Tag: bouwen

Tales from the crib…

Dit weekend was het alle hens aan dek ten (toekomstige) huize Merelmama. De vloerverwarming was op komst! Lees: de vloerisolatie moest gelegd worden en wel dringend. Een ‘jobke’ dat sneller uitgesproken was dan gedaan (zoals wel meer dingen dat zijn op een werf). Zaterdag ging ik meehelpen, of meekijken *ahum*. Met 4 man (waarvan 1 vrouw) aan een zelfde klusje bezig zijn, is niet bepaald handig. Dus trok ik me (op aanraden van manlief) terug op de bovenverdiepingen met een rol aluminiumtape en een bende ventilatiebuizen die vroegen om afgetapet te worden. Mijn ladderke, de buizen, de tape en ik. Aja en ook de tetterende Poolse dakwerkers op de achtergrond.

Eigenlijk vind ik dat wel ontspannend, zo werken op de werf. Fysiek niet echt, maar wel mentaal. Ik ben compleet gefocust op mijn taakje. In mijn geval: de buizen afplakken. Mezelf in bochten wringen en kijken hoe ik het gedaan kon krijgen, dat vind ik wel tof zo. Mijn (overdaad aan) lichamelijk testosteron krijgt dan ook telkens een boost als ik me in die werkbroek hijs. Een zwarte werkbroek, ge weet wel, zo één met véél zakken en verfvlekken op. Een erfenis die ik kreeg van mijn zus, toen zij op haar beurt vrouwelijk testosteron rondstrooide op haar bouwwerf. Als ik die broek aanheb, kan niemand mij iets maken. Dan heb ik ook in mijn hoofd de ‘ge-gaat-vuil-worden-schakelaar’ omgezet. Mijn steeds zwarter wordende vingers (van de tape) kunnen me dan ook niet deren en dat alleen is al een overwinning, al zeg ik het zelf 😀 . Als het echt te bont (vuil) wordt, heb ik wel altijd mijn paarse tuinhandschoentjes in mijn zakken zitten.

De dag schuift verder en het gaat allemaal maar traag vooruit. Gelukkig heb ik zo’n mama die de catering en de kinderopvang doet, waarvoor eeuwige dankbaarheid trouwens. Toen we klaar waren (toch voor die dag) had ze heerlijk stoofvlees en pudding voorzien om de innerlijke mens te sterken. Dat manlief de dag nadien ook nog tot 22u30 zou bezig zijn, was niet voorzien. Maar hey, het is afgeraakt (danku stiefpapa en vriend des huizes voor de extra handen)! Vandaag komt dan de voetjesverwarming en eind van de week de chape (‘de chape’, dat klinkt écht zo bouw-achtig he 😉 ) .

Het komt wel snor met ons huisje. Nog een héél druk half jaartje schat ik en dan is het tijd om nogmaals de verhuiswagen te reserveren. Ik kijk er naar uit om niet altijd over hetzelfde onderwerp te moeten babbelen. Met manlief, met collega’s, met familie, met jan en alleman. Ik kijk er ook naar uit om gewoon naar mijn zicht- en spaarrekening te kunnen kijken, zonder verrassingseffecten. Of om gewoon onze weekendjes samen te kunnen doorbrengen en niet meer te hoeven zeggen dat ‘papa nog aan het werken is’. Om op een zondagmorgen weer gezellig samen te kunnen ontbijten in onze pyjama en na te denken wat we die dag zullen doen. Ik wil terug mijn huishouden kunnen beteugelen, nuttige (!) weekmenu’s maken, ons zero-wasten op punt stellen en dan nog tijd hebben om iets leuks te doen voor mezelf. Nog even doorbijten. Voor manlief, on the frontstage en voor mij en Mereltje, behind the scenes.

Kus
-X-
Merelmama

 

Bouwen en vrouwen

Bouwen en vrouwen. Het rijmt nochtans.  Even een kleine toelichting.
Diegene die het huis bouwt (= laat bouwen), wordt ‘de bouwheer’ genoemd. Op de aanvragen en rekeningen van de gemeente staat dan ook enkel de man vermeld.  Op het uithangbord van de bouwaanvraag voor ONS huis daar ook: enkel de naam van de ‘bouwheer’. Zucht.
Alsof ik er geen geld in ga steken. En wie zegt dat hij betaald heeft? Of checken ze dat bij de bank? Misschien bouw ik wel alleen, met de erfenis van een rijke tante en komt hij bij mij wonen? Wie zal het zeggen? Alfabetisch kan het ook al niet zijn, want dan was ik de bouwheer geweest…

