Laatste dag

Ik was begonnen liefste lezer, met mijn titel, 2 dagen geleden. Op de laatste dag van ’t jaar. Maar verder dan de titel ben ik niet geraakt. Ik kreeg volk over de vloer namelijk. Laat me even met u stilstaan bij het jaar toch, bij wijze van bezinning, zoals het hoort bij “jaar-einden”. 2016 was me wel het jaar…

Het begon rustig… toen, op een leuke dinsdagavond in januari kwam mijn lieve vriendin op bezoek, een gewoon bezoekje, ik had de hapjes en de gin tonic klaar gezet. Ze leek zenuwachtig. Ik vroeg wat er scheelde. Ze zei dat ze een tumor had en dat die eruit moest. Een slag van de molen. Het leek zo onecht. Samen hebben we zitten huilen. Dat ik haar zou moeten begraven 9 maanden later, wist ik niet. Ik denk nog élke dag aan haar.

2016 was ook het jaar dat ik officieel scheidde. Ik belde in april naar de notaris of ik nog naar de rechtbank moest om officieel te komen zeggen dat ik wou scheiden. Maar “oh nee mevrouw, het vonnis is al uitgesproken op 8 maart. Dat is al geregeld”. 8 maart 2016, bijna 5 jaar getrouwd geweest. (eigenlijk bijna 4, maar officieel dus bijna 5, al maakt dat geen bal uit).

2016 was ook het jaar dat ik mijn huis verkocht. Het huis waar ik 4 jaar lang een haat-liefde-relatie mee had. Ik woonde er heel graag en soms ook niet. Duurde ook heel lang eer ik me er “thuis” voelde. Misschien was het een voorbode geweest. Nu mis ik het toch een beetje, bizar gevoel wel. Vlaamse-baksteen-in-de-maag-gemis?

2016 was ook het jaar waarin we terug naar hotel mama gingen wonen. Wij, wil zeggen babymeisje, ventje en ik. Onze eerste keer ‘voltijds’ samenwonen, bij hotel (schoon)mama. Een belevenis. Maar altijd met de glimlach. Mijn ouders (en ik heb er 3!) zijn top. Zo maken ze er geen meer. Altijd gezelligheid troef ten huize Jef van Hoofstraat.

2016 ook het jaar waarin mijn meisje 2 jaar werd. Enkele weken geleden namelijk. img_20161120_092943514Mijn grote meid. Ongelooflijk flink en sterk kind. En ja, eigen kind, schoon kind, maar het is waar en het mag gezegd worden. Mensen die zeggen dat stress tijdens de zwangerschap niet goed is voor de baby, die snoer ik graag de mond. Ik maak er natuurlijk ook geen reclame voor, maar als ik haar hoor lachen en spreken en zingen, dan weet ik dat van deze theorie niks aan is. Integendeel zelfs. Maar dit had ik ongetwijfeld al eens gezegd.

2016, het jaar waarin we ook ECHT samen wonen, als gezin, ons 3-tjes. En het gaat goed. Ook al maken we wel eens ruzie. Onenigheid meer. En dat is grotendeels aan mezelf te wijten. Onverdraagzaam zijn: één van mijn beste talenten dezer dagen. Ik kan er niet aan doen… tot spijt van ventje, die er meestal het slachtoffer van is. Onenigheid in mijn hoofd is de oorzaak. Warboel. Ook al heb ik geen enkele reden tot klagen. Hopelijk brengt tijd raad en rust. Ik kus wel beide handjes met zo’n ventje aan mijn zij. Zo maken ze er ook geen meer. De zekerheid dat hij er altijd voor me is, maakt me ook rustig. Mijn rots in de branding. Al moet ik dit jaar wat meer rekening houden met de gevoelens van de rots zelf ook misschien…

