Categorie: Niet leuk

Pancake Meryl

Mijn dochter wordt groot op pannenkoeken, ’n paar boterhammen en ook ‘droge’ pasta, patatten of rijst soms. Voor de rest beperkt haar dieet zich ook tot frambozen, aardbeien of mango. Lekker duur fruit dus. En dat is het zowat. Koekjes en chocolade gaan er ook wel altijd in. Maar dit reken ik niet tot de categorie eten.

Frustrerend zo’n kieskeurige peuter. Het is met periodes, maar als ik haar in bad zie zitten met haar uitstekende schouderblaadjes en ruggengraat die als een parelketting op haar rugje ligt, dan breekt mijn moederhart. Nu heeft ze weer zo’n periode.
Vanaf dat er eten op tafel komt, gilt ze luid: “Ik wil niet eten!”. En loopt ze weg. Een heel theater élke keer dat we aan tafel gaan wil ik liever vermijden. Maar soms word ik toch kwaad en moet ze eten tegen haar zin, omdat ik het niet kan zien hoe mager ze wel is.
Koppig is haar tweede naam en ze kan het goed genoeg volhouden. Gisteren viel ze van moeite op de zetel in slaap na een driftbui, omdat ze haar kommetje moest leegeten van mama en papa.
Eten lijkt een straf voor haar. Maar dat wil ik er niet van maken, integendeel. Ze “kookt” heel graag en helpt graag mee in de keuken en dat stimuleer ik ook. Groenten in de pot doen, boter in de pan of zelf gehaktballetjes rollen. Misschien heeft ze daar genoeg aan? Kijken naar eten? Het lijkt wel of mijn kleine diva een eetstoornis aan het ontwikkelen is :(. Heel droef word ik er van allemaal.
Haar BMI is 13. 12kg en 96cm op 3 jaar. Voor kinderen is het goed vanaf 15. Dus in kg zou ze makkelijk 14kg mogen wegen. Al krijg ik het niet voor mekaar. Broeken voor haar leeftijd vallen van haar lijf en truitjes hangen te wapperen als een vlag aan de vlaggenmast.
Een pluimpje als je haar vastneemt. Je zou haar zo kunnen plat knijpen door iets te hard te knuffelen. Want dat doet ze nog altijd graag. Een echt knuffelkonijn is het.
“Mamatje, kom eens hier” zegt ze dan. En dan smelt ik in haar kleine dunne armpjes die toch zoveel liefde kunnen omvatten :). Komt wel weer goed zeker?

Kus
-X-
Merelmama

 

 

Vloeiende schaamte

Tutjes zijn voltooid verleden tijd, hoera! (of had ik dat al gemeld?) Al is het zindelijk de nacht doorkomen nog niet altijd zo’n succes. Af en toe wordt er toch nog eens “gemorst in de broek”. Ocharme… Hoe triestig ze dan huilt, hoe beschaamd ze zich voelt. Zo ‘hard’ slapen dat pipi er niet toe doet. Om dan daarna mama wakker te maken (papa hoort niks ’s nachts *zucht*) met een klein kreetje gevolgd door een triest gesnik. Mama die dan om 3u ’s nachts het kind snel even wast, alle lakens ververst (inclusief donsdeken vannacht…) en het kind bedelft onder kusjes, luidop herhalend dat “niet leuk”, maar toch niet zo erg is.  Haar dan terug lekker warm in een proper bedje leggen, maakt het wel goed dan.

Ik herinner mij het gevoel nog van toen ik zelf kind was… Eerst is er het dromen van een toilet… Een groot, blinkend toilet. Ontroerend mooi. Dan volgt het warme gevoel dat naadloos aansluit bij het zien van die grote toiletpot. Een gevoel dat van diep binnenin je, langs je benen, naar beneden vloeit. Meteen erna volgt de afkoeling. Letterlijk. De afkoeling van je benen en de groeiende ontnuchtering dat het niet in orde is… Dan word je wakker en kom je tot het volle besef. Dan komt de schaamte en de tijd tussen het opmerken en het hulp roepen van mama… Een tijd die soms lang kan duren. Maar dan roep je haar en begin je te huilen. Uit schaamte, uit vermoeidheid. Ze komt aangesneld en neemt in een recordtempo handdoeken, lakens en een verse pyjama uit de kast.
In bad wordt de schaamte weggespoeld door het warme water dat uit de sproeier stroomt. Droge kleren maken alles weer wat beter en met de geur van vers gewassen lakens in je neus, zak je weer langzaam weg in een diepe slaap (en mama ook).

