Categorie: Familie

The Good, the Bad and the Ugly

Goed of kwaad. Een duo zoals vooruit en achteruit, je kan niet beide doen want dan blijf je staan. Zo heb je ook goedaardige en kwaadaardige tumoren, ze kunnen niet allebei zijn.
Al vind ik dat -goedaardig/kwaadaardig- een belachelijke stelling. Een tumor is NIET OK, zelfs niet als hij “goedaardig” is. Alsof het ding dan plots ‘vriendelijk’ is. Zo van: “Hoi sorry he, tis hier met de tumor. Ik ga hier gewoon een beetje groeien zo, je zult nergens last van mij ondervinden, laat mij maar gewoon doen geen erg in hebben!”. Zo is het dus niet (of ja, eigenlijk ook wel… bij nader inzien). Een goedaardige tumor groeit ook, weliswaar trager, maar hij groeit en duwt alles weg op zijn pad. In Mereltje haar geval waren dat de oogzenuwen en -hou u vast- zo goed als ALLE grote bloedvaten in de hersenen. Alles zat gespannen rond het spul, de tennisbal, de tumor.

Misschien moeten we het spul een naam geven om het goedaardige te erkennen. We zullen hem Tim noemen. Tim Tumor. Tim zat er waarschijnlijk al van bij haar conceptie. Toen Mereltje nog maar een hoopje cellen was, dat in mijn buik uitgroeide tot een prachtige meid. Tim groeide heel erg traag maar mannetjes zoals Tim geven inderdaad geen klachten. Zo zijn ze. Traag en beetje ‘goedaardig’ he. Traag groeiend op het pad van de minste weerstand. Klachten komen er pas als dat pad te smal wordt en er daadwerkelijk dingen ‘in de weg’ beginnen zitten… Geluk bij een ongeluk (en meestal ook het eerst zichtbare symptoom) waren het de oogzenuwen. Een zichtbaar teken voor ons, dat het écht niet OK was, dat dringende actie vereist was… Ook al zijn kleine kleutertjes meesters in het compenseren van dingen.

Die actie is nu 10 dagen geleden. Tim moest eruit en wel heel dringend. Chirurgen had hij verbaast met zijn grootte. “Indrukwekkend groot” hoorde ik een assistent zelfs zeggen. Hoe zo’n mottige hoop cellen ‘indruk’ kan maken… Na 10 dagen zonder Tim konden we gisteren de ‘picu’ (pediatric intensive care unit) verlaten en kwamen we op kinderoncologie terecht. Zo’n afdeling die je enkel kent van ‘Kinderziekenhuis’ waar je dan in de zetel tranen met tuiten zit te bleiten voor het leed van andere ouders en hun kleine vechtertjes. Waar je dan luidop tegen je partner zegt: “als we daar maar nooit moeten zijn”… Nu zit ik hier zelf. Hoe snel kan het leven veranderen.

Dagen zijn gevuld met dokters, verpleegsters, kinesisten, ergotherapeuten, consulenten en nog meer mensen die zomaar komen binnen en buiten gelopen. ‘Hallo, ik ben …’ Alsof ik al die namen onthoud… 101 gezichten die passeren en Mereltje moeten zien, bekijken, meten, aanspreken…’t Kind heeft daar uiteraard ook niet altijd zin in. Als iedereen komt vragen “knijp eens in mijn hand”, “kijk eens haar hier”, “doe eens zo en doe eens dat”… Je zou van minder ambetant worden. Dat is ze dan ook. Ook het feit dat woordjes soms op haar lippen blijven hangen frustreert haar. Het moet heel erg confronterend zijn. Ook al staan kinderen daar misschien minder bewust bij stil.