Voor de rest, lieve lezer, wens ik u uiteraard het allerbeste toe in het nieuwe jaar. Voor zover u hiermee gerustgesteld bent. Een resem aan “beste wensen” zijn reeds gepasseerd. De ene al meer gemeend dan de andere. Het lijkt een equivalent aan “hallo” dezer dagen.
Goede voornemens maak ik niet. Al 20 jaar ‘probeer’ *ahum* ik te stoppen met nagelbijten. Het is me nog nooit gelukt, dus ik lig er ook niet meer wakker van :). Meer schrijven is misschien wel een goed voornemen, alle vooruit dan maar. Het maakt me ook rustig als woorden uit mijn vingers vloeien. Therapie for free. Dankjewel om alvast mijn eerste therapiesessie dit jaar te volgen.

Kus
-X-

Merelmama

Lanzaritis

Oeps, al 4 weken geleden (lijkt veel langer geleden en JA ik weet het, ik schrijf te weinig) zat ik op dit moment met mijn luie kont aan het zwembad. Kleine meid, getooid in 500 redbandmogelijkheden plonst lekker in het peuterbad. Mama en papa kijken toe met een vertederd hart hoe kleine spruit vriendjes maakt en al meteen met de bal aan het gooien is naar een even kleine, blonde Britse peuter. Gegiechel en pret alom en om de paar minuten kijkt ze om of we nog wel in de buurt zijn. Of hoe simpel het soms kan zijn…

Iets minder simpel was de mysterieuze ‘ik-eet-niks-meer-buiten-papflessen-en-koekjes-ziekte’… Alsof ze een knop had omgedraaid, wou mevrouw plots niks meer eten. Geen ‘(t)omaatjes’, of ‘duifjes’, zelfs geen soep of ‘bootjam’. Elke maaltijd werd een strijd en een wanhopige poging om er toch iets in te krijgen. Ze kreeg dan, uit onmacht van mama en papa, ook plotseling alles van ons. Iedere kreet die maar in de verte leek op ‘koetjes ebbe’ (koekje hebben, voor de leken), werd beantwoord met een stortvloed aan koekjes. 2 volledige pakken heeft het klein gespuis opgepeuzeld die week. Het was dan ook bijna het énige dat ze opgepeuzeld heeft… Losstaand van dit feit, dat ons beiden wel wat in de weg stond van het ontspannen of was het enkel bij mama, was het een zalige week met ons 3. Eerste keer met ons 3 EN met de vlieger weg. Het leek alsof we nooit anders gedaan hadden. Soms met de handen in het haar, u raadt het, een (al was het eigenlijk maar 5 minuten) huilende peuter op het vliegtuig is geen aanrader als je niet in de belangstelling wil staan… Maar altijd met de glimlach en trots als een pauw om met dat knappe kleine meisje rond te wandelen. Veel hoofden draaiden om, vreemden die zwaaiden of over haar bolletje streelden. Haar blinkende “Venetiaans blond” is geen alledaagse bezienswaardigheid blijkbaar… Haar vrolijk terugzwaaien en haar (9!) tandjes blootlachen zal er ook wel toe bijgedragen hebben.

Tijdens deze week heb ik ook wel veel aan D. gedacht. Ik had haar half september verteld dat we op reis gingen naar Lanzarote. Nu kon ik haar niet eens meer vertellen hoe het geweest was. Ik zie nog altijd het beeld van haar paarlemoeren urne in het gapende gat in de koude grond.
Ik krijg het niet gewist. Als het koud is of regent, zie ik het extra voor me. Ik zou het niet eens raar vinden om voor haar een dekentje en een warme choco naar het kerkhof te dragen dan. Als ik mijn tanden poets denk ik, D. moet geen tanden meer poetsen. Als ik strijk, denk ik aan de discussie die we ooit hadden of dat elk deel van het koppel zijn eigen strijk moet doen of niet. Als ik kook, denk ik aan haar rekje met kruiden dat ze de laatste jaren zo had uitgebreid met gezonde dingen. Als ik voorbij haar huis rijd, lopen de rillingen me over de rug. Haar huisje is leeg, niet meer gezellig en warm.
Ik mis haar maniertjes. Het daagt me, nu pas, meer en meer dat ze nooit meer terugkomt. Dat ze enkel in herinneringen bestaat. Dat doet pijn.