We zijn allemaal klein geweest en we hebben het allemaal gedaan…

Kus
-X-
Merelmama

Bouwen en vrouwen

Bouwen en vrouwen. Het rijmt nochtans.  Even een kleine toelichting.
Diegene die het huis bouwt (= laat bouwen), wordt ‘de bouwheer’ genoemd. Op de aanvragen en rekeningen van de gemeente staat dan ook enkel de man vermeld.  Op het uithangbord van de bouwaanvraag voor ONS huis daar ook: enkel de naam van de ‘bouwheer’. Zucht.
Alsof ik er geen geld in ga steken. En wie zegt dat hij betaald heeft? Of checken ze dat bij de bank? Misschien bouw ik wel alleen, met de erfenis van een rijke tante en komt hij bij mij wonen? Wie zal het zeggen? Alfabetisch kan het ook al niet zijn, want dan was ik de bouwheer geweest…

Zaterdagvoormiddag. Ik stap een handel van bouwmaterialen binnen. Het is weekend, dus toevallig draag ik een  kleedje, vestje en mijn laarsjes.
Allereerst houdt een bouwvakker (neem ik aan, vuile kleren en een petje van een of andere bouwfirma) de deur voor me open. Hoffelijk, dat wel. Geen probleem mee whatsoever. Het aangapen en nastaren neem ik er dan maar bij. (is dit #metoo zou ik me moeten afvragen). Ik wandel naar de balie waar een meneer zit met een bedrukt gezicht. Hij kijkt me aan met een half oog en vraagt (naar mijn mening al redelijk neerbuigend): “Voor wat is’t?”. Ik zeg ja, ik heb een vraagje over een gevelsteen (kwestie van even de vraag te kaderen binnen het bouwgegeven). “EEN gevelsteen?” klinkt het honend en hij gaat een beetje achterover leunen in zijn bureaustoel. Alsof ik, domme zaterdags geklede gans,  denk dat er maar één gevelsteen bestaat op deze planeet.
Ik repliceer meteen met de benaming, kleur en fabrikant van de stenen waar ik iets over wil weten. Zijn uitdrukking veranderd een beetje. ‘Ze weet toch precies waarover ze spreekt.’ De rest van het gesprekje verloopt min of meer normaal.
Maar wat moet die man gedacht hebben toen ik binnenkwam? “Wat komt zij hier zoeken… op mannen terrein”… Ik voelde me toch licht aangetast in mijn trots, toen ik de zaak weer verliet. Mijn recht om hier iets te komen vragen is even groot dan moest ik een piemel hebben, toch? Of het feit dat ik een kleedje en geen besmeurde overall droeg was misschien ook al reden genoeg om minachtend te beginnen aan de conversatie.