Het is in elk geval confronterend voor ons. Plots is je kind niet meer hetzelfde. Het is een soort rouwfase waar je als ouder in komt. Een soort afscheid van het kindje van voor de operatie. Het vrolijke gekke Mereltje die ze was. Ze komt misschien terug, misschien niet. Ik herken wel haar maniertjes maar helemaal dezelfde zal ze waarschijnlijk nooit worden. Een leven vol medicatie en scanners staat haar te wachten. Voor ons een leven aan onzekerheid en schrik voor Tim die ooit nog kan terugkomen. Ja, het had erger kunnen zijn, dat besef ik ook. Het had wél kwaadaardig en snelgroeiend of uitgezaaid kunnen zijn. Het had kanker kunnen zijn en eentje die met geen chemo ter wereld kon weggejaagd worden. Ze had verlamd kunnen zijn of niet meer zelfstandig kunnen ademen. Dat is het dus niet. En daar zijn we enorm dankbaar om. Maar het is niet van de poes, ook de opvolging en de lange weg van revalidatie niet. Het al of niet bestralen van de restjes van Tim is nog een vraagteken (er zijn er nog héél veel). Tim is niet 100% vertrokken. Dat kon hij niet. Dan zou hij teveel kapot gemaakt hebben. Hij vond het daar zo gezellig dat hij zich overal had vastgeklampt…

Morgen mogen de draadjes uit haar hoofdje. Tussen haar haartjes zit nu een ‘ritsje’ waar Tim door gepasseerd is met zijn hebben en houden, goed verborgen onder haar krulletjes (wie ze kent weet hoe ongelooflijk mooi ze zijn). Later zal je er niets meer van zien. Iedereen brandt kaarsjes voor onze kleine meid en zo bijna alle duimen in Vlaanderen (en ver daarbuiten!!) staan in dezelfde richting. Dat steunt. Ook al staan we allemaal -wij ook- met onze rug tegen de muur… Voordeel daarvan is dat je enkel vooruit kan kijken. Achteruit heeft geen zin meer.

Dikke zoen

-X-

Merelmama

Geboortedag

Gisteren was het mijn geboortedag. De dag waarop ik 31 jaar geleden op deze aardbol kwam. De dag dat mijn mama en papa een extra speciale en levenslange titel kregen. ’s Ochtends werd ik al getrakteerd op een super schattige “Heppy Birthday toe joeee, in de wei staat een koeee en die koe zegt: “Aaiwovejoe” van dochterlief *smelt*. Op het werk kreeg ik verbaasde blikken die vonden dat werken op een verjaardag ‘not done’ was. En ’s avonds gingen we dan met z’n twee uit eten *eveneens smelt*. En voorbij was de dag. Vanaf vandaag antwoord ik dus 31 jaar als u mij naar mijn leeftijd vraagt. Een dag als een ander eigenlijk zo’n verjaardag.

Ik vind de verjaardag van mijn dochter eigenlijk veel specialer. Dan loop ik een hele dag met een smile tot achter mijn oren als in: “jaja, vandaag zoveel jaar geleden heb ik het gedaan: dat prachtige wondertje op de wereld gezet!” Het kind verjaart en mijn moederschap ook. Hartverwarmend. 
Ook dit jaar vraagt ze weer naar zo’n stapel pannenkoeken (10 vind ze gelukkig al een stapel) met kaarsjes op. Meer moet dat niet zijn voor een kind. Voor mijn kind in elk geval dan toch 😀 . Wél heeft ze al 2 A4 pagina’s vol met uitgeknipt speelgoed gekleefd. Als ze dan een reclame op de TV ziet, kruist ze haar armen en roept ze luid en zelfvoldaan: “Aja, dat heb ik al voor mijn verjaardag! Mama kijk, dat heb ik al!” Terwijl ik dan telkens heel ontnuchterend moet zeggen: “Nee Mereltje, je hebt dat gevraagd, maar daarom heb je het nog niet…”. Maar daar heeft ze eigenlijk geen oren naar. 

