Categorie: Familie

Toen waren we (even) terug met 2

Een opeenvolging van bizarre zaken deze morgen: een rare groepsknuffel en kus in de keuken, manlief die door de zenuwen (ik ken mijn pappenheimer) een beetje stoïcijns en afstandelijk doet en dan moeder en dochter die staan te wuiven in het deurgat, naar de vertrekkende taxi die de oprit verlaat. Oorlogstaferelen schieten door mijn hoofd. De kroost die huilend staat te zwaaien naar vader die naar de oorlog vertrekt. Hun haren wapperen in de strakke Noordenwind en tranen biggelen langs hun wangen. Zo erg is het niet. Al pink ik wel een traantje weg. We zijn nog nooit zo lang apart van elkaar geweest. Het zal even raar doen.
Een weekje is hij weg, manlief. Een weekje op zakenreis. Een weekje clichés bevestigen, want dat moet je soms doen. Merel troost me “shhht stil maar, lieve mama”…

Ik was gisteren op zoek naar een aftelkalender voor Merel. Voor een peuter, excuseer kleuter, is het altijd handig om de zaken een beetje visueel voor te stellen. Net zoals ze zich 3 maand geleden ook geen beeld kon vormen van het begrip ‘vakantie’, zo kan ze nu evenmin het begrip ‘op reis gaan’ vatten. Ik begin te typen en google vult automatisch aan: ‘aftelkalender… tot papa terugkomt’. Mijn hart brak. Ik ben niet de enige moeder die het allemaal een beetje visueel wil voorstellen. Ik print een leuk exemplaartje af van Anna (wie kindjes heeft kent haar wel). Bovenaan staat duidelijk en in vette letters: “aftelkalender voor kindjes die hun mama of papa even moeten missen”. Je kan er dan op invullen:  “Ik, ……….moet nog ………. keer slapen en dan zie ik……… terug.  Elke dag kan je dan een kindje kleuren en het laatste kindje staat met de armen in de lucht van blijdschap.Wat een triest kalendertje eigenlijk.
We tellen samen af tot papa terug is. “Papa, heb jij ook zo’n kalender dan?” vraagt ze vol verwondering? “Ja hoor”, liegt papa een leugentje om bestwil.

Vandaag: De werkdag zit erop en ik ga mijn kleine spruit halen op school. We doen nog een paar boodschappen en thuis begin ik aan het eten. Ze vraagt niet naar papa. Ook niet als we effectief gaan eten. Want soms wil ze gewoon liever niet eten en wachten tot dat papa er is. Maar hedendaags is het wel meer dat papa later eet. Bouwen en al, you know! We gaan daarna nog samen in bad en éénmaal in bed begint ze haar mantra af te rammelen: “muziekje aan en de deur openlaten en papa nog komen”. Ze zegt het en ik hoor haar denken “oei nee, dat is niet juist”. Ik zet me naast haar en zeg duidelijk dat papa er niet is vandaag en morgen ook niet en overmorgen ook niet. Papa is met het vliegtuig in de lucht onderweg naar een ver land (nvdr Brazilië bestemming Rio de Janeiro *olé*) “Oké” zucht ze, “dan sturen we een zoen in de lucht hé mama!”
Ze gooit een kushandje boven haar hoofd met een luid smakgeluid erbij. “Maar dat is wel geen echte zoen hé mama, een echte zoen is roze en zo tussen meisjes en jongens en zo” grinnikt ze. Ik kus haar krullenbol en ze legt zich vredig neer. Dag 1 is al voorbij. So far, so good. (manlief hangt momenteel nog altijd boven de oceaan in de lucht, de spanning blijft… pffff)

Kusje
-X-
tijdelijk alleenstaande Merelmama

Tales from the crib…

Dit weekend was het alle hens aan dek ten (toekomstige) huize Merelmama. De vloerverwarming was op komst! Lees: de vloerisolatie moest gelegd worden en wel dringend. Een ‘jobke’ dat sneller uitgesproken was dan gedaan (zoals wel meer dingen dat zijn op een werf). Zaterdag ging ik meehelpen, of meekijken *ahum*. Met 4 man (waarvan 1 vrouw) aan een zelfde klusje bezig zijn, is niet bepaald handig. Dus trok ik me (op aanraden van manlief) terug op de bovenverdiepingen met een rol aluminiumtape en een bende ventilatiebuizen die vroegen om afgetapet te worden. Mijn ladderke, de buizen, de tape en ik. Aja en ook de tetterende Poolse dakwerkers op de achtergrond.