Nog iets: het aanvragen van een attest van gezinssamenstelling om kinderopvang in vakantie te regelen. Ik log in op de website van de overheid (!) en kan enkel een document afprinten op naam van de ‘referentiepersoon’ B. D. C. En ik dan? Ben ik geen referentiepersoon binnen mijn eigen gezin? Op het blad was nergens af te lezen dat ik de moeder van mijn dochter ben. ‘Niet verwant’ staat boven onze namen. We zijn precies een verzameling mensen, gesprokkeld op straat, die toevallig op hetzelfde adres wonen. Op papier dan toch. Beetje frustrerend wel.
Bij sommige bevragingen (ik ben een fervent enquête-invuller bij onder andere Ivox en Profacts) moet ik ook invullen of ik het ‘gezinshoofd’ ben. Wie is dat het gezinshoofd? Mijn ‘baas’ om het zo te zeggen? Degene die het meest verdient? In 9 op de 10 gevallen inderdaad de man ja. Dat kan niet anders in onze hedendaagse samenleving. Wie is het gezinshoofd bij niet hetero koppels vraag ik me dan af? Is deze term ook niet een beetje gedateerd eigenlijk? Kunnen ze niet gewoon meteen vragen, wie verdient het meest. Het antwoord is toch meestal hetzelfde.
Als vrouw blijk je (op papier) toch dikwijls ‘het aanhangsel’ te zijn. Zijn er nog altijd vrouwen die de naam van hun echtgenoot overnemen? Zoals vroeger? Ze mogen mij altijd even opbellen, zo kunnen ze uitleggen waarom ze dat willen. Jezelf wegcijferen achter het andere geslacht. Ik denk het niet.
Berichtgevingen over de vrouwelijke wielrensters die wel evenveel prijzengeld willen dan de mannelijke fietsers. Wereldkampioenes die het moeten stellen met een luttele 100€. Vrouwenvoetbal, een spelletje aan de zijlijn. Het zijn de mannen die het grote geld verdienen.
Ik wil niet de feministe uithangen, maar het is toch waar zeker. Vrouwen die meestal (niet altijd) de tweede viool moeten spelen. Het is toch allemaal een beetje passé, niet? Maar ja, wat gaan we er aan doen. Op straat komen met ontbloot bovenlijf? Een minimum aantal vrouwen in gemeenteraden en bedrijfsmanagement toelaten. O ja, want we willen zeker ergens ‘zetelen’ omdat we borsten hebben. Dat als enige kwalificatie. ‘Goedemiddag mevrouw, even truitje omhoog? Goed zo. U bent bij deze verkozen.’
Deze morgen nog op de radio. De stadsdichter van Antwerpen is een vrouw. Waw, heel speciaal allemaal, bijna jubelend laat de presentatrice zich gaan. In een rijtje van 9 is het nu de 2e vrouw die stadsdichter is. Hoera voor de vrouwelijke dichter. Of is het dan een stadsdichteres? Nee, die naam zullen ze voor de gelegenheid niet aanpassen.

Zo, even een (kleine?) frustratie op het net gegooid bij deze. Mijn excuses als u zich hierdoor aangetast voelt in uw vrouwelijkheid/mannelijkheid. Altijd welkom om te reageren in elk geval!

Kus
-X-
Merelmama

Voetnoot:
– Even kaderen in mijn eigen gezinssituatie. Ik voel me niet minderwaardig aan mijn partner. En van zijn kant is hier ook op geen enkele manier sprake van. Gelukkig toch.
– Dit is een aanklacht (noem het hoe je wil) tegen de vermannelijking van de maatschappij, niet tegen mannen in het algemeen 😉 .  

De laatste, weeral…

Laatste dag van ’t jaar. Even tijd om terug te blikken, het lijkt alsof ik een oudejaarsconference voorbereid. Maar toch probeer ik dat, even mijmeren over het voorbije jaar. Ook al is het morgen gewoon een dag verder. Het is telkens als een hoofdstuk afsluiten. Een goed jaar of een slecht jaar. Op 1 januari kan je dan zeggen dat het achter je ligt, ook al is het in wezen maar een paar uur geleden. Je schuift op.

Een jaartje ouder of zoals mijn jongere zusje ooit op 2-jarige leeftijd de wijze woorden sprak op 1 januari: “Gelukkige verjaardag voor mensen!”. Gelijk had ze, op 1 januari zijn we allemaal een jaar ouder. Als je op jaartallen telt natuurlijk.
Ouder en wijzer *ahum*. 2018 al seg… Ik herinner me oudjaar 1999 alsof het gisteren was. Als kind was oudjaar HET hoogtepunt van het jaar, naast Carnaval. Dat wat ook een toppertje. Oudjaar 1999, toen reden we met de familie, in een mobilhome, naar het vuurwerk in Antwerpen. Onderweg pikten we nog een tante en nonkel op en geladen met flessen (kinder)champagne (cava, dat was toen nog niet) reden we uitgelaten, rond middernacht naar Linkeroever voor het grote spektakel. Wat een belevenis.
Vuurwerk heeft me altijd geboeid. Diep in mij zit een klein (genetisch, how obvious) pyromaantje verborgen. Met oudjaar wil het altijd even komen piepen. Ware het niet dat onze gemeente nu ook een complete vuurwerkstop heeft ingevoerd dit jaar. Boeeeh!! Meer dan kleine voetzoekers, grotere ‘sterrenschijters’, Star Wars vuurspuwende zwaarden en luide sissende minipijltjes met parachuteventjes aan, heb ik nooit aangestoken hoor. Maar als ik een vuurwerkwinkel (lees: Nederlandse Boerenbond deze periode van ’t jaar) binnenstap, dan kriebelt het wel om zo een grote rol te kopen die zichzelve afvuurt. Waaaw, de kick in het aansteken ervan. Familiale toeschouwers met bange ogen op een veilige afstand en ik die dan, triomfantelijk en in mijn kortste feestelijke minirok, het hele spul aansteek. Moehahahaha!! De lonten om dit te doen liggen wel nog ergens in een schuif, voor moest het ooit nodig zijn…

