Tag: boos

Pamperen

Dagelijkse trip naar Gent: Peter Adriaenssens (kinderpsychiater) vertelt op de radio. De opvoedingslijn heeft de handen vol met ouders van jonge pubers die het niet meer zien zitten (die ouders dan, niet de pubers)… Hij vertelt hoe opmerkelijk het is dat veel ouders niet meer met hun puberende kind om kunnen en dan met de handen naar omhoog bellen (handsfree heet dat dan?…) naar de opvoedingslijn. Hij vertelde dat je als ouder in de eerste plaats een kind moet opvoeden voor de wereld die hij NU is, niet voor de wereld die het was toen JIJ klein was.

Het is waar, kinderen zitten niet meer naast de radio te wachten op de top 50 om het juiste liedje te kunnen opnemen op de tapecassette (hihi, blozende kaakjes als je het ook deed…). Kinderen moeten geen geduld meer uitoefenen tot het juiste tekenfilmpje op TV komt. Tablet en Youtube kunnen het à la minute verzorgen. Kinderen van nu worden omringd door een grote schare aan fans. Jubelende en feliciterende ouders, grootouders, tantes, nonkels en kennissen die aan de (online) zijlijn dag en nacht staan te supporteren. De positieve opvoeding van vandaag begint zijn sporen na te laten. Kinderen kunnen niet meer om met tegenslag. Alles wordt hen in de schoot geworpen en ze krijgen complimenten en felicitaties langs alle kanten. Goed! Tuurlijk moet je een kind positieve feedback geven! Tuurlijk wel, je moet het goede benadrukken en hen aanzetten tot ondernemen en ontdekken. Maar tuurlijk wel, moet je het kind ook toelaten om te falen. Niet altijd ingrijpen maar hen ook laten kennismaken met tegenslag. Pamperen staat hun ontwikkeling in de weg. Het leven is niet altijd rozengeur en maneschijn. En niet alles loopt altijd volgens hun plannetje. Kijk maar naar ons verhaal… Dat was ook niet mijn plannetje…

Als ouder twijfel ik dagelijks aan mijn kunnen in verband met deze kwestie. Merel wordt zo gepamperd en ze krijgt (bijna) alles wat ze wil, want ocharme… Ze heeft er al een heel zwaar half jaar opzitten (wij ook) en ze is ook volop in de kleuterpuberteit. Ze tast haar grenzen elke dag af. Ze kan enorm boos worden voor de kleinste tegenslag. Maar moet ik daarom elke tegenslag voor zijn? Wat kan ik nog ´eisen´ van haar? Hoe moet ik verantwoord ouder zijn? Ik probeer het met -streng, maar rechtvaardig- dezer dagen. Ik denk dat we daar nu het verst mee gaan springen… Na een woedebui komt ze soms letterlijk vragen aan mij: Mama, ik mag toch boos zijn he?

Maar eigenlijk: ze is zo ongelooflijk flink en sterk. Ik val in herhaling maar het mag verdorie gezegd worden! Vrijdag lieten we haar port-a-cath systeem plaatsen. Voor de dagelijkse narcose voor de bestraling in Parijs is dat veel handiger. Na een hele lange dag aan nuchter zijn (planning in een UZ can be fucked up…) werd ze om 16h, voor de zoveelste keer onder narcose gebracht. Na anderhalf uur operatie werd ze huilend wakker op recovery. Ze wist niet van de wereld, ocharme. Mijn hart brak om haar zo te zien huilen. Na een paar boterhammen kwam ze erdoor. Onze sterke meid. De dag nadien gingen we samen vrolijk naar de supermarkt. Alsof er niets gebeurde! Ze klaagt niet over het bolletje (prikkedoosje noemen we het) onder haar huid.
Ze klaagt eigenlijk weinig (over lichamelijke last that is) 😀 .

-X-
Merelmama

Verlossing

De sneeuwmannen op het raam hebben plaatsgemaakt voor schaapjes en paasbloemen. De gang op de afdeling kinderoncologie is aangepast aan het lentethema. En hier zijn we weer. We komen de avond voor D-day 2 binnen op de afdeling. Heel de dag heeft ze afgeteld naar “de dokter”. Voor haar is het weer een periode van bedliggen, kadootjes krijgen, eten à la carte en tablet kijken. Je zou kunnen zeggen dat ze het ziet als een all-in vakantie. Eigenlijk goed, want een kind tegen zijn zin laten opnemen in het ziekenhuis is al te veel hartzeer op voorhand.


