Maand: januari 2018

Bouwen en vrouwen

Bouwen en vrouwen. Het rijmt nochtans.  Even een kleine toelichting.
Diegene die het huis bouwt (= laat bouwen), wordt ‘de bouwheer’ genoemd. Op de aanvragen en rekeningen van de gemeente staat dan ook enkel de man vermeld.  Op het uithangbord van de bouwaanvraag voor ONS huis daar ook: enkel de naam van de ‘bouwheer’. Zucht.
Alsof ik er geen geld in ga steken. En wie zegt dat hij betaald heeft? Of checken ze dat bij de bank? Misschien bouw ik wel alleen, met de erfenis van een rijke tante en komt hij bij mij wonen? Wie zal het zeggen? Alfabetisch kan het ook al niet zijn, want dan was ik de bouwheer geweest…

Zaterdagvoormiddag. Ik stap een handel van bouwmaterialen binnen. Het is weekend, dus toevallig draag ik een  kleedje, vestje en mijn laarsjes.
Allereerst houdt een bouwvakker (neem ik aan, vuile kleren en een petje van een of andere bouwfirma) de deur voor me open. Hoffelijk, dat wel. Geen probleem mee whatsoever. Het aangapen en nastaren neem ik er dan maar bij. (is dit #metoo zou ik me moeten afvragen). Ik wandel naar de balie waar een meneer zit met een bedrukt gezicht. Hij kijkt me aan met een half oog en vraagt (naar mijn mening al redelijk neerbuigend): “Voor wat is’t?”. Ik zeg ja, ik heb een vraagje over een gevelsteen (kwestie van even de vraag te kaderen binnen het bouwgegeven). “EEN gevelsteen?” klinkt het honend en hij gaat een beetje achterover leunen in zijn bureaustoel. Alsof ik, domme zaterdags geklede gans,  denk dat er maar één gevelsteen bestaat op deze planeet.
Ik repliceer meteen met de benaming, kleur en fabrikant van de stenen waar ik iets over wil weten. Zijn uitdrukking veranderd een beetje. ‘Ze weet toch precies waarover ze spreekt.’ De rest van het gesprekje verloopt min of meer normaal.
Maar wat moet die man gedacht hebben toen ik binnenkwam? “Wat komt zij hier zoeken… op mannen terrein”… Ik voelde me toch licht aangetast in mijn trots, toen ik de zaak weer verliet. Mijn recht om hier iets te komen vragen is even groot dan moest ik een piemel hebben, toch? Of het feit dat ik een kleedje en geen besmeurde overall droeg was misschien ook al reden genoeg om minachtend te beginnen aan de conversatie.

Nog iets: het aanvragen van een attest van gezinssamenstelling om kinderopvang in vakantie te regelen. Ik log in op de website van de overheid (!) en kan enkel een document afprinten op naam van de ‘referentiepersoon’ B. D. C. En ik dan? Ben ik geen referentiepersoon binnen mijn eigen gezin? Op het blad was nergens af te lezen dat ik de moeder van mijn dochter ben. ‘Niet verwant’ staat boven onze namen. We zijn precies een verzameling mensen, gesprokkeld op straat, die toevallig op hetzelfde adres wonen. Op papier dan toch. Beetje frustrerend wel.
Bij sommige bevragingen (ik ben een fervent enquête-invuller bij onder andere Ivox en Profacts) moet ik ook invullen of ik het ‘gezinshoofd’ ben. Wie is dat het gezinshoofd? Mijn ‘baas’ om het zo te zeggen? Degene die het meest verdient? In 9 op de 10 gevallen inderdaad de man ja. Dat kan niet anders in onze hedendaagse samenleving. Wie is het gezinshoofd bij niet hetero koppels vraag ik me dan af? Is deze term ook niet een beetje gedateerd eigenlijk? Kunnen ze niet gewoon meteen vragen, wie verdient het meest. Het antwoord is toch meestal hetzelfde.
Als vrouw blijk je (op papier) toch dikwijls ‘het aanhangsel’ te zijn. Zijn er nog altijd vrouwen die de naam van hun echtgenoot overnemen? Zoals vroeger? Ze mogen mij altijd even opbellen, zo kunnen ze uitleggen waarom ze dat willen. Jezelf wegcijferen achter het andere geslacht. Ik denk het niet.
Berichtgevingen over de vrouwelijke wielrensters die wel evenveel prijzengeld willen dan de mannelijke fietsers. Wereldkampioenes die het moeten stellen met een luttele 100€. Vrouwenvoetbal, een spelletje aan de zijlijn. Het zijn de mannen die het grote geld verdienen.
Ik wil niet de feministe uithangen, maar het is toch waar zeker. Vrouwen die meestal (niet altijd) de tweede viool moeten spelen. Het is toch allemaal een beetje passé, niet? Maar ja, wat gaan we er aan doen. Op straat komen met ontbloot bovenlijf? Een minimum aantal vrouwen in gemeenteraden en bedrijfsmanagement toelaten. O ja, want we willen zeker ergens ‘zetelen’ omdat we borsten hebben. Dat als enige kwalificatie. ‘Goedemiddag mevrouw, even truitje omhoog? Goed zo. U bent bij deze verkozen.’
Deze morgen nog op de radio. De stadsdichter van Antwerpen is een vrouw. Waw, heel speciaal allemaal, bijna jubelend laat de presentatrice zich gaan. In een rijtje van 9 is het nu de 2e vrouw die stadsdichter is. Hoera voor de vrouwelijke dichter. Of is het dan een stadsdichteres? Nee, die naam zullen ze voor de gelegenheid niet aanpassen.