Dat en nog andere dingen maken dat ik me niet goed in mijn vel voel deze dagen. Ik zou een hele dag voor de ruit kunnen zitten staren en niets doen. De dagelijkse stress verlamt me en ik weet niet waarom. Een dikke pluizige bol vanbinnen verdooft alles. Elk gevoel is vlakker en meer uitgestreken dan anders. Alsof ik me niet mag gelukkig voelen.
Is het, het najaar? De trieste, regenachtige dagen en de kille lucht? Ik hou van de herfst normaal gezien. Het is mijn seizoen, mijn geboorteseizoen. Nu kan het me niet zo bekoren. Misschien verlang ik wel naar ons eigen nestje, mijn eigen living en eigen zetel. Ik vind het dan weer zo onrespectvol voor mijn mama en stiefpapa. Zij vangen ons op alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Maar 2 leefwerelden en die van een peuter erbij mengen is niet altijd makkelijk. Nog een paar weken en iedereen kan weer op adem komen. Denk ik… Wat als ik het niet genoeg vind? Wat als ik me ook daar verdooft voel? Misschien heb ik daar het meeste schrik van. Tijd zal het ons leren zeker? Ondertussen word ik volgende week al 29 jaar. Het laatste jaar op tram 2. Het voelt oud. 30 daar ga ik het moeilijk mee hebben… ‘k probeer er nog niet wakker van te liggen. Dat doe ik nu wel over andere zaken.

Kus
-X-
Merelmama

Donderdag 29 september 2016

Donderdagavond 29 september 2016, rond 23u. Telefoon. Als bij wonder staat mijn gsm niet op stil deze avond. Slaapdronken twijfel ik nog of ik wel zou opnemen. Ik zie een naam verschijnen. Een naam die ik liever niet op dit uur zou horen want ik weet wat ze gaat zeggen. Een gebroken stem aan de andere kant van lijn: “’t Is gebeurd Jolien, ze is overleden…”.
Nee!!… K. heeft gewonnen. K. heeft g*dverdomme gewonnen. Je was zo moedig, lieve schat. Elke strohalm hoop die er was, greep je vast met beide handen. Je hebt alles geprobeerd, echt alles. Je hebt gevochten zoals niemand ooit deed. Het mocht niet baten.
We zagen het al lang, lieve schat. Het stond in je ogen te lezen, maar je gaf niet toe, je gaf niet op. Vandaag moeten we verder zonder jou. Zonder jouw lieve lach die altijd recht vanuit je hart kwam. Zonder je mopjes, zonder jouw goeie moed die je altijd toesprak wanneer het nodig was. Niets gekunsteld, niets vals. Jij was echt. Een ECHT persoon.

Jij was er bij toen ik mijn eerste vriendje leerde kennen, jij was er ook bij toen ik van hem ging scheiden. Ik ben je, voor beiden, eeuwig dankbaar. Je was er altijd als ik je nodig had. Het kon soms zijn dat we elkaar even niet zagen, maar dan stuurden we meestal op hetzelfde moment een bericht naar elkaar: “seg, we moeten nog eens afspreken”, beiden een beetje beschaamd hoe lang het soms geleden was. Maar dat was niet erg. Het was ons ding. Samen gezellig babbelen in jouw of mijn zetel. Wij waren babbelmaatjes. Avonden lang. Ik zal het zo missen. Laatst zei je nog, dat je zo blij was voor mij dat ik goed terechtgekomen was, dat alles terug goedgekomen was met mij. Het klonk als een afscheid. Iets dat je nog kwijt moest.

