een weekje is hij weg, manlief. Een weekje op zakenreis. Een weekje clichés bevestigen, want dat moet je soms doen. Merel troost me “shhht stil maar, lieve mama”…

Ik was gisteren op zoek naar een aftelkalender voor Merel. Voor een peuter, excuseer kleuter, is het altijd handig om de zaken een beetje visueel voor te stellen. Net zoals ze zich 3 maand geleden ook geen beeld kon vormen van het begrip ‘vakantie’, zo kan ze nu evenmin het begrip ‘op reis gaan’ vatten. Ik begin te typen en google vult automatisch aan: ‘aftelkalender… tot papa terugkomt’. Mijn hart brak. Ik ben niet de enige moeder die het allemaal een beetje visueel wil voorstellen. Ik print een leuk exemplaartje af van Anna (wie kindjes heeft kent haar wel). Bovenaan staat duidelijk en in vette letters: “aftelkalender voor kindjes die hun mama of papa even moeten missen”. Je kan er dan op invullen:  “Ik, ……….moet nog ………. keer slapen en dan zie ik……… terug.  Elke dag kan je dan een kindje kleuren en het laatste kindje staat met de armen in de lucht van blijdschap.Wat een triest kalendertje eigenlijk.
We tellen samen af tot papa terug is. “Papa, heb jij ook zo’n kalender dan?” vraagt ze vol verwondering? “Ja hoor”, liegt papa een leugentje om bestwil.

Vandaag: De werkdag zit erop en ik ga mijn kleine spruit halen op school. We doen nog een paar boodschappen en thuis begin ik aan het eten. Ze vraagt niet naar papa. Ook niet als we effectief gaan eten. Want soms wil ze gewoon liever niet eten en wachten tot dat papa er is. Maar hedendaags is het wel meer dat papa later eet. Bouwen en al, you know! We gaan daarna nog samen in bad en éénmaal in bed begint ze haar mantra af te rammelen: “muziekje aan en de deur openlaten en papa nog komen”. Ze zegt het en ik hoor haar denken “oei nee, dat is niet juist”. Ik zet me naast haar en zeg duidelijk dat papa er niet is vandaag en morgen ook niet en overmorgen ook niet. Papa is met het vliegtuig in de lucht onderweg naar een ver land (nvdr Brazilië bestemming Rio de Janeiro *olé*) “Oké” zucht ze, “dan sturen we een zoen in de lucht hé mama!”
Ze gooit een kushandje boven haar hoofd met een luid smakgeluid erbij. “Maar dat is wel geen echte zoen hé mama, een echte zoen is roze en zo tussen meisjes en jongens en zo” grinnikt ze. Ik kus haar krullenbol en ze legt zich vredig neer. Dag 1 is al voorbij. So far, so good. (manlief hangt momenteel nog altijd boven de oceaan in de lucht, de spanning blijft… pffff)

Kusje
-X-
tijdelijk alleenstaande Merelmama

Vakantiestress (1)