De tijd van speelgoedreclame (of zoals dochter zegt ‘zienclame’) op de TV is weer aangebroken. Overal komt de man met de rode hoed tevoorschijn, je kan er niet meer naast kijken. En elk jaar overvalt me het gevoel van “moeten-we-dit-weer-doen?”… Sommige ouders vinden het een “magische tijd”. Maar ik eigenlijk niet. Elk jaar denk ik, zouden we haar mee betrekken in de grootste leugen op de planeet (op kinderniveau dan toch)? Of zouden we haar opvoeden in een eerlijk gegeven van kadootjes van mama en papa in plaats van één of andere fake oude man met een aftands gehuurd kostuum en een plakbaard. Ik zal wel zwichten. Als ik haar gezichtje dan zie glunderen bij ‘Dag Sinterklaas’ met die piepjonge Bart Peeters en hoe ik zelf dan vol belangstelling mee kijk naar de “echte” Sint (want ieder van ons weet dat er maar één de “echte” is 😉 ) dan zal ik wel mee volgen met de horde. Al ga ik er dan niet al té veel poespas rond verkopen. Ja, ik zal wel haar lijstje volgen (ze had echt mooie dingen uitgeknipt!), want ik weet nog hoe het was als kind om datgene te krijgen dat je gevraagd had maar dan nét niet hetzelfde… 😀 Daarna krijgen we dan wel haar verjaardag, kerst, nieuwjaar,… alles op een paar weken. Nadeel van geboren te zijn in een feestmaand. Ze overleeft het wel en wij ook :D. 

Feestkus
-X-
Merelmama

Toen waren we (even) terug met 2

Een opeenvolging van bizarre zaken deze morgen: een rare groepsknuffel en kus in de keuken, manlief die door de zenuwen (ik ken mijn pappenheimer) een beetje stoïcijns en afstandelijk doet en dan moeder en dochter die staan te wuiven in het deurgat, naar de vertrekkende taxi die de oprit verlaat. Oorlogstaferelen schieten door mijn hoofd. De kroost die huilend staat te zwaaien naar vader die naar de oorlog vertrekt. Hun haren wapperen in de strakke Noordenwind en tranen biggelen langs hun wangen. Zo erg is het niet. Al pink ik wel een traantje weg. We zijn nog nooit zo lang apart van elkaar geweest. Het zal even raar doen.
Een weekje is hij weg, manlief. Een weekje op zakenreis. Een weekje clichés bevestigen, want dat moet je soms doen. Merel troost me “shhht stil maar, lieve mama”…

Ik was gisteren op zoek naar een aftelkalender voor Merel. Voor een peuter, excuseer kleuter, is het altijd handig om de zaken een beetje visueel voor te stellen. Net zoals ze zich 3 maand geleden ook geen beeld kon vormen van het begrip ‘vakantie’, zo kan ze nu evenmin het begrip ‘op reis gaan’ vatten. Ik begin te typen en google vult automatisch aan: ‘aftelkalender… tot papa terugkomt’. Mijn hart brak. Ik ben niet de enige moeder die het allemaal een beetje visueel wil voorstellen. Ik print een leuk exemplaartje af van Anna (wie kindjes heeft kent haar wel). Bovenaan staat duidelijk en in vette letters: “aftelkalender voor kindjes die hun mama of papa even moeten missen”. Je kan er dan op invullen:  “Ik, ……….moet nog ………. keer slapen en dan zie ik……… terug.  Elke dag kan je dan een kindje kleuren en het laatste kindje staat met de armen in de lucht van blijdschap.Wat een triest kalendertje eigenlijk.
We tellen samen af tot papa terug is. “Papa, heb jij ook zo’n kalender dan?” vraagt ze vol verwondering? “Ja hoor”, liegt papa een leugentje om bestwil.

Vandaag: De werkdag zit erop en ik ga mijn kleine spruit halen op school. We doen nog een paar boodschappen en thuis begin ik aan het eten. Ze vraagt niet naar papa. Ook niet als we effectief gaan eten. Want soms wil ze gewoon liever niet eten en wachten tot dat papa er is. Maar hedendaags is het wel meer dat papa later eet. Bouwen en al, you know! We gaan daarna nog samen in bad en éénmaal in bed begint ze haar mantra af te rammelen: “muziekje aan en de deur openlaten en papa nog komen”. Ze zegt het en ik hoor haar denken “oei nee, dat is niet juist”. Ik zet me naast haar en zeg duidelijk dat papa er niet is vandaag en morgen ook niet en overmorgen ook niet. Papa is met het vliegtuig in de lucht onderweg naar een ver land (nvdr Brazilië bestemming Rio de Janeiro *olé*) “Oké” zucht ze, “dan sturen we een zoen in de lucht hé mama!”
Ze gooit een kushandje boven haar hoofd met een luid smakgeluid erbij. “Maar dat is wel geen echte zoen hé mama, een echte zoen is roze en zo tussen meisjes en jongens en zo” grinnikt ze. Ik kus haar krullenbol en ze legt zich vredig neer. Dag 1 is al voorbij. So far, so good. (manlief hangt momenteel nog altijd boven de oceaan in de lucht, de spanning blijft… pffff)