Dat je nu geen pijn meer hebt, is toch een kleine troost. Je hebt jouw rust gevonden.
Vrijdag word je begraven. Het zijn woorden die niet bij jouw naam passen. Begrafenis, overlijden, uitvaart… Woorden die er pas over minstens 50 jaar hadden moeten zijn.
Ze kwamen veel te snel. Te snel en te oneerlijk zijn ze. Waar kan ik hier een klacht indienen? Bij wie moet ik daarvoor zijn? Waar kan ik dat gaan melden dat het een misverstand was. Dat jij niet degene was, waarvoor deze vreselijke ziekte bestemd was.
Het zou moeten kunnen. De tijd terugdraaien. Zodat je niet had moeten komen zeggen dat je een tumor had. Dat je chemo ging krijgen, bestralingen, pillen van hier en ginder. Dokters van België en Nederland.

Wat nog rest zijn de herinneringen lieve schat. En dat zijn er veel. Ik heb er soms last mee dat ik me niet elk ding herinner dat we samen meemaakten. Ik wil me, dezer dagen, elke herinnering van jou voor de geest halen. Elk ding van de mooie, bijna 18 jaren die we samen deelden. Het lukt me niet. Het put me uit. Het komt wel weer. Zachtjes zullen ze komen en mijn hart verwarmen. Herinneringen aan de slappe lach voor geen reden, aan (licht) beschonken avonden op jouw terras van je nieuwe stulpje. Aan kamperen in het bos, aan samen gaan shoppen…

’t Ga je goed daarboven lieve schat. Rust maar zacht. Ik ga je super hard missen.
Je zal nooit vergeten worden. 

14448878_10209822835343233_5559901047737186523_n

Merelmama
-X-

 

 

‘Per ongeluk expres’

Ik deed het. Ik was stom. Ik keek (per ongeluk) op de blog. De blog van diegene die alles (inclusief mij en pasgeboren baby) achterliet en naar Canada verhuisde. Living the dream. En het zag er nog leuk uit ook. Geen idee waarom ik daar eigenlijk last van heb, van dat kijken. Van de foto’s? Van de prachtige natuur die hij daar ziet en ik niet? Van het ongedwongen gevoel dat hij ongetwijfeld heeft in zijn ‘mini-van’ en ik niet? Van het niet moeten gaan werken en ik wel? Van het alles-kan-niks-moet-idee. Van het leven zonder kinderen? Of gewoon van het feit dat hij daar in een andere wereld leeft nu. Van het gevoel dat ik krijg, als ik zijn foto zie. Dat het niet meer de persoon is die ik 13 jaar lang kende, of net wel? Stoort me dat misschien?

Waarom voel ik me dan jaloers… Ik heb het zo goed hier. Heel gelukkig met mijn ventje en ongelooflijk flinke dochter. Maar er blijft een ‘gemis’, of maak ik mezelf dat wijs… Een 2e kindje? Een eigen huis terug? Het blijft aan me knagen. Een ‘wat-als’ gevoel dat telkens, heel ongevraagd en zeer onbeleefd, de kop opsteekt. Een gevoel dat me veel te snel doet rijden met een hoofd dat heel ver weg is, levensgevaarlijk. Een blik op oneindig en verder, een hoofd dat draait tegen 300 per uur. Een gevoel dat me doet staren uit het raam, zonder dat ik nadenk. Als een zombie. Een gevoel dat mijn mondhoeken naar beneden trekt en alle ‘contentement’ uit mijn lijf en uit mijn omgeving zuigt.