Aaah verlof. Mijn favoriete tijd (lees: 2 weken) van ’t jaar. Het feit dat het hier nu net zo heet is dan in het Zuiden van Frankrijk is zoals extra ‘icing on the cake’. Uitslapen (bij ons tot 7u in plaats van 6u), naar beneden “in de peignoir” zoals Merel dat graag doet, op ’t gemak ontbijten en daarna badje nemen en aankleden. Dat is zalig. Maar de voorbije week zaten we inderdaad wel in het Zuiden van Frankrijk. Wij gingen met het vliegtuig want 12 of 14 uur in de auto bij een verzengende hitte, dat vind ik géén ontspanning. Mensen die zeggen: “Oh, de reis begint van zodra ik in de auto stap” die liegen! Met kinderen (zonder ook) is er NIKS leuk aan om 14 uur lang, met een airco (als ge chance hebt) die véél te koude lucht in uw uitdrogende ogen en mond blaast, met uw benen in uw nek te gaan liggen (lees: auto volgepropt tot aan de nok van het dak). Er is NIKS leuk aan om broodnodig te moeten stoppen in een tankstation voor overpriced benzine, dito uitgedroogde broodjes, slappe koffie en vuile wc’s. Er is NIKS leuk, aan méér dan 1000 km met de auto rijden tout court.    Mijn bescheiden mening, that is.
Maar –> we gingen met het vliegtuig. So far so good! Dochterlief vliegt heel goed, meestal slaapt ze ook gewoon tijdens de vlucht en landing door. Dus: handig en praktisch, check. Een busritje van een half uur tot aan het dorpje van de bestemming, op voorhand opgezocht en zonder tussenstops. Check. We zijn er. Villa met zwembad en schoonfamilie. Gezellig! Vakantie, hoezee! Vijf minuten aangekomen, maakt dochterlief gebaar van buikpijn en al snel ligt haar middagmaal op de oprit van het huisje, tussen de kiezelsteentjes. Damn. Beetje misvallen? Daarna geen problemen meer, ze lijkt er vanaf. ’s Avonds eet ze nog spaghetti en gaat ze heel moe het bedje in, zonder morren. De nodige tetter met neefje die bij haar op de kamer slaapt, laten we maar passeren, kinderen hebben tijd nodig om zich aan te passen. De nacht verloopt goed.

De dag nadien volgt er nog een overgeefsessie, maar tussendoor eet ze gewoon en speelt ze lustig verder. Ze is niet zo’n held als het op hogere temperaturen aankomt (ik ook niet) en dus steken we het op de warmte. Ze is wel moe en haar vrolijke zelfje lijkt in België gebleven. Ze wil de hele dag in bedje slapen en als we haar wakker maken is ze niet te genieten. Als daarna ook al het water dat ze dronk er terug uit komt, gaan de alarmbellen in ons hoofd af. Dit is niet goed. Ze reageert te traag op vragen, heeft de bibber in de handjes en ze is plots heel slap. We (opa, mama en papa) springen de auto in en rijden naar de dichtstbijzijnde spoedafdeling (gelukkig maar 10 minuten rijden). Op de parking geeft ze nogmaals over. Gal. Het kind is op! Met haar slappe lijfje in mijn armen spurten we naar de ingang. Een tiental mensen zit te puffen op de stoeltjes zonder airco. Ik blijf staan en kijk met mijn paniekerige-moeder-ogen naar de verpleegster achter het loket. Kinderen hebben voorrang! Dat is zo! Gelukkig is het snel aan ons. Ik geef haar pasje af en we proberen in ons beste Frans uit te leggen wat er allemaal aan de hand is. Lang hoeven we niet te wachten of we kunnen naar de ‘voorsorteer-post’. Daar waar ze de zware en de minder zware (aanstelleritis) gevallen uit elkaar halen. Een grappige verpleger begint een verhaaltje over ‘son ami en Belgique’ als hij ziet dat we Belgen zijn. WHO CARES kerel! Mijn kind ligt als een zwetende en slappe vod op het ziekenbed. Hij neemt haar vitale functies en die blijken allemaal wel ok te zijn. Ze moet in een potje plassen. Het feit dat ze uitgedroogd is, lijkt ons als een paal boven water te staan en ik wil eigenlijk dat ze zo snel mogelijk aan een baxter wordt gehangen… In een potje plassen. Midstream. Geweldig, de dames onder u zullen wel weten waar het schoentje hier wringt. Een 3-jarig kind zeggen dat het IN dat potje moet en dat het eerste straaltje in het toilet moet, is onbegonnen werk. Ik krijg een doekje met zuurstofwater mee om de boel eerst even te ontsmetten en dan het potje te vullen. Als bij wonder plast ze gewoon en zonder morren in het potje (en op mijn handen maar kan mij dat schelen). Een snel testje vertelt dat ze ketonen in de urine heeft. Voor de leken onder u, wil dit zeggen dat het kind haar “vetreserves” aan het opgebruiken is om aan energie te komen. Wie dochterlief al gezien heeft, in real life, weet dat ze GEEN vetreserves heeft. Haar kleine lijfje is in overdrive. Er moet iets gebeuren. We vliegen terug naar de wachtzaal met de uitleg dat we als ‘dringend’ zijn aangeduid. De verpleger zegt dat het geen zwaar onrustwekkende toestand is, maar dat hij kinderen graag laat voorgaan omdat het snel kan verslechteren. We staan vijfde op de lijst nu in plaats van twintigste. Hoera.