Eigenlijk vind ik dat wel ontspannend, zo werken op de werf. Fysiek niet echt, maar wel mentaal. Ik ben compleet gefocust op mijn taakje. In mijn geval: de buizen afplakken. Mezelf in bochten wringen en kijken hoe ik het gedaan kon krijgen, dat vind ik wel tof zo. Mijn (overdaad aan) lichamelijk testosteron krijgt dan ook telkens een boost als ik me in die werkbroek hijs. Een zwarte werkbroek, ge weet wel, zo één met véél zakken en verfvlekken op. Een erfenis die ik kreeg van mijn zus, toen zij op haar beurt vrouwelijk testosteron rondstrooide op haar bouwwerf. Als ik die broek aanheb, kan niemand mij iets maken. Dan heb ik ook in mijn hoofd de ‘ge-gaat-vuil-worden-schakelaar’ omgezet. Mijn steeds zwarter wordende vingers (van de tape) kunnen me dan ook niet deren en dat alleen is al een overwinning, al zeg ik het zelf 😀 . Als het echt te bont (vuil) wordt, heb ik wel altijd mijn paarse tuinhandschoentjes in mijn zakken zitten.

De dag schuift verder en het gaat allemaal maar traag vooruit. Gelukkig heb ik zo’n mama die de catering en de kinderopvang doet, waarvoor eeuwige dankbaarheid trouwens. Toen we klaar waren (toch voor die dag) had ze heerlijk stoofvlees en pudding voorzien om de innerlijke mens te sterken. Dat manlief de dag nadien ook nog tot 22u30 zou bezig zijn, was niet voorzien. Maar hey, het is afgeraakt (danku stiefpapa en vriend des huizes voor de extra handen)! Vandaag komt dan de voetjesverwarming en eind van de week de chape (‘de chape’, dat klinkt écht zo bouw-achtig he 😉 ) .

Het komt wel snor met ons huisje. Nog een héél druk half jaartje schat ik en dan is het tijd om nogmaals de verhuiswagen te reserveren. Ik kijk er naar uit om niet altijd over hetzelfde onderwerp te moeten babbelen. Met manlief, met collega’s, met familie, met jan en alleman. Ik kijk er ook naar uit om gewoon naar mijn zicht- en spaarrekening te kunnen kijken, zonder verrassingseffecten. Of om gewoon onze weekendjes samen te kunnen doorbrengen en niet meer te hoeven zeggen dat ‘papa nog aan het werken is’. Om op een zondagmorgen weer gezellig samen te kunnen ontbijten in onze pyjama en na te denken wat we die dag zullen doen. Ik wil terug mijn huishouden kunnen beteugelen, nuttige (!) weekmenu’s maken, ons zero-wasten op punt stellen en dan nog tijd hebben om iets leuks te doen voor mezelf. Nog even doorbijten. Voor manlief, on the frontstage en voor mij en Mereltje, behind the scenes.

Kus
-X-
Merelmama

 

Merelpraat (2)

K3 zingt: “Steek je hoofd niet in het zand…”
Merel grinnikt: “Mama, je mag je hoofd niet in het zand steken hé? Nee, want dan komt er zand in je ogen!!”

K3 cd speelt in de auto (hoera):
Merel vraagt verbaast en een beetje droog: “Mama, waarom zingt K3 altijd over Amerika?” –> Zeer goeie vraag, ik zou het ook niet weten wat ze daar verloren zijn… !

Mega Mindy parodie op TV (door meneer de Burgemeester van Samson):
“Ik ben een gewone meid…”
Merel verontwaardigd: “Mama, jongens kunnen geen meiden zijn hé?”

Merel fier bij de opvang tegen een andere mama in de gang (zonder dat ik er was):
“Hallo, ik ben Merel en ik ben op het vliegtuig geweest met mijn mama en papa”.
Die mama kende mij dan toevallig en liet het mij weten achteraf  *uberschattig!!*

Merel als ze boos is en iets niet krijgt:
“Mama als je dat niet geeft, ben je niet meer mijn beste vriendin!”
–> 5 minuten later komt ze meestal knuffelen “Jawel hoor mama…”

Merel slaapt soms zonder pyjama in deze temperaturen:
“Mag ik nog eens in mijn spleetje slapen dan?”