Kusje
-X-
tijdelijk alleenstaande Merelmama

Tales from the crib…

Dit weekend was het alle hens aan dek ten (toekomstige) huize Merelmama. De vloerverwarming was op komst! Lees: de vloerisolatie moest gelegd worden en wel dringend. Een ‘jobke’ dat sneller uitgesproken was dan gedaan (zoals wel meer dingen dat zijn op een werf). Zaterdag ging ik meehelpen, of meekijken *ahum*. Met 4 man (waarvan 1 vrouw) aan een zelfde klusje bezig zijn, is niet bepaald handig. Dus trok ik me (op aanraden van manlief) terug op de bovenverdiepingen met een rol aluminiumtape en een bende ventilatiebuizen die vroegen om afgetapet te worden. Mijn ladderke, de buizen, de tape en ik. Aja en ook de tetterende Poolse dakwerkers op de achtergrond.

Eigenlijk vind ik dat wel ontspannend, zo werken op de werf. Fysiek niet echt, maar wel mentaal. Ik ben compleet gefocust op mijn taakje. In mijn geval: de buizen afplakken. Mezelf in bochten wringen en kijken hoe ik het gedaan kon krijgen, dat vind ik wel tof zo. Mijn (overdaad aan) lichamelijk testosteron krijgt dan ook telkens een boost als ik me in die werkbroek hijs. Een zwarte werkbroek, ge weet wel, zo één met véél zakken en verfvlekken op. Een erfenis die ik kreeg van mijn zus, toen zij op haar beurt vrouwelijk testosteron rondstrooide op haar bouwwerf. Als ik die broek aanheb, kan niemand mij iets maken. Dan heb ik ook in mijn hoofd de ‘ge-gaat-vuil-worden-schakelaar’ omgezet. Mijn steeds zwarter wordende vingers (van de tape) kunnen me dan ook niet deren en dat alleen is al een overwinning, al zeg ik het zelf 😀 . Als het echt te bont (vuil) wordt, heb ik wel altijd mijn paarse tuinhandschoentjes in mijn zakken zitten.

De dag schuift verder en het gaat allemaal maar traag vooruit. Gelukkig heb ik zo’n mama die de catering en de kinderopvang doet, waarvoor eeuwige dankbaarheid trouwens. Toen we klaar waren (toch voor die dag) had ze heerlijk stoofvlees en pudding voorzien om de innerlijke mens te sterken. Dat manlief de dag nadien ook nog tot 22u30 zou bezig zijn, was niet voorzien. Maar hey, het is afgeraakt (danku stiefpapa en vriend des huizes voor de extra handen)! Vandaag komt dan de voetjesverwarming en eind van de week de chape (‘de chape’, dat klinkt écht zo bouw-achtig he 😉 ) .

Het komt wel snor met ons huisje. Nog een héél druk half jaartje schat ik en dan is het tijd om nogmaals de verhuiswagen te reserveren. Ik kijk er naar uit om niet altijd over hetzelfde onderwerp te moeten babbelen. Met manlief, met collega’s, met familie, met jan en alleman. Ik kijk er ook naar uit om gewoon naar mijn zicht- en spaarrekening te kunnen kijken, zonder verrassingseffecten. Of om gewoon onze weekendjes samen te kunnen doorbrengen en niet meer te hoeven zeggen dat ‘papa nog aan het werken is’. Om op een zondagmorgen weer gezellig samen te kunnen ontbijten in onze pyjama en na te denken wat we die dag zullen doen. Ik wil terug mijn huishouden kunnen beteugelen, nuttige (!) weekmenu’s maken, ons zero-wasten op punt stellen en dan nog tijd hebben om iets leuks te doen voor mezelf. Nog even doorbijten. Voor manlief, on the frontstage en voor mij en Mereltje, behind the scenes.