De volgende 4 (!) uur vertoeven we in de wachtzaal wat verderop. Daar is airco en een automaat met drank. Een dagje verlof is een dagje spoed aan het worden en we houden ondertussen het ongeruste thuisfront op de hoogte via WhatsApp.

wordt vervolgd….

 

 

De laatste, weeral…

Laatste dag van ’t jaar. Even tijd om terug te blikken, het lijkt alsof ik een oudejaarsconference voorbereid. Maar toch probeer ik dat, even mijmeren over het voorbije jaar. Ook al is het morgen gewoon een dag verder. Het is telkens als een hoofdstuk afsluiten. Een goed jaar of een slecht jaar. Op 1 januari kan je dan zeggen dat het achter je ligt, ook al is het in wezen maar een paar uur geleden. Je schuift op.

Een jaartje ouder of zoals mijn jongere zusje ooit op 2-jarige leeftijd de wijze woorden sprak op 1 januari: “Gelukkige verjaardag voor mensen!”. Gelijk had ze, op 1 januari zijn we allemaal een jaar ouder. Als je op jaartallen telt natuurlijk.
Ouder en wijzer *ahum*. 2018 al seg… Ik herinner me oudjaar 1999 alsof het gisteren was. Als kind was oudjaar HET hoogtepunt van het jaar, naast Carnaval. Dat wat ook een toppertje. Oudjaar 1999, toen reden we met de familie, in een mobilhome, naar het vuurwerk in Antwerpen. Onderweg pikten we nog een tante en nonkel op en geladen met flessen (kinder)champagne (cava, dat was toen nog niet) reden we uitgelaten, rond middernacht naar Linkeroever voor het grote spektakel. Wat een belevenis.
Vuurwerk heeft me altijd geboeid. Diep in mij zit een klein (genetisch, how obvious) pyromaantje verborgen. Met oudjaar wil het altijd even komen piepen. Ware het niet dat onze gemeente nu ook een complete vuurwerkstop heeft ingevoerd dit jaar. Boeeeh!! Meer dan kleine voetzoekers, grotere ‘sterrenschijters’, Star Wars vuurspuwende zwaarden en luide sissende minipijltjes met parachuteventjes aan, heb ik nooit aangestoken hoor. Maar als ik een vuurwerkwinkel (lees: Nederlandse Boerenbond deze periode van ’t jaar) binnenstap, dan kriebelt het wel om zo een grote rol te kopen die zichzelve afvuurt. Waaaw, de kick in het aansteken ervan. Familiale toeschouwers met bange ogen op een veilige afstand en ik die dan, triomfantelijk en in mijn kortste feestelijke minirok, het hele spul aansteek. Moehahahaha!! De lonten om dit te doen liggen wel nog ergens in een schuif, voor moest het ooit nodig zijn…