Maar: mijmeren gingen we doen. Bij deze steek ik van wal. 2017 begon voor mij een beetje donker. We waren net verhuisd naar onze eigen stek (lees: huis van mijn stiefpapa) en alles viel zowat in de plooi. Buiten ik. Mijn plooi werd groter. Ik viel in een zwart gat. 2017 zou een jaar worden zonder mijn beste vriendin en zonder “grote” dingen. Geen huizen verkopen, scheidingen, ex-mannen die verhuizen naar ’t buitenland, niks van dit. Niet dat het dingen waren naar waar ik zat af te tellen, maar het was gewoon afgerond. Op papier toch. Gewoon een jaar met ons 3. Van 4 was er nog geen sprake. (nu ook nog altijd niet, pff). In januari nog maakte ik mijn eerste afspraak met de psycholoog, waar ik nu nog altijd naartoe ga. Zij hielp me er weer wat bovenop, al heb ik tranen met tuiten gehuild in haar kabinet. Vooral de eerste gesprekken, waar ik “de situatie” moest uitleggen. Ze schrok en zei dat het niet abnormaal was dat ik eronderdoor zat. Ik had een hele grote rugzak…
De rugzak is niet verkleind, maar wel ruimer geworden. Het hele boeltje is wat compacter en draaglijker nu. Soms blaast het wel nog eens op, zoals een paar maand geleden als de ex-man dan plots weer ‘live’ voor je neus staat… Of rond de periode van het overlijden van D. Bij perioden van stress op het werk, dan ook. Dan kan alles ook plots teveel zijn. En misschien moet ik hierover dit jaar maar eens een besluit nemen. Het wiel omgooien of niet. Het schrikt me af, maar toch ook niet. Ik zie het wel, ik zie wel wat 2018 brengt. Hopelijk ook een bezoek van de ooievaar, maar die is me niet zo goed gezind. Ik denk dat ik een oud exemplaar te stekken heb, eentje die regelmatig de weg kwijt is. Maar goed, hij heeft me vorige keer gevonden, dus nu misschien ook wel.
2017, het was een jaar van ups en downs. Maar is dit niet elk jaar? Ups zoals Hong F*cking Kong, Parijs, kamperen met een peuter, en The Big Three-O party niet te vergeten! Maar ook beetje downs zoals zo van die dagen en peuterpubers die grijs haar triggeren.
Maar goed, in 2018 staan er ons grootste dingen te wachten. HET HUIS! Het grote geweldige huis waar we zo naar uitkijken. In januari beginnen we eraan. De lap grond met het metershoge onkruid op, wordt onze nieuwe thuis. Waaruit we hopelijk niet meer hoeven te verhuizen. Die we kunnen inrichten naar onze goesting en waar we (hopelijk) nog veel kindjes in mogen te slapen leggen :). Stressy, dat wel. Maar hier hebben we zelf voor gekozen, of was het toch een beetje “het lot” die zo snel de goedkeuring van onze applicatie voor de grond in de brievenbus gooide?
Voor de rest gaan we genieten van onze steeds groter wordende meid. Die met haar babbel al zeker niet moet onderdoen voor een 4-jarige, al is ze net 3. Zalig hoe de kinderlogica zijn intrede doet. Of hoe “Nee mama, ik ben Merel!” telkens weer het antwoord is op mijn kleine liefkozende benamingen voor haar. Hoe ze nog luid kan schaterlachen als ik haar bij het instoppen nog kriebel of “het kusjesmonster” bovenhaal. Of hoe ze, tot vervelens toe, al van ver kan ruiken (waw, wat een gave!) dat iets NIET lekker is. En nog altijd het zich dramatisch-op-de-grond-gooien als de zin niet wordt doorgedreven, maar hier gaan we nog wel even inzitten in die fase vrees ik.
En dan ook de spannende gebeurtenis van het tante worden in januari! Hip hoi, wat kijk ik er naar uit. Een klein poppemieke om rot te verwennen. En een groot poppemieke voor Merel, die in het jongenswereldje (6 neefjes en 1 nichtje) nu al haar mannetje staat. Mijn kleine zusje, dat zal ze altijd zijn, die mama wordt. Waar is de tijd dat we samen in bad “protjes” lieten in de speelgoedemmer? :D. Ik wil je bijstaan met raad en daad, dag en nacht. Kleine prinsesjes opvoeden, het wordt ons ding zus, ik voel het aan mijn kleine teen!

