Categorie: Geen categorie

“Ze vraagt kun jij nog dromen”

Luc De Vos neemt de boxen over. De bijna dagelijkse rit naar UZ. Alleen in de auto. En ik vraag me plots af: kán je nog dromen als je in zo´n situatie als de onze terechtkomt?
Misschien wel, denk ik bij mezelf. Dromen kán nog en alles lijkt misschien zelfs nog dichterbij dan anders. Geen moment meer te verspillen met onbenulligheden. Geen ´uitstelleritis´ voor leuke dingen. Gewoon doen.

Maar dan denk ik ook aan al die ´onbenulligheden´ waar ik me nu mee moet bezig houden: uitkeringen, verzekeringen. Hoe die in de weg staan momenteel van het ´gewoon doen´. Nu lukt het beter maar in de eerste dagen denk je daar zelfs niet aan, aan die papierwinkel! En toch is het wel belangrijk. Niemand wil na zo´n ongeluk ook nog een dikke factuur in de bus krijgen… 😦 En nog meer vragen gaan door mijn autorijdend hoofd: hoe zit dat met revalidatie? Hoe gaan we die opvang regelen? Wanneer kunnen/mogen/willen we naar huis? Gaan we dat op tijd weten? Hoe gaan we onze job regelen de eerste weken/maanden? Kan ze terug (dit jaar of gewoon ooit) naar haar gewone klasje? Waar is mijn spraakwaterval naartoe? Ga ik haar ooit nog terug horen?

Dan denk ik nóg verder over het dilemma opvoeden-verwennen-verzorgen. Wat kan nog en wat niet? In het ziekenhuis moet ze maar piepen en ik lig bij haar in bed. Thuis kan ik dat niet doen of ik heb zelf geen leven meer. Hier moet ze maar vragen naar iets van eten en een hele resem wordt opgesomd: pannenkoek? ijsje? komkommer? koek?… Thuis is het geen hotel… Hier kan ik heel de dag bij haar zitten, naast haar zitten, met haar bezig zijn. Thuis wacht alweer het huishouden, de kuis, de strijk…

Ja, gisteren was een moeilijke dag. Gewoon, bij mij in mijn hoofd. Een beetje een verstopping van al die vragen. Sommige waarvan ik nooit het antwoord ga weten… Misschien staan we hier binnen 5 jaar terug, nieuwe cellen, nieuwe schade… Die schrik gaat voor altijd in ons hoofd hangen en ik ben niet het type dat van ´hangende´ zaken houd…

Los van mijn verzadigde hoofd, doet Merel het eigenlijk (heel) goed. Angstaanjagend goed. Ze loopt door de gang en trapt zich verloren op het roze fietsje op rolletjes dat achteraan staat. Haar rechterarm neemt ze mee, ook al is hij nog veel zwakker dan de linker. Ze is soms gewoon heel erg vies gezind om die woordjes die maar niet komen. Zal ze hen ooit terug vinden? Wijzen met het vingertje en dan boos worden omdat ik niet begrijp wat ze wil zeggen. Een scenario dat zich ook thuis nog vele malen zal afspelen… Mijn rubriekje ”Merelpraat” krijgt plots een nieuwe bestemming. Net zoals mijn blog eigenlijk. Het is wel hartverwarmend hoeveel comments ik dezer dagen mag lezen op mijn site. Dankjewel daarvoor. Vergeef me dat ik niet elke comment persoonlijk beantwoord, maar ook dat gaat mijn petje te boven soms… Ik lees ze allemaal en ben er heel dankbaar voor. Ons muisje komt er wel. En we kunnen alleen vurig hopen dat ze er blijft komen en dat we toch snel aan ´ons´ 2019 kunnen beginnen.

Kus

-X-
Merelmama

1 januari 2019

Wie gedacht had om hier gisteren een lollige samenvatting van mijn jaar 2018 te vinden, was eraan voor de moeite. 2018 was een jaar dat ik zo snel mogelijk wil vergeten. Eén lange zoektocht was het naar vanalles. Naar een nieuwe job en vooral naar een oorzaak van al de kleine klachtjes van ons mevrouwtje. En toen op tweede Kerstdag, viel alles samen te rijmen. Al die ‘banale’ dingen waar ze soms last van had. Nu kunnen we er aan uit…
Ze waren allemaal veroorzaakt door die mottige tennisbal die in haar mooie hoofdje zijn weg zocht. Hij is nu weg de tennisbal en hij nam mijn mooie, lieve meisje met zich mee. Haar laatste woordjes aan mij waren: “mama, ben je verdrietig?”. Nog een kus en een spuit met verdoving en weg was ze naar dromenland. Ze troostte ons elk moment na de snoeiharde diagnose van woensdag.

