Herfstbladeren

Een beetje nerveus loop ik verward door de winkel, als een dief die denkt dat camera’s mij kunnen zien. Ik ben er met mijn hoofd niet bij. Als Merel op uitstap is, zoals vandaag met de klas, ben ik op mijn ongemak. Ook als ze een dagje van me weg is, voel ik me ongemakkelijk. Alsof ik elk moment een telefoontje zou kunnen krijgen dat er iets gebeurd is. Met mijn zoon heb ik dat niet. Die zit in de klas en amuseert zich te pletter. Thema ‘dozen’ deze week in de kleuterklas, hoeveel simpeler kan leven het zijn! Ik ben uit de burn-out aan het rollen. Dat weet ik. Maar ik voel ook dat het niet zo simpel zal zijn. Dat het rollen nog wel even zal duren.

Ik ben nu een goeie 2 maand weer aan het werk. In een apotheek, 2 dorpen verder, 4km fietsafstand. Het is leuk, het geeft me energie zoals ik al zei in mijn vorige post. Maar ik merk ook dat ik, buiten dat werken, nog niet teveel ander hooi op mijn spreekwoordelijke vork moet nemen. Een paar weken geleden had ik nog allerlei andere zaakjes gepland. Niks noemenswaardig in een ‘normaal’ mensenleven. Het betreft een webinar, een etentje met het werk, een sport-avond én een opstart van mijn vrijwilligerswerk. Maar eigenlijk was het, zo merkte ik aan het eind van die week, wel véél te véél voor mij. Op zondag plofte ik met een leeg gevoel in de zetel. Ik deed een dut terwijl mijn kleuter naar TV keek en ronddartelde in de living. Ik ben wel eerlijk met mezelf en voel aan dat ‘normaal’ functioneren nog niet hélemaal terug is.

Ik maak graag de vergelijking met een elastiekje. Je kan dat maar zo ver uitrekken tot het knapt. Daarna kan je het herstellen met een knoopje. Maar je zal nooit meer het elastiekje even ver kunnen uitrekken als in het begin. Zo voelt het ook aan. Mijn interne elastiekje protesteert veel sneller tegen uitrekken. Dat ik dat aanvoel is al een overwinning op zich, dat wel. Ik voel mezelf weer aan. Maar dan tegelijk dwarrelen er weer vragen door mijn hoofd, als herfstblaadjes in een frisse bries. Zo’n bries waar je van wakker schiet. Eentje dat de kou door je neus jaagt. Zo’n bries was ook het resultaat van de laatste scan. Nog niet veel info gekregen maar toch weer (lichte) groei van Tim. “Niet ongerust zijn mevrouw”, zei de oncoloog maar het valt als een glasgordijn voor mijn ogen. Alles vertroebelt weer, terwijl het een paar weken geleden nog zo helder leek.

De herfstblaadjes in mijn hoofd bevatten vragen als: stel dat er weer iets gebeurd, kan ik dat nog wel aan? Is mijn interne vaatje adrenaline waar ik jaren op geteerd heb al aangevuld? Kàn het nog wel aangevuld worden of is er een onherroepelijk gat in dat vaatje? Kan ik ooit nog ‘gaan-gaan-gaan’ voor Merel zoals ik deed toen in die eerste jaren na de diagnose? Is dat überhaupt wel een goed idee? Wat als er ook iets met mijn zoon gebeurt? Een ongeluk zit in een klein hoekje. Kan een mens dat aan, zoveel leed?… Herfstblaadjes verhinderen mijn zicht.

In de herfstvakantie gingen we naar een bungalowpark. Iets dat ik in de herfst altijd wil doen. Gezellig ‘bungalow-en’ (heet dat zo: niks doen?) met een dekentje en een kom chippekes. De kinderen houden daar allebei ook heel erg van. Gewoon lekker samenzijn, spelen en ons ding doen. Ik genoot ervan. Een boswandeling (onder licht protest van zowel kleuter- als dochterlief) waar de blaadjes knisperden onder onze laarsjes deed me deugd. Het was herfstig maar niet koud, zalig.

Tijdens het wandelen gaat Merel vaak aan het mijmeren. “Heb jij ooit al vuurvliegjes gezien mama?”
Nee, zeg ik. Nog niet. Maar terwijl ik antwoord, weet ik al haar volgende zin. “Ja, jij kan dat ooit nog zien he, ik weet al dat ik dat nooit zal zien”. Mijn hart breekt. Mijn meisje toch, wat een zwaarte heeft het leven jou gegeven. Het besef komt elke dag weer binnen bij jou. Wat doet dat pijn. Wat moet dat pijn doen. Zelfs ik, jouw mama, kan me niet voorstellen wat het is om totaal niks meer te zien. We wandelen verder en je vraagt of het al donker is. Je zegt dat je het gevoel mist dat het donker wordt ’s avonds. Het gevoel dat zegt dat het tijd is om naar huis te gaan, dat de dag bijna voorbij is. Ja, dat moet raar zijn om dat niet te weten. Ik zeg dat ik jou altijd zal vertellen of het al donker is. Dat ik jou alles zal vertellen wat ik zie. En dat we samen altijd mogen verwonderd zijn om wat we horen, ruiken of voelen. Dat ook dat de moeite waard is, ook al kan je het niet zien. Het klinkt toch loos allemaal. Ik ben niet blind, jij wel. Meisje toch, wat hoop ik dat het hierbij blijft. Wanneer stopt deze onzin, wanneer is het ons jaar? Ik voel mezelf weer aan ja, maar bah, wat zou ik het nu liever anders willen…

-kus-

Merelmama

Een gedachte over “Herfstbladeren

  1. Weer volop genoten van je herfstige portie literatuur. Het is zeker de moeite om houvast te vinden bij de dingen die wél goed lukken zoals…een erg vlotte pen, ook al zal dat voor jou misschien vanzelfsprekend zijn. Merelmama werkt helend, ook voor je omgeving, je lezers…wij allemaal dus. ❤️

    Geliked door 2 people

Plaats een reactie