Voor de rest wens ik ieder van jullie “de beste wensen” maar omdat dat zo hol klinkt: gewoon veel plezier met elkaar, voor elke dag van ’t komend jaar (rijmen en dichten zonder mijn gat op te lichten, haha). Een lach en een traan van blijdschap en vooral een goede gezondheid, want het staat als een paal boven water dat dit de basis is van alles!

Dikke kus en tot volgend jaar met véél Merelmama, want: wie schrijft, die blijft, nem!
-X-
Merelmama

 

Koppig, koppiger, koppigst…

TWEE UUR! Zo lang heeft ze gebleit aan een stuk. De reden? Ik had haar een (half!) zakje opgelost (voor een betere stoelgang = minder buikpijn) in multivruchtensap, IN een prinsessenbeker, MET een K3 rietje en MET de (oprechte, want het lag klaar) belofte van een klein cadeautje!!! Hoe fout, moeder!… Ze mocht bijgevolg ook geen T(V) kijken na het eten. En hoewel ik (uiterlijk) rustig was, was er een kleine brand aan’t woeden binnenin.
Toen manlief dan thuiskwam en de ‘negeertechniek’ wou toepassen kon ik niet meer. Ik heb ze in bed gesmeten met papfles en alles. Ze is onmiddellijk in slaap gevallen en ik heb ze niet meer gehoord. Maar: hip-hoi voor medicatie… Waarom maken ze kindermedicatie niet in alle formaten? Druppels, siropen, kauwtabletten, neusspray, suppo’s enzoverder van ALLE medicijnen. Zo kan je kiezen wat je kind wél zou opeten. In dit geval meer voorkeur voor siropen en druppeltjes op een lepel.

En pff hoe koppig kan een kind zijn. Ik heb wel 100 keer langs mijn neus weg gezegd: ‘ah ok, ga je dan fruitsapje opdrinken?’ ‘Nee’ was telkens het droge antwoord. Ze gaf niet toe, lieve lezer, zelfs geen klein beetje! Ze wou zelfs niet proeven! Heb ik een verkeerde bestelling geplaatst destijds? – “Een kind met een mening alstublieft” -“Mag het ietske meer zijn?” “Jaja doe maar, ik heb er lang genoeg op gewacht”. Zo moet het ongeveer gegaan zijn denk ik, maar ik herinner me het niet meer. 😦

