Ik wou graag in deze post 2 nieuwe woorden introduceren. Misschien bestaan ze al, ik ben geen wandelend woordenboek. Het eerste woord is ‘herfstspijt’. Merel heeft het altijd moeilijk als de seizoenen veranderen. In de lente zijn er de nieuwe tinten van groen en roze, ontluikende bloesems en gekleurde tulpen die uit de grond piepen. Nu in de herfst heeft ze dat ook, het blad valt, de kleurtjes van de herfstige bossen, dingen die ze nooit meer echt kan zien. Dat moet pijn doen. Ik merk het aan haar maniertjes. Een herfstwandeling maken is iets dat we niet veel meer doen. Als ze bijna letterlijk pijn voelt dat ze de herfstpracht niet kan zien, dan is mijn zin in wandelen snel over. Alleen met Sander gaan wandelen doen we dan ook niet. Want dan zeg je bijna letterlijk “blijf jij maar thuis, want je ziet het toch niet”. En dat is misschien net mijn eigen ‘herfstspijt’. Samen in het bos, al die lichtjeswandelingen die er nu zijn, we doen dat nooit, uit respect naar Merel toe. Maar Sander (en ik) missen deze pracht dan ook (zonder dat hij dat beseft hoor). Ik vind dat heel dubbel. Niet alles kan altijd aangepast zijn, maar met opzet iets doen waar ze het zelf moeilijk mee heeft dat ze het niet meer kan, dat kan mijn moederhart niet.
Het tweede woord is ‘coronagemis’. Ik denk wel dat dit woord bestaat. Soms mis ik hoe we met elkaar omgingen in de corona periode. Niet de ziekte zelf, maar hoe we moeite deden om elkaar te zien. Hoeveel meer we praatten met elkaar, online of anders. Snel een telefoontje doen of hoe we moeite deden om wekelijks (!) wandelingen te doen samen, te picknicken met de kinderen of aperitiefjes en borrels in de tuin te organiseren. Nu is het elk in zijn kot. Misschien is enkel die zin, die toen overal luid gescandeerd werd, blijven hangen bij de mensen? Moeite doen om samen te komen, om samen dingen te doen of te beleven. Het kost zoveel moeite, het is teveel ‘gedoe’. Of zo voel ik het aan. Het voelt alsof de race nog sneller gaat nu. Dat kan natuurlijk ook het restant zijn van mijn burn-out/depressie. Dat het voelt alsof de loopband een standje te snel staat voor mij. Dat er niemand aan de zijlijn staat die nog supportert of dat ik ze niet hoor of zie. Elk in zijn kot. Alles moet maar makkelijk zijn, niet teveel je nek uitsteken. Elkaar eens spontaan uitnodigen om gewoon te komen eten, je eens mooi maken voor een ander, het lijkt soms zo ver weg. Of is het niet meer van deze tijd?. De feestkledij in de winkels binnenkort, ik zou niet weten wanneer ik die zou moeten aantrekken. Niemand doet dat nog? Pyjamafeesten of comfortabel zitten, dat is soms het enige wat telt. ‘Uitbuiken’ of hoe heet dat? We zijn allemaal ‘overprikkeld’, een woord dat ook jaren geleden nog niet bestond…
De herfstzon schijnt binnen en er komt weer vakantie aan. We gaan naar een ‘huisje’, iets wat de kinderen heel graag doen. Ergens onthaasten. En JA, dan komt ook de pyjamaheld in mezelf naar boven. Dat maakt het soms heel contradictorisch. Want JA, het is nodig om af en toe gewoon eens te ontspannen in eigen ‘bubbel’. Anders kan je zeker niet meer mee met de loopband des levens. Maar JA, bij deze wel een betoog voor het samenkomen, het samen beleven, het samen vieren. Zo maar, vieren dat we hier zijn, dat we allemaal gezond zijn, dat we leven, dat we nog kunnen bewegen. Het leven gaat zo snel dat we daar echt tijd voor moeten nemen, tijd vrijmaken. Dat we effectief die loopband af en toe moeten stilzetten, voor onszelf maar ook voor elkaar. Om samen te zijn. Corona gemis.
Een bizarre tijd die ons eigenlijk toen veel dichter bij elkaar bracht vind ik soms. We hadden dat niet door. Nu is het al weer een nare herinnering. Maar het doet me vaak nadenken. (Uiteraard zijn er ook veel schrijnende dingen gebeurd toen. Afscheid nemen op afstand zonder elkaar een laatste keer te zien, dat zijn dingen die nooit meer mogen gebeuren.)
Maar los van dat, ben ik soms gewoon heel erg nostalgisch de laatste tijd. Naar toen alles nog offline was. Misschien word ik gewoon oud, dat kan ook. Binnenkort start mijn laatste ritje op tram 3. Het doet me wel stilstaan bij hoe het was toen ik Merel haar leeftijd had. Hoe ik schreef in mijn dagboekje, hoe mijn dag geweest was. Hoe ik naast de radio op het keukenaanrecht zat, te wachten tot mijn lievelingsliedje kwam. Hoe ik dan snel op het knopje van de cassetterecorder duwde om op te nemen en dan op het einde snel genoeg weer op stop, zodat de commentaar van de radiopresentator er niet bij stond. Hoe alles trager ging. Misschien is het een kwaad van mijn generatie. We hebben echt in 2 werelden geleefd. Echt oprecht beleefd. Niet van verder weg, zoals de generatie van mijn grootouders. Zij waren nooit echt mee met de tablets en de smartphones uiteraard. Wij moesten leren hoofdrekenen, want ‘je gaat toch niet altijd met een rekenmachine in je zak lopen’? Haha, kijk eens waar we aanbeland zijn. Mijn zoon heeft zelfs geen geduld meer om de reclame uit te kijken tijdens een filmpje. Alles moet snel.
Ik ga dus ook maar snel afronden, voor ik nog meer begin te zagen. Bij deze wens ik jullie mooie herfstige tijd toe met even wat extra aandacht voor elkaar. Even stilstaan bij wat jullie voor elkaar betekenen. Bij hoe snel het leven gaat en hoe we daarmee om gaan. Stilstaan bij de dagen die donkerder worden, bij een jaar dat zich weeral afsluit. Stilstaan bij hoe we allemaal ouder worden en hoe onze levens veranderen. Maar dat we elkaar nodig hebben dat blijf gelijk. Even samen herfstig stil worden en ademen.
Dikke zoen
-x-
Merelmama

Sterk, kwetsbaar en puur. Warme knuffel van Louise en mij.
LikeLike