Een gevoel dat ik gisteren niet had. Gisteren, toen ik met een grote babydochter achteraan op de fiets, in de zon, naar huis fietste. Toen ik me dolgelukkig voelde in dat ene kleine moment. Of toen ik zondag kindjes heb helpen knutselen in de bib, op de Roald Dahl dag en voldaan terug naar huis fietste. Als we met ons drie op de mat zitten en liedjes zingen.
Zo’n momenten maken me heel erg blij. Waarom kan ik dat gevoel niet terugroepen nu? Waarom blijf ik er aan denken? Wat als… wat als we nu eens ergens anders zouden wonen. Voor even? Voor een jaar? Of misschien twee? Ergens waar de natuur anders is, de omgeving, het eten, de lucht, het huis waarin ik woon, de job die ik doe. Een jaar is zo snel om. Dat merk ik aan mijn kleine prinses. Ze is al bijna twee. Het moment dat ze, vers geboren, op mijn buik lag. Het lijkt nog maar pas. Haar eerste verjaardag en nu al bijna haar tweede.

De maatschappij van vandaag verwacht te veel. Heb je wel geleefd, als je niet in ‘het grote buitenland’ gewoond hebt? Wie doet het? Wie niet, waarom niet? Telkens als ik het hoor in mijn omgeving denk ik, dat ze zich het hebben aangepraat. “Hij is naar ’t buitenland, voor ’t werk en zij is mee”… Mijn ogen rollen bijna uit mijn hoofd. Maar toch voel ik dan ergens een steekje… ik wil ook… En die “voor ’t werk” dat weet ik nog zo niet. Ik heb het niet zo met bedrijfsuitjes. Ik weet hoe het er soms aan toe gaat. Nee, niet “voor ’t werk’. En eigenlijk ook niet als “aanhangsel” om dan dagen en avonden alleen te zijn… Nee, gewoon “voor mezelf”. En dat klinkt dan net weer zo egoïstisch. Voor jezelf. Iedereen achterlaten, voor jezelf. De ex deed het. Hij brak veel harten, inclusief het mijne. Dat wil ik niet. Ik wil dat iedereen blij is en blijft. Waarom keek ik toch op die blog…

Waarom zijn dingen soms zo moeilijk? Terwijl geluk zo simpel is. Een waarom is dat een berg van een cliché dat hier neerschrijf. Waarom kan ik soms niet blij zijn met wat ik heb en wil ik altijd meer of anders… Ligt dat in mijn aard? Ben ik zo? Of geloof ik zelf, dat ik zo ben? Heb ik altijd wel een beetje gehad eigenlijk. Het ‘te’ gelukkig zijn is niet goed voor mij. Dan voel ik een donderwolk aankomen, of maak ik die donderwolk zelf.
Ik moet dat nog meer leren, genieten. Ik kan dat wel, genieten van elk moment, maar een knagend gevoel is nu weer even opgedoken. Het was even weg. Maar stomme foto’s doen me weer draaien, mijn kop zot, alles op losse schroeven. Misschien moet ik even rust. Terug verhuizen en ons eigen gezinnetje leiden. Misschien gaat het wel weer over. Hoop ik dan. Ik wil niet dat die ellendige zelfde vraag me blijft achtervolgen. Geen knopen meer in mijn buik. Rust in mijn kop. Niet per ongeluk. Gewoon zomaar, daarom, omdat ik het wil.

-X-

Merelmama

 

 

 

 

 

Aah: inspiratie !

Strijk klaar, manlief het huis uit, babymeisje het bed in. Rust ten huize Merelmama. Aaah: inspiratie! Of toch niet. Ik weet het, lieve lezer, ik heb u de laatste maand(en) een beetje verwaarloost, op uw (lees)honger laten zitten. Vergeef het mij. Niet denkend aan mijn leespubliek, deed ik maar verder: mijn leven doorploegen. Sta mij toe het even op een rijtje te zetten wat er zich de laatste tijd afspeelde in Merelmamaland.

Na de post eind juni kwam er een drukke periode aan. Eerst een weekje naar Frankrijk geweest met de schoonouders en -broer en -zus. Ontspannend, maar toch niet helemaal, met wat nog moest komen in het achterhoofd.