Maar: mijmeren gingen we doen. Bij deze steek ik van wal. 2017 begon voor mij een beetje donker. We waren net verhuisd naar onze eigen stek (lees: huis van mijn stiefpapa) en alles viel zowat in de plooi. Buiten ik. Mijn plooi werd groter. Ik viel in een zwart gat. 2017 zou een jaar worden zonder mijn beste vriendin en zonder “grote” dingen. Geen huizen verkopen, scheidingen, ex-mannen die verhuizen naar ’t buitenland, niks van dit. Niet dat het dingen waren naar waar ik zat af te tellen, maar het was gewoon afgerond. Op papier toch. Gewoon een jaar met ons 3. Van 4 was er nog geen sprake. (nu ook nog altijd niet, pff). In januari nog maakte ik mijn eerste afspraak met de psycholoog, waar ik nu nog altijd naartoe ga. Zij hielp me er weer wat bovenop, al heb ik tranen met tuiten gehuild in haar kabinet. Vooral de eerste gesprekken, waar ik “de situatie” moest uitleggen. Ze schrok en zei dat het niet abnormaal was dat ik eronderdoor zat. Ik had een hele grote rugzak…
De rugzak is niet verkleind, maar wel ruimer geworden. Het hele boeltje is wat compacter en draaglijker nu. Soms blaast het wel nog eens op, zoals een paar maand geleden als de ex-man dan plots weer ‘live’ voor je neus staat… Of rond de periode van het overlijden van D. Bij perioden van stress op het werk, dan ook. Dan kan alles ook plots teveel zijn. En misschien moet ik hierover dit jaar maar eens een besluit nemen. Het wiel omgooien of niet. Het schrikt me af, maar toch ook niet. Ik zie het wel, ik zie wel wat 2018 brengt. Hopelijk ook een bezoek van de ooievaar, maar die is me niet zo goed gezind. Ik denk dat ik een oud exemplaar te stekken heb, eentje die regelmatig de weg kwijt is. Maar goed, hij heeft me vorige keer gevonden, dus nu misschien ook wel.
2017, het was een jaar van ups en downs. Maar is dit niet elk jaar? Ups zoals Hong F*cking Kong, Parijs, kamperen met een peuter, en The Big Three-O party niet te vergeten! Maar ook beetje downs zoals zo van die dagen en peuterpubers die grijs haar triggeren.
Maar goed, in 2018 staan er ons grootste dingen te wachten. HET HUIS! Het grote geweldige huis waar we zo naar uitkijken. In januari beginnen we eraan. De lap grond met het metershoge onkruid op, wordt onze nieuwe thuis. Waaruit we hopelijk niet meer hoeven te verhuizen. Die we kunnen inrichten naar onze goesting en waar we (hopelijk) nog veel kindjes in mogen te slapen leggen :). Stressy, dat wel. Maar hier hebben we zelf voor gekozen, of was het toch een beetje “het lot” die zo snel de goedkeuring van onze applicatie voor de grond in de brievenbus gooide?
Voor de rest gaan we genieten van onze steeds groter wordende meid. Die met haar babbel al zeker niet moet onderdoen voor een 4-jarige, al is ze net 3. Zalig hoe de kinderlogica zijn intrede doet. Of hoe “Nee mama, ik ben Merel!” telkens weer het antwoord is op mijn kleine liefkozende benamingen voor haar. Hoe ze nog luid kan schaterlachen als ik haar bij het instoppen nog kriebel of “het kusjesmonster” bovenhaal. Of hoe ze, tot vervelens toe, al van ver kan ruiken (waw, wat een gave!) dat iets NIET lekker is. En nog altijd het zich dramatisch-op-de-grond-gooien als de zin niet wordt doorgedreven, maar hier gaan we nog wel even inzitten in die fase vrees ik.
En dan ook de spannende gebeurtenis van het tante worden in januari! Hip hoi, wat kijk ik er naar uit. Een klein poppemieke om rot te verwennen. En een groot poppemieke voor Merel, die in het jongenswereldje (6 neefjes en 1 nichtje) nu al haar mannetje staat. Mijn kleine zusje, dat zal ze altijd zijn, die mama wordt. Waar is de tijd dat we samen in bad “protjes” lieten in de speelgoedemmer? :D. Ik wil je bijstaan met raad en daad, dag en nacht. Kleine prinsesjes opvoeden, het wordt ons ding zus, ik voel het aan mijn kleine teen!