Oudjaar werd er één in het ziekenhuis. Op de afdeling pediatrische intensieve zorgen. Mensen stuurden bemoedigende woorden. We aten samen met andere ouders die met ons in hetzelfde schuitje en op dezelfde afdeling zitten. Het was ‘gezellig’ maar met zo een bittere nasmaak. Na 2 uur (eerst ongemakkelijk) keuvelen, trokken we allen terug naar onze kamers. Naar onze minimensjes die zo hard aan het vechten zijn.

Om middernacht sta ik mijn tanden te poetsen. Het is al 2019 en ik weet het niet eens. Wat kan het mij ook schelen. Het is een dag als een ander. Manlief komt me zoeken omdat ik al zo lang weg ben. We wandelen terug naar de kamer en buiten horen we het vuurwerk knallen. Hoera! De beste wensen. Ik barst in tranen uit. Ik wil hier niet zijn. Ik wil mijn meisje terug! Manlief en ik zitten in een zombiemodus. We willen en kunnen niet gaan slapen. Waar is de fast forward knop? Waar kan ik vooruitspoelen om zo snel mogelijk verbetering te zien. Ze beweegt, ze reageert maar ze is zo boos. Boos op de wereld. Hoe zou je zelf zijn. Veel woorden komen er niet uit. Ze is kwaad voor elke aanraking. Haar oogjes zijn nog gezwollen. Ik mis haar zo. Een soort postoperatieve rouw neem me in zijn macht. We moeten door. Verbetering kan, maar het duurt zo lang. Dag 4 na een 11 uur durende operatie. Hoeveel kan je dan verwachten van een kind van 4 jaar? Wie vertelt het me… De zon ging onder in 2018. Wanneer gaat ze weer op.

Bom

Kerstavond bij de schoonouders. Gezellig maar met een ongemakkelijk randje aan. Kleine meid heeft al twee dagen wijd open pupillen en lijkt plots ook veel slechter te zien. Al een tijdje staat ze met haar neus tegen de tv, maar doet niet elk kind dat? “Mereltje, niet zo dicht bij de TV!” is een zinnetje dat we toch al enkele dagen/weken gebruiken. Maar nu is het meer dan dat. Het is niet enkel een brilletje, ik voel het aan elke vezel in mijn lijf. Ik bel naar de spoeddienst. Ze zeggen dat ik een afspraak bij de oogarts moet maken. Probeer dat nu zelf eens… Zaterdag had ik er al één gebeld, in verband met de wijde pupillen dan toch: ”Mevrouw, onze wachtlijst zit nu tot in juli vol” Juli!! Als je dan echt een bril nodig hebt, sta je daar schoon! Nee, dat is het niet. Ze geeft ons dan maar een ´dringende´ afspraak bij de kinderoogarts (specialisatie op zichzelf) op 25 januari. Ik stem toe, maar ik weet dat we niet zo lang kunnen wachten. Tijdens de Kerstavond zit ze te voelen op de tafel waar de hapjes liggen. Ik wil naar een spoedafdeling, morgen dan, we kunnen niet gaan lopen… Ik wil niet gaan lopen, ik weet eigenlijk niet waarom… Ze gaat slecht slapen, net zoals de laatste dagen/weken. Ik bel nog naar de huisarts (de schat neemt zelfs telefoon op, op Kerstavond) hij verzekerd me dat wijde pupillen die niet asymmetrisch zijn niet meteen het ergste betekenen en dat we op een reguliere spoedafdeling enkel gaan doorverwezen worden naar een oogarts. Een kleine geruststelling maar enkel een druppeltje op de hete plaat.