Het huis (met de geel en zwarte letters, weet u nog?) is weg. DE verhuis diende zich, niet onverwacht, aan. Een beetje (veel) opluchting toch wel, dat geef ik grif toe. Wonen in een huis dat eigenlijk al verkocht is, is niet leuk. Bij elke pluk onkruid of stof lijk je te denken: ‘ach, tis toch niet meer voor mij’. Egoïstisch als het lijkt ja, inderdaad, ik hoor het u denken. Maar het was genoeg voor mij geweest. Dozen verzamelen en het inpakken zo lang mogelijk uitstellen, dat wel. Het deed nog altijd pijn. Dat valt niet te ontkennen. De verhuis op zich ging vlot. Vele helpertjes maakten het werk licht en draaglijker. Even vies toch, toen ik de laatste stofresten op stond te vegen boven, toen ik, eenzaam alleen, in de hoes, op de leuning van de trap, mijn trouwkleed zag hangen. Alsof niemand had het willen aanraken. Vervloekt als het ware. Pijnlijk. Maar lieve zus foefelde het snel in de auto en uit het zicht. Binnenkort verkoop ik het. Niet alsof ik het nog veel ga dragen. Mij afvragend of iemand dat wel zou willen dragen, een kleed dat op een scheiding uitgedraaid is…

De verhuis ging voorbij, onze intrek in het ouderlijk huis was een feit. Eerste keer samenwonen in het huis van je ouders. Een beetje ongewoon, dat wel. Maar het valt mee. Al voelt het wel een beetje als een ‘wachtpost’, tot we in de andere woonst kunnen intrekken. Maar het gaat wel. We komen allemaal goed overeen :).

Na de verhuis was er een feest dat riep om organisatie. Manlief was ondertussen 30 jaar geworden (shht, niet verder vertellen) en dat kon ik niet zomaar laten passeren. Ik vond het ook een beetje gepast om hem te bedanken. Met was hij allemaal moet doorstaan soms met ons en in welke mallemolen hij soms terechtgekomen is. Hij doet het (meestal) met de glimlach en met massa’s lieve woordjes, die ik ondertussen al heel goed kan filteren uit de woordenzee die soms nogal onbeholpen uit zijn mond vloeit. Het was een feest, ik zeg het u! Thema: fifties. Getooid in een retrokleed met kersen en beplakt neptattoos ontving ik de jarige, na een dag verplichte afzondering, bij ons thuis voor een BBQ met al zijn vrienden. Als verrassing nog een retro zeteltje als kado, dat hij al heel lang wou. Hij was blij. Ik zag het aan zijn snuitje.

Vervolgens – het is nog niet gedaan, zet u efkes- was er de trouw van ‘Moma & Mopa’, de grootouders van babymeisje, mijn mama en stiefpapa. Het was een zalige dag. Daar had ik niet veel voor moeten doen eigenlijk. Maar het was een heel vermoeiende aanloop. Iedereen was doodop nadien. Maar wat een fijne dag. Eentje om niet snel te vergeten. Stralende zon, na een week regen en kommer en kwel in meteoland. Het mocht er zijn. Een stralende mama en stiefpapa en even stralende en flinke baby, super diner en receptie, wat wil je nog meer.

En toen kwam eind augustus en toen begin september. En nu zit ik hier voor jullie mijn zegje te doen. Maar, eerlijk is eerlijk, mijn zeteltje roept. Mijn ogen vallen ook bijna toe (dit kan evenwel ook te wijten zijn aan een rood en alcoholisch sap dat ik net gedronken heb, lieve lezer)

Ik ga het jullie wensen, beste mensen en bij deze nog even melden dat ik jullie gemist heb!

Tot gauw,

Merelmama
-X-

PS: Babymeisje die vol enthousiasme “boeder Japop” zingt, maakt me super blij !
PS2: Zonet een ‘uitrust’reisje voor ons 3 geboekt naar Lanzarote, Merelmama heel blij!