Merel begint een hele uitleg tegen de osteopate:
“Mijn papa is nog niet thuis, want die is aan het werken in ons huisje. In mijn kamer, want ik heb een groooote kamer (beeldt uit met haar beide handjes in de lucht)”.

We rijden voorbij de werf en Merel kijkt in de achteruitkijkspiegel naar mij:
“Wie woont er hier mama?” Ze kijkt me aan met deugnieten oogjes en opgetrokken schoudertjes. “Wiiijjjj !!!” roept ze meteen erna.

Merel na het zoveelste compliment van een wildvreemde op haar haarkleur:
Vreemde: “Oh, jij hebt een mooi kleurtje he!”
Merel (droog als maar zijn kan, snapt de heisa niet rond haar haarkleur): “Ja, rood”.

Merel ‘slang’

  • “Babette” = een slabbetje
  • “choetoetje” = yoghurtje
  • “de patatjes knijpen he mama” = puree maken van de patatjes
  • “psht psht opdoen” = (al dan niet ingebeeld) wondje ontsmetten *roll eyes*
  • “frietjes” = synoniem voor ovenkroketjes
  • “chippekes” = cornflakes

Eigenlijk allemaal woordjes die ze wel al kan zeggen, maar we verbeteren haar gewoon niet dikwijls omdat het zo schattig is….*we’ve all done it!*

Kus
-X-
Merelmama

Vakantiestress (1)

Aaah verlof. Mijn favoriete tijd (lees: 2 weken) van ’t jaar. Het feit dat het hier nu net zo heet is dan in het Zuiden van Frankrijk is zoals extra ‘icing on the cake’. Uitslapen (bij ons tot 7u in plaats van 6u), naar beneden “in de peignoir” zoals Merel dat graag doet, op ’t gemak ontbijten en daarna badje nemen en aankleden. Dat is zalig. Maar de voorbije week zaten we inderdaad wel in het Zuiden van Frankrijk. Wij gingen met het vliegtuig want 12 of 14 uur in de auto bij een verzengende hitte, dat vind ik géén ontspanning. Mensen die zeggen: “Oh, de reis begint van zodra ik in de auto stap” die liegen! Met kinderen (zonder ook) is er NIKS leuk aan om 14 uur lang, met een airco (als ge chance hebt) die véél te koude lucht in uw uitdrogende ogen en mond blaast, met uw benen in uw nek te gaan liggen (lees: auto volgepropt tot aan de nok van het dak). Er is NIKS leuk aan om broodnodig te moeten stoppen in een tankstation voor overpriced benzine, dito uitgedroogde broodjes, slappe koffie en vuile wc’s. Er is NIKS leuk, aan méér dan 1000 km met de auto rijden tout court.    Mijn bescheiden mening, that is.
Maar –> we gingen met het vliegtuig. So far so good! Dochterlief vliegt heel goed, meestal slaapt ze ook gewoon tijdens de vlucht en landing door. Dus: handig en praktisch, check. Een busritje van een half uur tot aan het dorpje van de bestemming, op voorhand opgezocht en zonder tussenstops. Check. We zijn er. Villa met zwembad en schoonfamilie. Gezellig! Vakantie, hoezee! Vijf minuten aangekomen, maakt dochterlief gebaar van buikpijn en al snel ligt haar middagmaal op de oprit van het huisje, tussen de kiezelsteentjes. Damn. Beetje misvallen? Daarna geen problemen meer, ze lijkt er vanaf. ’s Avonds eet ze nog spaghetti en gaat ze heel moe het bedje in, zonder morren. De nodige tetter met neefje die bij haar op de kamer slaapt, laten we maar passeren, kinderen hebben tijd nodig om zich aan te passen. De nacht verloopt goed.