De grote dag breekt aan. We hebben beiden heel goed geslapen, verbazingwekkend goed geslapen. Alles voelt al zo vertrouwd: de kamer, de ouderkeuken, de verpleegsters. Een tweede keer is alles anders. Papa is net 5 minuten binnen (enkel mama bleef slapen) en plots komen ze met 3 verpleegsters binnengestormd. Ze moet nog cortisone en die zou ze al een half uur geleden moeten gehad hebben! 3 verpleegsters kwebbelen door elkaar en beginnen met bloeddruk- en thermometers te sjouwen. Ze vindt het niet zo leuk. Hoe zou je zelf zijn? Subtiel is anders, maar kom, 10 minuten later rijden we met bed en al de gang in. De weg naar de operatiezaal. De zenuwen bekruipen ons. Hier gaan we weer. In een sas kleden we ons om (blauwe mutsen en bijpassende cape) en we rijden door naar de wachtzaal. Daar is het nog meer dan een half uur wachten, zijn ze ons vergeten?? Eindelijk mag ze verder, papa blijft achter op wachtstoeltjes met een hart dat klopt in de keel.

Ik ga mee tot in de operatiezaal. Het heldere licht verblindt me en in het midden staat (alweer) haar tafeltje klaar met het opblaasmatrasje met beertjes op. Het blaast warme lucht en verwelkomt haar kleine lijfje met open armen. Dit keer wordt ze eerst verdoofd met gas, haar kleine armpjes worden niet graag/makkelijk geprikt… Ze vecht en spartelt tegen, mijn hart bloedt en ik kan enkel een troostende “shhhhht” over mijn lippen krijgen. Ze geeft zich over en valt in een diepe slaap. Op de weg naar buiten kruisen we de chirurg die bijna verbaast lijkt over de tranen die over mijn wangen rollen. “We gaan goed voor haar zorgen mevrouw”. “Succes dokter” is wat ik nog stil over mijn lippen kan krijgen en de verpleegster wandelt me naar buiten, naar het bankje waar papa met rode ogen op me wacht.


Meer dan 7 uur later volgt het verlossende telefoontje van de chirurg. Ze zijn haar nog aan het ‘sluiten’, hij heeft net zijn handschoenen uitgetrokken zo lijkt het. Hij klinkt opgelucht en is content hoe het verlopen is. De zucht van verlossing is groot. Als hij blij is, wij ook. Zo ver zijn we weeral. We verkondigen de goednieuwsshow in de uren en dagen die volgen, maar het wringt. We zijn nog lang niet aan de eindmeet. We zijn slechts aan de wissel van de estafette. Komt er wel een ‘eindmeet?’. De bestraling is nog een zware belasting met het grote risico (zo horen we na de operatie) dat haar hypofysefunctie volledig zal uitvallen. Ik hoor mijn anatomieleerkracht nog altijd prevelen (het vingertje in de lucht inbegrepen): “De hypofyse is de dirigent van het hormonaal orkest!”. Ik weet uit ervaring dat goeie orkesten wel zonder dirigent kunnen spelen, maar met moeilijke stukken draait het meestal wel in de soep…

De uitleg van de endocrinoloog zet ons wel weer met de voeten op de grond. Craniopharyngeoom (Tim zijn officiële naam) is ook een chronische aandoening, dat wisten we al. De hele hormoonhuishouding is naar alle waarschijnlijkheid naar de haaien. De bestraling zal hier ook een grote rol in spelen. Daar hebben we nog zo weinig info over gekregen… Dat maakt het hele proces om ermee om te gaan nog moeilijker. Ik ben het gewoon al beu. De hele rimram er rond. “Pas op met dit…”, en “we moeten nog zien dat…”, “opletten met eten”, “bijhouden wat ze drinkt en plast”,… Ik wil GEWOON een GEWOON leven met mijn kind, voor mijn kind. Niet zo’n g*dverdomme ingewikkeld vol met regeltjes 😦 …

Kus
-X-
Merelmama