 

 

Alsof er niets gebeurde

Lieve Merel, dit is een post om nooit meer te vergeten hoe je tegenwoordig uit vrije wil (!) en tijdens het spelen, gewoon in “een” hoek van de kamer gaat staan met een pruillip en een dosis nepgehuil. Hoe mama, papa of ‘moma’ er dan om moeten lachen als je dat doet. En hoe je daarna vrolijk verder speelt alsof er niets gebeurde. 🙂
Alsof er niets gebeurde, een mooie plaat van Yevgueni die tot nadenken stemt…

“Voor je je ogen sluit
en in mijn armen naar je dromen drijft,
luister nog heel even.
Voor ik je stem verlies
En jij alleen nog glimlacht”

Of hoe verschrikkelijk oneerlijk het leven is, dat is wat ik er van maak. Hoe een jong leven plots overhoop gegooid word, door het onmenselijke woord dat begint met de K.

Kanker. Kanker Punt.

Er rust nog altijd een taboe op, merk ik nu het zo dicht komt. Hoe raar het ook is en hoe enorm veel het helaas ook voorkomt. Plots wordt alles anders, bekijk je alles anders. Je wordt voor keuzes gezet die je nooit voor mogelijk achtte. Keuzes die je dacht om binnen 65 jaar maar te maken. Als ‘buitenstaander’ (mag je dit zo noemen?) lijkt alles plots zo relatief, zo onnozel, zo nutteloos. Stress op het werk of om een verhuis. Wat is het een tijdsverspilling in vergeleken met de grote K.
De ongeneeslijke K. De godverdommewaaromzij K.
Het is zo onwerkelijk. Elke dag denk ik, nee dit is niet waar. Dit is een ziekelijke vergissing. Dit is te wreed om waar te zijn. Het is niet. De neus op de feiten, elke dag.

Behandelingen die pijn doen, waar je nog zieker van wordt. En hoe de medische wereld soms nog altijd in het duister tast. “Ze kunnen al veel ze” hoor je dan Jan met de pet zeggen. Ja, ze kunnen al veel. Maar altijd voor een ander heb ik zo de indruk. Het banale zinnetje dat ik zelf ook zo vaak hoorde toen ik in het fertiliteits-verhaal zat, zo’n 3 jaar geleden. Maar dat was in vergelijking met dit verhaal 300x peanuts.
Waar ik ook zo boos van word, is hoe ze de ‘patiënt’ nog steeds niet genoeg op de hoogte stellen van zijn eigen situatie. Hoe je nog altijd zelf moet bellen of navragen ‘hoe het zit’. Hoe je zelf je vragen moet formuleren of je krijgt geen antwoord. Hoe ze met termen smijten, die je dan maar moet begrijpen. Hoe je nog altijd ‘gewoon’ in de wachtrijen komt voor scanners, voor afspraken (“Hallo! Het is hier wel dringend!!!”). Hoe je merkt dat je een nummer in de rij bent die veel te lang is. Hoe je, je voelt als je de verkeerde kassa gekozen hebt, maar dan maal 1000.

Of hoe kwaad worden ook helemaal geen nut heeft. Op wie moet je kwaad zijn? Op wat? Op je omgeving? Op de overheid? Op fucking Tsjernobyl? Kwaad zijn helpt geen zier. Moest het zo zijn, dan zou ik kwaad zijn voor de halve wereldbol! Roepen, tieren! Tot het zou weggegaan zijn. De longen uit mijn lijf. Heb ik al gedaan, het helpt niet…

Buiten hoor ik donder. In mijn lijf dondert het ook. Van woede waarom dit vreselijk woord zo een lief en ongelooflijk iemand moet treffen… Wat een misgeschoten ‘pijl’. Jou niet. Jij moet hier zijn, voor ons, voor je ventje en familie, voor nog 200 jaar! Mijn lieve D. Dit is een liedje voor jou.