Zo, even een (kleine?) frustratie op het net gegooid bij deze. Mijn excuses als u zich hierdoor aangetast voelt in uw vrouwelijkheid/mannelijkheid. Altijd welkom om te reageren in elk geval!

Kus
-X-
Merelmama

Voetnoot:
– Even kaderen in mijn eigen gezinssituatie. Ik voel me niet minderwaardig aan mijn partner. En van zijn kant is hier ook op geen enkele manier sprake van. Gelukkig toch.
– Dit is een aanklacht (noem het hoe je wil) tegen de vermannelijking van de maatschappij, niet tegen mannen in het algemeen 😉 .  

Mijlpaal nummer zoveel

Het vervolg op het afscheid van de tutjes.
16 januari 2018: mijn kleine zus wordt mama van Lise, een schattige dochter van 48cm en 2,900kg. Een wolk van een bevalling, een wolk van een kind en een mooie mengeling tussen haar knappe mama en papa.
Ik bracht de dagen ervoor, alvast het idee op thuis om de tutjes aan “de baby” (toen nog naamloos) te geven. Want die heeft ze dan nodig en grote Merelmeisjes niet. Ze knikt instemmend. Ja, dat klinkt inderdaad aanneembaar… Ik vermeld het nog een paar keer langs mijn neus weg gedurende de week. “Inprenting” heet zoiets *ahum* 😉  .

En dan is het zover: “de baby” is onderweg.  Ik zeg dat de baby op komst is bij tante Katrien in het ziekenhuis. “Oei, is tante Katrien een beetje ziek??”. “Nee Mereltje, babytjes worden geboren in het ziekenhuis.” “Aaah, dan moet tante Katrien nog een beetje slapen en dan is de baby er.” Was het maar zo simpel 🙂 .
De dag na de geboorte gaan we kijken in het grote ziekenhuis.

Ze steekt thuis haar tutjes vastberaden mee in de zak met de kadootjes. Het tutje van bij Oma inclusief. Ik ben benieuwd…
We komen aan op de kamer en meteen vliegt ze naar die zak. ‘Oh nee’ denk ik bij mezelf, ze gaat nog wat tutteren en dan met groot drama zal ik alles moeten afnemen…, de moed zakt me bijna in de schoenen… We moeten nu wel ons plan volgen anders is de geloofwaardigheid van mama helemaal om zeep.
Maar: ze neemt de tutjes één voor één uit de zak, staat op haar teentjes en legt ze flink aan de voetjes van Lise in het bedje. Waw! Wat een flinke meid heb ik seg! Helemaal fier, sta ik te glunderen. “Lise aaike geven” is het volgende dat ze wil doen en ook een tut in Lise haar mondje steken, dat laatste heb ik gelukkig wel kunnen voorkomen.
Na het bezoekje vraag ik aan papa om de tutjes in zijn zak te steken, voor moesten er toch drama’s komen. Maar terugkrabbelen ga ik niet doen, of dat is toch niet het plan. Afgegeven is afgegeven. Sinterklaas of de Paasklokken komen ook geen tutjes terugbrengen!
’s Avonds breng ik haar naar bedje. Ik geef haar een kus en dan volgt de onvermijdelijke vraag: “Mama nog tutje zoeken?”. “Ah nee he zusje, Lise heeft nu de tutjes?” zeg ik zo kalm mogelijk. “Oohhh” een beteuterde blik volgt 😦 . Maar daar blijft het dan ook bij. De nacht is peis en vree.
Hoera voor Merelmama en -papa! Defeat of the tutjes has succeeded!
Ondertussen al nacht 4 zonder tut en de laatste keer was er zelfs geen vraag naar.
Mijn grote meid!