Kerstdag 2018 bij de ouders. Ze is heel vrolijk en speels en vooral heel flink. Zo is ze gewoon. Heel erg flink. Haar zicht lijkt niet verbeterd, ze loopt gewoon recht op de stoel die al jaren bij oma buiten aan de voordeur staat. De dag passeert weer. Nog steeds weet ik niet wat me (ons) tegenhield…
Die avond in bed slaan manlief en ik plots in paniek. Het is niet ok… het kan niet enkel een brilletje zijn, niet zo snel…

Tweede Kerstdag 2018, een dag die ik nooit meer zal vergeten.
Die ochtend komt ze bij ons in bed liggen zoals gewoonlijk ´s ochtends, ze is weer vrolijk aan het zingen en vertellen. Ze heeft goed geslapen. Ik niet. Ik sta op en ga meteen naar beneden en bel weer naar de spoeddienst. Ik MOET vandaag een oogarts zien. Een paar telefoons en doorverwijzingen zijn er nodig, maar om 12u kunnen we gaan. De oogarts van wacht, het bestaat toch blijkbaar. Beneden gekomen is ze alweer moe. De man bekijkt haar oogjes en ziet er niks aan buiten een blekere oogzenuw… Ik weet niet welke kleur een oogzenuw heeft, maar het feit dat hij meteen voor ons gaat bellen naar het UZ voorspelt niet veel goeds. We hoeven niet te wachten op de afspraak want op de weg naar huis braakt ze in de auto. Het is genoeg geweest. We spurten binnen, vullen een zak met gerief en rijden recht naar het UZ. Onderweg belt de oogarts dat ze ons verwachten in de polikliniek. De langste rit van een half uur OOIT! Weer valt ze in slaap in de auto, ze lijkt uitgeput.

Na een batterij aan oogtesten en uitleggen waarom en van waar we al komen staan we heel erg snel aan de CT scanner. We lijken iedereen te mogen voorsteken. Het aantal dokters en specialisten die we zien neemt toe en de blik in hun ogen is beangstigend en ontnuchterend. We belanden op spoed en daar komt nog een voetbalploeg aan dokters zich voorstellen. Tot er een dokteres zich plots hurkt naast het bedje waar onze heel hongerige en hangerige (en ook boze, van de mislukte bloednames) dochter op ligt. We weten de boodschap al, maar ze luidop horen is heel erg pijnlijk en heel onwerkelijk: “Er is een plaatsinnemende massa gezien op de CT scan van de hersentjes van Merel.”

BAM

Dan staat ALLES stil

Merelpraat (3)

Merel tegen wildvreemde op restaurant:
– Ik heb een zonnebril, voor de zon! (schuift zonnebril over en weer op haar neus)
5 minuten later
– Ik heb krulletjes, oranje krulletjes ! (kijkt ‘verleidelijk’ terwijl ze met krulletje draait)
5 minuten later
– Wij zijn met de fiets en we komen van héél ver gefietst… (zelfverzekerd gezicht)
5 minuten later
– Ik ga nu PIPI doen ! (paradeert triomfantelijk voorbij de tafel)

Komen aan na fietstochtje aan op pleintje met bomen en kapelletje
“Ooh mama, het is hier PRACHTIG” !

Honger!
“Mama gaan we witte broccoli eten??” (bloemkool, jup, ik moest ook even nadenken)

Talenknobbel, check! 
We fietsen in de winkelstraat en rijden voorbij een Frans pratend koppel:
“Mama, die mevrouw spreekt Frans eh!” *mond mama en papa valt open van verbazing!*

Praktische problemen…
Merel: “Mama waar ga ik vandaag naartoe?” (kleutertje met routineloze vakantiestress)
Mama: “Mama en papa gaan werken en jij gaat naar Opa he Mereltje”
Merel paniekerig: “Mah, mama ik kan toch niet RIJDEN!!!”

 

Vakantiestress (2)

Wat volgt waren een viertal uren van wachten, wachten en nog eens wachten… Waarom ze dat een ‘spoed’ noemen, Joost mag het weten. Maar kom, ik ken geen Joost en ook zag ons muisje er stillekes aan beter uit. We verplichtten haar ondertussen om kleine slokjes water te drinken.

Eindelijk mochten we door naar de onderzoekskamer. Daar heb we nog eens een uur moeten wachten (geen zwans). Blij dat we een laptopje en tekenfilms bij hadden waren we in elk geval. Toen kwam er uiteindelijk toch een (knappe!) dokter  binnengewandeld. Hij onderzocht dochterlief van boven naar onder. In een mooi verstaanbaar Frans vertelde hij dat ze inderdaad op het randje van uitdroging stond en dat het drinken van gewoon water nu geen soelaas meer kon bieden. Onze taak was  haar de komende tijd om de vijf à tien minuten te voorzien van een lepeltje zoutoplossing die zo haar interne balans kon herstellen. Het zou veel werk zijn, zei de knappe dokter ons. Maar het zou lonen en we zouden snel verbetering moeten zien. Eten geven kon, maar als het er terug uit zou komen, moesten we een “digestieve stop” inlassen van een 6 tal uren en dan terug beginnen met de lepeltjes zoutoplossing.