De dag nadien volgt er nog een overgeefsessie, maar tussendoor eet ze gewoon en speelt ze lustig verder. Ze is niet zo’n held als het op hogere temperaturen aankomt (ik ook niet) en dus steken we het op de warmte. Ze is wel moe en haar vrolijke zelfje lijkt in België gebleven. Ze wil de hele dag in bedje slapen en als we haar wakker maken is ze niet te genieten. Als daarna ook al het water dat ze dronk er terug uit komt, gaan de alarmbellen in ons hoofd af. Dit is niet goed. Ze reageert te traag op vragen, heeft de bibber in de handjes en ze is plots heel slap. We (opa, mama en papa) springen de auto in en rijden naar de dichtstbijzijnde spoedafdeling (gelukkig maar 10 minuten rijden). Op de parking geeft ze nogmaals over. Gal. Het kind is op! Met haar slappe lijfje in mijn armen spurten we naar de ingang. Een tiental mensen zit te puffen op de stoeltjes zonder airco. Ik blijf staan en kijk met mijn paniekerige-moeder-ogen naar de verpleegster achter het loket. Kinderen hebben voorrang! Dat is zo! Gelukkig is het snel aan ons. Ik geef haar pasje af en we proberen in ons beste Frans uit te leggen wat er allemaal aan de hand is. Lang hoeven we niet te wachten of we kunnen naar de ‘voorsorteer-post’. Daar waar ze de zware en de minder zware (aanstelleritis) gevallen uit elkaar halen. Een grappige verpleger begint een verhaaltje over ‘son ami en Belgique’ als hij ziet dat we Belgen zijn. WHO CARES kerel! Mijn kind ligt als een zwetende en slappe vod op het ziekenbed. Hij neemt haar vitale functies en die blijken allemaal wel ok te zijn. Ze moet in een potje plassen. Het feit dat ze uitgedroogd is, lijkt ons als een paal boven water te staan en ik wil eigenlijk dat ze zo snel mogelijk aan een baxter wordt gehangen… In een potje plassen. Midstream. Geweldig, de dames onder u zullen wel weten waar het schoentje hier wringt. Een 3-jarig kind zeggen dat het IN dat potje moet en dat het eerste straaltje in het toilet moet, is onbegonnen werk. Ik krijg een doekje met zuurstofwater mee om de boel eerst even te ontsmetten en dan het potje te vullen. Als bij wonder plast ze gewoon en zonder morren in het potje (en op mijn handen maar kan mij dat schelen). Een snel testje vertelt dat ze ketonen in de urine heeft. Voor de leken onder u, wil dit zeggen dat het kind haar “vetreserves” aan het opgebruiken is om aan energie te komen. Wie dochterlief al gezien heeft, in real life, weet dat ze GEEN vetreserves heeft. Haar kleine lijfje is in overdrive. Er moet iets gebeuren. We vliegen terug naar de wachtzaal met de uitleg dat we als ‘dringend’ zijn aangeduid. De verpleger zegt dat het geen zwaar onrustwekkende toestand is, maar dat hij kinderen graag laat voorgaan omdat het snel kan verslechteren. We staan vijfde op de lijst nu in plaats van twintigste. Hoera.

De volgende 4 (!) uur vertoeven we in de wachtzaal wat verderop. Daar is airco en een automaat met drank. Een dagje verlof is een dagje spoed aan het worden en we houden ondertussen het ongeruste thuisfront op de hoogte via WhatsApp.

wordt vervolgd….

 

 

Dromen zijn bedrog (?)

Als ik op het knopje “schrijven” klik, dan beginnen de woorden uit mijn hoofd, rechtstreeks naar mijn vingers te stromen. Vandaag wil ik vertellen over dromen.

Droomt u soms? Ik droom raar en veel. Meestal over mensen die ik ken, in een heel eigenaardige context of omgeving. Laatste tijd droom ik veel over D. Mijn lieve vriendin die in 2016 véél te vroeg is moeten gaan na een zeer korte maar zeer hevige strijd. Ik droom van haar als in een soort van hallucinaties. Alsof ik wil dat ze nooit vervaagt uit mijn geheugen. Of alsof ze iets wil duidelijk maken aan mij?
Soms droom ik dat ze ergens is, waar ik ook ben. Dan lijkt ze nooit ouder te worden, in tegendeel, jonger zelfs. Ze straalt letterlijk. Ze ziet er heel goed uit. En als ik naar haar kijk of iets vraag, kijkt ze nooit in mijn ogen. Ze ontwijkt mijn blik. Maar ze is er wel. Deze nacht droomde ik dat ze een kind had. Het lag te huilen in een bedje in de kamer ernaast. Maar ze hoorde het niet. Het leek alsof ze het niet wist dat het van haar was. Ik wist dat wel, maar kon geen contact maken met haar.