Verder verzint ze volop zelf woorden. Een greep uit het aanbod:
(je zou soms bijna denken dat het kind Zuid-Afrikaanse roots heeft)
“verfstokje” –> penseel
“stuurtje” –> berichtje op de gsm
“sapje van de dokter” –> appelsap met Forlax, voor de stoelgang 😀
“prinsessia-toastje” –> toastje uitgesneden in hartjesvorm (met choco)
“peloentje” –> meloen
“sneeuwen” –> schaatsen
“kindjes-K3” –> de Sterrenstudio (programma van Studio 100 tv *rolling eyes*)
“benedenen” –> beneden, die laatste ‘en’ plakt ze er achteraan
“bovenen” –> idem
“mama-auto en papa-auto” –> dat verschil ziet ze toch al
“poepesjeet” –> inderdaad, maar het blijft zo koddig als ze dat zegt 🙂

 
Vriendelijke taal-groet
-X-
Merelmama

 

Kijk mama!

“Kijk mama, ik kan sneeuwen !” Gezwind glijdt ze op haar kousenvoetjes door de gang als ware het een ijspaleis. Mama moet lachen. “Je kan schaatsen, Merel”. “Ahja” grinnikt ze al rollend met de ogen. Zalig die woordspelingen die ze maakt. Al is nog niet elk woord even duidelijk… 🙂

Tegenwoordig beginnen we aan het begrip “zonder”. Alhoewel ze dit duidelijk nog niet goed begrijpt. Even een situatieschets:
Avondritueel is aan de gang en mama oppert het idee om eens een keertje ‘zonder tut’ te slapen, zoals grote meisjes en neefje Jelle dit ook al doen.
‘Jaaaa!!’ 2 handen de lucht in en meteen een groot enthousiasme. Mama schrikt een beetje van al dat gejuich, maar vat de koe bij de horens. “Ah, dan gaan we tutje hier leggen in de kast hé Merel?” Vlot gaat de tut in de kast en ze springt in bed.
Ze begint aan het aframmelen van haar slaapvereisten: “muziekje op, deur openlaten en papa nog komen?” Tot plots haar euro lijkt te vallen. “Papa tutje meebrengen?”. “Ah nee hé schat, we slapen “zonder” tutje vandaag”. “Maar papa ander tutje zoeken hé mama?”.
“Nee Merel, ‘zonder’ wil zeggen -geen tutje-“.  Haar ogen sperren open! Dit had ze niet gewild. Ik voel dat het nog wat vroeg is en haal het plastieken onding maar terug uit de kast. Opgelucht ‘tutterend’ legt ze zich op het kussen.

De dag nadien probeer ik het nog eens. “Zonder tutje slapen Merel?” “Jaaaa! Vééél!” en ze toont op haar vingers hoeveel tutten ze wil. *Zucht*

Het “droog” slapen is beter een succes. Ze kan zeker enkele nachten na elkaar al wakker worden met een droge pamper. Het feit dat we dan sowieso moeten opstaan ’s nachts om pipi te gaan doen, nemen we er maar bij. Telkens er een droge pamper is, is ze super fier en mag ze ook een groen bolletje kleven op haar speciale “ik heb een droge pamper”-blad. Na 10 pampers zullen we dan toch maar eens riskeren om helemaal zonder pamper te slapen. Al heb ik niet veel zin in nachtelijke bed-opmaak-feestjes… Maar zo worden ze groot zeker?

Voor de rest een kleine bouw update. Het is bijna D-Day! Beginnen met het pompen en graven op het lapje grond dat we later dan “thuis” zullen noemen. Na een zak of wat afval te hebben verwijderd *ahum voze sluikstorters*, ligt het er wel drassig bij allemaal. De plastieken botten liggen alvast in de auto! Het is wel spannend. Het kan wel eens heel vlug gaan (nota aan zelf: dit IS waarschijnlijk niet zo) allemaal. Een houtskeletbouw rechtzetten duurt ongeveer 2 weken. Dan kan het al wind- en waterdicht zijn! Dan kan het kiezen beginnen: tegels, trappen, kasten, keukens, verf (ja!)… Al een chance dat we daar beiden goed in zijn, in kiezen ! Haha: duidelijk NOT!

Kus
-X-
Merelmama