Kus
-X-
Merelmama

 

Merelpraat (2)

K3 zingt: “Steek je hoofd niet in het zand…”
Merel grinnikt: “Mama, je mag je hoofd niet in het zand steken hé? Nee, want dan komt er zand in je ogen!!”

K3 cd speelt in de auto (hoera):
Merel vraagt verbaast en een beetje droog: “Mama, waarom zingt K3 altijd over Amerika?” –> Zeer goeie vraag, ik zou het ook niet weten wat ze daar verloren zijn… !

Mega Mindy parodie op TV (door meneer de Burgemeester van Samson):
“Ik ben een gewone meid…”
Merel verontwaardigd: “Mama, jongens kunnen geen meiden zijn hé?”

Merel fier bij de opvang tegen een andere mama in de gang (zonder dat ik er was):
“Hallo, ik ben Merel en ik ben op het vliegtuig geweest met mijn mama en papa”.
Die mama kende mij dan toevallig en liet het mij weten achteraf  *uberschattig!!*

Merel als ze boos is en iets niet krijgt:
“Mama als je dat niet geeft, ben je niet meer mijn beste vriendin!”
–> 5 minuten later komt ze meestal knuffelen “Jawel hoor mama…”

Merel slaapt soms zonder pyjama in deze temperaturen:
“Mag ik nog eens in mijn spleetje slapen dan?”

Merel begint een hele uitleg tegen de osteopate:
“Mijn papa is nog niet thuis, want die is aan het werken in ons huisje. In mijn kamer, want ik heb een groooote kamer (beeldt uit met haar beide handjes in de lucht)”.

We rijden voorbij de werf en Merel kijkt in de achteruitkijkspiegel naar mij:
“Wie woont er hier mama?” Ze kijkt me aan met deugnieten oogjes en opgetrokken schoudertjes. “Wiiijjjj !!!” roept ze meteen erna.

Merel na het zoveelste compliment van een wildvreemde op haar haarkleur:
Vreemde: “Oh, jij hebt een mooi kleurtje he!”
Merel (droog als maar zijn kan, snapt de heisa niet rond haar haarkleur): “Ja, rood”.

Merel ‘slang’

  • “Babette” = een slabbetje
  • “choetoetje” = yoghurtje
  • “de patatjes knijpen he mama” = puree maken van de patatjes
  • “psht psht opdoen” = (al dan niet ingebeeld) wondje ontsmetten *roll eyes*
  • “frietjes” = synoniem voor ovenkroketjes
  • “chippekes” = cornflakes

Eigenlijk allemaal woordjes die ze wel al kan zeggen, maar we verbeteren haar gewoon niet dikwijls omdat het zo schattig is….*we’ve all done it!*

Kus
-X-
Merelmama

Vakantiestress (1)