Heel bevreemdend was ook de droom die ik een paar weken terug had. Er werd een feest gegeven voor mij. Ik was uitgenodigd op een bepaald adres waar ik in het donker naartoe wandelde. Daar aangekomen bleek het een klein restaurantje te zijn dat propvol mensen zat, die zaten te dineren.  Toen ik binnenkwam stond iedereen recht, nam zijn bord en ging zitten in de tent die buiten stond. Alsof het afgesproken was en ze wisten dat ze plaats moesten ruimen voor “mijn” feest van zodra ik toekwam.
Toen de menigte vertrokken was, bleef er een grote tafel in het midden van het restaurantje over. Daaraan zaten al mijn dierbaren klaar om mij te ontvangen. Ook D.
Ze zat aan het hoofd van de tafel weerom met een prachtige, lichtgevende gloed bijna, rond zich. Ze was blij en lachte naar mij of zo leek het toch.  Ze zag mij niet, ze keek door mij. Ze was wel voor mij aanwezig leek het, maar ik kon niet met haar praten of communiceren. Ze zag er jong uit. Alsof de tijd dat we in het middelbaar zaten. Zo jong en fris.

Wat mis ik haar en wat had ik graag gehad dat onze dochters samen in de tuin konden spelen. Wij op het terras. Babbelen en tetteren dat het een lieve lust was. Misschien droom ik daarom zo’n dingen. Dingen die ‘hadden kunnen zijn’. In een ander parallel universum misschien. Misschien zitten we daar effectief op het terras. En is dit gewoon een foute plottwist geweest in de ‘verkeerde’ realiteit. De realiteit voor mij dan.
Realiteit die steenhard kan zijn. De realiteit waar we zelf vat op hebben en toch ook niet, op zovele vlakken. De teugels in handen nemen en leven nu je iets te leven hebt. Dat is de boodschap. Doen waar je gelukkig van wordt. Energie halen uit alle dingen die je leuk vindt. Je niet laten leven door stress of onnodige pietluttigheden. Dat is het en dat moeten we doen. Ook al is dat niet simpel.
Droom groot, zei mijn liefste schat tegen mij. En dat ga ik ook doen, wordt vervolgd….

Dikke kus
-X-
Merelmama

 

De laatste, weeral…

Laatste dag van ’t jaar. Even tijd om terug te blikken, het lijkt alsof ik een oudejaarsconference voorbereid. Maar toch probeer ik dat, even mijmeren over het voorbije jaar. Ook al is het morgen gewoon een dag verder. Het is telkens als een hoofdstuk afsluiten. Een goed jaar of een slecht jaar. Op 1 januari kan je dan zeggen dat het achter je ligt, ook al is het in wezen maar een paar uur geleden. Je schuift op.

Een jaartje ouder of zoals mijn jongere zusje ooit op 2-jarige leeftijd de wijze woorden sprak op 1 januari: “Gelukkige verjaardag voor mensen!”. Gelijk had ze, op 1 januari zijn we allemaal een jaar ouder. Als je op jaartallen telt natuurlijk.
Ouder en wijzer *ahum*. 2018 al seg… Ik herinner me oudjaar 1999 alsof het gisteren was. Als kind was oudjaar HET hoogtepunt van het jaar, naast Carnaval. Dat wat ook een toppertje. Oudjaar 1999, toen reden we met de familie, in een mobilhome, naar het vuurwerk in Antwerpen. Onderweg pikten we nog een tante en nonkel op en geladen met flessen (kinder)champagne (cava, dat was toen nog niet) reden we uitgelaten, rond middernacht naar Linkeroever voor het grote spektakel. Wat een belevenis.
Vuurwerk heeft me altijd geboeid. Diep in mij zit een klein (genetisch, how obvious) pyromaantje verborgen. Met oudjaar wil het altijd even komen piepen. Ware het niet dat onze gemeente nu ook een complete vuurwerkstop heeft ingevoerd dit jaar. Boeeeh!! Meer dan kleine voetzoekers, grotere ‘sterrenschijters’, Star Wars vuurspuwende zwaarden en luide sissende minipijltjes met parachuteventjes aan, heb ik nooit aangestoken hoor. Maar als ik een vuurwerkwinkel (lees: Nederlandse Boerenbond deze periode van ’t jaar) binnenstap, dan kriebelt het wel om zo een grote rol te kopen die zichzelve afvuurt. Waaaw, de kick in het aansteken ervan. Familiale toeschouwers met bange ogen op een veilige afstand en ik die dan, triomfantelijk en in mijn kortste feestelijke minirok, het hele spul aansteek. Moehahahaha!! De lonten om dit te doen liggen wel nog ergens in een schuif, voor moest het ooit nodig zijn…