Voor de rest wens ik ieder van jullie “de beste wensen” maar omdat dat zo hol klinkt: gewoon veel plezier met elkaar, voor elke dag van ’t komend jaar (rijmen en dichten zonder mijn gat op te lichten, haha). Een lach en een traan van blijdschap en vooral een goede gezondheid, want het staat als een paal boven water dat dit de basis is van alles!

Dikke kus en tot volgend jaar met véél Merelmama, want: wie schrijft, die blijft, nem!
-X-
Merelmama

 

Vervolg op zo’n dag

Follow my blog with Bloglovin

Op ‘zo’n dag’ volgde een andere dag. Een betere dag. Een zeer geslaagde dag vol verrassingen. Verrassingen gepland voor een weekendje weg met z’n twee. Het hélemaal geheim houden was toch niet zo simpel bleek. Toen hij langs zijn neus vermeldde dat hij nog geld moest gaan halen, was Londen al uitgesloten ;). Maar zo ver had hij niet gedacht. Ook helemaal niet erg want Parijs, de hoofdstad van de romantiek, dat zag ik zeker zitten.
Na een treinreisje van 2 uur stonden we daar. Op een herfstig zonnige woensdagavond, op het perron, in Parijs. Ik liet me helemaal meevoeren. Door de geur, de sfeer, de nazomer en mijn liefste. Een aangename wandeltemperatuur en dito wandeling bracht ons tot aan het gehuurde AirBNB (aanrader!) appartementje niet ver van Canal Saint Martin. Heel gezellig ingericht en exact wat we moesten hebben.

Wat volgde was een opeenstapeling van momenten die voor altijd in mijn geheugen staan als een geweldig weekend. Op wolkjes liep ik. Daar in Parijs. Aan de hand van mijn ontzettend knappe ‘ontvoerder’.

De tweede avond, nadat we lekker een kaasschoteltje met Franse Baguette gegeten hebben in ons appartementje, volgde nog een verrassing. 2 tickets voor ‘Le Crazy Horse Saloon’. Voor wie dit onbekend in de oren klinkt, kijk hier eens even misschien. Inderdaad.
Zoveel (blote) konten en borsten heb ik in mijn leven nog nooit samen gezien! Maar echt een heel speciale ervaring. Typisch Parijse sfeer. Een klein gezellig theatertje met de nodige flessen champagne en uitgedoste toeschouwers inclusief. Na deze geslaagde borstenparade (en duurste cola EVER) wandelen we nog even langs de eeuwig opgelichte Eiffeltoren. Ook altijd een waar genoegen om terug te zien. Weer verplaats ik mij niet te voet, maar op kleine roze wolkjes. Wat een geluk heb ik toch met zo’n ventje. Wat een geluk dat we elkaar gevonden hebben en wat een geluk dat we al 2,5 jaar samen zijn ondertussen. Het lijkt alsof we elkaar al een heel leven kennen. Het aantal keren dat we elkaars zinnen afmaken of dat we net luidop zeggen wat de ander aan het denken is, zijn ontelbaar. Hoe klef hè, maar zo waar.

Ik geniet nog een beetje na, lieve lezer. Maar het contrast kon niet groter zijn toen we op maandag weer aan het werk moesten… Ach ja, mooie liedjes duren niet lang zeker? Al een geluk wel, dat die mooie ontvoerder mee terug is gekomen met mij. ❤ 🙂

Kus
-X-
Merelmama

 

PS Daarnet nog getrakteerd,  door kleine meid (in een bomvolle Action, aan de kassa) op een “Ik-wil-een-speelgoedje-kiezen” driftbui, inclusief huilen tot ze zo rood als een tomaat werd. Het was “IK-WIL-EEN-RENDIERHOEDJE” gewijs, voor wie dit nog kent van vroeger uit de Super Nanny… G-ê-n-a-n-t !