Zaterdagvoormiddag. Ik stap een handel van bouwmaterialen binnen. Het is weekend, dus toevallig draag ik een  kleedje, vestje en mijn laarsjes.
Allereerst houdt een bouwvakker (neem ik aan, vuile kleren en een petje van een of andere bouwfirma) de deur voor me open. Hoffelijk, dat wel. Geen probleem mee whatsoever. Het aangapen en nastaren neem ik er dan maar bij. (is dit #metoo zou ik me moeten afvragen). Ik wandel naar de balie waar een meneer zit met een bedrukt gezicht. Hij kijkt me aan met een half oog en vraagt (naar mijn mening al redelijk neerbuigend): “Voor wat is’t?”. Ik zeg ja, ik heb een vraagje over een gevelsteen (kwestie van even de vraag te kaderen binnen het bouwgegeven). “EEN gevelsteen?” klinkt het honend en hij gaat een beetje achterover leunen in zijn bureaustoel. Alsof ik, domme zaterdags geklede gans,  denk dat er maar één gevelsteen bestaat op deze planeet.
Ik repliceer meteen met de benaming, kleur en fabrikant van de stenen waar ik iets over wil weten. Zijn uitdrukking veranderd een beetje. ‘Ze weet toch precies waarover ze spreekt.’ De rest van het gesprekje verloopt min of meer normaal.
Maar wat moet die man gedacht hebben toen ik binnenkwam? “Wat komt zij hier zoeken… op mannen terrein”… Ik voelde me toch licht aangetast in mijn trots, toen ik de zaak weer verliet. Mijn recht om hier iets te komen vragen is even groot dan moest ik een piemel hebben, toch? Of het feit dat ik een kleedje en geen besmeurde overall droeg was misschien ook al reden genoeg om minachtend te beginnen aan de conversatie.

Nog iets: het aanvragen van een attest van gezinssamenstelling om kinderopvang in vakantie te regelen. Ik log in op de website van de overheid (!) en kan enkel een document afprinten op naam van de ‘referentiepersoon’ B. D. C. En ik dan? Ben ik geen referentiepersoon binnen mijn eigen gezin? Op het blad was nergens af te lezen dat ik de moeder van mijn dochter ben. ‘Niet verwant’ staat boven onze namen. We zijn precies een verzameling mensen, gesprokkeld op straat, die toevallig op hetzelfde adres wonen. Op papier dan toch. Beetje frustrerend wel.
Bij sommige bevragingen (ik ben een fervent enquête-invuller bij onder andere Ivox en Profacts) moet ik ook invullen of ik het ‘gezinshoofd’ ben. Wie is dat het gezinshoofd? Mijn ‘baas’ om het zo te zeggen? Degene die het meest verdient? In 9 op de 10 gevallen inderdaad de man ja. Dat kan niet anders in onze hedendaagse samenleving. Wie is het gezinshoofd bij niet hetero koppels vraag ik me dan af? Is deze term ook niet een beetje gedateerd eigenlijk? Kunnen ze niet gewoon meteen vragen, wie verdient het meest. Het antwoord is toch meestal hetzelfde.
Als vrouw blijk je (op papier) toch dikwijls ‘het aanhangsel’ te zijn. Zijn er nog altijd vrouwen die de naam van hun echtgenoot overnemen? Zoals vroeger? Ze mogen mij altijd even opbellen, zo kunnen ze uitleggen waarom ze dat willen. Jezelf wegcijferen achter het andere geslacht. Ik denk het niet.
Berichtgevingen over de vrouwelijke wielrensters die wel evenveel prijzengeld willen dan de mannelijke fietsers. Wereldkampioenes die het moeten stellen met een luttele 100€. Vrouwenvoetbal, een spelletje aan de zijlijn. Het zijn de mannen die het grote geld verdienen.
Ik wil niet de feministe uithangen, maar het is toch waar zeker. Vrouwen die meestal (niet altijd) de tweede viool moeten spelen. Het is toch allemaal een beetje passé, niet? Maar ja, wat gaan we er aan doen. Op straat komen met ontbloot bovenlijf? Een minimum aantal vrouwen in gemeenteraden en bedrijfsmanagement toelaten. O ja, want we willen zeker ergens ‘zetelen’ omdat we borsten hebben. Dat als enige kwalificatie. ‘Goedemiddag mevrouw, even truitje omhoog? Goed zo. U bent bij deze verkozen.’
Deze morgen nog op de radio. De stadsdichter van Antwerpen is een vrouw. Waw, heel speciaal allemaal, bijna jubelend laat de presentatrice zich gaan. In een rijtje van 9 is het nu de 2e vrouw die stadsdichter is. Hoera voor de vrouwelijke dichter. Of is het dan een stadsdichteres? Nee, die naam zullen ze voor de gelegenheid niet aanpassen.