De avond en nacht die volgde lepelden we er op los met de zoutoplossing die ik in mijn beste Frans besteld had bij de apotheker. Ik zette mijn wekker om de 2 uur om haar door de nacht ook te voorzien van vocht. Ze liet het allemaal heel goed toe en alles bleef er in.
Toen ze de dagen nadien terug beter begon te eten en spelen, slaakten we een zucht van opluchting. Of hoe blij je kan zijn van een kind dat met smaak een boterhammetje naar binnen werkt.

Onze week was er wel een beetje door gebroken. Ongerustheid stak snel de kop op, alsook op de terugweg. De balans is snel verstoord en ze is nog altijd snel moe. Maar ze is weer beter en dat is wat telt.

Samengevat: een vakantieweek met ups en downs. We hebben ook wel lekker genoten van niks doen of een boek lezen of samen spetteren in het zwembad. En van het feit dat kinderen eigenlijk helemaal niet veel nodig hebben om zich te amuseren.
Wat ons nog rest van de vakantie is een weekje werken in ons huisje en verder plannen maken… Voor vanalles :).

Kus
-X-
Merelmama

Merelpraat (1)

Haartjes wassen… het ergste moment van het hele badgebeuren. (’t kind doucht ook niet graag, dus meestal bad) Ik spuit wat shampoo in haar handje, maar verder dan het bovenste van haar hoofdje wordt er niet gewassen.
Ik wrijf een beetje mee want haar rossige krulletjes zijn echt al lang geworden 🙂 .
Ik wrijf een beetje snel want als het allemaal te lang duurt, komt het ook meestal niet goed voor mevrouwtje. Tot plots: “Mamaaaa, niet zo hard wrijven! Straks komt mijn hoofd los en dan moet ik naar de dokter !”… *zucht* 

Merel kwam vorige week iets vertellen:
– Mamaa, L. (haar boezemvriendje uit het 1e leerjaar) was een beetje verdrietig vandaag.
– Oei? Heb je hem dan een beetje getroost? Waarom was hij triest?
– Ja, hij had mij gemist *fake zuchtje en pruillip* (weekends are tough!)
– Oh Mereltje dat kan wel gebeuren he.
– Ja, maar mama ik heb dan gezegd dat het OK was en dat we een koppel zijn.
– Een koppel!? *verbouwereerd en licht in shock*
– Ja, want jij bent ook een koppel hé mama en papa ook! Iedereen is een koppel.
–> ’t Spel begint al ! 

Merel gaat naar toilet en heeft ‘nummer 2’ gedaan. Ze staat recht en gaat handjes wassen. Ze verzet haar trapje tot aan de handenwasser. “Oh mama, is dat nieuwe zeep? Was die andere op dan? Heb je nieuwe gaan halen?”
Het kind denkt (heel geëmancipeerd…) mee met het huishouden en vraagt geregeld of er iets op is en of we naar de winkel moeten.
Ze gaat verder “Oh mama, de nieuwe zeep ruikt lekker he! Er staat een blaadje op het flesje, het is zeker blaadjeszeep” en ze wast gezellig verder.*smelt* 🙂
Ze is nogal huiselijk aangelegd en “very into details”… Soms een zegen, soms niet.

Merel doet zich pijn en bloedt een beetje aan de knie. Je moet een kenner zijn om te weten dat ze met “een beetje bruul” wil zeggen dat er een beetje bloed te zien is. Maar ik vind het zo schattig dus ik verbeter haar niet *mommyfail*

Merel gaat slapen en vraagt (elke dag) nog: “wat ga je nog doen mama?” Zoals gisteren zei ik dan: “een beetje strijken, Merel”
Merel komt beneden ’s morgens, loopt nonchalant voorbij de strijkplank en vraagt langs haar curieuzeneus weg: “Is de strijk dan gedaan mama?”
Ik kan niet zomaar doen wat ik wil hoor 😉 .