Maar: mijmeren gingen we doen. Bij deze steek ik van wal. 2017 begon voor mij een beetje donker. We waren net verhuisd naar onze eigen stek (lees: huis van mijn stiefpapa) en alles viel zowat in de plooi. Buiten ik. Mijn plooi werd groter. Ik viel in een zwart gat. 2017 zou een jaar worden zonder mijn beste vriendin en zonder “grote” dingen. Geen huizen verkopen, scheidingen, ex-mannen die verhuizen naar ’t buitenland, niks van dit. Niet dat het dingen waren naar waar ik zat af te tellen, maar het was gewoon afgerond. Op papier toch. Gewoon een jaar met ons 3. Van 4 was er nog geen sprake. (nu ook nog altijd niet, pff). In januari nog maakte ik mijn eerste afspraak met de psycholoog, waar ik nu nog altijd naartoe ga. Zij hielp me er weer wat bovenop, al heb ik tranen met tuiten gehuild in haar kabinet. Vooral de eerste gesprekken, waar ik “de situatie” moest uitleggen. Ze schrok en zei dat het niet abnormaal was dat ik eronderdoor zat. Ik had een hele grote rugzak…
De rugzak is niet verkleind, maar wel ruimer geworden. Het hele boeltje is wat compacter en draaglijker nu. Soms blaast het wel nog eens op, zoals een paar maand geleden als de ex-man dan plots weer ‘live’ voor je neus staat… Of rond de periode van het overlijden van D. Bij perioden van stress op het werk, dan ook. Dan kan alles ook plots teveel zijn. En misschien moet ik hierover dit jaar maar eens een besluit nemen. Het wiel omgooien of niet. Het schrikt me af, maar toch ook niet. Ik zie het wel, ik zie wel wat 2018 brengt. Hopelijk ook een bezoek van de ooievaar, maar die is me niet zo goed gezind. Ik denk dat ik een oud exemplaar te stekken heb, eentje die regelmatig de weg kwijt is. Maar goed, hij heeft me vorige keer gevonden, dus nu misschien ook wel.
2017, het was een jaar van ups en downs. Maar is dit niet elk jaar? Ups zoals Hong F*cking Kong, Parijs, kamperen met een peuter, en The Big Three-O party niet te vergeten! Maar ook beetje downs zoals zo van die dagen en peuterpubers die grijs haar triggeren.
Maar goed, in 2018 staan er ons grootste dingen te wachten. HET HUIS! Het grote geweldige huis waar we zo naar uitkijken. In januari beginnen we eraan. De lap grond met het metershoge onkruid op, wordt onze nieuwe thuis. Waaruit we hopelijk niet meer hoeven te verhuizen. Die we kunnen inrichten naar onze goesting en waar we (hopelijk) nog veel kindjes in mogen te slapen leggen :). Stressy, dat wel. Maar hier hebben we zelf voor gekozen, of was het toch een beetje “het lot” die zo snel de goedkeuring van onze applicatie voor de grond in de brievenbus gooide?
Voor de rest gaan we genieten van onze steeds groter wordende meid. Die met haar babbel al zeker niet moet onderdoen voor een 4-jarige, al is ze net 3. Zalig hoe de kinderlogica zijn intrede doet. Of hoe “Nee mama, ik ben Merel!” telkens weer het antwoord is op mijn kleine liefkozende benamingen voor haar. Hoe ze nog luid kan schaterlachen als ik haar bij het instoppen nog kriebel of “het kusjesmonster” bovenhaal. Of hoe ze, tot vervelens toe, al van ver kan ruiken (waw, wat een gave!) dat iets NIET lekker is. En nog altijd het zich dramatisch-op-de-grond-gooien als de zin niet wordt doorgedreven, maar hier gaan we nog wel even inzitten in die fase vrees ik.
En dan ook de spannende gebeurtenis van het tante worden in januari! Hip hoi, wat kijk ik er naar uit. Een klein poppemieke om rot te verwennen. En een groot poppemieke voor Merel, die in het jongenswereldje (6 neefjes en 1 nichtje) nu al haar mannetje staat. Mijn kleine zusje, dat zal ze altijd zijn, die mama wordt. Waar is de tijd dat we samen in bad “protjes” lieten in de speelgoedemmer? :D. Ik wil je bijstaan met raad en daad, dag en nacht. Kleine prinsesjes opvoeden, het wordt ons ding zus, ik voel het aan mijn kleine teen!