Zo, even een (kleine?) frustratie op het net gegooid bij deze. Mijn excuses als u zich hierdoor aangetast voelt in uw vrouwelijkheid/mannelijkheid. Altijd welkom om te reageren in elk geval!

Kus
-X-
Merelmama

Voetnoot:
– Even kaderen in mijn eigen gezinssituatie. Ik voel me niet minderwaardig aan mijn partner. En van zijn kant is hier ook op geen enkele manier sprake van. Gelukkig toch.
– Dit is een aanklacht (noem het hoe je wil) tegen de vermannelijking van de maatschappij, niet tegen mannen in het algemeen 😉 .  

The big three O

Zondag is het zover. Ik verander van tram, gelijk ze zeggen.
Misschien is het dan even tijd om eens stil te staan bij hoe het leven mij behandeld heeft tot hiertoe. Allereerst wil ik wel zeggen hoe dankbaar ik wél ben dat ik, gezond en wel, tram 3 heb mogen halen. Mijn lieve D. is helaas echter nooit verder geraakt dan de laatste wagon van tram 2. Dus dat gezegd zijnde, hoe had ik mijn leven voorgesteld als ik 30 zou zijn? Geen idee eigenlijk. Misschien zat ik wel al iets “verder” dan ik nu zit, maar ik heb natuurlijk wel een paar omleidingen gehad met mijn huidige tram. Dus heel ver van mijn ‘ideaal’ idee zit ik niet. Maar dan ook ineens, hoe ‘ideaal’ is ‘ideaal’. Wat is een ‘goed’ leven? Dat het niet is van: trouwen met je jeugdliefde, huisje-tuintje-boompje-kindje, dat weet ik al ondertussen.
Ik had me inderdaad misschien wel voorgesteld om een eigen huis te hebben en minstens 2 kinders. En eerlijk gezegd zit ik daar niet ver af. Al is het huis wel dichter in de buurt dan de 2 kinders, maar soit. Daar zal ik ook wel eens over uitweiden, niet nu. Maar hey, ik word 30 for crying out loud! Wat een oude doos ben ik bijna! Vroeger als kind dacht ik iemand van 30, die heeft alles al voor elkaar. Dat was al lang een volwassene! Zo voel ik me niet echt hoor. Ik voel mij in mijn hoofd nog steeds 20. En zoals een tante mij ooit vertelde bij mijn 21e verjaardag, zo voel je je ook nog als je 70 bent. In’t koppeke blijf je even oud. Enkel de verpakking verouderd en veranderd. Van de verpakking mag ik nog niet klagen, dat wel. Goeie genen hebben ze bij ons. Ik heb op mijn 30, nog 3 van mijn grootouders. Dat kunnen ook niet veel mensen van mijn leeftijd zeggen eigenlijk. Ik mag er niet aan denken dat ik ze alle 3 nog zal moeten afgeven. Hopelijk in een nog zo ver mogelijke toekomst.

Trouwens, in een volgende blog geef ik ook wel eens een update over het hele huis-gebeuren. Al wil ik er hier geen bouwvakkersblog van maken hoor, no worries ! Veel beloven, nu moet het nog geschreven worden ook, hoor ik u denken!
November is een drukke maand. Afgezien van de week verlof die we hadden. Die is ondertussen precies al zo lang geleden! De pluizenbol in mijn hoofd was even verkleind maar is terug opgewold, door omstandigheden, laat ons zeggen.

De storm zal wel weer gaan liggen. Toch blij dat mijn psychologe terug is. Mijn hart bij haar luchten voelt toch altijd goed. En ik schaam me daar niet voor.

Ziezo, een beetje-vanalles-blogje op vrijdagavond.
Nu ga ik nog even zitten en dan onder de wol kruipen. Een dochter die 2 keer per nacht wakker wordt, is geen aanrader. Maar er zijn ook ergere dingen natuurlijk :).

Kus
-X-
Merelmama