Kus
-X-
Ongeruste Merelmama

The big three O

Zondag is het zover. Ik verander van tram, gelijk ze zeggen.
Misschien is het dan even tijd om eens stil te staan bij hoe het leven mij behandeld heeft tot hiertoe. Allereerst wil ik wel zeggen hoe dankbaar ik wél ben dat ik, gezond en wel, tram 3 heb mogen halen. Mijn lieve D. is helaas echter nooit verder geraakt dan de laatste wagon van tram 2. Dus dat gezegd zijnde, hoe had ik mijn leven voorgesteld als ik 30 zou zijn? Geen idee eigenlijk. Misschien zat ik wel al iets “verder” dan ik nu zit, maar ik heb natuurlijk wel een paar omleidingen gehad met mijn huidige tram. Dus heel ver van mijn ‘ideaal’ idee zit ik niet. Maar dan ook ineens, hoe ‘ideaal’ is ‘ideaal’. Wat is een ‘goed’ leven? Dat het niet is van: trouwen met je jeugdliefde, huisje-tuintje-boompje-kindje, dat weet ik al ondertussen.
Ik had me inderdaad misschien wel voorgesteld om een eigen huis te hebben en minstens 2 kinders. En eerlijk gezegd zit ik daar niet ver af. Al is het huis wel dichter in de buurt dan de 2 kinders, maar soit. Daar zal ik ook wel eens over uitweiden, niet nu. Maar hey, ik word 30 for crying out loud! Wat een oude doos ben ik bijna! Vroeger als kind dacht ik iemand van 30, die heeft alles al voor elkaar. Dat was al lang een volwassene! Zo voel ik me niet echt hoor. Ik voel mij in mijn hoofd nog steeds 20. En zoals een tante mij ooit vertelde bij mijn 21e verjaardag, zo voel je je ook nog als je 70 bent. In’t koppeke blijf je even oud. Enkel de verpakking verouderd en veranderd. Van de verpakking mag ik nog niet klagen, dat wel. Goeie genen hebben ze bij ons. Ik heb op mijn 30, nog 3 van mijn grootouders. Dat kunnen ook niet veel mensen van mijn leeftijd zeggen eigenlijk. Ik mag er niet aan denken dat ik ze alle 3 nog zal moeten afgeven. Hopelijk in een nog zo ver mogelijke toekomst.

Trouwens, in een volgende blog geef ik ook wel eens een update over het hele huis-gebeuren. Al wil ik er hier geen bouwvakkersblog van maken hoor, no worries ! Veel beloven, nu moet het nog geschreven worden ook, hoor ik u denken!
November is een drukke maand. Afgezien van de week verlof die we hadden. Die is ondertussen precies al zo lang geleden! De pluizenbol in mijn hoofd was even verkleind maar is terug opgewold, door omstandigheden, laat ons zeggen.

De storm zal wel weer gaan liggen. Toch blij dat mijn psychologe terug is. Mijn hart bij haar luchten voelt toch altijd goed. En ik schaam me daar niet voor.

Ziezo, een beetje-vanalles-blogje op vrijdagavond.
Nu ga ik nog even zitten en dan onder de wol kruipen. Een dochter die 2 keer per nacht wakker wordt, is geen aanrader. Maar er zijn ook ergere dingen natuurlijk :).

Kus
-X-
Merelmama

 

Zo’n dag…

Herfstvakantie. 31 oktober 2017. Halloween. Haat het ‘feest’. Horror is er al genoeg in de wereld, al die Amerikaanse bullshit. Blij dat ze er op school een “herfstfeest” van maakten. Zo net voor de HERFSTvakantie is dat toch logischer lijkt mij, nee?

Vandaag is zo’n dag. Zo’n dag dat niks meezit (in mijn hoofd dan). Zo’n dag dat zelfs de naaimachine me in de steek laat. Vol goeie moed was ik nochtans begonnen. Manlief had bijna al zijn broekzakken geperforeerd (komt er ook van, als je altijd met een halve Gamma-inboedel rondloopt in je zakken). Ik installeer me aan de grote tafel, beschermer erop, strijkplank uitgehaald (je kan niet stikken zonder strijkplank in de buurt) en daar gaan we dan. Ik strijk versteviging op de zakken en ga ze vervolgens vaststikken. Daar gaat het al fout. Draad knakt af. Beh, terug die spoel eraf. Geen avance. Terug de draad die blokkeert en afbreekt. Ik krijg hem niet meer bovengehaald (mensen met naaimachine-ervaring verstaan de horror in het verhaal). Ik begin meteen te roepen op het kl*temachien. Een ‘Aldi-ke’. Als ik heel hard doorstik, dan danst het rond de tafel, het is geen supermachine, maar kom ik heb er altijd al mijn ding mee kunnen doen. Maar vandaag zag ze mij niet graag.
Ondertussen heb ik pompoensoep gemaakt wel, die was wel lekker, al zeg ik het zelf. Ik roep manlief naar beneden en we eten soep. Ik heb hem, luidop sakkerend, wel al op de hoogte gebracht van het onheil dat het rotding op tafel me aandoet. Ergens hoop ik dat hij, mijn technisch wonder, dit wel zal oplossen…. Maar inderdaad, een naaimachine is een specialiteit op zich. Meer dan de naald vervangen of de spoel opleggen kan ik ook niet. Meteen gaat hij op Youtube zoeken naar oplossingen (de schat). Ook al heb ik hem al beledigd met te zeggen dat hij het nu al helemaal om zeep heeft geholpen (lees: de hele spoel en achtergelegen stukken liggen dan al los op tafel…)
Ik ga terug achter de machine zitten en begin te huilen. Kan het hier dan ook nooit eens meezitten! Heel de cirque opgesteld en doet dat rotding het niet!…. Hij brengt me koffie, negeert me halvelings en gaat terug naar boven. Een paar minuten zit ik te staren naar het ding. Mijn hoofd in mijn handen. Wat een drama, wat is dat toch met mij?
Als laatste redmiddel zet ik de draadspanning wat hoger. Ik stik rechtdoor op het testlapje en als bij wonder doet het ding het weer. Mijn zin voor “retoucheren” is ondertussen wel ver te zoeken maar ik doe het toch maar verder.