Aaah verlof. Mijn favoriete tijd (lees: 2 weken) van ’t jaar. Het feit dat het hier nu net zo heet is dan in het Zuiden van Frankrijk is zoals extra ‘icing on the cake’. Uitslapen (bij ons tot 7u in plaats van 6u), naar beneden “in de peignoir” zoals Merel dat graag doet, op ’t gemak ontbijten en daarna badje nemen en aankleden. Dat is zalig. Maar de voorbije week zaten we inderdaad wel in het Zuiden van Frankrijk. Wij gingen met het vliegtuig want 12 of 14 uur in de auto bij een verzengende hitte, dat vind ik géén ontspanning. Mensen die zeggen: “Oh, de reis begint van zodra ik in de auto stap” die liegen! Met kinderen (zonder ook) is er NIKS leuk aan om 14 uur lang, met een airco (als ge chance hebt) die véél te koude lucht in uw uitdrogende ogen en mond blaast, met uw benen in uw nek te gaan liggen (lees: auto volgepropt tot aan de nok van het dak). Er is NIKS leuk aan om broodnodig te moeten stoppen in een tankstation voor overpriced benzine, dito uitgedroogde broodjes, slappe koffie en vuile wc’s. Er is NIKS leuk, aan méér dan 1000 km met de auto rijden tout court.    Mijn bescheiden mening, that is.
Maar –> we gingen met het vliegtuig. So far so good! Dochterlief vliegt heel goed, meestal slaapt ze ook gewoon tijdens de vlucht en landing door. Dus: handig en praktisch, check. Een busritje van een half uur tot aan het dorpje van de bestemming, op voorhand opgezocht en zonder tussenstops. Check. We zijn er. Villa met zwembad en schoonfamilie. Gezellig! Vakantie, hoezee! Vijf minuten aangekomen, maakt dochterlief gebaar van buikpijn en al snel ligt haar middagmaal op de oprit van het huisje, tussen de kiezelsteentjes. Damn. Beetje misvallen? Daarna geen problemen meer, ze lijkt er vanaf. ’s Avonds eet ze nog spaghetti en gaat ze heel moe het bedje in, zonder morren. De nodige tetter met neefje die bij haar op de kamer slaapt, laten we maar passeren, kinderen hebben tijd nodig om zich aan te passen. De nacht verloopt goed.

De dag nadien volgt er nog een overgeefsessie, maar tussendoor eet ze gewoon en speelt ze lustig verder. Ze is niet zo’n held als het op hogere temperaturen aankomt (ik ook niet) en dus steken we het op de warmte. Ze is wel moe en haar vrolijke zelfje lijkt in België gebleven. Ze wil de hele dag in bedje slapen en als we haar wakker maken is ze niet te genieten. Als daarna ook al het water dat ze dronk er terug uit komt, gaan de alarmbellen in ons hoofd af. Dit is niet goed. Ze reageert te traag op vragen, heeft de bibber in de handjes en ze is plots heel slap. We (opa, mama en papa) springen de auto in en rijden naar de dichtstbijzijnde spoedafdeling (gelukkig maar 10 minuten rijden). Op de parking geeft ze nogmaals over. Gal. Het kind is op! Met haar slappe lijfje in mijn armen spurten we naar de ingang. Een tiental mensen zit te puffen op de stoeltjes zonder airco. Ik blijf staan en kijk met mijn paniekerige-moeder-ogen naar de verpleegster achter het loket. Kinderen hebben voorrang! Dat is zo! Gelukkig is het snel aan ons. Ik geef haar pasje af en we proberen in ons beste Frans uit te leggen wat er allemaal aan de hand is. Lang hoeven we niet te wachten of we kunnen naar de ‘voorsorteer-post’. Daar waar ze de zware en de minder zware (aanstelleritis) gevallen uit elkaar halen. Een grappige verpleger begint een verhaaltje over ‘son ami en Belgique’ als hij ziet dat we Belgen zijn. WHO CARES kerel! Mijn kind ligt als een zwetende en slappe vod op het ziekenbed. Hij neemt haar vitale functies en die blijken allemaal wel ok te zijn. Ze moet in een potje plassen. Het feit dat ze uitgedroogd is, lijkt ons als een paal boven water te staan en ik wil eigenlijk dat ze zo snel mogelijk aan een baxter wordt gehangen… In een potje plassen. Midstream. Geweldig, de dames onder u zullen wel weten waar het schoentje hier wringt. Een 3-jarig kind zeggen dat het IN dat potje moet en dat het eerste straaltje in het toilet moet, is onbegonnen werk. Ik krijg een doekje met zuurstofwater mee om de boel eerst even te ontsmetten en dan het potje te vullen. Als bij wonder plast ze gewoon en zonder morren in het potje (en op mijn handen maar kan mij dat schelen). Een snel testje vertelt dat ze ketonen in de urine heeft. Voor de leken onder u, wil dit zeggen dat het kind haar “vetreserves” aan het opgebruiken is om aan energie te komen. Wie dochterlief al gezien heeft, in real life, weet dat ze GEEN vetreserves heeft. Haar kleine lijfje is in overdrive. Er moet iets gebeuren. We vliegen terug naar de wachtzaal met de uitleg dat we als ‘dringend’ zijn aangeduid. De verpleger zegt dat het geen zwaar onrustwekkende toestand is, maar dat hij kinderen graag laat voorgaan omdat het snel kan verslechteren. We staan vijfde op de lijst nu in plaats van twintigste. Hoera.