Hele dikke kus
Merelmama

-X-

 

Als de muizen in het meel…

Als het stilletjes is ten huize Merelmama (en papa), dan kriebelen mijn vingers om te bloggen. Ook al valt er niet veel te vertellen eigenlijk, buiten het feit dat ik stilletjesaan een regelrechte BUMBA hooligan in huis heb. Hoe het zo ver kunnen komen is, ik moet u het antwoord schuldig blijven. Bumba is hier nooit binnengeweest, tenzij ongewild en via kadootjes… Maar toegegeven, hij (zij?) is al een tijdje in de running
(manlief stelde onlangs voor om eens een boekje te maken over de dood van Bumba.
Eens en voor altijd gedaan 😀 May he rest in yellow costume peace…)

Stel het u zo voor, lieve lezer. Merelmama en baby zitten in de auto. Baby zit onderuit gezakt in haar stoeltje op de achterbank te suffen in de warme auto. Plots (en helemaal niet luid) komt er een reclame van de -jawel, het bestaat ECHT ik zweer het u- Bumbashow op de radio. Plots schiet ze wakker, de reclame was misschien 5 seconden bezig. “Bumba, Bumba, Bumba”! Als ware het een echte groupie! Luid éénpersoonsapplaus volgt en vrolijk op en neer gewip in haar stoel. Ik schiet in de lach. Wat heeft ze dit snel gehoord!

1 dag later: Merelmama gaat boekenbonnen opkopen en beetje snuisteren in deze winkel.
Ik rijd met de buggy richting het kinderhoekje. “Bumba, Bumba, Bumbaaaaa!” Ik had nog niks aangeraakt, laat staan dat ik ZELF Bumba had zien staan in het rek. Wat een studio 100 brainwashing. Proberend het getier te dempen, steek ik haar een boekje met diertjes in haar handen. Bladerend zoekt ze verder naar het klein geel verderf met het punthoedje. Ongelooflijk! Dank u Gert Verhulst !!
Ik reken af en we gaan buiten (NIET met een boekje van Bumba maar met deze  pedagogisch verantwoorde kinderboek).
Inderdaad de aandacht is niet te stuiten. Zo erg zelfs dat ik het zelfs nog overweeg om naar de Bumbashow te gaan, haha! “50 minuten puur plezier met aangepast licht en geluidsniveau voor de allerkleinsten”. Haha het zou wat zijn
Och ja, alle gekheid op een stokje.
Wat smelt ik toch als ze enthousiast is. Dit wil zeggen alle dagen :). Baby blij, mama blij. En als het dankzij Bumba is, neem ik dat er graag bij.
(De Teletubbies blijven toch het allerergste in TV history)

Verder dan dit is er niet veel te vertellen. Miserie alleen posten zou raar zijn, maar enkel leuke dingen is ook een beetje “facebook-achtig”. ‘Kijk eens hoe gelukkig ik ben’, kijk eens wat een lekker eten, wat een geweldige tijd. De tijd die je spendeert aan het nemen van de ‘perfecte foto’ is niet meegerekend…
Ik stoor er me soms wel een beetje aan, eerlijk waar. Vooral #goodtimes, of #lifeisgood…
Zoals ik laatst las bij Charlie dit artikel over kinderen in de online etalage. (dank u perfect day for a picnic)  De nagel op de kop. Als het goed gaat en ze groeien als kool, dan stopt het bloggen. Vooral eens lezen en uw eigen gedacht ‘peizen’.

In de tussentijd zal ik u verder amuseren met verhaaltjes over studio 100 indoctrinatie, eerste tandjes (jaja al 5!) en de gillende babydochter die mama en papa ‘aaaaaitjes’ komt geven en blokjes in de zetel.

Geniet ervan.

Kusjes
-Merelmama-