Ondertussen probeert mijn dochter mij te overtuigen dat haar paarse stift wel degelijk een groene is. En dat blijft ze maar volhouden tot ik uiteindelijk toegeef. “Jaja, tis een groene”. Het kind kan vandaag ook niet veel goed doen precies 😦 (stomme moeder).
Ze speelt wel heel flink. Ze verzorgt haar popje en knipt alle papier (tot hiertoe enkel papier) dat ze tegenkomt aan flarden met haar nieuwe kinderschaartje (wat een plezier al een hele middag knippen, knippen, knippen). Ze stempelt en kleurt en maakt eten voor de puzzelstuk-diertjes.
De retouches zijn klaar. Nog een beetje beteuterd kijk ik naar de vallende bladeren buiten. Het is echt herfst. Het was koud vanmorgen op de markt. (hoera vakantie en dan dinsdags naar de markt, good old Beverse mensen begluren en wafels eten). Mijn neus druipt er nog altijd van. Ik zou willen taarten bakken en koekjes en alle kaarsen in mijn huis aansteken. Maar gelukkig houdt mijn lijn mij tegen en ook de 3-jarige rondhossende kleuter gaat niet goed samen met 101 kaarsen in huis. Zeker niet als er overal (echt OVERAL!) papiersnippers liggen. Haar driftbuien van tegenwoordig doen er ook niet veel goeds aan. Het kind zaagt al even hard als ik en dat van ’s ochtends 7u! Goeiemorgen!

Plots een mail. Mijn psychologe. Ze gaat er terug aan beginnen na haar pauze van 4 maanden. Ze had een burn-out. Het kan iedereen overkomen dus, ironisch genoeg. Ze vraagt of het nog nodig is voor mij. Ik denk van wel… Na mijn naaimachine-huilbui. En mijn enorme korte lontje tegenwoordig. Als het niet meezit, roep ik en kook ik over. Niet OK inderdaad… Ik zal haar even terugmailen. Morgen misschien. Niet te snel, anders lijk ik zeer wanhopig misschien? Misschien ben ik dat ook. Nee, het is niet OK. Hormonaal? Of gewoon nog de wattenbol in mijn hoofd die niet volledig is opgelost? Ik kijk er stiekem naar uit om haar terug te spreken. Ze deed het heel goed, te goed misschien. Daarmee dat ze eronderdoor ging.

Morgen, overmorgen en vrijdag gaan we weg. Met z’n tweetjes. Naar ik zou niet weten waar. Een verrassingsreisje voor mijn komende verjaardag. Kleine meid naar oma en opa en even rust en tijd voor ons twee. Misschien wel broodnodig. In de week zien we elkaar soms niet veel. En als ik met mijn kort lontje dan nog op zijn en dochters’ kap zit… is het hier soms niet zo aangenaam kan u begrijpen.
Wordt ongetwijfeld vervolgd….

Kus
-X-
Merelmama