 

Kus
-X-
Merelmama

 

 

Een zonnige Pinkstermaandag

Een Pinkstermaandag met zalig zonneweer. Ik haal dochterlief af bij bompa en bomma en voel een drang om wat extra tijd met haar te spenderen. Ik heb haar gemist. En ze kan dat ook zo zalig schattig zeggen: “oh mama, wat heb ik jou gemist” zegt ze dan, met een nepzuchtje, pruillipje en puppy-oogjes erbij. *smelt*
We (Merel & Mama) springen in de auto en rijden naar een provinciaal domein in de buurt. Dacht ik toch want wat een ritje van een half uurtje moest zijn, werd er eentje van drie kwartier. -Interne GPS fail!-…
Ik zie in de verte een bui aankomen en spoed me nog meer richting de kunstmatig aangelegde vijver. Het is al bijna half 4, straks is het de moeite niet meer.
Eens aangekomen maak ik haar wakker uit haar zweterig schoonheidsslaapje. Dan besef ik dat ik geen buggy meegenomen heb en vermits het kind nogal lui en verwend is, wat stappen betreft *ahum*, kan dat wel eens een demper op de feestvreugde worden.
Maar borst vooruit en met mijn rugzak vol zomergerief en goede bedoelingen stappen we naar de ingang. Nog een beetje slaperig maar ze stapt, oef. Even oriënterend bekijk ik de wegwijzertjes die mooi opgesteld staan langs het pad. De “diertjestuin” lijkt me wel wat. En blij dat het kind nog niet kan lezen, negeer ik nog even het pijltje met ‘kinderspeeltuin’.
Uit ervaring weet ik wel dat de ‘diertjestuin’ een eindje stappen is. En ik weet ZO waar het op zal uitdraaien onderweg: dochterlief die koppig en dramatisch staat te gillen dat ze niet meer wil stappen, ik die dan geërgerd 50 meter verderop sta te zuchten en uiteindelijk toegeef, en dat alles onder het afkeurend oog van wel 150 voorbijgangers. Nee, dat gaan we niet doen. Plots valt mijn oog op een fietsenstalling met allemaal dezelfde fietsen. Wat leuk! We huren gewoon een fiets met kinderzitje. We stappen gezwind 20 meter verder naar het loket. “Een fiets met kinderzitje alsjeblief”, “dat is dan 4€ en u kan 2 uur fietsen”. Oh super! Dochterlief is blij en ik installeer haar achteraan op de fiets. Even sukkelen met de rugzak en de kinderstoel (mama ik kan niet zien!), maar we vertrekken. Zalig! Mijn hernieuwde liefde voor fietsen komt tot uiting en mijn mondhoeken krullen omhoog. Het is een bijna ultiem gevoel van vrijheid vind ik, zeker met mijn kleine krullenbol in het zitje achter mij. De wind in mijn haren, de namiddagzon die schijnt op het water van de vijver en in ons gezicht. Zalig vind ik het. Dochterlief heeft echter niet zoveel zin in fietsen (helaas, pindakaas) maar ik kan toch even rond de vijver fietsen. Natuurlijk passeren we ook de speeltuin en ik kan het niet over mijn hart krijgen om niet even te stoppen. We parkeren de fiets en ze stapt (dan kan ze het wel!) gezwind richting zandbak. Daar moet ik even mijn minimale vorm van smetvrees inslikken. Een waterpartij en zandbak in één is het. Mooi gemaakt, dat wel. Jongens en meisjes in, met modder besmeurde, onderbroekjes rennen kris kras door elkaar onder de brandende zon. Ik peil haar reactie. Ze blijft uit, haha, het kind lijkt op haar moeder. Ze ontwijkt de plassen die er liggen en negeert het modderige tafereel volledig. Het piratenschip met de glijbanen dan maar. Ze klimt er op en kijkt telkens over haar schoudertje of ik nog wel in het zicht ben. Als ze naar een ander toestel wil, kijkt ze mijn richting uit en zie ik haar mondje vragen of het mag. Tuurlijk mag ze dat,mijn flinke meid.
Ik vlei me neer op het gras onder een boom en drink eens van de drinkbus. Een ‘alleenstaande’ mama met dochter, het blijft toch een bezienswaardigheid voor sommige mannen. Terwijl ik langs de picknickdekens loop, zie ik geregeld ogen afdwalen. Ik voel me wel geëmancipeerd, moet ik toegeven. Ik kan best wel alleen met mijn kind naar de speeltuin (of eender waar naartoe) gaan. Een raar maar fier gevoel dat ik nog erfde van mijn (korte) periode als effectief alleenstaande mama. Nu ben ik uiteraard niet alleenstaand en was manlief thuis aan het dokteren en puzzelen aan de plannen voor ons huis, maar dat weten die glurende papa’s op hun picknickdekentjes niet natuurlijk. 🙂

Kus
-X-
Merelmama