Voor de rest wens ik ieder van jullie “de beste wensen” maar omdat dat zo hol klinkt: gewoon veel plezier met elkaar, voor elke dag van ’t komend jaar (rijmen en dichten zonder mijn gat op te lichten, haha). Een lach en een traan van blijdschap en vooral een goede gezondheid, want het staat als een paal boven water dat dit de basis is van alles!

Dikke kus en tot volgend jaar met véél Merelmama, want: wie schrijft, die blijft, nem!
-X-
Merelmama

 

3 jaar mama

Vandaag ben ik drie jaar mama geworden. En mijn kleine meid natuurlijk drie jaar oud. Wat een speciale dag. Al weken zat ze er naar af te tellen, tellen op de vingertjes inclusief. Merel 3 jaar! En dan steekt ze trots 3 vingers omhoog. Vandaag was er zelfs voor de gelegenheid géén school! (pedagogische studiedag, voor wie nu denkt dat ik het kind zomaar heb thuisgehouden van school 😉 ) De dag werd begonnen met een gelukkige- verjaardag-serenade aan bed door mama en papa. De slaap nog uit haar oogjes wrijvend kwam er enkel een schor “flesje drinken” uit. Nog even ontdooien dus. Beneden gekomen in pyjama begint ze er meteen aan. “Thee maken voor papa”. Een gezellig theekransje vindt plaats aan haar kindertafeltje. Wanneer mama na een korte onderbreking terug thuiskomt, ligt papa op de zetel en staat ze ernaast op zijn hoofd te wrijven. “Mama!! Papa is…” Mijn hart slaat over. Ik zie hem liggen op de zetel, hoofd naar beneden. “Papa is een poesje” gibbert ze meteen erna en ze streelt hem als ware het een krolse kater. Pff! Stel je voor!
We maken ons klaar om te “sjlemmen” (zwemmen). In Bornem -for cryin’ out loud-, vermits het Beverse zwembad op woensdagen pas beslist te openen om 13u30. Maar dan hebben we al een pannenkoekendiner gepland.
Het Bornemse zwembad was leeg. Op een paar schoolkinderen na, die na welgeteld 10 minuten ook uit het bad moesten, was er niemand buiten wij. Oma, Mama, Papa en Merel. Met ons viertjes, hoe gezellig. We eindigen het plonsen en spelen met een warme whirlpool (oh nostalgie, met lavendelgeur!). Leuk!
Thuisgekomen staat opa al aan de deur te wachten. Tante Katrien komt ook aan. Deel twee van de dag. Pannenkoeken! Want dat hoort nu eenmaal bij verjaren. Ik bak een hele stapel en zet er 3 kaarsjes op. We zingen voor haar en haar gezichtje straalt door het licht van de kaarsjes. Mijn kleine meid. Wat snel gaat het toch. Cliché oh cliché…

Ik denk terug aan 13 december 2014, exact 3 jaar geleden. Hoe ik me toen voelde. Hoe ik  totaal tegenovergestelde gevoelens tegelijk kon voelen. Verward en onzeker, maar toch enorm trots en ongelooflijk blij met dat kleine wondertje dat plots uit mijn buik tevoorschijn kwam. De eerste weken van haar leven waren ongelooflijk moeilijk. Voor mij althans. Niet voor haar. Ze was een droombaby, mijn kleine Merel. Na 3 weken stonden we er alleen voor. Zij en ik.  En ik had nooit durven dromen dat ik 3 jaar later hier terug zou zitten met één enkel gevoel. Dat ik heel veel geluk heb met zo’n prachtventje bij mij. Nooit had ik durven dromen dat ik terug gelukkig kon zijn.

We sluiten haar dagje af met een badje (om de chloor weg te spoelen). Mama en Merel badje. Zoals we dikwijls doen. Ze lacht en giechelt dat het een lieve lust is. En om helemaal af te sluiten kan ik haar nog overtuigen om een “verjaardagskaka” te doen 😀 (het kind is een beetje geconstipeerd, dus mama was ook blij hiermee!)

Een gezellig dagje met ons gezinnetje en ook mijn eigen gezin (de oorspronkelijke bezetting, zoals manlief het benoemde). Zalig. Nu lekker gesport en gedoucht klaar om onder de flanellen lakens te duiken. Tot een volgende, lieve lezer.

Kus
-X-
Merelmama