De volgende 4 (!) uur vertoeven we in de wachtzaal wat verderop. Daar is airco en een automaat met drank. Een dagje verlof is een dagje spoed aan het worden en we houden ondertussen het ongeruste thuisfront op de hoogte via WhatsApp.

wordt vervolgd….

 

 

Dromen zijn bedrog (?)

Als ik op het knopje “schrijven” klik, dan beginnen de woorden uit mijn hoofd, rechtstreeks naar mijn vingers te stromen. Vandaag wil ik vertellen over dromen.

Droomt u soms? Ik droom raar en veel. Meestal over mensen die ik ken, in een heel eigenaardige context of omgeving. Laatste tijd droom ik veel over D. Mijn lieve vriendin die in 2016 véél te vroeg is moeten gaan na een zeer korte maar zeer hevige strijd. Ik droom van haar als in een soort van hallucinaties. Alsof ik wil dat ze nooit vervaagt uit mijn geheugen. Of alsof ze iets wil duidelijk maken aan mij?
Soms droom ik dat ze ergens is, waar ik ook ben. Dan lijkt ze nooit ouder te worden, in tegendeel, jonger zelfs. Ze straalt letterlijk. Ze ziet er heel goed uit. En als ik naar haar kijk of iets vraag, kijkt ze nooit in mijn ogen. Ze ontwijkt mijn blik. Maar ze is er wel. Deze nacht droomde ik dat ze een kind had. Het lag te huilen in een bedje in de kamer ernaast. Maar ze hoorde het niet. Het leek alsof ze het niet wist dat het van haar was. Ik wist dat wel, maar kon geen contact maken met haar.

Heel bevreemdend was ook de droom die ik een paar weken terug had. Er werd een feest gegeven voor mij. Ik was uitgenodigd op een bepaald adres waar ik in het donker naartoe wandelde. Daar aangekomen bleek het een klein restaurantje te zijn dat propvol mensen zat, die zaten te dineren.  Toen ik binnenkwam stond iedereen recht, nam zijn bord en ging zitten in de tent die buiten stond. Alsof het afgesproken was en ze wisten dat ze plaats moesten ruimen voor “mijn” feest van zodra ik toekwam.
Toen de menigte vertrokken was, bleef er een grote tafel in het midden van het restaurantje over. Daaraan zaten al mijn dierbaren klaar om mij te ontvangen. Ook D.
Ze zat aan het hoofd van de tafel weerom met een prachtige, lichtgevende gloed bijna, rond zich. Ze was blij en lachte naar mij of zo leek het toch.  Ze zag mij niet, ze keek door mij. Ze was wel voor mij aanwezig leek het, maar ik kon niet met haar praten of communiceren. Ze zag er jong uit. Alsof de tijd dat we in het middelbaar zaten. Zo jong en fris.

Wat mis ik haar en wat had ik graag gehad dat onze dochters samen in de tuin konden spelen. Wij op het terras. Babbelen en tetteren dat het een lieve lust was. Misschien droom ik daarom zo’n dingen. Dingen die ‘hadden kunnen zijn’. In een ander parallel universum misschien. Misschien zitten we daar effectief op het terras. En is dit gewoon een foute plottwist geweest in de ‘verkeerde’ realiteit. De realiteit voor mij dan.
Realiteit die steenhard kan zijn. De realiteit waar we zelf vat op hebben en toch ook niet, op zovele vlakken. De teugels in handen nemen en leven nu je iets te leven hebt. Dat is de boodschap. Doen waar je gelukkig van wordt. Energie halen uit alle dingen die je leuk vindt. Je niet laten leven door stress of onnodige pietluttigheden. Dat is het en dat moeten we doen. Ook al is dat niet simpel.
Droom groot, zei mijn liefste schat tegen mij. En dat ga ik ook doen, wordt vervolgd….

Dikke kus
-X-
Merelmama